15 feb. 2012

Surf Onderzoeksdag


De ondertitel van deze dag luidt: “Inspiratie voor ICT-gebruik in onderzoek” en in de beschrijving van de dag staat: “ Op de SURF Onderzoeksdag laten onderzoekers zien hoe ICT-methoden en -hulpmiddelen wetenschappelijk onderzoek, en de presentatie daarvan, kunnen verrijken en vernieuwen.”
In een uitverkocht MediaPlaza (van de Jaarbeurs) druppelden de 200 deelnemers wat verlaat binnen i.v.m. de aangepaste NS-dienstregeling vanwege het winterweer. Jammer dat er na een uurtje staan in de trein nauwelijks zitgelegenheid is in Media Plaza om koffie te drinken, maar gelukkig was er wel – gratis – wifi en ik heb zelfs een stopcontact gevonden.
Over het onderwerp was ik een beetje op het verkeerde been gezet, omdat ik de uitnodiging voor deze dag vanuit de SurfShare maillijst had gekregen. En ik was betrokken bij het onderzoeksdataforum als onderdeel van SurfShare, dus tot vlak voor de dag was ik in de veronderstelling dat het om onderzoeksdata ging. Maar SurfShare was natuurlijk veel breder. Hoewel ik het niet meer expliciet zie sta, dacht ik wel dat deze dag een afsluiting van SurfShare betekende. Het gaat daarbij op ‘open onderzoek’ met trefwoorden als open access, collaboratories, verrijkte publicaties , samenwerking en dus ook toegang tot onderzoeksdata.
De opening stond in het teken van open access met een flitsende keynote van Cameron Neylon, die blogt onder de titel “Science in the Open”. Neylon is werkzaam bij de Science & Technology Council (onderdeel van de Research Council UK). Een groot deel van de tekst van zijn lezing is te vinden in zijn blogpost getiteld ” Network Enabled Research: Maximise scale and connectivity, minimise friction”.
Het komt erop neer dat met Internet en de oneindige connectiviteit een efficiënte transfer van informatie mogelijk is. Zo’n netwerk maakt het mogelijk om ook onderzoek op een kwalitatief hoger plan te brengen, zie de voorbeelden van crowd sourcing op wiskundig en astronomisch terrein.
Ook in Nederland is dat aan de gang. Ik las gisteren over het project Vele Handen.nl, waarbij het Stadsarchief Amsterdam i.s.m. met enkele bedrijven het publiek vraagt mee te helpen met het indexeren van archiefstukken, en de resultaten zijn overweldigend. De website Velehanden.nl heeft op 14 februari de Geschiedenis OnlinePrijs gewonnen.
Terug naar Neylon, die dus in de connectiviteit van het netwerk een mogelijkheid ziet op op grotere schaal onderzoek te doen. Neylon zegt dat we nu te maken hebben met netwerken die zorgen voor een enorme toename van kwalitatieve onderzoekscapaciteit . Onderzoek waarin ook de ‘gewone’ burger geïnteresseerd is, d.w.z. in het effect van het onderzoek, niet in de wetenschappelijke papers. Maar die papers zijn wel het noodzakelijke communicatiemiddel tussen de ‘ruwe data’ van onderzoek en het feit dat de uitgevers een businessmodel hanteren van betaalde toegang tot die papers veroorzaakt weerstand in het systeem van netwerk-connectiviteit.

“Currently we take raw science and through a collaborative process between researchers and publishers we generate a communication product, generally a research paper, that is what most of the community holds as the standard means by which they wish to receive information. Because the publishers receive no direct recompense for their contribution they need to recover those costs by other means. They do this by artificially introducing friction and then charging to remove it.”


Want wat zijn de voorwaarden voor voor soepele en efficiëntie onderzoeksnetwerken:
1. Schaal en connectiviteit [internet en webservices]
2. Lage weerstand bij informatie-overdracht [geen betaalde toegang]
3. Filters aan vraagzijde [de gebruiker bepaalt, niet leverancier; de gebruiker aggregeert, index en reviewed]
Nog wat interessante uitspraken van Neylon:
“At the scale of a network you can manufacture serendipity”
“The content industry is dead”

Na de inspirerende voordracht van Cameron Neylon onderstreepte Jos Engelen van NWO nog eens het belang van open acces. Het is, zei hij een logische gedachte dat door openbaar geld gefinancierd onderzoek ook openbaar toegankelijk is, al dan niet meteen. En uiteindelijk gaan we het winnen van uitgevers.
Volgens Engelen is "escience" belangrijk maar niet alles. Hij ondersteunt het Nederlandse eScience Center (door NWO en Surf samen opgezet) , maar daarnaast zijn ook andere investering in de ict-infrastructuur nodig. Hij verwijst naar de Roadmap ICT voor de topsectoren.

Na de lunch werden de vijf parallele sessies gestart. Er was een sessie over tekst en taal met presentaties over e-Humanities en nanopublicaties; een sessie over data met presentaties over ‘Big data”Mess Project en CARDS. In de sessie Beeld en Geluid ging het over misicologie en virtual en augmented reality. In de sessie over Onderzoek en onderwijs over opleiding tot datascientist , virtuele onderzoeksomgevingen en verrijkte weblectures.
Zie het programmaschema.
Zelf heb ik gekozen voor de track ‘profileren van onderzoek’ met presentaties over verrijkte publicaties, bibliometrisch onderzoek , Nature en over virtuele laboratoria en biodiversiteit.

Jan Gutteling van de Universiteit Twente vertelde over zijn verrijkte publicatie “Geen Paniek” , over hoe hij zo de levensloop van een publicatie kon aangeven. Hij is ertoe gekomen vanwege de vraag naar de valorisatie van onderzoek. Hij maakt gebruik van de tool ‘Escape( Enhanced Scientific Communication by Aggregated Publications Environments). De demo is erg mooi en hij heft dan ook terecht de Jaarpijs voor verrijkte Publicatie gewonnen.

Paul Wouters en college Rodrigo Costas van CWTS Leiden vertelden over hun binnenkort te verschijnen rapport. Daarin hebben zij een aantal webbased tools onderzocht die de impact van onderzoek(spublicaties) meten. Dat is nog niet zo eenvoudig, omdat de meeste niet aan alle criteria voldeden, criteria zoals: schaalbaarheid, transparantie (zelfgebruik data), en normalisatie (vergelijking crossdisciplinair). Onderzocht zijn bijvoorbeeld F1000 (niet volledig), MS Academic Search (geen naam-standaardisatie) en altmetrics tools als total-impact (alleen doi). Ook referereert hij aan Sure2 met impactgegevens over gebruik van repositories.
Wouters zegt uit te gaan van ' conceptual approach' first voordat er met alternatieve metrics kan worden gewerkt. Binnenkort komt er een handboek uit over de de klassieke methode va impactmeting.


Jason Wilde van Nature Publishing Group onderstreepte dat NPG geen tegenstander is van open access en zelf met Creative Common Licenties werkt.
Hij geeft in een mooie tijdlijn een overzicht van de geschiedenis van Nature: over ' Evolution of Nature' : van moeilijk vindbare oude covers tot genomics artikel met heel veel ' 'supplementary material'. Het artikel wordt wordt een 3d object , een ‘entity in information space’, met veel informative er rondom met extra data, metadata. . Hij gaat verder door over het data probleem over de data publication pyramid en kondigt aan dat nature ook over gaat op linked data. – We zijn benieuwd.

Willen Bouten van UvA IBED, Computational Geo-ecology, over e-Ecology (enhanced) over gedrag en verspreiding van soorten in relatie tot hun omgeving. Als nevenactiviteit bouwen zij virtual laboratories, waarmee zij hun onderzoek kunnen uitvoeren. Over samenwerkende natuurorganisaties in de Gegevensautoriteit Natuur, waar zij een datamodel hebben ontwikkeld voor alle natuurorganisaties met een nationale databank flora en fauna, zodat bouwend Nederland en anderen slecht bij een loket hoeven aan te kloppen. Ook het UvA Bird Tracking system is een aansprekend voorbeeld van het gebruik van virtuele labs en allerlei tools en systemen waarbij vliegbewegingen geïntegreerd worden met meteorologische gegevens. Er zijn systemen om meetgegevens te registreren, over te dragen en te visualiseren. Naast al die systemen is Bouten is nog op zoek naar virtuele samenwerking.

Richard Zijdeman sloot de dag plenair af met de opening van MyResearchPortal, een demoproject van Surf op basis van Surfconext. Zelf was ik van Surf Conext niet zo onder de indruk en hoewel Richard heel enthousiast is, legt hij wel de nadruk op de noodzaak tot educatie: er moet data workflow training komen in iedere master. En daar ben ik het helemaal mee eens. Bewustwording is beter dan een hele doos vol met gelikte tools.

De dag toonde wel aan dat ICT allang niet meer uitsluitend ter ondersteuning voor het onderzoek wordt gebruikt, maar een integraal onderdeel van het onderzoek uitmaakt. En het is interessant om te zien hoe er van de verschillende mogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Een leuke, inspirerende dag.