
Eigenlijk moet ik zeggen Web of Knowledge, waarvan Web of Science een onderdeel is, is geupdate dit jaar naar versie 5.9 en 5.10.
Er zijn geen grote verbetering of wijzigingen gedaan, maar alle updates zijn het bestuderen waard. Zeker omdat WoS veel gebruikt wordt op ons instituut.
Net als een paar jaar geleden is dit jaar Thomson Reuters Customer Services medewerkster Rachel Mangan naar Nederland afgereisd om de Web of Knowledge Update te presenteren.

Aardige verbeteringen zijn de uitbreidingen met de nabijheids-operator NEAR/x en het zoeken in de WC=xx (Web of Science Categorieen = 250 JCR en WoS onderwerpsaanduidingen). ook het kunnen zoeken op de datum wanneer records verwerkt zijn is een interessante optie (wel opmerkelijk dat in het record nergens te zien is wat de datum van verwerking is).
De zoekfuncties op auteur en op organisatie zijn uitgebreid, maar helaas nog steeds niet afdoende (maar dat is wellicht ook niet mogelijk zonder een unieke identifier).
De integratie van RID met ORCID gaat steeds verder en dat lijkt me wel een goed teken, uiteindelijk hopen we dat dat het probleem van de naamsduiding moet oplossen.
Omdat Rachel dit jaar niet naar Wageningen on komen zijn wij naar Amsterdam gegaan. Daar waren we te gast bij de Bibliotheek Betawetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.
Van buiten is het gebouw 904 in het Amsterdamse Science Park niet zo geweldig, maar van binnen vond ik het prachtig. Mooi ruim, prachtige trap- en loungepartijen, mooie gekleurde en toch transparante werkkamerblokken in het midden en de balies tegenover de trappen, Er was aardig gesaneerd in de collectie, begerijp ik, maar de studieplekken zijn uitgebreid.


Met dank aan de collega's van de Bibliotheek Betawetenschappen voor de hartelijke ontvangst en het doorsturen van de presentatie van Rachel.
Morgen meteen uitproberen of ik een adminstrator rol kan krijgen voor ons instituut om de Researcherid's voor(deel van) onze onderzoekers bij te werken.
Weblog over mijn werk als informatiespecialist bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).
10 jun 2013
Web of Science Update
31 mei 2013
Endnote X7 (2)
*
Endnote toolbar in Power Point
Er is nu ook een aangepaste werkbalk voor Endnote X7 in Power Point:

Vanuit die werkbalk kun je kiezen voor het invoegen van een citatie en/of het invoegen van een complete referentie (of een set van). Het werkt niet zo als in Word dat hij automatisch een bibliografie toevoegt. Maar je kunt wel in een keer geselecteerde referenties invoegen.
*
Categorieën in je bibliografie
In word is het nu mogelijk om te kiezen voor een gecategoriseerde literatuurlijst. Je kunt zelf de categorieën bepalen en sleept dan een voor een de referenties in een categorie. Helaas werkt het niet ' automatisch' zoals bij de Subject Bibliography waarbij je de kopjes uit de velden kunt halen.
Maar het is toch wel een mooie optie.
*
Sync Status en Dialog
Het synchroniseren gaat wel sneller dan in versie Endnote X6. Goed aan deze versie is dat je nu de status van de je synchronisatie kunt bekijken (geeft dus aan dat er sinds je laatste sync iets gewijzigd is). Je kunt het automatisch aanzetten, maar gelukkig ook uit.
En bij synchronisatieconflicten kun je met de rechtermuisknop een Sync Error Dialog openen die aangeeft waar de fouten en eventueel dus ook de oplossing ligt.
Maar dat alles-of-niets synchroniseren blijft irritant: hij synchroniseert zelfs de trash!
*
Automatische pdf import
Je kunt in de PDF Handling Preferences aangeven dat je een automatische import wilt van een bepaalde map waarin zich pdf's bevinden. Dat doet hij keurig. De meeste kan hij ook vinden en dus een beschrijving van de metadata toevoegen, een enkele niet. Ze komen terecht in een mapje 'geimporteerde referenties', die je dan zelf naar je Group kunt/moet slepen. Bij handmatige import van een map met pdf's kun je wel aangeven dat die in een aparte groep moeten worden geplaatst.
Hernoemen van pdfs
De PDF Handling Preferences geven je de mogelijkheid om te bepalen dat de geimporteerde pdf's van een andere naam moeten worden voorzien. Ik heb gekozen voor Auteur-Jaar. Dat doet hij goed, zie Carvalho-2013:

Hij doet het zelfs zo goed dat er 2 bestanden in het veld File Attachment (lijken te) staan.
Dan wil ik dat met de Windows Verkenner nakijken en ik open het PDF-mapje dat bij deze Endnote Library hoort:

En vraag me dan af, waar ik Carvalho-2013 zou kunnen vinden.
[Het kan : open een pdf, doe een ' save as' en je ziet het nummer waaronder het nu staat. Er staat overigens maar 1 bestand in dat mapje].
De hele update oogt wat stabieler, maar er moet nog wel gewerkt worden aan de pdf's en aan het synchroniseren!
30 mei 2013
Endnote X7 (1)
Endnote 17 ofwel Endnote X7

In de "What is new in Endnote X7" wordt als een van de eerste onderwerpen de nieuwe PDF Handling Preferences genoemd.
Al vanaf eerdere versies is het mogelijk om pdf's te koppelen en mee te nemen (X10) alsook om een pdf-bestand in te lezen en de reference-gegevens erbij te zoeken(X5).
De meenemen en attach-optie uit X10 was geweldig, een echt goede vernieuwing.
Daarna heeft Endnote alsmaar geprobeerd om vanuit de pdf het record te kunnen vullen. Het kan, maar het houd niet over. Er worden slechts weinig velden herkent, meestal zelfs auteur en titel niet. Het werkt zelfs niet als je wel een goede DOI hebt (dit in tegenstelling tot de handleiding die zegt dat een doi genoeg is, NIET DUS!).
De nieuwe PDF-Handling Preferences zijn wellicht een klein stapje op weg naar het functioneren, maar het werkt nog lang niet.
*
Synchroniseren
Sinds de inrichting van de webmodule kon je bestanden uitwisselen tussen het web en de desktop versie. Dat ging heel gemakkelijk en je kon zelf kiezen welke groepen je wilde synchroniseren, dan wel downloaden/uploaden naar een desktop dan wel web-versie.
Sinds X6 kan dat niet meer!
Nu is het 'synchroniseren' een alles-of-niets-kwestie geworden. Buitengewoon onhandig en minder flexibel dan wat we hadden. Helaas is dat met X7 niet verbewterd. Wel is het synchroniseren op zich verbeterd, want in X6 gaf het ook nog foutmeldingen en duurde eindeloos.
Toch blijf ik dit een gemiste kans vinden: het is starder en ongemakkelijker dan het ooit was.
Ik raad daarom Endnote Web niet meer aan als tussenstap: [Voorheen zei ik: zoek in Web of Science, stuur naar Endnote Web voor eerste selectie, plaats selectie in groep, download groep naar definitieve desktop-versie en werk daar verder mee.]
Nu beveel ik Endnote Web alleen nog maar aan voor het beheer van je publicatielijst in ResearcherID.
*
Titelbalk in display window
Met de rechtermuisklik op de titelbalk in het toon-venster zie je de hele lijst met mogelijke velden. De geselecteerde velden voor deze weergave zijn aangevinkt. In versie X7 kun je nu meteen in dit scherm met rechtermuisklik de weergave veranderen en velden verwisselen, verplaatsen, verwijderen en/of toevoegen. Heel fijn!
*
Vet bij nieuwe
Een van de ongevraagde - en wat mij betreft nutteloze - toevoegingen in EndnoteX6 is de markering read/unread. Daarbij is het idee dat een ongelezen record vet gedrukt wordt en een gelezen niet ver. Het principe van de RSS-berichten en de e-mail. Maar dat is in een Endnote-bestand niet handig (althans niet voor mij). Gelukkig kun je dat nu uitzetten, zodat je niet telkens weer alles maar handmatig weer op status 'gelezen' moet zetten.
*
Nog Nakijken
Met de Copy-feature is het nu ook mogelijk om gegevens van een veld naar een ander te verplaatsen.
Verder ben ik nog aan het studeren op de vernieuwing die wordt omschreven als: "Copy the record number to another field in a reference using the Copy feature from the Change\Move\Copy Fields command.? Bedoelen ze hier nu mee het kopieren naar een ander veld. - Inderdaad heel handig, maar wat doet het record number dan?
OK. vrijdag ik zie het nu, het veld Record Number kan nu ook gekozen worden om de inhoud daarvan ergens anders neer te zetten. [Het veld File Attachment nog steeds niet].
*
Kopjes in bibliografie
Ik denk dat in de aankondiging staat dat ook dit mogelijk is. Daar moet ik nog eens goed voor gaan zitten. Het zou wel handig zijn om iets als een 'subject bibliography" als bibliografie te kunnen opleveren.
.... wordt vervolgd.....
8 mei 2013
Een kijkje in de keuken bij Naturalis
Op 16 april jl werd er door de NVB-werkgroep O&O (onderwijs & Onderzoek) een middag georganiseerd in de reeks “Kijkje in de keuken bij...” bij Naturalis in Leiden. Het Museum en natuurhistorisch biodiversiteitscentrum dat tegenwoordig officieel heet: “Naturalis Biodiversity Center “.
We krijgen, na de koffie, een inleiding van het hoofd van de bibliotheek Caroline Pepermans. Zij schets de ‘integratie en inhuizings-’perikelen die de fusie tussen Nationaal Herbarium Nederland, het Zoölogisch Museum Amsterdam, en Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis. (Naturalis Geschiedenis).
Caroline schetst de chaos en heisa bij die verhuizingen en bij de overname van diverse andere collecties zoals ook die van de Malacologische Vereniging (zat bij ZMA) en het beheer over de bibliotheek van de Nederlandse Entomologische Vereniging .
Hoewel nog niet alle problemen en drukte zijn opgelost en weggewerkt is de rust nu toch enigszins neergedaald en kijken ze al verlangend uit naar de volgende klus, nl de verbouwing, compleet met geheel nieuwe ingang in 2016.
“Het Fonds Economische Structuurversterking stelde 30 miljoen beschikbaar voor o.a. digitalisering, integratie van de collecties en het programma Natuur van Nederland” Tom Gilissen vertelt erover, met name over het digitaliseren van de 2D-straat.En begint met een mooie video:
Tom vertelt over digitalisering van de eigen (i.e. uitgegegeven door Naturalis zelf) tijdschriften. De gedigitaliseerde tijdschriften zijn te vinden in de NBC repository.
En hij spreekt over de bijzondere boeken (oude drukken) en over BHL-europe BHL: Biodiversity Heritage Library digitaliseert oude natuurhistorische boeken en stelt ze onder open access full text ter beschiking. Naturalis neemt met deze actie deel aan BHL-Europe. En BHL-Europe is op zijn beurt weer deelnemer aan de Europeana-bibliotheek.
Tom spreekt ook over de digitalisering van diverse natuurtijdschriften en de gezamenlijke repository. Naturalis Biodiversity Center wil daarbij samenwerken met andere taxonomische instanties in Nederland zoals stichting RAVON. Dat project loopt nog, daar waar de andere al bijna afgerond zijn.
Na de pauze vertelt Godard Tweehuysen over de bibliotheek van de Nederlandse Entomologische Vereniging. Die is in 1845 meteen met de oprichting van de vereniging gestart met de bibliotheek. Het doel ban de biblitheek was van meet af aan om elk werk met een entomologische aard te bezitten. De bibliotheek heeft veel te danken en 2 weldoeners van grote faam en wel aan 1869 Hartogh Heys Lier (1869) als aan Uyttenboogaart (-en – Eliasen) 1948. De bibliotheek van de NEV was altijd ingehuisd bij het ZMA, maar is voorlopig opgeslagen in het IWO (van de UvA) en de medewerkers hebben een werkplek bij de Artis-bibliotheek.
Een andere bijzondere taxonomische bibliotheek is die van de kreeftachtigen. Alex van Alsemgeest vertelt over deze bijzondere Bibliotheca Carcinologica. Deze bibliotheek is geheel samengesteld door prof. Lipke Bijdeley Holthuis, voormalig conservator van de afdeling crustacea van het Museum Naturalis. Hij verzamelde bijzondere boekwerken over de kreeftpotigen en vertelt ook zeer aansprekelijk over prof. Holthuis, die helemaal bezeten was van die beesten.
Toevalligerwijs heeft mijn partner in 2001 in de Volkskrant bijlage Wetenschap een interview gepubliceerd met deze prof. Holthuis.
We besluiten de middag met een kijkje in de bibliotheek waar Alex wat mooie oude drukken van boeken van Linneaus en andere heeft klaargelegd en waar we ook nog de - nog steeds in gebruik zijnde- kaartcatalogus zien van overdrukken. Want helaas, aldus de huidige bibliothecaris helaas zit nog niet alles in de GGC en wat erin zit is ook nog niet helemaal goed. Werk genoeg dus nog. Maar wel erg fascinerend, daar in Leiden!
11 apr 2013
Vogin-IP-lezing over zoeken
Op 28 februari 2013 werd de IP-lezing ‘Zoeken en vinden 2013’gehouden in de Brakke Grond in Amsterdam. Het zou de 9e IP-lezing kunnen zijn geweest, maar ik ben er niet geheel in geslaagd om alle voorgaande terug te vinden. Een korte samenvatting over wat eraan vooraf ging:
7 -10 -1999 1e IP-lezing met Thijs Chanowski over zoeksystemen P. Geytenbeek en B.Goes over VoiceXpress (spraaksysteem) en K. van Rijsbergen over information retrieval (met overheadprojector!)
5-10-2000 IP-lezing ‘Transformatie van de corporate library’ met E. Prime over keuze corporate libraries (HP) , R.Miller over transformatie kennisintensieve organisatie en H. Steens over kennismanagement-functie binnen Cap Gemini E&Y. Met workshops in de ochtend.
3-10-2002 IP-lezing ‘Zoeken in de toekomst’ met R. Basch over inschatten eigen competenties, E. Sieverts over Google zoeken vs dure databases, S. Alterman over context van de klant, E. Rousseau en K. Donau over software-infrastructuren voor verwerken van ongestructureerde informatie.
2-10-2003 IP-lezing ‘Koersvast laveren in zwaar weer’ met A. Davies over knowledge alignement, F.Campos over budget-kortingen Nationale Bibliotheek Portugal, L.Lettis over het opklimmen in de waardeketen, C.Noordam en M.Diependaal over virtueel kennisnetwerk crisisbeheersing en D. Toornstra over positionering en marketing.
20-01-2005 was 14-10-2004 IP-lezing ‘Taxonomieën’ met M.Belam over taxonomieën en classificaties bij BBC, A. Gilchrist over verschil tussen thesaurus, taxonomie en ontologie ( en nog 3 anderen – niet gevonden, er zouden 5 lezingen zijn geweest).
30-5-2006 7e IP-lezing ‘Alles over zoeken en gevonden worden’ met C. Sherman over zoekmachinemarkt, S.Lande over Web 2.0 zoekmachines, T. Huibers over kritisch kijken naar zoekmachines en J. Bosman over zoeken 2.0.
11-6-2009 8e IP-lezing ‘Integriteit 2.0’ (4 sprekers)
Deze IP-lezing met als ondertitel: workshops en lezingen rond zoeken en vinden op internet werd georganiseerd door het tijdschrift InformatieProfessional samen met Vogin.
Van de workshops heb ik geen gebruik gemaakt, wel ben ik naar de lezingen geweest (= het middagprogramma). Voorafgaand aan de lezingen kreeg Eric Sieverts een onderscheiding. De introductie werd gedaan door Boyd Hendriks.
Er waren dit keer aanzienlijk wat mensen met een laptop of een tablet. Merkwaardigerwijs borg de jongeman naast me zijn iPad Mini op zodra de 1e spreker begon te spreken.
De eerste spreker was Phil Bradley, al jarenlang bekend bij weblog-lezers en twitteraars. Zoals Eric Sieverts de zoekspecialsit in NL is, is Bradley dat voor wat betreft de Engelstalige wereld. Niet verwonderlijk dus dat hij sprak over Google.
“The changing landscape of web search” Google, stelt Bradley is qua core business geen zoekmachine meer maar een advertentiebedrijf. Als ‘goede’ zoeker lever ik het advertentiebedrijf niets op, vandaar dat delen als ‘advanced search’ minder zichtbaar worden en niet verder ontwikkeld worden. Het traditioneel zoeken (naar webpagina’s) geldt niet meer: bronnen zijn verbrokkeld: foto.s, tweets, muziek, betrouwbare bronnen zijn er niet meer er is nu sprake van ‘the rise of social search’, het user generated content, zoeken in je eigen netwerk (filter bubble). Bradley’s antwoord is om te proberen je eigen content toegankelijk te maken, eigenlijk bookmarken. (Tja)
De volgende spreker (A. v.d. Bosch) ging in op een tamelijk hot item anno 2013 nl text-mining (zie discussie Piwowar-Elsevier) uit mijn Twitter-tijdlijn. Zijn titel:” Text mining: automatische en grootschalige analyse van entiteiten en gebeurtenissen in tekst”
De vraag van Antal van den Bosch is of je onderzoeksvragen mbv textmining kunt beantwoorden uit web-based full text bronnen. Er is wel een grote verzameling van informatie, maar het blijkt nog behoorlijk lastig om daar gericht informatie uit te halen. Dan ben je wel verplicht om grovere zoektermen ‘bags of words’ te gebruiken. Je kunt zoekfilters bouwen m.b.v. hashtags, van tijdstippen. Zo zou je nieuws kunnen voorspellen. V.d .Bosch geeft voorbeelden als http://zapaday.com , http://valkuil.net , http://fowlt.net en andere twitter-filters.
Van tekst-mining naar linked data is niet zo’n grote stap en het idee van ‘Linked Science : building a web of research data’ van Rinke Hoekstra is zo gek nog niet.
Hoekstra wil graag een web bouwen van onderling verbonden onderzoeksdata (linked science), die ook weer op onderdelen verbonden zijn naar publicaties, citaties en andere connecties. Zo zou alle data transparanter moeten worden en makkelijker reproduceerbaar, dus uiteindelijk betrouwbaar. Zo kun je een semantisch web bouwen van delen van onderzoeksdata die aan elkaar gelinked zijn (linked data).
Na de theeapuze vertelde Joost Jansen van PWC over een zoekmachine die niet geworden is wat men ervan verwacht had. Hij noemt daarvoor 5 redenen: meer dan een platform tegelijk doorzoeken is ondoenlijk, er zijn verschillen in relevantie, actualiteit en betrouwbaarheid, sterke veranderingen in technologie naar sociaal, locaal en mobiel, bereidheid tot investeren is beperkt en uiteindelijk is content niet de ‘king’ maar de mensen. Uiteraard was het op onderdelen wel succesvol en uiteindelijk heeft PWC dan ook een prijs gewonnen voor haar nieuwsplatform.
De laatste spreker Henk van Ess presenteerde het nieuwe persoonlijke zoeken met Facebook Graph Search en Google Now. [Ook de NRC kwam in dezelfde tijd met dit verhaal]
Het geeft een beetje een unheimisch big brother is watching you gevoel als je ziet hoe makkelijk je mensen in categorieën kunt indelen en op zoeken. Het is goed bruikbaar als marketing tool. Je zoekt op info die je zelf op Facebook zet, die data is manipuleerbaar, redelijk onbetrouwbaar, en onvoorspelbaar maar komt altijd in antwoordlijstjes. Technisch is het geheel nog niet rijp.
[En gelet op het dalend Facebook gebruik komt het wellicht ook niet zover. ] Helaas gebruikte Henk om dit alles te illustreren een voorbeeld dat mij althans helemaal niet aanspreekt, nl hoe je met de auto van Amersfoort naar Amsterdam kunt komen en de files kunt vermijden (neem gewoon de trein!).
Ik vond de locatie, de Brakke Grond, - hoewel ik het een prima café vind voor een lekker Belgisch biertje, niet goed geschikt. Maar we eindigden met een gezellige borrel en een lekker muziekje.
18 mrt 2013
KNAW Open Access dialoog
Met de organisatie van een middagsymposium over Open Access wil de KNAW naar de eigen onderzoekers en naar externe onderzoekers het belang van Open Access benadrukken. Al in 2011 belijdt de KNAW openlijk zijn aanhang voor de Open Access beweging. Daarvoor is een brochure gemaakt en daarin verklaart KNAW ook dat alle KNAW-publicaties (in principe) binnen 18 maanden Open Access toegankelijk moeten zijn.
Ik vond zelf de afbeelding niet toepasselijk, maar deze is door KNAW zelf uitgezocht.
De Open Access Dialoog werd gehouden op 6 februari 2013 en als werkvorm werd een gekozen voor 2 korte inleidingen met daarna in groepen een discussie over een aantal statements.
De statements werden tevoren gepubliceerd en ook werden al voors en tegens toegevoegd.
Maar eerst dus 2 korte inleidingen:
1) Cameron Neylon, Advocacy Director for the Public Library of Science (PLoS),(link naar een slideshare -presentatie -ong. dezelfde inhoud - zijn weblog )Zelf had ik Cameron Neylon al tweemaal eerder gehoord (op de Surf Onderzoeksdag februari 2012 en op Ticer in september 2012). Deze keer sprak hij nadrukkelijk over het 'tipping point'. En daarmee bedoelt hij het keerpunt. We zijn nu, kennelijk op een punt aangeland dat Open Access mainstream wordt. En dat moet ook wel, want we kunnen de belastingbetaler niet blijven vragen nog meer te betalen terwijl we met OA gigantisch veel kunnen besparen. Daarbij haalde hij een JISC-rapport aan "Savings to all institutions in a full OA world as long as APCs are lower than £2000". En verder het mooie verhaal wat ook Michael Nielsen vertelt in zijn Reinventing Discovery over Open Science en de weldaden van o.m. citizen science.
Katan stelde (als bezoeker) een interessante vraag: waar gaan we naar toe, zie overlast predatory publisher. En kunnen kleine uitgevers in OA wereld wel overleven?
OA maakt het makkelijker om op de markt te komen, maar we moeten uiteindelijk toch betalen en er is pas een markt als er mensen bereid zijn te betalen. Basis van OA is om barrières voor toegang te verlagen zeker niet bedoeld om barrières op te werpen om te submitten (dus bijv. lagere prijs derde wereld mensen).
2) Martin Rasmussen, managing director of Copernicus Publications,the innovative open access publisher, over Gold Open Access en Public Peer Review. De ouder rol van de uitgever was een business strategie gebaseerd op 'content locking', in de nieuwe focus staat de wetenschapper centraal en de societies spelen een rol als partner vna de uitgevers. Uitgevers zijn meer 'service providers' geworden.

Rasmussen zegt dat meeste uitgevers langzaam overgaan naar native OA, maar dat sommige disciplines toll-access zal blijven bestaan. In de pauze heb ik dat nog nagevraagd bij hem en hij antwoordde dat dat dan komt doordat de bijbehorende societies (zie als voorbeeld ACS) dat toestaan.
Daarna werd in groepen gediscussieerd over de vijf vooraf opgestelde statements en na de pauze werden de statements in een plenaire sessie, in de vorm van een Lagerhuisdebat met een voorstander en een tegenstander bediscussieerd.
:
1. Access (open as well as toll access) is not a problem for scientists, but for institutions.
Oa en toll is een economisch problem en hoort dus bij instituties. Maar voor auteur zonder geld en instituut is het ook van belang. Uiteindelijk maken auteurs de publicatiekeuze, dus het is wel degelijk een probleem voor de onderzoeker.
2. Open access is a problem for the humanities and social sciences created by the natural sciences.
Nee, het speelt ook wel degenlijk bij de geesteswetenschappen, hoewel op een andere manier. De nadruk ligt vaak op boeken. Interessante opmerking van een historica: de boeken die zij vaak nodig heeft zijn sowieso vaak al copyright-vrij vanwege hun leeftijd.
3. The author-pays model leads to lower quality, because it is in the financial interest of an open access journal or publisher to publish as much as possible.
Er is wel veel mis in de OA branche zoals de predatory publishers, fraude, lower impact factor
Maar de kwaliteit wordt niet bepaalt door het OA zijn of niet. Bij slechte kwaliteit verdwijnt het tijdschrift vanzelf.
4. Toll access publishers no longer have any place in the digital era.
Hoewel in eerste instantie de meeste mensen deze mening deelden, kwamen er steeds meer later op terug. Kijk naar het voorbeeld van de kranten, voor een bepaald service niveau heb je betalingen nodig.
5. Open access and toll access publishing are not so much about publishing, but rather about the business model and the economics behind academic publishing.
Niet alleen de economische aspecten zijn van belang maar het gaat ook om de service en de duurzaamheid.
Al met al wel een leuke en leerzame middag. Alleen jammer dat er weinig alternatieve publicatievormen aan bod kwamen.
26 feb 2013
Wetenschappelijk publiceren
Wat me zo tegenviel in de bijeenkomsten van de afgelopen maanden, die ik bijgewoond heb (Kennis over publiceren, Open access dialoog, afscheid Ger Spikman) is dat er zo weinig wordt gesproken over echt wezenlijke vernieuwing in het wetenschappelijk publiceren.
Alleen Ger Spikman stipte het onderwerp aan, toen hij de producten van de digitalisering van dit moment geen echte digitale producten noemde maar 'gedigitaliseerd papier'.
En dat ben ik volledig met hem eens!
Nog steeds zitten we vast aan de pdf als publicatievorm, volgens een vast stramien opgebouwd en vormgegeven en vervolgens gepubliceerd in een tijdschrift samen met andere artikelen.
Is er niets nieuws te bedenken?
Bij de tijdschriften zie je een langzame overgaan naar het 'article-based' publiceren, dus niet meer wachten tot een heel tijdschrift klaar is, maar zodra een artikel gecorrigeerd en goedgekeurd is dat online publiceren. De meeste uitgevers hebben een Online First optie en kunnen een artikel dan al een DOI-nummer geven wat instaat voor een persistente verwijzing.
Elsevier legt het 'article-based'principe uit. Elsevier experimenteert ook met het 'article - of - the - future' waarbij zij proberen een voortgaande integratie tot stand te brengen tussen allerlei digitale technieken m.b.t. afbeeldingen, kaarten en plattegronden. Ze proberen daarbij het artikel 'discipline-specifiek' vorm te geven en te integreren ook met verwijzingen naar andere publicaties.
Ook kan een nieuwe vorm van publiceren zijn, die waarbij je gebruikt maakt van verrijkte publicaties en een tegelijkertijd publiceren van een blog of ander materiaal. De Association of Research Libraries heeft er een studie naar gedaan.
De studie - Current Models of Digital Scholarly Communication: Results of an Investigation Conducted by Ithaka for the Association of Research Libraries, November 2008, Nancy L. Maron & K. Kirby Smith - dateert al weer van 2008, maar geeft toch een aardig beeld en daarnaast is er een doorzoekbare database met voorbeelden. De 'biology' voorbeelden geven bekende sites weer als PlOS, F1000, EOL e.a.
En daarnaast hebben we uiteraard de nanopublicaties en de linked data. Een oplossing die uitgebreid besproken werd tijdens de Surfonderzoeksdag in 2010 (zie mijn bericht) en dat nu vorm begint te krijgen.
Er is zelfs een website met "learn how to create, use, find and cite nanopublications" . Dus wellicht ligt daar de toekomst.
26 februari 2013
,br>
Aanvulling 12 maart 2013
Inmiddels ben ik wat aanvullende informatie op het spoor gekomen, zoals wat Amerikaanse initiatieven:
* Library Publishing Coalition—A Milestone in Evolution of Scholarly Publishing by Nancy K. Herther
Posted On March 7, 2013
* Research Librarians Discuss New Ways to Support Scholars By Michael Kelley on March 11, 2013
en een conferentie "Beyond the PDF"
De 2e conferentie is op 19 maart 2013 in Amsterdam.