31 jan. 2008

Inschrijven CIL 2008

Vroeger ging ik uit hoofde van mijn vorige functie vaak naar de EAHIL bijeenkomsten. EAHIL staat voor European Association of Health Information and Libraries. Een van de best geïnformeerde in dat gezelschap is Dr. Friedhelm Rump. Vertegenwoordiger van de werkgroep diergeneeskunde van de EAHIL en directeur van de Tierartzliche Hochschule Hannover. Ik herinner mij een gezellig samentreffen met Friedhelm in Cluj (Roemenie) in 2006 en toen vroegen wij, hoe hij zo goed op de hoogte bleef van alle nieuwe ontwikkelingen. Zijn geheim: CIL.

CIL = Computer in Libraries, een Noord-Amerikaanse meerdaagse conferentie waar alle nieuwigheden, trends, ontwikkelingen, ideeën en andere mogelijk- en onmogelijkheden op het gebied van de informatievoorziening en informatietechnologie aan de orde komen.
Of zoals ze zelf zeggen: “the most comprehensive North American conference and exhibition on all aspects of library & information delivery technology”.
Eind 2006 nam ik me voor daar ook naar toe te gaan. maar vorig jaar, nog nieuw op het NIOO moest ik eerst even wennen. Dit jaar ga ik.


De 2008 CIL heeft als thema meegekregen: : Innovative Change: Integrating High Tech With High Touch, met als uitleg: “focuses on how libraries excel when technology advancements match the people capabilities.”
Het evenement vind plaats van 7-9 april in Arlington (USA) met pre- en post conference workshops. Ik heb me opgegeven voor een preconference workshop op zondag 6 april getiteld: “From Avatars to Advocacy: Innovation Through Un-Marketing” en lijkt me het conferentiethema goed weer te geven. Ben benieuwd.
Wat betreft de conferentie zelf ben ik van plan te volgen de eerste dag de track: “Communities and Collaboration”, de tweede dag: “Innovation & Change”en de derde dag: “Planning and Managing”. Maar dat zeg ik nu vooraf. Je hoefde je er niet voor in te schrijven.
Uiteraard zal ik proberen verslag te leggen van wat ik daar hoor en zie.
Mijn reis en verblijf worden voor me geregeld, dus dat zit wel snor!
Nu ga ik eerst proberen om me in te schrijven in de officiële conferentiewiki.

ISI Thomson ResearcherID

Voor deze en komende week heb ik presentaties gepland en voorbereiden over de nieuwe versie van Web of Science alsmede een introductie in RSS.
Omdat wij drie vestigingen hebben doe ik dezelfde presentatie drie keer, een keer in Nieuwersluis, een keer in Heteren en een keer in Yerseke.
Vlak voordat ik met de eerste (in Nieuwersluis) begon werd ik opgebeld door de EMEA –manager (Europa en Midden Oosten) van Thomson, met de aansporing dat ik toch vooral moet overgaan op de nieuwe versie van Web of Knowledge, want dat eind volgende week de oude versie gesloten gaat worden.
Ik had al zo vaag vermoeden, maar had nog nergens een sluitingsdatum gelezen. Komt dus precies op tijd! Althans mijn presentaties en mijn aankondiging dat ik op 10 februari alle linken ga veranderen.

Hij vertelde me ook over het nieuwe initiatief van ISI Thomson om te proberen alle onderzoekers te identificeren aan de hand van een ResearcherID. Ze hebben een speciale website daarvoor ingericht. Het idee is dat een onderzoekers zich daar kan registreren en zijn/haar publicaties kan koppelen aan het ID. Zou zeer nuttig zijn bij onderzoekers met een naam die heel vaak voorkomt.
Zelf zegt de website er over:” Researcher ID is a global, multi-disciplinary scholarly research community. Each researcher listed is assigned a unique identifier, to aid in solving the common problem of author misidentification. Search the registry to find citations, collaborators, and more.”

In de aankondiging schrijven ze: This unique Web environment enables researchers to create stable personal identifiers to present their works and manage public presentation of their personal metrics.”
Met het opstellen van de citatierapporten heb ik bij sommige namen echt bijna publicatie voor publicatie Web of Science moeten doorworstelen voor ik het complete overzicht van een onderzoeker had. (iemand met heel veel naamgenoten). Voor die onderzoekers die een tamelijk unieke naam hebben is het denk ik niet zo noodzakelijk.
Ik wacht nog even af, hoe dit zich gaat ontwikkelen, voorlopig is het alleen nog maar op uitnodiging te gebruiken. Een van onze onderzoekers gaat het uitproberen.

30 jan. 2008

E-laborate van Huygens-Instituut

E-Laborate, de samenwerkingstool van het Huygensinstituut is een redelijk geslaagd project. Het is van start gegaan vanuit het NIWI met de iTOR –CMS functionaliteit. Dat is inmiddels geheel uit de handel genomen, maar het Huygens-Instituut heeft na de opheffing van het NIWI de ontwikkeling in eigen hand genomen. E-laborate is uitgebouwd tot een platform voor het bewerken van tekstedities.
Op de website van het Huygens-Instituut is onder e-Research en e-Research ontwikkelteam het verslag te lezen van het e-Laborate project. Dit project wordt voortgezet als ‘Editiemachine” en zal worden omgezet naar een ander platform. De ontwikkeling van de Editiemachine heeft een eigen weblog. Maar zo te lezen heeft het in 2007 wel wat vertraging opgelopen. In de projectbeschrijving werd ook al gesteld dat het een behoorlijke uitdaging: ´De eisen die gesteld worden aan ‘de Editiemachine’ zijn zo uitdagend dat het project ook voor de informatietechnologie interessante researchresultaten oplevert.´Ze willen bij het bouwen werken met onder meer de scripttaal Ruby, open source software, waar zij eerder Java Eclips gebruikten. En gebruik maken van andere moderne technieken als AJA , XML.

Toch wel een aardig instituut het Huygens-Instituut als je dat zo leest. “Nationaal en internationaal ambieert het Huygens-Instituut een gidsrol in het elektronisch editeren, publiceren en analyseren van tekst” . En wat ik helemaal leuk vind is dat ze een weblog onderhouden over het elektronisch publiceren. Leuk en leerzaam!

Een van die eerdere weblogs geeft een uitgebreide bespreken van Google Books. Zo komt alles waar ik de laatste dagen mee bezig ben geweest bij elkaar.

27 jan. 2008

Google boeken


Ben het boek ‘Libraries and Google’ aan het lezen. Is al weer een oudje uit 2005.
Daar wordt ingegaan op de commotie die het heeft veroorzaakt toen Google aankondigde in samenwerking met een aantal bibliotheken, om boeken te gaan digitaliseren. Door het digitaliseren komen ze beschikbaar voor meer mensen.
Nu, 2008 ga ik eens op zoek naar het resultaat. Ik kom automatisch op de Nederlandstalige books.google.nl. Je kunt daar dus naar woorden zoeken die voorkomen in een boek. Het resultaat dat Google laat zien kan zijn een fragment, een gedeelte, of, als het is vrijgegeven door de uitgever, het gehele boek.
Als ik zoek op ‘ecology’ dan vind ik 21.700 boeken. Ik kan dan kiezen voor alle boeken die volledig worden weegegeven, dat zijn er 1505 (na wat heen en weer klikken is dat 34.500 resp. 1588 geworden?)
Het eerste boek op de lijst van volledige weergaven is een rapport van 420 pagina’s over de ecologie van de marmeralk, een watervogel van de Amerikaanse westkust, uitgegeven door het Amerikaanse ministerie van Landbouw.







Op het scherm kun je kiezen tussen de tabbladen ‘lezen’ en ‘over dit boek’. Bij de informatie over het boek zie je de gehele titelbeschrijving, je kunt het toevoegen aan je eigen bibliotheek (een beetje als LibraryThing) en een recensie schrijven. Maar je kunt het boek ook kopen bij diverse online boekverkopers of het opzoeken in een bibliotheek (via Worldcat). Er staan wat gewilde fragmenten afgebeeld en er wordt een kaart getoond met plaatsen die in het boek genoemd worden. Dit boek kun je dus in zijn geheel lezen, maar bij de overige boeken heb je ook deze informatie over het boek, en ook nog links met plekken waar dit boek geciteerd wordt en soortgelijke boeken.
Het is toch wel erg interessant.

Kinderen willen internetles

Deze week kreeg ik een krantje getiteld Kidsweek Mediawijzer. Een aardig blad wat ingaat op het hoe en wat van Internet voor kinderen. Hoe maak je een website, hoe maak je een profiel en waar moet je op letten. Uit een onderzoek van de stichting Mijn Kind Online blijkt dat 75% van de tieners graag mee internetles wil! Dat vind ik een opmerkelijke uitkomst. Al eerder las ik dat het helemaal niet zo is dat digital natives (kinderen dus), vanzelf alles al weten over de computer en internet.
De Kidsweek mediawijzer is een eerste stap in de richting van een Internet les. De mediawijzer wordt aan scholen geleverd met een lespakket: ‘Mediawijsheid’ dat ontwikkeld is door Stichting Onderwijs Maak Je Samen. Overigens staat het lespakket nog niet op de site van OMJS, Jammer want ik had het wel eens in willen zien.

21 jan. 2008

Collaboratories

Een klein jaartje geleden meldde ik dat ik mijn woordenschat had verrijkt met woorden uit het SurfShare-programma: het ging over collaboratories, digitale werkbanken en verrijkte publicaties. En zojuist stuitte ik op een aardig onderzoek dat vorig jaar in datzelfde Surfshare kader gehouden is door K.G. van der Poel. Het heet: ‘Verkenning van de interesse van wetenschappelijke onderzoekers in WP1- Verrijkte publicaties en – WP 2 collaboraties’.
Niet verrassend was zijn constatering dat de meeste ondervraagde wetenschappers daar nog nooit van gehoord hadden.
Hij geeft interessante definities: “Onder Verrijkte Publicaties (VP) worden in deze context bedoeld: Verzamelingen (repositories) van aan elkaar gerelateerde datasets, bestaande uit klassieke wetenschappelijke publicaties en daaraan verbonden onderzoeksdata, modellen, procesbeschrijvingen, visualiseringen en ander gerelateerd digitaal materiaal.”en “Onder Collaboratories worden in deze context verstaan: De infrastructurele voorzieningen in de vorm van software, werkmethoden, standaards en communicatiemiddelen, die de samenwerking vereenvoudigen tussen wetenschappers, onafhankelijk van plaats, tijd, organisatievorm en cultuur.”

Collaboratories worden ook wel: Scholarly Workbench, Virtuele Werkplaats, Virtual Research Environment genoemd, en Verrijkte Publicaties “Scientific Publication Packages” (SSP).

Die SSP haalt hij uit een artikel in het tijdschrift The International Journal of Digital Curation van Jane Hunter (hij geeft daar in zijn literatuurlijst wel melding maar geen URL voor).

Als aardige conclusie komt hij met een uitbreiding van de vragen van wetenschappers: “Naar mijn interpretatie tekenen zich in het onderzoeksterrein niet twee, maar vier interesse gebieden af, in volgorde van ‘veelbelovendheid’:
o Databases
o Verrijkte Publicaties
o Gemeenschappelijke applicaties
o Collaboratories “
……………………………………………………
De vraag van de wetenschappers is luid en duidelijk: “help ons met de conceptualisering, de ontwikkeling en het onderhoud van onze databases.” “

Ik vind dit een aardige conclusie omdat we juist afgelopen donderdag met het VLIZ hebben afgesproken dat we een traject met database (access) instructies gaan beginnen. Voordat je nl. je datasets goed kan opslaan, moet je eerst weten hoe.
Hij onderscheidt 3 soorten verrijkte publicaties:
- publicaties met de daarbij behorende onderzoeksgegevens,
- publicaties, uitgebreid met toevoegingen,
- publicaties, verrijkt met post-publicatie data (zoals waarderingen)

De gevraagde ‘gemeenschappelijke applicaties is zoiets als e-Laborate, een samenwerkingstool van het Huygensinstituut. Dat is een onder iTOR vallende activiteit, die me niet meer actueel lijkt. Als je nu op de website kijkt is het bijgewerkt tot 2005/5. maar er is nog wel een artikel uit 2007 over e-Laborate. Ga ik nog lezen.
En tot slot de Collaboratories, een soort Sharepoint of SAKAI waar Surf zich wel voor wilde inzetten, maar wat nog niet de warme belangstelling van de wetenschappers heeft.
Grappig vind ik ook zijn opmerkingen over de ‘pocket of interest’ die hij bij de wetenschappers signaleert. Wat een uitdrukkingen allemaal!
Weer heel wat interessante literatuur voor de maandagavond, en dat terwijl ik eigenlijk Deeboeks Twitter-link volgde naar de: ´The European Repository Landscape'uitkomst-rapporten van DRIVER. Daar ben ik helemaal niet aan toe gekomen, mijn ‘pocket of interest’ ligt nu eenmaal meer bij de scholarly workbench dan bij de repository.
En dan heb ik het nog niet over de Amerikaanse site met info over collaboratories, met een prachtige collaboratory triangle:



Wetenschappelijke weblogs

In NRC wetenschap stond dit weekend een artikel over wetenschappelijke weblogs. Naar aanleiding van de komende conferentie in de VS: de North Carolina Science Blogging Conference.
De beste wetenschappelijke (Amerikaanse) blogs uit 2006 zijn gepubliceerd in een boek: “ The open laboratory “A collection of 50 selected blog posts showcasing the quality and diversity of writing on science blogs till 2006” Onder redactie van Boris Zivkovic, de man die beheerder is van de ‘online community’ van het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One. Het is zijn taak om mensen te motiveren om artikelen van PLoS One te beoordelen. Carola Houtekamer, schrijfster van het NRC artikel zegt dat er veel van de charme van de weblog verloren gaat als het op papier staat, maar in het onderwijs kan het nog aardig dienst doen. En natuurlijk als voorzichtige introductie voor die wetenschappers die nog niet over de streep zijn, denk ik dan.




Er zijn aldus NRC diverse soorten wetenschappelijke weblogs, bijv. Scienceblogs is een verzameling van wetenschappers die blogt met het doel om de wetenschap naar het grote publiek over te brengen. Dus niet zozeer bedoeld voor vakgenoten. Dat is ander soort weblog weg Brains: over wetenschapsfilosofie. Maar natuurlijk zijn er ook diverse blogs van wetenschappers met een persoonlijk tintje. En een Italiaanse professor uit Missouri zegt in NRC: “ Je ziet de invloed van weblogs niet direct terug in de publicaties, maar het verandert wel je manier van onderzoek doen” . En ook Zivkovic streeft naar meer open peer review.

In Nederland is Wil Roebroeks, hoogleraar archeologie van de Universiteit van Leiden een groot fan van weblogs en gebruikt dat ook om zijn colleges. Maar Gerard ’t Hooft, hoogleraar theoretische natuurkunde in Utrecht daarentegen vindt het maar onzin: Het is een ongecontroleerd medium waar vaak rare ideeën op te vinden zijn” Voor wetenschappelijke discussies verwijst hij naar: arXiv, een online archief waar iedereen met een wetenschappelijke achtergrond of aanstelling artikelen in kan plaatsen en commentaren kan leveren. Onze eigen KNAW-president Frits van Oostrom heeft nog geen weblog, maar gaat er wel een beginnen in het kader van KNAW 200: de magie van de wetenschap, maar zegt hij in NRC: “ dat wordt meer dagboekachtig”.

16 jan. 2008

Een nieuwe bibliotheek


Een aardig boekje dat ‘ Werken aan een nieuwe bibliotheek’ . Weliswaar hebben wij er niets aan bij onze nieuwbouw, omdat het hier gaat om openbare bibliotheken. En wij als kleine academische instituutsbibliotheek verkeren in een geheel andere positie.
Toch toch aardig om te lezen.
En ik heb ook weer een aantal leuke termen geleerd: zo hoort bij het programma van eisen de inrichting van een ‘digitheek’ in andere ob’s ook wel ‘e-centrum’ genoemd.
“ E-centra bieden zowel individuele bibliotheekbezoekers als leerlingen van onderwijsinstellingen (in groepsverband) de mogelijkheid zelfstandig te leren omgaan met informatieverwerving en –verwerking met behulp van nieuwe media”
Geweldig zo’n e-centrum! Dat wil ik ook wel overnemen.
Ook aardig is de verwoording van de kernfuncties van de bibliotheek, zonder bronvermelding: het is kennelijk een algemeen aanvaarde opsomming.
“ Het bibliotheekgebouw moet vertaling van de vijf kernfuncties van de bibliotheek mogelijk maken:
- kennis en informatie
- educatie
- cultuur
- lezen en literatuur
- ontmoeting en debat”
Wat ik in ieder geval als aanbeveling meeneem is dat : “.. de logistiek ondergeschikt is aan de andere functies (dus balies, inname e.d. minder prominent) “.

14 jan. 2008

OCLC rapport sociale netwerken

Het rapport van OCLC over sociale netwerken heb ik dus met mijn e-booklezers in zijn geheel doorgewerkt.
Ondanks dat je in de iLiad wel kleine aantekeningen kunt maken, lukt het toch niet echt om een hele log daarop te schrijven.


Wat mij het allermeest opviel in het rapport is dat ze constateren dat alle webgebruikers ervaren webgebruikers zijn. Het onderscheid tussen digital natives en digital immigrants werd door OCLC niet echt gevonden. Wel was er een klein verschil in gebruik, zo gaan ouderen makkelijker e-mailen, en alle jongeren MSN’en. Maar de meeste webgebruikers zijn ook wel ergens aanwezig op een sociaal netwerk. MySpace dat in Amerika heel populair lijkt kende ik niet en nu zie ik dat er een Nederlandse versie in beta is. Nou laat maar even, ik heb het al druk genoeg met Hyves, Clubs en Facebook, en dan ook nog eens op Bibliotheek 2.0 Ning en een cv op LinkedIN.
De eerste hoofdstukken over het leven op het web (Our digital lives, en Our Social Spaces) vond ik wel interessant. Daarna volgde een saai stukje over privacy en trust, waarbij de conclusie is dat de meeste mensen er wel vertrouwen in hebben dat hun persoonlijke gegevens veilig zijn. Slechts weinigen konden concrete gevallen van schending opnoemen. En hoewel de meeste mensen niet zo sterk op hun privacy staan, wil iedereen wel graag controle over de gegevens die hij prijsgeeft. En dan de hoofdstukken over Bibliotheken en sociale netwerken. Hoofdconclusie is dat iedereen, zowel de bibliothecarissen als de webgebruikers niet van mening zijn dat de bibliotheek een rol speelt, of zou moeten spelen in sociale netwerken.
Vond ik eigenlijk ook. Maar dan lees je weer dat de bibliotheek – met name de Openbare Bibliotheek – ook een rol speelt als ontmoetingsruimte en dan is het idee van de bibliotheek als facilitator van sociale netwerken toch niet meer zo vreemd. Volmondig noemende men de bibliotheek een plaats van boeken, om te leren.
En wat is de conclusie, moet een bibliotheek nu doen:
“Open the library doors, invite mass participation by users and relax the rules of privacy. It will be messy. The rules of the new social Web are messy. The rules of the new social library will be equally messy. But mass participation and a little chaos often create the most exciting venues for collaboration, creativity, community building—and transformation. It is right on mission.”

iLiad evaluatie

Na een moeizame start met de iLiad kom ik tot de conclusie dat het goed werkt om een boek met platte tekst te lezen op de Cybook. Hij heeft een rustig beeld, je kunt lezen onderweg, in bed en overal. Het kan makkelijk in mijn handtas en is licht en na doorlezen van de handleiding goed te bedienen en het installeren van allerlei hulpsoftware.

Voor het lezen van wetenschappelijke teksten met tabellen en grafieken is het beter geschikt. Ik heb geprobeerd het OCLC rapport te lezen en dat is goed gelukt: de lay out kwam mooi over en de tabellen blijven goed staan.
Een wetenschappelijk artikel, zoals die op ons instituut in veelvoud worden gelezen, is moeilijker leesbaar. Je kunt het in landscape zetten, dan blijft de tekst wel enigszins te lezen, maar het is wel erg klein.

Andere opmerkingen:
- luisteren kan niet
- woorden kun je in het opgenomen woordenboek lezen
- geen noemenswaardig energieverbruik, hoewel meer dan Cybook
- up- en downloaden gaat makkelijk
- uitbreidbaar met SD kaart en USB-stick, waardoor je een grote hoeveelheid informatie kunt meenemen
- niet geschikt voor foto’s vanwege zwart-witscherm
- niet doorzoekbaar, zoals online boeken
- je kunt aantekeningen maken
- aantekeningen worden als afbeelding opgeslagen
- bedieningsknoppen zijn goed (flipbar is handig)
- reset-knop niet echt nodig gehad
- opstarten is wat traag
- inzoomen kan, maar geeft soms vreemd beeld en je kunt in zoom niet scrollen
- niet kopiëren en plakken
- geen bookmarks
- afhankelijk van het soort e-book (formaat) zijn andere softkeys (tools) aanwezig, is lastig

6 jan. 2008

Lezen op iLiad

Hele middag bezig geweest om alles te installeren, een account temaken bij iRex technologies (herkent me nu wel bij MyiRex, maar niet bij ‘gewone’ login?) en software updates gedownload. Vervolgens via de Mobipocket Desktop Reader mijn boeken, artikelen en pdf"s op de iLiad gezet.
eNews, de RSS feeds die ik in de Mobipocket desktop reader had aangemaakt plaats hij onder BOOKS, Mobipocket en niet onder NEWS. Zelfs toen ik ze handmatig naar die map kopieerde wil hij ze in de iLiad niet laten zien onder nieuws. Ben benieuwd wat daar dan wel in kan. Kan het in de handleiding ook niet zo gauw vinden. Maar er zit dus een vreemde onlogica in de opbouw. Het nieuws en de pdf documenten die in Mobipocket formaat zijn opgemaakt komen onder Books- Mobipocket. En de e-books in pdf onder DOCS.
Het leek mij op het eerste gezicht handig die knopen, zeker omdat er geen algemene knop is om naar de inhoudsopgave te gaan, maar dat is wel chaotisch zo.
Kon wel het volledige OCLC rapport (zie mijn Cybookervaringen) openen in de iLiad en ook het Science Direct artikel. Het wordt geschaald naar het vensterformaat van de iLiad (dus van A4 naar A6) dat wil ongeveer zeggen dat er een fontsize 7 overblijft. Beetje klein,mar met goed licht goed te lezen. Je kunt pdf’s ook vergroten, daarvoor klik je op een softkey en daarna markeer je het stukje tekst dat je wilt vergroten. Helaas gaat doorbladeren dan niet meer goed, want je kunt niet scrollen. Dus je moet telkens terug naar het originele formaat, bladeren en dan weer inzoomen. Maar komt toch veel beter over dan het verhaspelde bestand in Mobipocket.
Lezen gaat goed, maar in stilte. Er zitten wel speakers in en aansluiting voor een koptelefoon, maar de software ondersteunt (nog) geen mp3. Jammer, want van Bach krijg ik nooit genoeg.
De beginpagina heb ik nu gezet op het laatst gelezen document/pagina. Dat is wel handig. En ook die aantekeningen zijn wel leuk. Worden uiteindelijk als plaatje (png-bestand). Kun je dus niet kopiëren. Ik probeerde tevergeefs een stukje tekst te markeren en kopiëren. r is wel een soort outbox, waarin je notes kunt bewaren en die worden dan bij synchronisatie op je PC gezet door die ‘companion software’.








iLiad


Tweede lezer: de iLiad. Groter en zwaarder dan de Cybook en ook wat ingewikkelder. De handleiding heb ik doorgenomen en ik heb wat heen en weer gebladerd door het apparaat en de verschillende toepassingen bekeken.
Op de voorkant van het apparaat zitten vier knoppen waarmee je naar de verschillende nieuwssoorten kunt gaan: News, Books, Docs, Notes. Daar krijg je een lijst als inhoudsopgave. Er is ook een andere knop rechtsboven op het apparaat met ene icoon erop voor menu, maar dat brengt je naar de inhoudsopgave van Apparaatbeheer.
Met de Cybook kon je met een knop terug naar het hoofdmenu, maar dat kan hier niet. Wel aardig is dat je een USB stick in de iLiad kunt laden en dan lezen wat daarop staat. De route naar de inhoudsopgave van de USB stick is dan via Apparaatbeheer. Wellicht kan ik dat nog anders organiseren, maar op het eerste gezicht is dat niet helder.
Het scherm leest lekker, hoewel iets meer schaduwvorming dan bij Cybook. Maar de letters zijn scherp en duidelijk. Het bladeren met de flipbar is een uitvinding. Met een simpele zijwaartse beweging met je linkerduim ga je naar de volgende pagina. Geweldig!
Tijdens het lezen komt er op het scherm ook een werkbalk met softkeys. Die softkeys worden bediend door een stylus. Dat is niet gewoon een aanwijsstokje zoals op mijn PDA, maar er zit een hele technologie achter. En wel Electro-Magnetic Resonance (EMR) technologie. Dat bestaat dus uit een stylus en een digitizer. Die digitizer zit achter het elektronisch papier en zodra je de stylus uit zijn opbergvakje haalt wordt die geactiveerd en meet de positie van de stylus, waarna je met de stylus bepaalde acties kunt uitvoeren. Zoals het activeren van een softkey uit de werkbalk, het kiezen van een toepassing of het volgen van een link. Je kunt de stylus ook in ‘pen’ mode zetten en dan kun je schrijven en tekeningetjes maken. Het is de techniek van Wacom Penabled, die ook gebruikt wordt voor Tablet PC’s. De stylus na gebruik wel weer in zijn eigen vakje opbergen want na een tijdje van inactiviteit wordt de digitzer weer gedeactiveerd.
Werkt erg leuk.
Ik heb nog geen verbinding gelegd met de computer want daar staan hele verhalen over in de handleiding hoe ik dat moet doen: eerst map bepalen en vervolgens een account maken bij iRexTechnologies. Daar ga ik vanmiddag eens voor zitten. De iLiad werkt met een travelhub, die je ook op het netwerk kunt aansluiten. Dan kun je via IDS service (iRex Delivery Service) updates van de software ontvangen.
Ook wordt aanbevolen om speciale iLiad companion software te installeren op je computer. Enfin, het opstarten valt dus nog niet mee. Maar het heeft wel veel mogelijkheden.

1 jan. 2008

NetLibrary

Op oudjaar ben ik nog naar mijn OBA filiaal gegaan en daar heb ik, conform de e-book-handleiding op de OBA site – een NetLibrary account aangemaakt.
Het aanmaken van het account was heel eenvoudig, inloggen en dergelijke lukte prima.
Door dit account heb ik nu toegang tot de eContent Collectie van NetLibrary van de OBA.
Op de website van NetLibrary lees ik dat er meer dan 160.000 e-books in de totale collectie zitten. De OBA heeft daarvan in zijn eContent collectie 3465 publicly accessible books (bijv. uit het Gutenberg Project) en 123 e-books, vrnl uit de jaren 2005 en 2003.
Niet erg indrukwekkend.
Ik heb het lijstje met de 123 e-books doorgelopen en er een paar bekeken. Ze worden opgeroepen in een pdf per pagina. Je kunt deze pdf’s downloaden en printen. Maar pagina voor pagina is dat wel een werk. Het schijnt ook mogelijk te zijn, wanneer de verstrekkende bibliotheek een Adobe Content Server (ACS) Gateway License heeft dat je een boek kunt downloaden en naar een handheld zetten (PDA en wellicht ook e-booklezer). Ook kan het zijn dat je een boek kunt lenen. Maar ik heb die download en/of uitleenknop nergens gezien. Ik ga er maar vanuit dat OBA die mogelijkheid niet biedt.
NetLibrary biedt in principe dus e-books aan in de vorm van online boeken. Je moet ze dus op het scherm lezen. NetLibrary is het e-book-concept van OCLC.
Besprekingen over NetLibrary dateren meestal van 2004/2005 en hoewel het toch wel wordt aangeboden door de grote bibliotheken lijkt het niet echt een grote vlucht genomen te hebben. Terwijl een blogger wacht op de compatibiliteit met een goede e-booklezer zegt de andere blogger dat het hele NetLibrary concept niet levensvatbaar is, omdat ze alle nadelen van gewone boeken (uitleningen enzo) meenemen in het e-concept.