28 apr. 2008

Schets Nieuwbouw

Donderdag 24 april 2008 werden de tekeningen voor de nieuwbouw gepresenteerd, door de architect, aannemer en installatiebedrijf. De presentatie vond plaats in een collegezaal in het Forum-gebouw van de WUR in Wageningen.
Voorafgaand aan de definitieve tekening is er al heel wat gediscussieerd in de projectgroep en de klankbordgroep. Er zijn al diverse plattegrond over en weer gevlogen. Onze facililitair manager maakte er een geestig verslag van. Aanwezig waren mensen van het NIOO uit Nieuwersluis en uit Heteren en via Wur-tv ook uit Yerseke. Ook aanwezigen van Raad van Advies, bouwproject mensen van WUR en pers.
Het spannendste moment was de presentatie van de architect. Zij vertelde hoe ze met de uitgangspunten: duurzaam, compact, markant en leidend principe is cradle2cradle. Ze vertelde over hoe ze de sfeer en werkwijze heeft geproefd op de instituten en het trof haar hoe high tech werkzaamheden in laboratoria en achter computers doorspekt werden van persoonlijke en informele uitingen. Het contact met buiten zou ook in de nieuwbouw een duidelijke plek moeten krijgen.
Het uiteindelijk resultaat gaat een gebouw worden dat in oost-west richting langs de straat (Mansholtlaan) wordt gebouwd. Het complex bestaat uit een hoofdgebouw, voornamelijk van glas en bijgebouwen van hout en een tuin met vijvers.
Het hoofdgebouw heeft een gesloten gevel aan de straatkant (glas met horizontale houten luifels) waar de laboratoria gehuisvest worden. Die worden mechanisch geventileerd.
Aan de tuinkant komen de kantoren, die een natuurlijke ventilatie krijgen en ook individuele zonwering. In het midden komt dan over de hele lengte de opslag en werkruimtes die minder licht en lucht nodig hebben.
Het geheel wordt 2 verdiepingen hoog en daarboven op komt een houten vierkant blok van nog eens twee verdiepingen waar de kantine en de colloquium zaal in worden ondergebracht. De kantine krijgt dan ook een uitloop naar het dakterras. De daken zijn groen. En om voldoende licht in het gebouw te krijgen zijn er drie vides, zodat het een luchtig geheel wordt.
Op het plaatje ziet het er erg leuk uit.



Er komen houten bijgebouwen en een overdekte houten loopgang naar de bijgebouwen, met werkruimtes voor werk aan vijvers en volières.
Daarna was het tijd voor een technisch praatje voer de constructie: kolommenstructuur, geen liggers en lucht-beton en betonkernactivering voor verwarming. En een praatje over de energievoorziening en de experimenten die ze gaan opzetten voor met name de algenvergassing en HT (hoog temperatuur)warmte-opslag van energie die gewonnen is met zonne- en algencollectoren.
De plannen zijn dat de bouw start in januari 2009 oplevering volgt dan in maart 2010.

23 apr. 2008

Hormesis

Onlangs een seminar bijgewoond van een van onze onderzoekers die zocht naar het effect van pesticiden op watervlooien. Watervlooien (wetenschappelijke naam is: Daphnia) zijn bij ons een geliefd studieobject. Voor het voorkomen van pesticiden in Nederland verwees hij naar de pesticidenatlas (In het Nederlands: bestrijdingsmiddelenatlas).
Over het algemeen zie je dan dat het drinkwater met name in de regio Rotterdam-Rijnmond tamelijk belast wordt.
Tot zijn verrassing vond onze onderzoeker dat bij een lage dosering van pesticiden een positief effect gevonden werd. Dat is een bekend verschijnsel en heet ‘ hormesis’. Volgens Wikipedia: “ Hormesis of hormese (Grieks: 'prikkeling') is het biologische effect dat een stof die in hoge dosis schadelijk is, bij lage dosis positieve effecten kan hebben.” Op dit principe zijn zowel de praktijken van vaccinatie en homeopathie gebaseerd.
Wikipedia verwijst naar de Dose-Response organisatie, die zelfs een tijdschrift uitgeven genaamd: BELLE: Biological effects of low level exposure.

22 apr. 2008

Toekomst ws bibliotheken

Via het innovatie-praatje op CIL (H. Blowers & R. Tennant: Innovation starts with an ‘I’) kom ik bij een paper van David W. Lewis getiteld: ‘ A model for Academic Libraries 2005 to 2025’.
Hij begint met een aansprekende uitspraak van Yogi Berra: “ You’ve got to be careful if you don’t know where you’re going ‘cause you might not get there!”

Maar vervolgens blijkt hij wel enige idee te hebben waar het naar toe gaat:
- migreer volledig van print naar elektroniuch
- conserveer pieren collectie die bewaard moet blijven en zorg voor toegang wanneer dat nodig is
- herontwikkel de bibliotheekruimte tot informele studieruimte
- herpositioneer de bibliotheekmiddelen, bronnen en kennis zodat ze meer ingebed liggen in opleiding en onderzoek
- verleg de focus van collectievorming, naar het duurzaam beschikbaar maken van (eigen)content
Wat betreft het herinrichting van de bibliotheekruimte refereert hij aan het idee van ‘information commons’ of zoals het nu heet ‘learning commons’; op Cil werd daar ook diverse malen aan gerefereerd. En dan gaat het over het ‘learning beyond the classroom’
Het gaat dan om het aanbieden van individuele en groepswerkplekken, waarbij studenten m.b.v. aanwezige technologie en ondersteuning een verscheidenheid aan taken kunnen uitvoeren.
[Ik zal a.s. donderdag bij de presentatie van onze nieuwbouw nog eens extra opletten, of wij ook gelegenheid krijgen om iets dergelijks uit te bouwen. In ieder geval zou kik wel graag een kleinschalige instructieruimte (bijv. 4 pc’s) willen, die voor instructie en samenwerking gebruikt kunnen worden..]
Hij verwijst voor informatie over het Information Commons concept naar de Information Commons conferentie in 2004 en naar ‘Collaborative facilities” uit 2006.

Tot slot geeft hij nog een overzicht van strategieën die naar succes leiden:
- zorg dat producten en diensten betrouwbaarder en klantvriendelijker worden
- gebruik verkennende strategie die eerder op leren dan op succes gericht zijn
- kleine projecten moeten snel resultaat hebben, mar neem de tijd bij grote projecten
- begin met kleine projecten die tegemoetkomen aan niet al te veeleisende gebruikers
- vraag niet aan gebruikers wat ze willen, maar kijk hoe ze verschillende middelen gebruiken
- geef de voorkeur aan standaarden die het opknippen in modules van de wetenschappelijke informatieketen mogelijk maken
- voeg waarde toe
- gebruik technologie om nieuwe benaderingen te zoeken

En zegt hij ook nog als uitsmijter, ‘als individu moet je investeren in jezelf, om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en nieuwe zienswijze’. Ben ik het helemaal mee eens! Ik ga niet voor niks helemaal naar Washington.

21 apr. 2008

CIl evaluatie

En was het de moeite waard?
Bijzonder is in ieder geval om 2000 collega’s bij elkaar te zien. Behalve die ene keer in Londen op het ICML congres in 2000 is mij dat nog nooit overkomen.
Alleen al de mogelijkheid om je vier dagen lang onder te dompelen in informatie-uitwisseling over het informatievak maakt het al de moeite dubbel en dwars waard.
Uiteraard was er veel -2.0 – in het programma: bibliotheektoepassingen gebaseerd op web 2.0 applicaties die een interactieve en modulaire opbouw hebben. Er werd veel gesproken over RSS, social bookmarking, tagging, gaming, youtube, flickr, facebook e.a. zogenoemde sociale software.
Veel verhalen over de toepasbaarheid daarvan in de context van de bibliotheek.
Het thema van de conferentie: “ Innovative change: integrating high tech with high touch” geeft dat al aan. Het ging om moderne technologische toepassingen, maar veel aandacht gaat uit naar het introduceren daarvan bij de doelgroepen. Er werd uitbundig gesproken over samenwerking en over ‘communities’. Communities moet je dan begrijpen als gemeenschappen, maar ook doelgroepen.

Ik blijf het begrip community lastig vinden. Opgezocht in Merriam-Webster online dictionary:
Main Entry: com•mu•ni•ty
Pronunciation: \kə-ˈmyü-nə-tē\
Function: noun
Inflected Form(s): plural com•mu•ni•ties
Usage: often attributive
Etymology: Middle English comunete, from Anglo-French communité, from Latin communitat-, communitas, from communis
Date: 14th century
1: a unified body of individuals: as a: state, commonwealth b: the people with common interests living in a particular area; broadly : the area itself (the problems of a large community) c: an interacting population of various kinds of individuals (as species) in a common location d: a group of people with a common characteristic or interest living together within a larger society (a community of retired persons) e: a group linked by a common policy f: a body of persons or nations having a common history or common social, economic, and political interests (the international community) g: a body of persons of common and especially professional interests scattered through a larger society (the academic community) 2: society at large 3 a: joint ownership or participation b: common character : likeness (community of interests) c: social activity : fellowship d: a social state or condition


Er werd veel gesproken over communities zijnde de gemeenschap die een OB bedient. In ieder geval klaagde een collega erover dat er dit jaar erg veel OB in het programma zat. Waarschijnlijk ook omdat veel van die leuke 2.0. –dingen, zoals het organiseren van fotowedstrijden en reclamefilmpjes maken, tamelijk eenvoudig zijn op te zetten. Ik zie me hier toch nog niet zo gauw een foto-wedstrijd opzetten, hoewel community-building op Flickr ‘gewoon’ ook mogelijk is.
Nadrukkelijk is IM nu als een regulier onderdeel van je bibliotheekservice. En het toestaan om je catalogusitems te taggen en er een RSS op te nemen. Dat zijn allemaal wel zaken die ik binnen afzienbare tijd kan realiseren. In principe heb ik al een Library-account voor chatten en ben ik af en toe als bibliotheek op MSN en vanaf morgen beginnen we ook met een online catalogus met tag- en rss-mogelijkheid.
Andere zaken zijn veel meer verbonden aan de technische mogelijkheden, bijv. heb ik al een jaar geleden gevraagd of we ook nie tintern zouden kunnen bloggen, kan wel, maar dan moet wel eerst de intranetsite opnieuw worden ingericht. En dan het aan de man brengen van de vernieuwingen. Met Surfgroepen proberen we een discussiesite te runnen, maar het valt niet mee mensen te blijven motiveren. Advies: probeer andere ingangen en probeer het niet te veel te sturen. Jawel, een van de adviezen van Helene Blowers, zie haar presentatie over “Innovation starts with an I”.
Het was leuk, boeiend en ik heb er veel van opgestoken. Maar volgend jaar?




14 apr. 2008

Na de conferentie

Airplanes photo by Rob


Na de conferentie had ik nog twee en een halve dag voor toeristische activiteiten.
En jawel in Crystal City startte een leuke straat tentoonstelling waarbij allerlei kleine vliegtuigjes versierd zijn en opgesteld in alle straten van Crystal City onder de naam Crystal Flight.




Maar we wilden toch naar Washington aan de andere kant van de Potomac rivier.
Eerst naar de Library of Congress.
Om aan te geven hoe groot die gebouwen zijn zie je mij op de foto naar de ingang van het LoC Madison gebouw lopen. Er zijn nog 3 andere gebouwen.




En daarna zijn we vanaf het Capitool de hele National Mall, met al die Smithsonian musea afgelopen. We hebben gelunchte in de National Gallery Sculpture Garden, en dat is meteen ook het meeste wat we van die immense museumcollecties gezien hebben.
Naar het Witte Huis en naar het Lincoln Memorial en vervolgens een rondrit door de stad naar de nieuwe National Cathedral en door Georgetown.
Groot, indrukwekkend en soms zelfs een beetje megalomaan. Maar ook schoon, vriendelijk en zonnig. Gezellige straten in Georgetown en de huizen weer op menselijke maat. We hadden geluk juist in deze tijd te komen nu du kersenbloesem nog zachtrose bloeit.



Maandag weer terug aan het werk. Beetje wazig nog. En als taak ligt nog het schrijven van een evaluatie over de conferentie.
In ieder geval vind ik het live bloggen een fantastische manier om de presentaties goed te verwerken, zeker als je een goede internetverbinding hebt, zodat je gelijktijdig aanvullende sites kunt bekijken of iets kunt controleren.


vliegtuigfoto van Rob en Washington foto's door DymphieH

9 apr. 2008

Over 20 en de universiteitsstaf

Talking 2.0 to Faculty door Sarah Faye Cohen, die blogt als sheckspot.

Met ‘faculty’ wordt in USA wordt ook bedoeld de academische staf van een universiteit.
De bibliotheken gebruiken 2.0 technologie en de studenten gebruiken technologie, maar de stafmedewerkers?
Leckie, Gloria. Desperately Seeking Citations: Uncovering Faculty Assumptions about the Undergraduate Research Process. The Journal of Academic Librarianship. (May 1996), 201-208
Hoe ziet de staf technologie: vaak als een voor of tegen mening
Ecar study stelt dat IT in courses improves learning.

Duidelijk staat daarin dat studenten van mening zijn dat de docenten meer vaardigheid moeten krijgen in het gebruik van IT en hoe ze die effectief kunnen integreren in hun lessen.

Een tweeweg benadering: nadruk op de persoonlijke aspect: het is wel degelijk ook voor jou, niet alleen voor in de klas maar ook voor daarbuiten. En het logistische aspect: er wordt een andere taal gesproken, maar je hoeft niet alles zelf te doen. Bijvoorbeeld de video’s van Commoncraft (bijv. Twitter in plain English) is een goede hulp. En bij dit aspect hoort ook de vraag: waar moeten we beginnen.

Sarah noemt het de ‘ Facebook mentality’ : ga waar de mensen zijn, zoek de staf op en luister naar wat ze aan het doen zijn. Speel daar op in met tactische voorbeelden en stimuleer iedereen die iets doet door uitbundig te prijzen.
Werk met ze samen en neem niet meteen zelf het initiatief om ze te zeggen wat ze moeten doen.
Neem kleine stappen: begin niet met Second Life,maar doe het wat eenvoudiger en sluit aan bij wat mensen nodig hebben..
Voorbeelden van 2.0 toepassen voor docenten:
* blogs: zet een blog op als instructiemateriaal, laat studenten hun naam in het ‘label’ veld zetten. geef ze bijvoorbeeld de opdracht dat iedereen 4 postjes moet doen. Dat stimuleert ook de schrijfstijl van de studenten omdat iedereen het kan lezen.
*digg. Een nieuwssite in de vorm van een combinatie van sociaal netwerk, sociale bookmarkingsite , blogs enz. en ook als je als docent het niet zelf wilt gebruiken doe het dan samen met je studenten.
* Flickr. Gebruik bijvoorbeeld de ‘gone gallery’ van David Silver (wie is er nu ‘gone’ ?)
* youtube. laat studenten zelf een reclamefilmpje maken.
Deel het bibliotheeksucces met de staf, ga naar ze toe en geef presentaties en publicaties ook voor staf en niet alleen voor medebibliothecarissen.
De technologie veranderingen zijn niet alleen op de computer uit te leggen, maar vooral in het persoonlijke gesprek of in kleine groepen.

Echt een goede presentatie! Het zijn niet alleen de jongeren die informatievaardigheden op 2.0 gebied bij moeten leren, maar ook de begeleiders. Een mooie afsluiting van een geweldig congres!

Checklist Outreach 2.0 in Bibliotheken

Online Outreach Libraries: Successful Digital Marketing door Sarah Houghton-Jan blogt als Librarian in blackVerbind de gebruikers met de bibliotheek en de bibliotheekstaf. Online kan iedereen je gebruiker zijn..
-hoe vind je telefoonnummers?
-laat je vermelden op Google maps
-laat je vermelden in bibliotheekgidsen
-zorg dat je zoekbaar zijn in zoekmachines
-url moet makkelijk zijn
-meerdere domeinnamen
-vul evenementen in overall agenda (bijv. LibraryThingLocal)
-link love: vraag een link op een andere website
-vermelding in wikipedia
-iGoogle gadgets (search gadgets for your catalog)
-blog search engines
-blog geo search engines
-social review websites (wat wordt er over je gezegd)
-social network sites
-WiFi directories
-local blogs and forums
Als je deelneemt aan interactieve forums antwoord dan als persoon. Niet als institutie en zakelijk,maar rustig en vriendelijk.
-neem jezelf op als expert (bijv. http://allexperts.com/).
-geen e-mail nieuws en rss feeds uit
-virtual reality connections
-instant messaging en maak er reclame voor
-sms
-interactieve website (online library identity)
-audio en video vindbaar maken in algemene gidsen
-twitter
Mak een marketing plan om prioriteiten te stellen, begin eenvoudig en breidt later uit naar zaken die meer onderhoud vergen. En hergebruik informatie.

Leuke lijst met kleine zaken die je kunt doen.


Geef je marketing een tweede leven

Giving Your Marketing and Advocacy a Second Life door Nancy Dowd, die blogt over marketing en over video’s en Paula Vitakis.

De nieuwe media eisen transparantie “the antidote for bad information is more informaton”. Eerlijkheid is vereiste, ook voor bedrijven. Blijf authentiek en neem kleine stapjes.
Aanbevolen boek: Seth Godin: "Meatball Sundae: is your marketing out of sync"
Luister naar je doelgroepen. New micro community, er vormen zich rondom van alles kleine netwerken, die met elkaar een product maken en meningen geven. Mooi voorbeeld is het sketchbook waaraan iedereen met kunstuitingen mee kan werken.
Vetrouwen is waar het om draait als je informatie zoekt, meer nog dan expertise.
Wat kun je doen om andere mensen er bij te betrekken om iets voor ons te doen. Vraag om input en laat dat zien.
Nancy laat in een aantal dia’s – in hele kleine letters, maar mooie plaatjes – wat voorbeelden zien van bedrijven die proberen de proberen de klanten te betrekken bij het bedrijf als vorm van marketing. Bijvoorbeeld in de vorm van ideeënbus, of commentaren geven bij voorkeur in wedstrijdvorm.
Paula Vitakis benadrukt het delen. 2.0 is sharing. En probeer ook belangrijke mensen voor je te laten spreken. of laat ze (de leiders/managers) optreden als avatar in Second Life. Ze raadt aan te kijken naar bijvoorbeeld de website van epolitics.com om te zien hoe zij tips geven bij het promoten van politieke activiteiten.
Als het niet lukt, ga dan terug naar de gebruikers en vraag ze wat ze dan wel willen.
Een deelneemster vertelt over haar 2.0 project in Mid-York Library. een experiment gericht op volwassene, een tijdelijke campagne rond thema globalization. Was redelijk succesvol, en zeker de spinn off was goed, omdat zij nu als experts op het gebied van nieuwe media worden gezien.

Track Switch

One Click Ahead: Best of Resource Shelf door Gary Price.
Een kijk je in de keuken van Resouceshelf en Docuticker.
Ze lezen voor wat er op hun presentatie staat en laten de sites zien. Een eindeloze opsomming.

Hierbij verlaat ik track A, Search Engines en ga naar track E Web 2.0 Planning & Managing. Deze track wordt gemodereerd door Donna Scheeder. Over haar heeft Stephen Lighthouse geblogd over bibliotheekbeleid:

CIL organisatie

Op deze laatste dag ben ik weer onder de indruk van de ontbijt-organisatie hier in het Hyatt. Dit staat in schril contrast met de computer-organisatie. Dat waar het toch om gaat hier op CIL. De Internettoegang is allerbelabberdst. De WiFi is soms helemaal niet bereikbaar, soms valt het weg, en je bent helemaal blij als het in ieder geval 5 minuten in de lucht blijft. Ik ben blij dat we als verblijfshotel het Marriott Courtyard hebben gekozen, daar is de WiFi toegang eigenlijk altijd wel goed. De escape is dan om vanuit het conferentiehotel naar boven te gaan en in de receptie ruimte van Hyatt kun je de WiFi van Marriott oppikken. Zucht!



De centrale ruimtes zijn prachtig! Vanuit de receptie van het Hyatt hotel ga je naar beneden naar de Registratie balie en dan kun je op dezelfde etage naar de Exhibits Hall. Nog een verdieping naar beneden kom je in een grote ruimte die als doorloop ruimte /lobby wordt gebruikt. het is de ontbijt ruimte en tijdens de lunchtijd staan er tafels. De lunch is niet inclusief, maar je kunt op verschillende plaatsen broodjes en/of salades vinden. Het is erg mooi, als je bijvoorbeeld van de derde etage naar beneden kijkt.

De programma-organisatie zit in principe goed in elkaar: iedere dag beginnen we met een plenaire keynote in de grote Regency ballroom zaal. En daarna kun je in afzonderlijke ruimtes verschillende tracks volgen. Er zijn vijf tracks en daar tussendoor kun je ook nog kiezen voor zogenoemde cybertours, korte productpresentatie in de Exhibit Hall. De koffie is in de Exhibit Hall (want gesponsord door exhibitioners). Er is ruim tijd tussen de verschillende presentaties, dus je kunt gemakkelijk heen en weer switchen. Er is een receptie, en er zijn geselecteerde avondprogramma’s.

De tracks volgen een speciaal thema en worden gemodereerd. Wat mij hierbij opvalt is dat er nauwelijks een inhoudelijke introductie komt en al helemaal geen afsluitende samenvatting van de track. De presentaties in de track hangen dan ook als los zand aan elkaar. Dat is jammer, want het is wel fijn als je een soort ijking krijgt van waar je in een onderwerp bent en wat de relatie is met de andere presentaties. [Dat vond ik vorig jaar bij Ticer zo geweldig van de dagvoorzitter Norbert Losseau, overigens nog nooit en later ook niet meer zo’n goede moderator meegemaakt!].
Buitengewoon jammer vind ik het dat er geen afsluitende ceremonie is, zoals het bij Eahil gebruikelijk was. Al was het maar een afsluitende plenaire bijeenkomst. Nu gaat het een beetje als een nachtkaars uit.

Speed searching


Speed Searching: Tips & Tricks for Speeding Up the Search door Greg Notess, schrijver van het boek Teaching Web Searching Skills.

Bij deze presentatie kwam wat later binnen, omdat ik vanwege de onvoldoende internetverbinding vertraging had opgelopen. Kan het nauwelijks meer volgen.
Hij somt achter elkaar allerlei tips op, maar die kan ik ) niet controleren want ik zit weer WiFi-loos beneden, en b) hij lijkt heel duidelijk te spreken, maar ik kan de woorden niet goed volgen.
Ik doe maar verder geen poging om inhoudelijk hier iets over te zeggen, maar zal wat termen verzamelen en opsommen:
- bookmark lets
- copy & paste
- search switching
- database checker
- search suggestions
- federated search
- overlap in web search
- Google cut-off
- single search system
- tabs(or more…)
- browser search box
- cross engine searching
- book searches two steps: Amazon (book)– phrase from excerpt (full text)
- search transfer bookmark lets
- customized Google
- toolbars
- answer.com
- download small programmes

Is Gaming dan toch nuttig?

Keynote — Gaming, Learning, & the Information World door Elizabeth Lane Lawley.

Mensen zijn op zoek naar geluk, en omdat dat IRL niet zo voor de hand ligt zoeken ze het in de virtuele wereld. Mary Poppins : ‘in iedere baan zit een beetje fun. En als je dat ziet, dan wordt werken een game.’ en we kijken naar het fragment waarin ze zingt ‘ Spoonful of sugar'. Het lied heeft als slotfrase: “Their task is not a grind”
De grind is het repeterende element in een game waarmee je naar een hoger level gaat. Artikel ‘ In praise of the grind' in Terra Nova. [Vanwege het irriterende wegvallen van de WiFi verbinding kon ik het artikel zelf niet lezen, moet dus later als ik met Marriott kan verbinden]

Veel mensen steken veel tijd in het herhaald oefenen en bezig zijn tot je een beloning krijgt: nl de toegang tot een volgende niveau. De beloning: punten, of een volgend niveau is een vorm van erkenning. Als je een serieuze opdracht vertaald naar een spel, een game, dan wordt het veel leuker en aantrekkelijker om daar aan deel te nemen.
Dart zijn nog spellen in de echte wereld, maar er zijn ook games die ‘blur the boundaries’ . Bijvoorbeeld Chore Wars, een spel waarmee je corvee thuis als een soort wedstrijdje kunt opzetten, waarmee je punten (en later bijv. zakgeld) kunt verdienen. Of iets als Seriosity Attent, waarmee je voor ieder verzonden e-mail punten moet betalen (weerhoudt je ervan om in het wilde weg te cc-en).
Nieuw is PMOG: Passively Multiplayer Online Gaming, dan kun je spelletjes spelen met website. Wil ik nog wel eens nakijken. Daar kun je ook veel mee in een leeromgeving, in een bijzondere vorm van attendering. je kunt boodschapjes, barrières e.d. op websites neerzetten voor anderen.
Games as gateway drugs. overstapje naar de echte wereld.
Met van je Flickr foto’s Moo.com kun je ook visitekaartjes maken, om zelf toch iets tastbaar maken van de virtuele wereld. Je wilt niet alleen maar virtueel zijn, maar een verbinding met de echte wereld.. Breng de virtuele wereld terug in de werkelijke wereld. Dat is een belangrijke opdracht voor de bibliotheek..
Leuke presentatie. Ga ik eindelijk nog eens het nut van gaming inzien!

8 apr. 2008

Tijd maken voor web 2.0

Leading Technology in Libraries: Making Time for Web 2.0
Gina Millsap; over haar in de rubriek Show and Tell in Library Journal en door David Lee King beide van de OB in Topeka & Shawnee County .
Ze begint met technologie en hoe belangrijk dat is, zelfs zo belangrijk dat er een speciale techpresident website is ‘how the candidates uses the web and the web is using them’ .
Technologie was altijd al belangrijk voor de bibliotheek, alhoewel er ook belangrijke obstakels zijn.
Als vervolg op de blog van Tasha Saecker over Library Director 2.0 heeft Gina en aanvulling Library Director 2.1. Tasha legde de nadruk op luisteren en persoonlijk contact. Gina noemt geld en op feiten gebaseerde beslissingen belangrijk. Mensen zijn belangrijk, niet de zaken. Organiseer je vanuit je prioriteiten. De digitale branch is ook belangrijk en moet alle services bieden, en ook nieuwe cutting edge ervaringen.
David Lee King neemt het over van Gina Millsap door verder te spreken over tijd vrijmaken voor web 2.0.
Waarom zou je web 2.0 moeten doen?
Niet alleen om contact te maken met de volgende generatie, maar ook ouderen bijv. in e-bay (marktplaats in Nederland). Dat zijn ook online communities. leer jongeren en ouderen om met web om te gaan, om informatievaardigheden te ontwikkelingen. Leer je gebruikers om je op de bibliotheek te abonneren (als je rss op je catalogus zet, leer mensen ze dan ook te gebruiken). Bespaar tijd, bijv. IM kan sneller zijn dan telefoon. Gebruikers willen deelnemen en onderdeel van de groep zijn. Wordt een community leider en ook omdat het een ‘cool’ vak is.
Hoe vind je de tijd?
Door van focus te veranderen, door je prioriteiten te veranderen. Ook door je tijd in te delen: neem web 2.0 activiteiten op in je agenda. Je kunt alleen leren door te experimenteren en trainen (bijv. 23 dingen). En je moet tijd krijgen voor training. je bibliotheek is mobiel!
Leuke pesentatie van een leuk stel.

Alerts in Science Direct


Cybertour: Personalizing Platforms for Scientific Discovery door Armond S. DiRado van Elsevier.
Als tussendoortje doe ik vandaag een zogenoemde ‘cybertour’ . Dat is een soort productpresentatie. Omdat ik probeer onze onderzoekers te stimuleren om alerts te gebruiken, leek mij een presentatie over personalisatie voor onderzoekers wel interessant.
Armond nam het over van een zwangere collega, en dat was te merken. Hij deed zijn best, maar het klonk allerbelabberdst. Het ging voornamelijk over ScienceDirect (Elseviers platform voor online tijdschriften en boeken).

De reden voor het personaliseren van web bronnen kunnen de onderzoekers sneller zoeken en toch meer output downloaden.. Search alerts werd in een onderzoek gezien als een kritische succesfactor, evenals het vertrouwen in de bron.
Elsevier heeft dit gedaan op verzoek van gebruikers om sneller te kunnen zoeken en met minder muisklikken.
Voorbeelden: Search alerts, Citation Alerts, Topic Alerts, Volume/issues Alerts
Recent actions en Favorite journal list.
50-75 % sneller resultaat als je deze personalisatie alerts toepast. En het blijkt dat ook mensen die alerts hebben meer data gebruiken dan de anderen

In ScienceDirect kun je een eigen homepagina opzetten, waarmee je kunt aangeven wat jouw voorkeuren zijn, maar ook met Quick links linken naar andere websites, die niet noodzakelijkerwijs Elsevier. De alerts kun je benaderen via de alerts knop. Citation alerts in SD gaat per artikel en niet voor een aantal. Maar desalniettemin kan ik wel eens kijken of ik er een duidelijkere instructie kan maken voor de onderzoekers. Hij stuurt me in ieder geval zijn PowerPoint op, want die staat niet online.

Dat van die homepagina wist ik niet, moet ik toch eens uitproberen. Ik heb een persoonlijke registratie in ScienceDirect, maar dat werkte soms wat moeizaam.
Probleem is natuurlijk ook dat je alleen maar in Elsevier tijdschriften zoekt als je in SD zoekt. En wij propageren het bredere zoeken in Web of Science.

Aanvulling: de ppt in mijn e-mail ontvangen en op mijn site gezet.

Library Sandbox - Information Commons


The Library Sandbox: Testing Innovative Ideas door
Barbara Tierney, medeauteur van een boek over Information Commons (of Learning Commons of Scientific Commons) getiteld: “Transforming Library Service Through Information Commons: Case Studies for the Digital Age” . ALA Editions.


De behoefte aan een Library Sandbox waar met innovatieve toepassingen kan worden geexperimenteerd heeft geleid tot oprichting van de Information Commons.De Information Commons is de resultante van de collisie van de print age met de digital age. Niet alleen over technologie, maar over hoe een orgransatie zichzelf kan veranderen door het gebruik van die techniek.
Ze haalt het ‘ Information Commons Handbook’ aan van D Beagle. Information Commons hebben zich ontwikkeld door meer integratie met het onderwijs, naar Learning Commons. Sommige gaan nu nog verder door Research Commons op te zetten, voor ondersteuning bij onderzoek en het schrijven van subsidie-voorstellen.
Het is een aanpassing aan de veranderende behoefte van studenten en van de samenleving, de Next Gen generatie en de manier van lesgeven, waarbij lestijd meer discussietijd is dan dat een leraar zijn verhaal vertelt. Maar ook de veranderingen in de techniek (draadloos, multimedia, gaming) en het gebruik daarvan.
Herontwikkel de bibliotheek naar een ruimte waarin op flexibele manier kan worden samengewerkt. Er is een nieuwe ruimte nodig, waarin verschillende vormen van bronnengebruik, techniek en educatieve middelen gemixed worden.
Zij verwijst naar twee artikelen van David Lewis over de “ A strategy for Academic Libraries in the first quarter of the 21st century” (niet open access beschikbaar maar wel via een blog. En het artikel “ The academic library in 2010” wat een herziening daarvan is.
Flexibele opstelling en inrichting is belangrijk, maar ook de koffiecorner en WiFi-toegang en materialen voor multimedia, stel laptops ter beschikking en goede printfaciliteiten en groepsruimten. Zorg dat de servicedesk ook online makkelijk toegankelijk is en zorg dat het personeel daar ook achter staat en getraind is in ondersteuning van bijv. gebruik sociale netwerken en andere web 2.0 tools. Luister naar de gebruikers voor feedback,maar zorg ook voor structurele evaluatie.
Ze leest haar presentatie voor, wat een vreemde ervaring is in deze wereld vol powerpoints en afbeeldingen. Maar het is wel een goed verhaal en ze laat op het eind foto’s zien van Information Commons ruimte in diverse Universiteitsbibliotheken. Prachtige inrichting met Video Labs, LCD muren, Internet lobby’s, Smart boards, gigantische ruimten met PC’s, verschillende vormen van groepsruimten voor grote en kleine groepen. Maar ook mooie wegwijzers en overzichten van waar er nog computers zijn die beschikbaar zijn.

Transparante in bibliotheekorganisatie

Transparency, Planning, & Change: See-Through Libraries door Michael Casey,hij blogt als Librarycrunch en Michael Stephens, die blogt als Tametheweb
Maak de bibliotheek transparant en ruim de wegversperringen op.
Leuke voorbeelden als: verboden mobiele telefoon te gebruiken in de bibliotheek, ondertekenen met directeur i.p.v. naam, blokkeren van sociale netwerk.
Een wegwijzer naar transparantie gaat over open en eerlijke communicatie: vraag geen input van werknemers als je niet van plan bent er iets mee te doen; spreek menselijk en ga naar het werkveld. De manager hoort eigenlijk alle activiteiten te kunnen uitvoeren van alle medewerkers en ook de nascholing te volgen. Er blijken zelfs bibliotheekdirecteuren die zelf geen e-mail kunnen versturen?????


En dan gaat het over onwillige medewerkers, die wel 3 jaar via een vakbondscontract werkzaam zijn en niet mee willen werken. Wat de doen? Stimuleren door ze duidelijk te laten zien waar het voordeel voor hen in zit. Anonimiteit is goed bij enquêtes, anders krijg je nooit eerlijke antwoorden. Zorg wel voor vertrouwen, bijv. ook geen IP-tracking.
F2F , persoonlijk contact is essentieel. Maar ook hier komt MVV weer om de hoek kijken. Sluit aan bij missie, doelstellingen en waarden, in de Nederlandse literatuur lees ik dat het genoemd wordt: missie, visie en waarden.
SAAAAAAAAAAAI !

Innovatie begint bij jezelf


Vanochtend volg ik de track over Innovatie en verandering. Moderator van deze track vandaag is Helene Blowers die ook de preconference workshop deed waar ik zondag was.
Na afloop gaan we nog wat over de follow-up praten.

Innovation Starts with “I” door Helene Blowers en Tony Tallent. Slideshow op de blog van Helene. Tony Tallent is jeugdbibliothecaris van ImaginOn

‘Innovation is doing new things’ zei Theodore Levitt (ong. 1962 de man die de term ‘globalisation’ heeft bedacht en redacteur van Harvard Business Review)

Aanbevolen boek: ‘The seeds of innovation: cultivating the synergy that fosters new ideas by Elaine Dundon 2002’ Dundon beschrijft 3 type innovatie:
- efficiency (makkelijk)
- evolutionary (ontwikkelen)
- revolutionary (helemaal nieuw zoals iPod)
Innovation is Fresh Practices (i.t.t. Best Practices)
Innovatie bestaat uit 4 componenten: creativiteit, strategie, implementatie en winstgevendheid. (profitability)

In ieder positie, manager, middlemanager of uitvoerder kun je innovator zijn; creativiteit ligt ook in ondersteuning, faciliterend en zelf nieuwe verbindingen maken zijn allemaal voorbeelden van creativiteit. Het gaat om de ingrediënten, het mixen van ideeën en het planten van zaden. Een goed idee alleen is nog geen innovatie.

Hoe krijg je het goede idee uitgevoerd. Je moet een goede ‘Change Agent’ zijn.
* Make it believable.
* MVV= Mission Vision Values en je idee daaraan vastknopen.
* Zorg voor draagvlak.
*Test je ideeën uit.
* ‘Vraag geen toestemming, maar vergeving’ In de praktijk moet je proberen zoveel mogelijk ondersteuning te krijgen. Een goed idee heeft draagvlak maar ook een leider nodig.
* Visie komt niet over op papier, presenteer het persoonlijk.
* Wild success does not feel like business as usual. Feels like panic. Mislukkingen geven mogelijkheid tot leren.
* Het implementeren, het mogelijk maken om het goede idee uit te voeren is onderdeel van innovatie.

7 habits of highly innovative people
- doorzettingsvermogen
- kijk over je zelfbeperkende remmingen heen
- neem risico, fouten maken moet
-schrijf t op
- zoek ongebruikelijke patronen en verbindingen
- blijf nieuwsgierig

Een lesje management dus. Wel leuk, maar meer een opfrisser dan vernieuwer.

Keynote - Best Practices in OB

Keynote — Hi Tech With Hi Touch — Libraries: Innovative & Inspiring
Erik Boekesteijn, Jaap van de Geer, Geert van den Boogaard. Openbare bibliotheek Delft DOK.
Drie Nederlandse jongens gingen op een tour door de USA op zoek naar ‘best practices’ in bibliotheken. De shanachietour werd geboren vanuit een traditie van verhalen vertellen. Met een mobiele studio leerden ze in het DOK visuele verhalen te vertellen, en daar gingen ze mee op reis. Ze vonden WiFi overal, behalve in Nebraska (en hier op de CIL2008:) en konden hun filmpjes meteen uploaden.
Ze laten de film zien, onderbroken door live toelichting, en m.b.v. deelnemers in de zaal.
Ze laten interviews zien met Paul Hogengraber van New York Public Library, die de OB daar nieuw leven heeft ingeblazen door het publieke debat in de bibliotheek te halen.
En gaan verder met ImaginOn, Library of Charlotte & Mecklenburg County. Bibliotheek is ook een technology innovation center and books are an excellent example of technology.
Matt Gullett, die ze interviewden op de film is ook in de zaal en die mag zijn – al dan niet gewijzigde visie geven. Bijvoorbeeld over boeken – e-books. De rol van boeken als andere vorm van medium zal veranderen met de opkomst daarvan. En over de fysieke bibliotheek is hetzelfde idee, je moet veranderen met de veranderende omgeving, dus heel veel open en flexibele ruimtes met veel stopcontacten.
Op een bibliotheekschool kan ieder zijn idee geven over de bibliotheek van de toekomst. Een aanwezige bibliotheekstudent wordt ter plekke om haar mening gevraagd. Internet is geen competitie maar iets wat je kunt gebruiken en de belangrijkste competentie van een bibliothecaris is om je te kunnen aanpassen.
Ze doen het erg leuk, spreekt goed aan en geeft inderdaad op een verfrissende manier een mooi overzicht over de toestand van de bibliotheken. Eindigt met rondleiding in DOK, Library Concept Center in de Openbare Bibliotheek Delft. Mobiliteit (mobiele telefoons met luisterboeken zijn belangrijk en een ‘coole’ plek, gaming is belangrijk omdat meer dan eenderde van de mensen gamed. “Mensen zijn onze belangrijkste collectie”.
Inspirerend inderdaad. Ga weer een beetje van OB’s houden:)

User Generated Content

User-Generated Content door Roy Tennant
Hij geeft twee definities van content: echte content, zoals foto’s en ‘descriptive’ content zoals tags en commentaren.
Zijn verhaal is min of meer hetzelfde als wat eerdere sprekers ook al zeiden: er is veel content vanuit de gebruikers te halen. Voorbeeld van der Library of Congress, die foto’s op Flickr heeft geplaatst en waar mensen tags en commentaar konden toevoegen. LoC heeft naar aanleiding daarvan records aangepast.
Kennis van de massa: meer mensen weten meer, bibliotheekpersoneel weet vaak geen specifieke gegevens over content. Ja,ja die wisdom of the crowds. maar er zijn nu wel leuke toepassingen bijv. ook in Worldcat kunnen mensen zelf boekenlijsten maken.
Tagging heeft een aantal voordelen voor jezelf en voor anderen. Leuke projecten als het The Art Museum social tagging project bij Steve.museum. LibraryThing doet aan mashing tags: soort synoniemen geven voor een tag, bijv. WWII
Het vereist een ander idee van content, en een messy world. Je doelstellingen en middelen daarvoor moeten duidelijk zijn. En er blijven vragen zoals: hoe maak je verschil tussen bibliotheek content en user content. Wil je moderator? Is de impact het waard?
Gebruiker engagement is goed, we moeten systemen openbreken, hoe gebruik je die technologies het effectiefst.
Roy Tennant spreekt vlot en gedreven. En zijn voorbeelden zijn ook leuk en nodig uit het te proberen.

Fysieke bibliotheek - Learning Commons

Learning Commons: The In in CIL door Tom Ipri
A Learning Commons is a dynamic, collaborative environment on campus, often physically in the library, that provides assistence to students with information and research needs. It combines individual and group study space, in-depth reference service, and instruction from a variety of sources, including librarians and information technology staff. Some of its key concerns are learning, writing, technology use, and research. Its main purpose is to make student learning easier and more successful
Aldus de website van de UB van York (Canada). Sommige universiteiten noemen het ook Information Commons. Geen idee of dit concept ook leeft in de Nederlandse Universiteitswereld. Als je de verwijzingen ziet op de pagina van York UB leeft het sterk in Noord-Amerika.
Waar het dus om gaat is de fysieke plaats in een bibliotheek.
Tom begint met een historisch overzicht: een kleine tien jaar geleden heerste nog het idee dat in vijf jaar tijd er geen fysieke bibliotheek meer nodig zou zijn, omdat alles op het Web gevonden kon worden (David Baker 1998 en 1995 Ross Shimmon). Voorspelling waren dat we de fysieke bibliotheken zouden moeten sluiten, dat het een abstractie zou worden en dat er een integratie plaats zou vinden met de virtuele werkelijkheid.
Een aantal gemeenschappelijke kenmerken van de moderne bibliotheekruimte zijn: verplaatsbare meubels, ondersteuning van laptops, groepsruimte, multimedia. Er is vraag naar ruimte-invulling op een flexibele manier, ruimte voor groepswerk, variatie, stimulering van samenwerking. Daarnaast moet de omgeving ook een zekere mate van comfort hebben, en klantvriendelijkheid zijn d.w.z. selfexplaining, gedecentraliseerd, Er moet een emotionele reactie/aantrekkingskracht zijn.
Door de constructivistische theorie over de manier van leren (het nieuwe leren) weten we beter hoe mensen leren en wat ze nodig hebben. Ze leren veel van elkaar.
-Ruimte kan pacificerend of verhinderend werken
-Maar het effect van de ruimte valt weg tegen andere factoren
-Ruimte moet voldoen aan de manier van leren/lesgeven
-Ruimte moet gezien worden zoals bijv. ook materialen
Access is not enough
Studenten kun je typeren als digitaal, mobiel, onafhankelijk, sociaal en participatoir.
ECAR study (2007). Op zijn weblog geeft Tom een lijst van referenties.
Wat heeft de hoogste prioriteit bij klein budget: geef ze gevarieerde ruimte en de mogelijkheid om inrichting, meubels te verplaatsen, breng ook de andere resources erbij.
Toch interessant dat het concept nu is dat een ruimte, die flexibel ingericht kan worden noodzakelijk is voor een – grotendeels toch digitale – bibliotheek.

7 apr. 2008

Global Librarian is erg locaal

Na de lunch volgt een min of meer hilarische voorstelling waarbij de moderator (M. Sauers) de presentatoren (deelnemers van Library Society of the World) interviewt. Ik zeg min of meer hilarisch, want iedereen moet vreselijk lachen, maar mij ontgaat het een beetje. Het gaat om Library Society of the World. Een club die uit onvrede met de ALA een eigen community heeft opgezet. Een wiki met chatrooms.
Tijdens de presentaties zijn diverse mensen ingelogd en volgt er een tamelijk melige chatdiscussie. Iemand zend zelfs een muziekfilmpje met geluid uit over de boxen n’ rickrolling’ noemen ze dat.
Ik lig er w.b. wifi en w.b. community uit en ga maar weg.

Samenwerken met gebruikers

Collaborating With Customers door Jo Ann Remshard en Mylene Ouimette van het National Institute of Science and Technology.
Mylene Ouimette heeft in het voorjaar 2006 een artikel geschreven in Issues in Science and Technology Librarianship getiteld: 'Innovative Library Liaison Assessment Activities: Supporting the Scientist's Need to Evaluate Publishing Strategies’
Jo Ann Remshard heeft in 2004 in Digital libraries een artikel geschreven over het NIKE project binnen het National Institute of Science and technology: NIST Integrated Knowledge Editorial Net over het automatiseren van het redactieproces.
Ze hebben een Lab Liaison Programm. Hun doel is om onderzoek te ondersteunen, maar daardoor kunnen ze ook zelf nieuwe manieren en tools ontwikkelen. Ze doen aan literatuuronderzoek, analyse van publicaties en citaties.
Liaisons zijn een soort accountmanagers, zoiets als clinical librarians, een vakreferent, een bibliothecaris die heel nauw samenwerkt met de gebruikers zelf en daar nauw contact mee heeft (soms ook embedded).
De workflow van het NIST bestaat uit: research discovery – research dissemination – preservation en het eindresultaat zijn de publicaties.
De bibliotheek bestaat uit 2 onderdelen: de reference bibliotheek en elektronische informatie.
Toegang geven tot informatie-bronnen en ondersteuning, maar ook redactie-ondersteuning en publicatieanalyse. De laboratoria zijn de eigenlijke gebruikers.

Key for Liaison is Collaboration. Samenwerking is de beste manier om customer relaties te ontwikkelen. Technology gebruiken zodat dat het beste aansluit bij de behoefte.
Analyse van samenwerking, bijvoorbeeld ze hebben onderzoek gedaan naar:
- increasing visibility of the publications door het analyseren van tijdschrift- en conferentieliteratuur en impactmetingen
- investeringen in onderzoeksgebieden door publicaties te gebruiken om investeringen in een gebied te volgen
Onderzoek naar samenwerking met andere instituten. gebruik van Web of Science, Journal Citation Report, en de eigen publicatiedatabase. Maar aansluitend nog redelijk veel handwerk.

Automatisering van het redactie proces. Met een Oracle database als uitgangspunt hebben ze in stapje voor stapje het proces feautomatiseerd. Met behulp van Java en Flex gebouwd.

Bibliotheekcommissie komt eens per maand bijeen: Library Advisory Board. Daarvoor een speciale wiki gebouwd, waaruit bijv. bleek welke wegen er nog open lagen om verder uit te bouwen.
Remote Science,het opbouwen van IT infrastructure in relatie met beveiliging
Podcasts – ipods te leen, met name audiobooks en sprekers vanwege het succes uitbouwen tot podcasts

Toekomst: samenwerking op traditionele en niet traditionele middelen
Afsluitende gedachten: Kansen kunnen overal vandaan komen, externe samenwerking begint met interne, een maat is niet geschikt voor iedereen.

Going Local

Going Local in the Library: Web 2.0, Library 2.0, Local 2.0 door Charles Lyons. Zijn presentatie is beschikbaar op slideshare.(blijkt een eerdere te zijn, niet alle getoonde slides staan erin). Gebaseerd op openbare bibliotheken als stimulans om aan te sluiten bij locale activiteiten, maar kan natuurlijk ook aansporing zijn om dichter bij je doelgroep te blijven, locaal in eigen huis.

Google’s missiestatement: "Google's Mission Is to Make the World's Information Universally Accessible" Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. maar zij gaan nu locaal.
Het einde van de afstand.

Het plaatselijke web is veel groter, het is meer een hyper web. Local Search Engines/ plaatselijke zoekmachines, plaatselijke zoeken met plattegronden, links, verkeersinformatie en zelfs buurtinformatie (Google Maps, Yahoo Local, Live Search Maps).
Plaatselijke media, plaatselijke overheid, plaatselijke sociale netwerken, plaatselijke blogs, plaatselijke mensen – you – zelf.
Het plaatselijke web geeft informatie over steden, buurten, gemeenschappen. Joining of the real world and the virtual world. Waar Internet altijd vrij was en niet gebonden aan de beperkingen van de dagelijkse wereld, knoopt het plaatselijke web nu de echter wereld aan de virtuele.

Plaatselijke web geeft een plaatselijk kleurtje aan Internet. hebben de bibliotheken daar ook een rol in? Het alledaagse leven is nog steeds plaatselijke, Internet wordt meer en meer plaatselijk. Web 2.0 heeft veel plaatselijke toepassingen en de bibliotheek (ob) is altijd al plaatselijke georiënteerd geweest.
Bibliotheken zouden supergebruikers moeten worden van plaatselijke zoekmachines, kijk bijv. naar meest gevraagde aan de plaatselijke zoekmachines. Maar ze kunnen ook een Custom Local Search Engine maken.
Placeblogger, Blogdigger, Metroblogger zijn voorbeelden van plaatselijke weblogs. Maar bibliotheken (OB’s) kunnen ook zelf een blog beginnen met plaatselijk nieuws. Volgens Wikipedia is metroblogging het bloggen van een aantal belangrijke plaatsen zodat het nieuws rechtstreeks uit die plaatsen voor iedereen beschikbaar is.
Topix.net en yourstreet mixen officiële informatie met bloginformatie tot heel specifieke plaatselijke informatie. Geef mensen zelf toegang tot discussiegroeps, zelf publiceren, eigen profiel etc. Zoiets las in Nederland het buurtonline.

Localpedia: maak een wiki met belangrijke informatie rondom je eigen plaats.Geotagging op Flickr, zodat je makkelijk locale foto’s kunt vinden.
Waarom zou je local gaan? Het is goedkoop, gepassioneerde inwoners voelen zich ermee verbonden. Het locale web is nog niet en niet geheel overgenomen door de Googles van de wereld. Ook wetenschappelijke bibliotheken zei hij, maar die ene interessante dia, liet hij slechts een halve minuut zien en staat ook niet op de presentatie. Jammer.

Keynote- Positie bibliotheken

Opening Keynote — Libraries Solve Problems!
Regency Ballroom, de grootste zaal beschikbaar in de buurt, maar het is er tamelijk vol en benauwd, dus zit ik in de overloopzaal.
Lee Rainie is directeur van de Pew Internet & American Life Project, dat rapporten genereert over Internetgebruik in relatie tot de samenleving: het gebruik van internet en de invloed van internet of gerelateerde zaken (mobiele telefoon) op de samenleving.

Lee Rainie, over de user generated age en hoe dat de wereld veranderd. Hij begint met gevoel wat je krijgt als mensen over je bloggen. Is een beetje desoriënterend. Maar ook opmerkelijk de reactie en correctie van de lezersmarkt. Ook bloggen is een manier van gemeenschapsvorming.
Hij spreekt over een onderzoek naar Internetgebruik, 75% van Amerikanen hebben toegang tot Internet en meestal ook in breedband. 78% heeft een mobiele telefoon en veel doen ook wat met mobiel internet. Opmerkelijk dat draadloze internetconnectiviteit zich ook uitstrekt tot achterstandsgroepen.
Overzicht van media ecologie: hoeveel verbindingen met en door elkaar heen en over het creëren van content.: foto’s is een manier van communiceren, ook ongevraagd (en ongewenste) afbeeldingen kunnen door iedereen online gezet worden.
Deelname van heel veel jongeren, maar ook deel van ouderen hebben een website, of pagina in een sociaal netwerksites.
Aantal bloggers is relatief laag, deels ook omdat jongeren iets invullen op hun sociaal netwerksite en dat niet als bloggen definiëren.
Een vijfde van jongeren heeft een avatar, ook onderdeel van content creation.
Nieuw onderzoek t.b.v. overheidsinstellingen met als basisvraag: “Hoe zoeken mensen informatie en hoe kan de bibliotheek daar behulpzaam bij zijn.”
Eerst onderzoek – information searches that solves problems - naar wat mensen nodig hebben, of waarmee ze geconfronteerd worden. Ook de positie van een aantal instituties waaronder bibliotheken werd onderzocht. In tegenstelling tot ouder onderzocht, waaruit kwam dat jongeren dachten dat bibliotheken zouden uitsterven, wordt nu door jong-volwassen in grote meerderheid bibliotheken bezocht. Ze hebben dus de nieuwe activiteiten van de OB’s opgemerkt. En vervolgens schetst hij een profiel van de gerelateerde activiteiten van de bibliotheekbezoeker: heeft meestal ook breedband etc..
Oplossingen worden gezocht in eerste instantie op Internet, dan pas bij Professionals, en helemaal achteraan wordt bibliotheek genoemd. Maar dan nog werd onder jongvolwassenen in 21% van de gevallen bij bibliotheken een antwoord gezocht: bij bibliotheekmedewerkers en door gebruik te maken van aangeboden technologie.
The survey results challenge the assumption that libraries are losing relevance in the internet age. Libraries drew visits by more than half of Americans (53%) in the past year for all kinds of purposes, not just the problems mentioned in this survey. And it was the young adults in tech-loving Generation Y (age 18-30) who led the pack. Compared to their elders, Gen Y members were the most likely to use libraries for problem-solving information and in general patronage for any purpose.

Furthermore, it is young adults who are the most likely to say they will use libraries in the future when they encounter problems: 40% of Gen Y said they would do that, compared with 20% of those above age 30 who say they would go to a library.

Conclusies: Marktaandeel van bibliotheken is niet slecht. Awareness is een belangrijk gegeven. Het is belangrijk dat je als bibliotheek mensen hebt die voor je spreken, dat is belangrijk in deze user-generated age. De niet-gebruikers zijn met name degene die niet in de eerste plaats aan de bibliotheek denken.. Sociale netwerken is de wereld van nu: dat is de basis van het zoeken naar oplossingen.

In een ongelofelijk tempo joeg Rainie een record aantal woorden door de zaal. Als uitsmijter verhaalde hij hoe een eerdere toehoorster tegen hem zei dat hij wellicht een goede tweede carrière zou kunnen maken als voorlezer van bijsluiters.

Na de workshop

Nagedachten bij de workshop van gisteren over Marketing.
Eerst de referenties: de ppt van Helen Blowers staat op slideshare en Nicole Engard, een van de deelnemers, heeft foto’s gemaakt met name van alle post-it blaadjes met ideeën.
Het heeft me toch wel geraakt en ik heb ook inderdaad veel geleerd.
Maar ik blijf zitten met het probleem van ‘wat daarna’ . Want OK, dan heb je een un-marketing campagne opgezet door iedereen een foto te maken hoe hij op zijn best was, die foto laat je rouleren op je website, maar dan. Wat is het vervolg: weer eenzelfde soort campagne? En hoe ver kan je daar mee doorgaan? Moet je niet een stapje verder.
Ik moest wel ook denken aan de Volkskrant Magazine, waarin de laatste tijd ook de lezers opgeroepen worden om foto's in te sturen aan de hand van een thema. En die worden dan op een pagina gepubliceerd. Gaan zij daar ook tot in het oneindige mee door, of gaan ze daar wat mee doen.
Wellicht ben ik te calvinistisch en wil ik teveel dat het ergens toe leidt. Ik ben er nog niet over uit. Grote vraag is dus: hoe geef je vorm aan de follow-up. Die zal ik eens voorleggen aan onze workshopsleiders.

6 apr. 2008

Workshop Marketing

Workshop 12 – From Avatars to Advocacy: Innovation Through Un-Marketing in kamer ’Fairfax’ op de derde etage.
Twee sprekers: Helene Blowers (ze heeft donderdag nog een webconferentie gehad met mensen uit Amsterdam) en Michael Porter.
Michael Porter blogt onder de naam Libraryman over Library, Communities, Technology and PEZ. Wat is PEZ is weet ik niet, maar het heeft met speelgoed / knuffels en foto’s te maken. Libraryman lanceerde in april 2007 het idee dat iedereen 365 foto’s van en rond de bibliotheek zou uploaden als een soort reclame project voor bibliotheken. Hij heeft als duizenden foto’s in zijn groep op Flickr. En deelnemer aan WebJunction online community for library staff.
Helene Blowers ontwierp het “Learning 2.0” programma = 23 dingen, dat op zich gebaseerd is op het 43 dingen website van S. Abrahams. En de sociale netwerk site van 43 Things zelf, waar je een lijstje kunt maken van wat je wilt en hoe en wanneer je dat gaat realiseren. Een zogenoemde goalsetting community

Tijdens deze workshop zijn er twaalf deelnemers. De meeste zijn gericht op het verder uitwerken en ombuigen van hun marketing/ pr-beleid.
Marketing is eigenlijk un-marketing want de paradigma’s zijn verschoven.
Marketing strategie is niet meer alleen het neerzetten van het merk, is meer dan het logo, meer dan boeken, het gaat over gemeenschappen van gebruikers, dat maakt het uniek.
Van massa marketing naar niche marketing: maak het mogelijk voor je gebruiker om jouw diensten te gebruiken en te plooien naar hun eigen wens/nood.
Van Consumer to Multisumer. Van controle over de gebruiker naar mogelijkheden geven aan de gebruiker om het merk te beïnvloeden. Als voorbeeld laten ze het filmpje zien van Google over de Gmail envelop. Het gaat niet om Mail als merk, maar over de mensen die het fijn vinden om te tonen dat ze het gebruiken.
Geef gebruikers een rol in marketing. Aanbevolen het boek en de website: Cluetrain:The cluetrain manifesto.

Strategisch raamwerk van marketing:
Virtual user kun je erbij betrekken door ze het gevoel van community te geven. Betrek ze erbij, laat ze zelf meewerken. Engage: verbinding maken met bibliotheek, maar ook onderling. Het gaat allemaal over emoties.
En Enrich: verrijk de virtuele omgeving. Zorg dat er voldoende aanbod is aan verschillende voor de gebruiker interessante zaken.
Empower en personaliseer, zodat zich goed voelen over zichzelf, laat ze ‘celebrate themself’.
Informatie zoeken en vinden is niet meer de belangrijkste reden om internet te gebruiken, de belangrijkste is connecties en communities. Lees het boek van P. Martin over de Renaissance Generation.

Hoe stimuleer je dat? hou wedstrijden en geef ze een kadootje, het gaat om emoties. Zorg dat ze van je houden en dat ze erbij horen. Aansluiten bij belevingswereld. Bijvoorbeeld maak lijstjes van favorieten of vragen zoals ‘hoe beschrijf jij….’.
We doen een oefening in aansluiten bij bijvoorbeeld de evenementen die het jaar rond plaats vinden. Voor een Openbare bibliotheek is dat wel duidelijk: boekenweek, feestdagen, en plaatselijke evenementen. Maar voor een speciale bibliotheek zoals de onze is dat toch lastig.
De bedoeling is dus het creëren van een gemeenschapszin: bijvoorbeeld groepje voor foto’s op Flickr, boekengroep op LibraryThing, iets rond introductie, citatie-scores. Bijvoorbeeld WIKI voor buitenlandse studenten met tips over verblijf in NL, ieder kan iets toevoegen ter lering van nakomers. Eigenlijk zou je ook iets moeten doen als het laten bloggen van onderzoekers, zodat iedereen op de hoogte blijft van je vorderingen. Het verzamelen, repository van powerpoints zoals slideshare.
Showcasing de gebruiker, in OB's stimuleren door wedstrijdjes in foto's, zoals 'Painting the town READ' of de filmpjes met '3 reasons to love library'.

We eindigen met 8 stappen om 2.0 te marketen:
1) educate
2) experience
3) envision (pas t in je missie)
4) engage : create social celebrations
5) enable (mee laten nemen van onderdelen voor ieder om te gebruiken)
6) expand (multimedia)
7) explore (learn as you go)
8) experiment
Veel OB, maar toch heb ik nog wel een aantal ideeën opgestoken.

Registreren CIL 2008


Aangekomen in Crystal City Arlington VA. Crystal City is de grootste binnenstad-wijk van Arlington en heeft als motto “ a bright place to be”. Geheel in lijn met de cradle-to-cradle hype, die bij ons hoogtij viert, heeft Crystal City een programma Crystal Green: een programma dat bestaat uit drie topics:
1-Energy Efficiency
2-Environmental Quality
3-Recycling/Reuse (waste minimization)
Wat ik er tot nog toe van gezien heb ik het een wijk met grote (hoge) kantoorpanden, een centrum met een shopping mall en restaurants en heel veel parkeergarages. Het regent een beetje, maar er zijn veel bomen in bloei.

Vanochtend, na een onrustige nacht een lichte paniek omdat ik de verkeerde traveladaptor had meegenomen. Mijn stekker is geaard en de adaptor ingang niet. En dat terwijl ik thuis voor mijn Dell ook een Amerikaanse plug heb. Gelukkig hadden ze in het ‘ convenience’ winkeltje van het Hyatt hotel (het conferentiehotel een andere adaptor te koop.
Voor het echte USA-gevoel koffie met een broodje genomen bij Starbucks. En toen naar de registratiebalie. Een conferentietas met al het complete boek met presentaties! Dat is handig. Een badge en mijn voucher voor de cursus die ik vanmiddag ga doen.
Vanochtend heb ik vrij, dus kan ik me alvast wat voorbereiden op wat gaat komen.

3 apr. 2008

Voortgang Metis

De implementatie van Metis binnen de KNAW schrijdt voort. Al twee instituten hebben METIS in gebruik genomen met name voor outputregistratie. De KNAW werkt met zogenoemde factsheets, waarin de kerninformatie van een instituut moet worden uitgedrukt: dus hoeveel medewerkers, projecten, publicaties, lezingen etc. Omdat de meeste universiteiten in Nederland nu Metis gebruiken voor die outputregistratie is het de bedoelingen dat wij ook de factsheets inwisselen voor METIS.
De instituten die al ‘om’ zijn hadden zelf veel belang bij een snelle overgang naar Metis, omdat zij wel voordien zien in het systeem. Met name de Personal Metis, waarmee de onderzoeker zelf al zijn activiteiten kan registreren zal uiteindelijk een voordeel beteken boven een systeem waarbij diezelfde onderzoeker een maal per jaar zijn activiteiten van het afgelopen jaar moet zien te achterhalen.
Uit de verhalen bleek dat nog niet alles even vlekkeloos is verlopen: systeem had nog erg te lijden onder bugs (tja, de norm is tegenwoordig helaas dat een oplevering hetzelfde betekent als het uitzetten van een betaversie) en dat nog niet alle output zoals gevraagd in het factsheet in Metis kan worden opgenomen.
Op sommige punten lijkt het wel een beetje een star systeem, bijv. als je als output een softwareprogramma hebt gemaakt, kun je dat niet goed kwijt, als ‘resultaattypes’ in Metis zijn alleen de ‘ouderwetse’ publicatievormen zoals monografie en artikel. En zelf aanpassen is er niet bij. Ik kreeg er een beetje een GGC-smaak van (jaren 70 systeem opgepoetst voor gebruik in het nieuwe millennium).
Maar overall zijn ze toch wel tevreden, omdat ze nu in ieder geval een registratiesysteem hebben en het gros er wel uitkomt. Ook zijn ze bezig met het maken van stylesheets, zodat een uitvoer in XML keurig op een webpagina kan worden ingelezen.
Onze eigen insteek is dat we een repository willen gekoppeld aan METIS en daarvoor zijn we nu nog aan het testen met conversiemethodieken.
Al met al is de boventoon toch positief en komen we steeds een stapje verder.

1 apr. 2008

Tijdschriften Linken

Wederom druk in de weer met onze tijdschriftenlijst. Die houd ik handmatig ben, met alle links naar de online tijdschriften (we hebben nog maar 1 papieren abonnement). Wel een gedoe. Want ik moet het minstens ieder jaar wijzigen i.v.m. JSTOR moving wall. Dan zijn al mijn begin- en eindjaren weer anders. Om nog maar te zwijgen van alle overstapjes van tijdschriften naar andere uitgevers, fusies of naamswijzigingen: [Molecular Ecology Notes heeft zijn naam gewijzigd in Molecular Ecology Resources: wie verzint nou zoiets!].
En ondertussen krijg ik ook telkens opmerkingen over de FULL TEXT –KNOP, DIE NIET BIJ ALLE ARTIKELEN IN Web of Science staat, en helaas ook niet bij alle artikelen waar wij toch echt wel bij kunnen.
Er bestaat iets wat genoemd wordt: ‘Thomson Scientific Links’ waarmee je links kunt laten aanbrengen tussen records in Web of Science en jouw eigen full text abonnementen.
Daartoe maak je een excel-bestand van de tijdschriften die zij kunnen linken en stuurt dat in een e-mail naar Thomson.
Dat is buitengewoon onhandig: je kunt niet zien wat er al gelinkt staat, het verandert iedere keer, en niet alles komt goed door.

Tijd dus zou je denken voor een linksolver. Een tijdje terug las ik bij Deeboeks dat zij erg tevreden is over haar keuze voor de OVID linksolver. Naar aanleiding daarvan had ik al eens contact gezocht met OVID, maar dat is blijven steken op de belofte dat ze mij informatie zouden toesturen (Nooit meer wat gehoord).
Even terug. Wat is een linksolver?
Onder het lemma Open URL staat dat in Wikipedia beschreven:
“OpenURL was originated by Herbert van de Sompel, a librarian at the University of Ghent. His link-server software, SFX, was purchased by the library automation company Ex Libris which popularized OpenURL in the information industry. Many other companies now market link server systems, including Openly Informatics (1Cate — acquired by OCLC in 2006; rebranded as WorldCat Link Manager in 2007), Swets (SwetsWise Linker), Serials Solutions 360 Link(formerly known as Article Linker), Innovative Interfaces, Inc. (WebBridge), EBSCO (LinkSource), Ovid (LinkSolver), SirsiDynix (Resolver), Fretwell-Downing (OL2), TDNet (TOUR), Bowker (Ulrichs Resource Linker) and Infor (Vlink).”
Zo, dat zijn er nogal wat!

En daar staat ook TDNet bij. TDNet, daar heb ik net een mailtje over gekregen van Surfdiensten. Die geven in een pilot, samen met TDNet een database uit, vrij toegankelijk op het web, met daarin een link naar alle full text in alle licenties.
Ziet er wel grappig uit, maar wij zijn geen universiteit en doen niet mee aan al die big deals met de uitgevers, dus wij hebben maar een klein beetje toegang.
Na Washington ga ik me hier toch eens in verdiepen: misschien is WorldCat Link Manager iets?