Het MIM is het Instituut voor Media en Informatie Management van de Hogeschool van Amsterdam (HvA). De opleiding heet nu Informatie & Media. Ik was wel benieuwd hoe het van het vroegere FMA (Frederik Muller Academie) naar het MIM is gegroeid. De FMA was een‘bibliotheek- en documentatie-academie’(bda). Ik heb daar in 1975/6 het specialisatiejaar ’bd: bibliothecaris-documentalist’ gedaan. Later werd de naam ‘bdi: bibliotheek, documentatie en informatie’ en weer later ‘idm: informatie-dienstverlening en management’, maar ook ‘dienstverlening’ kon niet meer in de naam en nu is het dus ‘informatie en media’. En net zoals andere opleidingen is het samengegaan met andere in een hogeschoolcluster.
De HVA heeft ‘domeinen’, laten we zeggen faculteiten. Het MIM ligt binnen het domein ‘Media, Creatie en Informatie’. In datzelfde domein liggen ook de instituten voor mode-opleiding, informatica, interactieve media en information engineering. Ook de huisvesting is geclusterd: de opleiding zit niet meer op de gracht, maar in het gebouw waar vroeger de Raad van Arbeid zat. Ook Interactieve Media zit in dat pand, terwijl het Fashion instituut op de Mauritskade zit en Information Engineering in Almere. Informatica zit nog op leeuwenburg, daar kwam het MIM ook vandaan en daar is ook nog de bibliotheek. Dat is een pand achter het Amstelstation. Het Wibauthuis naast MIM wordt gesloopt en het is de bedoeling dat dat in 2011 een heuse ‘Amstelcampus’ gaat worden.
De Amstelcampus is een reeks van gebouwen met daarin ruimte voor onderwijs, studentenwoningen, horeca en winkels. Ook is er ruimte voor sport: er komt een fitnessclub voor studenten, medewerkers en omwonenden en een nieuwe publieke sporthal. Deze sporthal wordt deels ondergronds gebouwd in de oude kelders van het Wibauthuis.
Binnen het MIM gaat het om: media, informatie en communicatie. Er zijn 5 opleidingen in ondergebracht: naast Informatie & Media is er ook de opleiding Media, marketing & Publishing, die ook uit het FMA voortkomt. Dat was vroeger de opleiding: ‘boekhandel en uitgeverij’. Veruit de populairste opleiding van het MIM is Reclame, Marketing & Communicatie. Daarnaast heb je nog Redactie en Mediaproductie en Nieuws & Media (journalistiek). MIM heeft in totaal 1400 eerstejaarsstudenten waarvan 65 procent uiteindelijk afhaakt. Waarvan 20 voor Informatie & Media (en 50 voor de deeltijdopleiding). Over het algemeen is de instroom van studenten in IM bedroevend laag. Landelijk is dat ongeveer 130 studenten over 4 opleidingen. Jelke Nijboer, die de inleiding verzorgde, vertelt dat er van alles aan gedaan wordt om de opleiding aantrekkelijk(er) te maken, maar dat het niet echt helpt. Er zijn wel leuke wervingsfilmpjes gemaakt en op de site staan ook interessante persona’s beschreven.
Wonderlijk genoeg is Nijboer ook verbaasd over het feit dal alle afgestudeerden bijna onmiddellijk een baan – en vaak een hele goede – kunnen vinden. Je moet er als docent natuurlijk wel zelf in geloven!
Op verzoek heb ik een overzicht thuisgestuurd gekregen met het vakkenpakket voor het examen. Gelukkig zitten daar veel – mijns inziens – nuttige vakken in zoals zoekstrategieën, informatiesystemen, retrievalsystemen, XML, multimediale databases, online media, internetstrategie en informatie- en mediarecht. Uiteraard ook wat fancy vakken (ik kan alleen afgaan op de naam, misschien zijn het juist hele diepgravende modules) zoals media & cultuur, trends in media, urban culture project e.d. En wat praktische zaken zoals Professioneel Engels en Mediawijsheid (daarmee wordt dacht ik informatievaardigheden bedoeld). In de deeltijdopleiding heb je nog vakken als ‘ontsluiting’ en websitebouw en de basismodule archivistiek. Maar dat laatste kun je ook als minor doen. Een minor is een zelfstandige module, die je in het vierde jaar doet en ev. ook van een ander instituut kan komen. Er moet een oriënterende stage en beroepsvoorbereidende stage worden gedaan en het geheel wordt na vier jaar afgesloten met een afstudeeropdracht/scriptie.
De woorden bibliotheek en documentatie komen in het geheel niet meer voor. Niet in de naam en niet in de vakken. En toch ben ik – om met Cato te spreken – van mening dat het schrappen van de begrippen ‘bibliotheek’ en ‘documentatie’ een slechte zaak is geweest voor zowel de opleiding als het (imago van het) vak.
MIM neemt de Archiefschool over en prof Ketelaar gaat weg bij Boek en Informatiewetenschap. Aanmelding Informatiewetenschap schijnt droevig te zijn. Als ik naar de UvA website ga, zie ik dat de naam ‘Documentaire Informatiewetenschap’ is veranderd naar ‘Culturele Informatiewetenschap’
Culturele informatiewetenschap is de nieuwe naam van de master Documentaire informatiewetenschap.
De docenten zijn nog wel goeddeels hetzelfde en ook het programma ziet er bekend uit. Zelf heb ik in de periode 1998-2001 het doctoraalprogramma Documentaire Informatiewetenschap gedaan. Dat zat toen nog samen met Boekwetenschap. Die is er nu uitgelicht en valt onder de Algemene Cultuurwetenschappen.
Deze bijeenkoms tis georganiseerd door het AIN: Amsterdams Informatie Netwerk.
We krijgen de inleiding in een collegezaal in het pand van het MIM (Singelgrachtgebouw). Het is een mooie zaal, wel erg stijl met mooie blauwe belijning. Naast colleges krijgen de studenten ook les in project- en werkgroepen. En ze hebben wel de beschikking over de digitale bibliotheek. Helaas beperkt de rondleiding zich tot de studio’s, waar opnames gemaakt kunnen worden voor radio en tv. Ik had ook nog wel andere studieruimtes willen zien. En ook zou ik nog willen vragen hoe het met ‘information commons’ zit. Dus de faciliteiten om informatie op te zoeken en te verwerken die je nodig hebt voor je studie. Maar dat komt nog wel eens.
Al met al een leuke bijeenkomst. Ik vond het interessant om te zien hoe er tegenwoordig les wordt gegeven. Eigenlijk zou je ook eens een les moeten kunnen bijwonen. Gewoon voor de aardigheid. In ieder geval zijn we prettig ontvangen en hebben we leuk bij kunnen praten.
Weblog over mijn werk als informatiespecialist bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).
29 sep 2008
Met AIN op bezoek bij MIM
18 sep 2008
Presentatie Boeken en web 2.0
Gisteren een presentatie gegeven over boeken en web 2.0, getiteld “Books in a web 2.0 environment” aan medewerkers van het instituut. Het doel was om aan de hand van boeken en catalogus te laten zien wat er aan nieuwe functies mogelijk is, zoals een rss op de catalogus, maar ook het toevoegen van coments en tags, het maken en delen van literatuurlijsten (in Worldcat). Uiteraard komt dan ook het digitaliseren van boeken ter sprake, en het wonderlijke feit dat zelfs als boeken digitaal gepubliceerd worden ze er toch nog gewoon als boeken – dus eendimensionaal, uitzien.
Ik heb alle links in de delicious-account van NIOOLibrary gezet en de presentatie op slideshare.
Dit is mijn begin met web 2.0 toepassingen op het instituut. Een zien hoe het verder gaat.
9 sep 2008
Academic Librarian
Op vakantie in Engeland (Zuid Devon) is het vandaag, na een aantal dagen redelijk mooi weer, echt Engels: grijs en nat. Tijd voor vakantieliteratuur. Ik heb meegenomen:
'The succesful academic librarian: winning strategies from library leaders' ed. by Gwen Meyer Gregory. Information Today, 2005.
Goed, dacht ik voor wat professionele overdenkingen in de vakantie. Per slot is vakantie bedoeld om weer op een andere manier naar het werk te kijken.
Deze bundel bestaat uit 3 delen [ the basics- getting of to a good start; things to think about-getting and keeping a great job; tales from the trenches – academic librarians share their stories],met in totaal 25 bijdragen, handreikingen voor het bouwen aan een succesrijke carrière voor de wetenschappelijke bibliothecaris. Zelf zie ik me niet als een wetenschappelijke bibliothecaris, maar omdat ik in een wetenschappelijke omgeving werk spreekt het me wel aan.
Het geheel is erg Amerikaans en, behoudens een hoofdstuk over Canada, geheel gericht op de situatie in de USA. Maar het geeft me toch wel aanzetten tot professionele bezinning.
Zoals over de expertise van de bibliothecaris. Elizabeth O. Hutchins schrijft daarover:'..some areas of specialization include information literacy, the organization of access to resources, the dissemination of knowledge, and facilitating users' connection to key scholarly conversations' en McKinley Sielaff vervolgt in het hoofdstuk over het aanleggen van een prestatie-dossier met het noemen van diverse onderdelen in de taak van de bibliothecaris. Veel instructies en gebruikersondersteuning, het faciliteren van toegang tot bronnen, databases, bestanden en literatuur, maar ook netwerken om zo meer kennis toegankelijk te krijgen.
Een ander belangrijk onderwerp is de bijdrage van de wetenschappelijke bibliothecaris aan de 'body of knowledge' van de bibliotheek- en informatiewetenschap. In een tenure-positie moet een Amerikaanse bibliothecaris ook publiceren over zijn ervaringen en onderzoek. In een tenure-proces (ong. 6-jaar durende opbouw om tot vaste aanstelling te komen) wordt je door een externe commissie beoordeeld of je je deel wetenschappelijk werk geleverd hebt en anderszins je prestatienormen hebt gehaald. In Nederland kennen wij dat niet in de bibliotheekwereld. Daarom ook wordt er relatief weinig gepubliceerd in peer reviewed bibliotheektijdschriften. Iets wat Wouter Gerritsma ook al aanstipte bij de uitreiking van de 'Informatie Professional van Het Jaar 2007-prijs'. Het vak van bibliothecaris is in Nederland ook nauwelijks een wetenschappelijke discipline. Terwijl in de USA de Association of College and Research Libraries (ACRL) al in 1971 richtlijnen uitgaf voor criteria waaraan een bibliothecaris moet voldoen om een academische status te verwerven. En terwijl ik toch zelf mijn doctoraal heb gehaald in bibibliotheek- en informatiewetenschap, ben ik niet op de hoogte van reguliere onderzoekslijnen op ons vakgebied. Om een bijdrage te leveren aan de algehele knowledge base van de bibliothecarissen is een weblog natuurlijk een mooie toepassing, en als je kijkt naar de Biblioblogosphere-wiki, dan zijn er in Nederland toch ook aardig wat mensen bezig. Maar wetenschappelijk?
Een derde belangrijk onderwerp uit het boek is de 'voortdurende scholing', in het Engels 'continuous education' en vroeger in het Nederlands aangeduid met de Franse term 'éducation permanente', Een aardige observatie vond ik de vermelding van de door Peter Vaill ontwikkelde theorie, dat door de snel vervanderende technologie in bibliotheken een situatie is ontstaan van 'permanent whitewater'. Een situatie waarin een werkomgeving continu in beweging is en daardoor de werknemers dwingt om dingen te doen waar ze nog geen ervaring in hebben. Dat betekent ook dat je als bibliothecartis goed moet kunnen leren en je snel nieuwe vaardigheden eigen maken.
Toch wel wat bezinning, morgen ga ik het herkauwen tijdens mijn vervolg-wandeling over het South West Coast Path.
28 aug 2008
Oude jaargangen tijdschriften
We hebben besloten om een aantal jaren de backfiles van het tijdschrift Nature aan te schaffen. Vanaf 1987 tot heden.
We hebben het gedrukte tijdschrift nog in de kast staan en wel de jaargangen van 1951tot en met 1994. Met onze backfiles aanschaf kunnen we dus de jaargangen 1987 tot en met 1994 uit onze opslagruimte verwijderen.
Vroeger was er een project Netherlands Periodical Project van NUFFIC. Daar kon je ‘oude’ en dubbele jaargangen tijdschriften naar toe brengen en zij zorgden dat die naar ontwikkelingslanden gingen.
Op de NUFFIC site zelf is geen NPP meer te vinden, bij het zoeken krijg je nog wel een regeltje te lezen over wat er eerst heeft gestaan:” The NPP has as its objective the support of scientific libraries in developing countries by providing them with scientific publications. - The NPP coordinator makes sure that the libraries overseas receive only relevant, useful materials. The NPP coordinator first makes an inventory of what the libraries need and then tries to meet this demand with surplus periodicals and books which Dutch libraries are willing to donate"
We hebben vorig jaar nog deelgenomen aan een onderzoek naar een voortzetting van NPP, daar is ook een rapportje van gekomen. Het voorstel was kort samengevat toch om het project te herzien en te bekijken hoe je online toegang kunt regelen.
Van het Nuffic hebben we niets meer vernomen.
Wel zijn er inmiddels een aantal projecten om ontwikkelingslanden online toegang te geven tot tijdschriften.
Een voorbeeld daarvan is OARE, een publiek-private organisatie van UN m.m.v. uitgevers.
“ Online Access to Research in the Environment (OARE), an international public-private consortium coordinated by the United Nations Environment Programme (UNEP), Yale University, and leading science and technology publishers, enables developing countries to gain access to one of the world's largest collections of environmental science research. “
De universiteit van Hasselt heft in samenwerking met Ebsco de open science directory opgezet:
“ Open Science Directory contains collections of Open Access Journals (e.g. Directory of Open Access Journals) and journals in the special programs (Hinari, Agora, OARE). Other programs will be added in the near future: INASP-PERI, eJDS.”
Mooie initiatieven. Het lijkt me ook veel beter om online toegang voor ontwikkelingslanden te organiseren dan om ons afgedankte materiaal naar ze op te sturen. Afgelopen zaterdag stond er nog een treffend stukje over in het Volkskrant Magazine, over een Surinaams scholhoofd, die behoorlijk baalde van de oude troep die hij als goed bedoelde ontwikkelingshulp krijgt opgestuurd. Hij wil en vind dat zijn leerlingen recht hebben op kwalitatief hoogstaande literatuur. En terecht.
[Het artikel kan ik niet meer vinden, wel de originele oproep van de hoofdredacteur om boeken aan Suriname te schenken, waarop het commentaar van het schoolhoofd een reactie was.)
De oude jaargangen gaan dus maar in de oudpapier doos.
25 aug 2008
PI's en NBN's
Vorige week op bezoek bij DANS. DANS is het instituut van de KNAW (een zusterinstituut dus) met als volledige naam Data Archiving and Networked Services. Bij Dans zijn ze bezig met het ontwikkelen van een Data keurmerk (Data Seal of Approval) en met het opstellen van richtlijnen voor een Trusted Digital Repository.
“DANS zorgt sinds zijn oprichting in 2005 voor de opslag en blijvende toegankelijkheid van onderzoeksgegevens in de alfa- en gammawetenschappen. Daartoe ontwikkelt DANS zelf duurzame archiveringsdiensten, bevordert het dat anderen dat doen, en werkt samen met databeheerders om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk data vrij beschikbaar komen voor gebruik in het wetenschappelijk onderzoek.”
Ze beheren zelf EASY (het Electronic Archiving System) voor het opslaan van wetenschappelijke data uit humaniora en sociale wetenschappen.
Omdat wij zelf zo in de weer zijn met het archiveren van wetenschappelijke data leek het wel interessant om eens met Dans van gedachten te wisselen.
Behalve de afkortingen DANS, DSA, EASY en TDR heb ik nog veel meer afkortingen geleerd.
Bijvoorbeeld DAI (Digital Author Identificer), niet te verwarren met DOI (Digital Object Identifier) en over Persistent Identifiers.
Persistent Identifiers zijn nummers die blijvend een object (link) vertegenwoordigen.
Een DOI is zo’n persistent identifier, die beheert wordt door de International DOI Foundation, uitgaande van de uitgevers.
Voor Dare(Digital Academic Repositories), tegenwoordig opgenomen in NARCIS (National Academic Research and Collaborations Information System) willen ze nu pi’s gaan ontwikkelingen in de vorm van NBN’s (National Bibliographic Numbers). National Bibliographic Numbers zijn URN Namespace ID’s, ontwikkeld door de Nationale Bbibliotheek van Finland. URN staat voor Uniform Resource Name, en de achterliggende bedoeling daarvan is de problemen op te lossen die URL’s (Uniform Resource Locators), de adressen op internet, veroorzaken doordat ze een zinvollere en meer permanente betekenis krijgen.
Hoe ziet zo’n NBN eruit:
urn:nbn:nl:ui:13-051-ru0
UI nr 13 is DANS-EASY. Je kunt de PI zien als je bij EASY Dans een onderzoek opvraagt (bijvoorbeeld over VOC) en dan in de Full Description kijkt. Deze NBN kan dan gebruikt worden als link naar deze plek waar de digitale data ligt opgeslagen. De link linkt overigens naar de metadata.
Ik heb er een verhelderend rapport over gevonden van de ECPA (European Commission on Preservation and Access (wist trouwens niet dat dat bij KNAW was ondergebracht. En nu ik het wel weet heb ik er niet zo veel meer aan want ze gaan sluiten). Het rapport heet Implementing Persistent Identifiers van Hans-Werner Hilse en Jochen Kothe en is uit 2006.
24 aug 2008
30 jaar bibliothecaris
Om nog even terug te komen op mijn vorige logje.
30 jaar is een hele tijd, maar het is wel een fascinerende tijd geweest.
Het vak van bibliothecaris (zo noem ik het toch nog steeds) was in deze afgelopen 30 jaar een en al dynamiek en beweging. Zeer in tegenstelling tot het soms wat stoffige imago, is het beroep van bibliothecaris hectisch, innoverend en veelzijdig. Je blijft leren en nieuwe einders ontdekken. In de afgelopen 30 jaar heb ik ieder jaar ten minste een cursus gevolgd en ik blijf nog steeds nieuwe dingen ontdekken.
Tijdens de opleiding heb ik de overgang meegemaakt van parochiebibliotheken naar openbare bibliotheken, in bijna alle Nederlandse gemeenten. De opkomst en nu weer de ondergang van de bibliobus en de tijdschriftencirculatie en de veranderende gedaante van de catalogus, de uitleen(administratie), het ibl. Maar wat is gebleven is de ondersteuning van de bibliotheekgebruiker, het verstrekken van informatie in de vorm van antwoorden, instructie en het aanbieden van (toegangen tot) bestanden en boeken.
In 1999 heb ik nog eens een werkstuk gemaakt over de ‘veranderende rol van de informatie professional’ (in het kader van mijn doctoraalopleiding in de boek- en informatiewetenschap.
De twee stellingen daaruit:
• Naar beroepsopvatting zijn twee soorten informatieprofessionals te onderscheiden:”collectieblijvers” en “collectievlieders”
• Traditionele beroepen als bibliothecaris, documentalist, literatuuronderzoeker en journalist convergeren tot “content manager”
Het heeft ook te maken met de grootte en soort van de bibliotheek waarin je werkt. Bij een universiteitsbibliotheek met een omvangrijke collectie en grote gebruikersaantallen is ook het werk en de beroepsomschrijving van de bibliothecarissen gedifferentieerd.
In een kleine bedrijfsbibliotheek, of bibliotheek van een klein onderzoeksinstituut ligt de nadruk sowieso meer op gebruikersondersteuning dan op bezitsvorming en –beheer. Maar dat was 30 jaar geleden niet anders. Alleen was er vroeger veel meer administratie te doen met al die kaartenbakken voor catalogus-, uitleen en circulatiekaarten. En alleen al het inschrijven van een hele stapel tijdschriften was al een klus op zich.
En natuurlijk de opkomst van de ICT in de bibliotheek. Eerst nog schoorvoetend, in de vorm van een machine voor het aanmaken van cataloguskaarten en later volop met elektronische boeken en tijdschriften en een volledig geautomatiseerde catalogus en uitleen.
In 1978 stuurde ik ingevulde voorbedrukte formulieren met een aanvraag naar de Bibliotheek van de TU Delft en nu sturen we een aanvraag per mail door in een voorgedefinieerd format.
In de vroege e-tijd kon je nog wel eens literatuuronderzoek doen voor een onderzoeker in buitenlandse databanken. Dat deed niet iedereen zo maar zelf omdat dat ingewikkeld (zeker in de tijd van voor de opkomst van het WWW) en kostbaar (taxi-tarief) was. Inmiddels zijn de eindgebruikers zo ver ‘empowered’ dat het heel normaal wordt gevonden dat hij alles zelf doet en overal zelf toegang toe heeft. Ik ben benieuwd hoe dat nu verder gaat, of we inderdaad, zoals John Mackezie Owen zegt (in het WTR-trendrapport) naar een volledig ‘open access’ wereld toegaan, waar zelfs het organiseren van toegang geen aparte taak meer is, want alles is al toegankelijk.
Het wordt wel steeds leuker en socialer. De kern van samenwerking toen en nu blijft het face-to-face contact en de uitwisseling van gegevens op persoonlijke basis. Maar er is al zoveel meer mogelijk met gebruikmaking van allerlei web-technieken, het maken van een virtuele bibliotheek (onderwerp van mijn afstudeerscriptie in 2001) en nu als laatste de web 2.0 social tools. Aan de andere kant zei een (het jongste) lid van onze bibliotheekcommissie vorige week nog, dat samenwerking toch het beste in persoonlijke ontmoetingen vorm kan krijgen.
17 aug 2008
Jubileum


Deze maand ben ik 30 jaar werkzaam als bibliothecaris/documentalist. Op 1 augustus 1978 ben ik in dienst getreden van het Gemeente-energiebedrijf in Amsterdam als ‘medewerkster bibliotheek’. De taakomschrijving luidde:
“verrichten van bibliotheekwerkzaamheden in de ruimste zin, omvattende onder meer: tijdschriftencirculatie; documenteren van boekwerken en artikelen uit tijdschriften; assisteren van de bibliothecaris bij het verzamelen, beheren, toegankelijk maken en beschikbaar stellen van literatuur en documentatiemateriaal; vervangen van de bibliothecaris bij diens afwezigheid”.
Mijn sollicitatiebrief was handgeschreven, mijn aanstellingsbrief getypt op een tikmachine.
In 1976 ben ik afgestudeerd aan de Frederik Muller Akademie (BDA) en daar heb ik als afstudeerscriptie geschreven over ‘Computertoepassingen in Nederlandse en Belgische bibliotheken’. Dat ‘Belgische’ had ik speciaal toegevoegd omdat er alleen in Nederland nog niet veel beweging was. Pica was al wel van start, maar kampte (toen al) met problemen. Prachtig is ook mijn beschrijving van de ponskaarten die de koning Albert I bibliotheek gebruikte. Och ja, die goede oude tijd!
Maar is er nou echt veel veranderd? Voor mijn gevoel wel: alles is nu gecomputeriseerd, tijdschriften zijn online op pdf niveau toegankelijk, dus circuleren is er niet meer bij. De knipselkrant, die wij destijds met – letterlijk- knippen en plakken maakten, wordt nu ook online geleverd. Maar kijk je naar de kwesties die speelden en nu spelen dan lijkt er toch niet zo gek veel veranderd. Toen zat ik op het GEB in het onderzoek naar alternatieve, duurzame energievormen, nu hebben we het op het NIOO over duurzaamheid en cradle-to-cradle. Niks nieuws onder de zon, zou je zeggen. En als je naar de titels kijkt in het tijdschrift ‘Library and Information Science’ dan zie je dat het nog steeds gaat over catalogi, bibliotheekinstructie en citatie-indexen. Ik wilde in eerste instantie kijken naar de inhoudsopgave van het tijdschrift OPEN (voorloper van de Informatie Professional) van 1978, maar die kon ik nergens vinden.
Ter vergelijking hier dus de titels van de artikelen uit Library and Information Science uit 1978 en uit 2007.
1978
- Book indexing as a tool for reading
- Woman librarianship
- Ambiguity and insufficiency in the nippon cataloging rules
- Citation analysis - economics - journal-of-economics
- Invisible college - diffusion of knowledge among political scientists in japan
- Network of hospital library-service
- Evaluation of ir-oriented programming languages for the implementation of clinical record retrieval systems
- Survey of the papers by japanese oto-rhino-laryngological researchers published in western journals using science-citation-index, 1967-1976
- ntroductory study on library instruction for academic-libraries with special reference to a comprehensive program of user education for general libraries
- Some reflections on library and bibliographic service in japan and britain
- Analysis and evaluation of factors of libraries of banking institutions in japan
- Compilation of a remote-sensing thesaurus
- Required and optional textbooks used in education for library and information-science in japan
- International scientific journals and trends of contribution using science-citation-index file 1976
2007
- Multivalued co-citation measure based on semantic distance between co-cited papers in a citing paper
- Current state of outsourcing in special libraries in Japan
- Characteristics of works in a Japanese library catalog from the view point of FRBR: A case study of Keio University Library OPAC case study
- Children's eye movement while reading picture books
- A case study on learning and teaching support provided by Earlham college library
- The effect of judicial system reform on Japanese law libraries
- Academic library service for the next decade
- A trap of intellectual freedom: What brings the confidentiality of user information to Japanese public libraries?
