26 feb. 2013

Wetenschappelijk publiceren

Wat me zo tegenviel in de bijeenkomsten van de afgelopen maanden, die ik bijgewoond heb (Kennis over publiceren, Open access dialoog, afscheid Ger Spikman) is dat er zo weinig wordt gesproken over echt wezenlijke vernieuwing in het wetenschappelijk publiceren.
Alleen Ger Spikman stipte het onderwerp aan, toen hij de producten van de digitalisering van dit moment geen echte digitale producten noemde maar 'gedigitaliseerd papier'.
En dat ben ik volledig met hem eens!
Nog steeds zitten we vast aan de pdf als publicatievorm, volgens een vast stramien opgebouwd en vormgegeven en vervolgens gepubliceerd in een tijdschrift samen met andere artikelen. Is er niets nieuws te bedenken?

Bij de tijdschriften zie je een langzame overgaan naar het 'article-based' publiceren, dus niet meer wachten tot een heel tijdschrift klaar is, maar zodra een artikel gecorrigeerd en goedgekeurd is dat online publiceren. De meeste uitgevers hebben een Online First optie en kunnen een artikel dan al een DOI-nummer geven wat instaat voor een persistente verwijzing.
>- voor de 'echte' bibliothecaris die ik ben zit er nog wel een probleempje met de jaartallen: er vanuitgaangd dat een artikel online first gepubliceerd op 13 december 2012 ook tot de 2012 publicatiejaar behoord, maar wat te doen als datzelfde arikel vervolgens gezocht moet worden in het maart 2013 nummer van het tijdschrift -

Elsevier legt het 'article-based'principe uit. Elsevier experimenteert ook met het 'article - of - the - future' waarbij zij proberen een voortgaande integratie tot stand te brengen tussen allerlei digitale technieken m.b.t. afbeeldingen, kaarten en plattegronden. Ze proberen daarbij het artikel 'discipline-specifiek' vorm te geven en te integreren ook met verwijzingen naar andere publicaties.

Ook kan een nieuwe vorm van publiceren zijn, die waarbij je gebruikt maakt van verrijkte publicaties en een tegelijkertijd publiceren van een blog of ander materiaal. De Association of Research Libraries heeft er een studie naar gedaan. De studie - Current Models of Digital Scholarly Communication: Results of an Investigation Conducted by Ithaka for the Association of Research Libraries, November 2008, Nancy L. Maron & K. Kirby Smith - dateert al weer van 2008, maar geeft toch een aardig beeld en daarnaast is er een doorzoekbare database met voorbeelden. De 'biology' voorbeelden geven bekende sites weer als PlOS, F1000, EOL e.a.

En daarnaast hebben we uiteraard de nanopublicaties en de linked data. Een oplossing die uitgebreid besproken werd tijdens de Surfonderzoeksdag in 2010 (zie mijn bericht) en dat nu vorm begint te krijgen.
Er is zelfs een website met "learn how to create, use, find and cite nanopublications" . Dus wellicht ligt daar de toekomst.
26 februari 2013
,br> Aanvulling 12 maart 2013
Inmiddels ben ik wat aanvullende informatie op het spoor gekomen, zoals wat Amerikaanse initiatieven:
* Library Publishing Coalition—A Milestone in Evolution of Scholarly Publishing by Nancy K. Herther Posted On March 7, 2013
* Research Librarians Discuss New Ways to Support Scholars By Michael Kelley on March 11, 2013

en een conferentie "Beyond the PDF" De 2e conferentie is op 19 maart 2013 in Amsterdam.

Kennis over publiceren

Eind 2012, om precies te zijn op 18 december 2012 nam ik deel aan de discussiebijeenkomst "Kennis over Publiceren "van De Jonge Academie. De Jonge Academie had een enquête uitgevoerd onder haar leden en dat in boekvorm gepubliceerd, met als doel dat er een breder beeld zou ontstaan over de publicatietradities en meetinstrumenten in de verschillende wetenschappelijke disciplines. Vooral de wat uitgebreidere interviews met enkele geselecteerde leden van de Jonge Akademie geven een goed overzicht van de verschillen in publicatiegewoonten en evaluatie-instrumenten per discipline. Zo is het alom bekend dat in de geesteswetenschappen veel meer in boeken wordt gepubliceerd dan in - internationale - tijdschriftartikelen, terwijl in de levenswetenschappen dat laatste eigenlijk de enige meetellende factor is. Ik lees hierin nu ook dat voor juristen sommige annotaties als wetenschappelijk werk gelden. Ook aardig is om te lezen het verschil in auteursvermelding: dat kan alfabetisch (medisch), aflopend naar inspanning (biologie) dan wel volstrekt not done om begeleiders als medeauteurs op te nemen (geschiedenis). Iedereen is het er wel over eens dat alleen het kijken naar de kwantitatieve gegevens zoals citatie-cijfers en impact-factoren een vertekend beeld geeft. En hoewel dat voor sommige (bèta) wetenschappen best wel waarde heeft, vinden de meeste toch dat er meer naar kwalitatieve en inhoudelijke criteria gekeken moet worden. Alle geïnterviewde onderzoekers spraken over de NWO-beoordelingsmethodieken voor het toekennen van subsidie. Dat is uiteraard een moeilijke zaak, want zelfs als het zonder kwantitatieve gegevens wordt bekeken dan nog is de vraag of vernieuwend onderzoek als zodanig herkend wordt.

De discussiebijeenkomst begon met een vraagspel, waarbij aan de aanwezigen een viertal vragen werd voorgelegd, waarbij telkens een lid van De Jonge Akademie het thema van de vraag in het kort inleidde. De discussie werd geleid door wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout (volkskrant).
[NB de exacte vraagstelling weet ik niet meer, hieronder staan de vragen bij benadering omschreven]
1). Wat vind je zelf je beste publicatie: vernieuwend onderzoek of dat wat goed is (geweest) voor je carrière?
2). Wat zijn goede meetinstrumenten?
3). Wat zijn de tradities met betrekking tot auteursvermeldingen?
4). Heeft tijdsbesteding nog een invloed op de uiteindelijke waardering?


De meeste aanwezigen vonden als antwoord op vraag 1) het vernieuwend onderzoek het belangrijkst. Vernieuwend onderzoek wordt niet gestimuleerd door citatie-indexen, maar uiteindelijk wordt echt innovatief onderzoek wel degelijk een citation classic, aldus Clevers. Bert Weckhuysen bepleit dan ook een twee-sporen-beleid: "zet je wilde ideeën niet meteen overboord", maar steek naast het risicovolle onafhankelijke onderzoek ook een deel van je onderzoek in robuust en conventionele activiteiten.
Terwijl citatie-indexen en reputatiescores van uitgevers (impact-factor en reputatie boek-uitgevers) een grote rol spelen bij de beoordeling van onderzoek (svoorstellen), vinden de meeste aanwezigen 2). peer review het beste meetinstrument. De discussie gaat daarna wel - tamelijk heftig zelfs, over 'open peer review' vs anoniem peer review, waarbij enkele niet fraaie staaltjes van kwade wil bij peer reviewers gememoreerd worden. Auteurschap is belangrijk voor beoordeling: Hilde Bras spreekt over teamverband, de omvang team, het soort publicatie en de taakverdeling, auteursvermelding moeten meer naar contextspecifieke criteria beoordeeld worden. Ook valorisatie (outreach) en zitting in peer review commissies zouden moeten meetellen voor beoordeling. Tijdsbesteding als zodanig is niet van invloed op de waardering van een onderzoek, wel is het zo dat naar mate je loopbaan vordert je andersoortige taken krijgt, meer bestuurlijk en als docent/begeleider. Weckhuysen heeft een mooie uitsmijter: schoolvorming is wat je aan de maatschappij aflevert, niet alleen publicaties, maar een richting in je wetenschap!.

25 feb. 2013

Afscheid Ger Spikman als bibliothecaris WUR




Op donderdag 14 februari 2013 werd er een minisymposium georganiseerd door de bibliotheek van Wageningen UR ter gelegenheid van het afscheid van Ger Spikman, die met pensioen gaat. Het symposium droeg de titel "Was sich liebt, neckt sich" en die titel slaat op de relatie bibliotheek en uitgever.

`was sich liebt, das neckt sich wie van elkaar houdt, die plaagt elkaar. Duits spreekwoord; veelal verkeerd begrepen vanwege de verwarring tussen het Duitse "necken" (plagen) en het Nederlandse "nekken" (de nek omdraaien, doden).

Ger zelf is een voorstander van een goed en plezierig contact met uitgevers en spreekt zelfs van een 'gemeenschappelijk belang'.
- Dat laatste wordt uiteraard wat pijnlijk als het over geld gaat. Commerciële uitgevers hebben als 1e belang altijd nog het geld verdienen voor de aandeelhouders, maar als je het beziet met de ogen van Martin Rasmussen van Copernicus en uitgevers als service providers klasseert naar de auteurs/onderzoekers toe, dan is het gemeenschappelijk belang helder.

Het begon een beetje te sneeuwen, toen ik tegen 3 uur bij het Forum gebouw arriveerde, maar er kwamen toch heel wat mensen naar Wageningen om afscheid te nemen van Ger.

De eerste spreker was Dhr. Felix Haest, Director Key Accounts Europe Elsevier, die Spikman prijst om zijn constructieve houding in de toch wat precaire relatie tussen bibliotheken en uitgevers. Hij ziet zelfs een beetje een leermeester in Spikman. Uitgevers luisteren heus wel naar bibliotheken. De recente boycot van onderzoekers richting Elsevier heeft intern wel degelijk effect gehad. Uitgevers, aldus Haest moeten zich meer technologisch ontwikkelen richting 'information solution provider', textmining en nieuwe manieren van digitaal publiceren. Waarin zij overeenkomen met bibliotheken is de slechte waardeperceptie, terwijl beiden toch een toegevoegde waarde hebben wat betreft duurzaamheid en kwaliteit.
De tweede spreker, Nol Verhagen van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, schetste een bijna karikaturaal beeld van de houding van sommige bibliothecarissen naar de uitgevers toe: zij menen de uitgevers te moeten bestrijden en vieren hun vooroordelen bot (open exces ipv open access). Maar zegt Verhagen "de Big deal heeft meer gedaan voor de beschikbaarheid van wetenschappelijke publicaties dan veel - andere - open access acties". - Dat is wat mij betreft wel weer erg door de andere bibliothecarissenbril gekeken, want de big deal heeft niets toegevoegd buiten de universiteitsbibliotheken, dus niet voor de individuele onderzoeker en ook niet voor niet-universitaire instituten, ziekenhuizen en bedrijven. Een vraag uit het publiek wees daar dan ook terecht op.
De laatste spreker wasProf.dr.ir. Arnold Bregt, Hoogleraar Omgevingswetenschappen Wageningen University en lid van de Wageningse bibliotheekcommisie. Het beeld dat hij schetste van de universiteitsbibliotheek 25 jaar geleden was bepaald hilarisch, maar ook onthullend, want volgens Bregt: er was toen juist sprake van open informatie, je ging er naar toe en kon erbij. De rol van de ub is een plaats te bieden voor studie en reflectie, broker en intermediair zijn, en het taakgericht geweten = continiteit. Letterlijk "bibliothecarissen, uitgevers en onderzoekers vergaan, maar bibliotheek blijft bestaan"
Ger Spikman zelf had uiteraard het laatste woord. In zijn visie is de onderzoeker bepalend, en de bibliotheek ondersteunend. De band met uitgevers is die van 'developement partner', er is een gezamenlijk belang en wederzijdse afhankelijkheid. Er moet meer overleg komen over een ander manier van publiceren, het gaat niet alleen ander business model, maar om meer digitaliseren dan alleen in de vorm van gedigitaliseerd papier.

Aansluitend op het symposium is er een informele receptie met een drankje en een hapje. er werd nog gespeeched door Marjolein Nieboer namens de UKB, door dr.ir. Peter Booman Directeur Facilitair Bedrijf Wageningen UR, en door Ger's opvolger Hubert Krekels en het werd opgefleurd met zang en gedichten door de medewerkers.
Kortom een mooi afscheid voor een mooie carrière.

2 feb. 2013

Met AIN naar DNB

Op de laatste dag van januari 2013 vierden we als Amsterdamse Informatieprofessionals onze nieuwjaarsbijeenkomst bij De Nederlandsche Bank (DNB). Dat DNB de volgende dag in de belangstelling van heel Nederland zou staan (i.v.m. nationalisatie SNS Reaal) wisten wij nog niet, maar het geeft wel aan welk een belangrijke spilpositie DNB vervuld. Het is denk ik dan ook bijzonder lijkt me om bij zo’n unieke organisatie te mogen werken, als ondersteuner bij Informatiediensten. De afdeling Informatiediensten, onderdeel van de Divisie Statistiek en Informatie, omvat archief, bibliotheek en de bijbehorende functie- en applicatiebeheerderstaken. In het organogram op de website bestaat de afdeling Informatiediensten uit een sectie Kennisdomein- en bedrijfsinformatie en een sectie Toezichts- en juridische informatie.
Op de website kun je ook meer lezen over de geschiedenis: DNB werd opgericht na de Franse tijd in 1814 door koning Willen I. Interessant om te lezen dat in de eerste jaren DNB met moeite de bankbiljetten introduceerde, mensen gaven toch de voorkeur aan ‘klinkende munt’. Ook kun je een leuk filmpje zien dat een presentatie geeft van het bedrijf van DNB “werken aan vertrouwen’ waarin naast vertrouwen het kernwoord stabiliteit is. Daar worden de hoofdtaken van DNB nog eens benadrukt: het gaat over geld en veiligheid, over toezicht op financiële instellingen en over het monetair beleid.

De afdeling Informatiediensten heeft na een reorganisatie een nieuwe: missie geformuleerd: “ Informatie onder handbereik” De taken zijn te verdelen in drie hoofdgroepen: adviseren en begeleiden van klanten, inrichten infrastructuur en diensten uitvoeren voor klanten (= medewerkers DNB).
Bij de beschrijving van de werkzaamheden komt naar voren dat ze proberen zoveel mogelijk alles in overleg en gericht op de klanten te doen, proactief en op maat worden adviezen en diensten geleverd en ook op maat en in overleg met de klanten worden systemen ingericht, die door de mensen zelf te gebruiken zijn.
Er is nu een informatiecentrum dat als centraal referentiepunt dient voor alle vragen die aan de afdeling te stellen zijn. De medewerkers werken afwisselend in het informatiecentrum zelf of bij de klanten op kantoor. Centraal zijn zoekmachines, databases en portalen ingericht. Er is een centrale nieuwsvoorziening, waarbij als soort knipseldienst alle nieuws ’s ochtends naar de klanten gaat en sinds kort wordt er ook aan media-analyse gedaan om zo te kunnen aangeven wat de impact is van een bepaalde media-actie. Nog steeds is er postregistratie en het Historisch Archief wordt nu klaargemaakt om te worden overgebracht naar het Nationaal Archief.
Er werken zo’n 60 mensen binnen de afdeling Informatiediensten ter ondersteuning van de ca. 1600 DNB-medewerkers.
Er is een speciale discovery service ontwikkeld met behulp van de software van Autonomy idol 7 (opvolger Verity).
Deze zoekmachine heet NAVI = navigeren, zoeken en vinden. Met behulp van deze zoekmachine kunnen diverse interne en externe bronnen worden geraadpleegd, een attendering kan worden opgezet en dossiers over speciale topics kunnen worden aangelegd. De zoekmachine doorzoekt de zoeksystemen van het archief, van de gezamenlijke hare schijven, intranet en website en binnenkort ook de bibliotheekcatalogus, e-mails en statistieken. Een interessante nieuwe ontwikkeling is de aanbesteding voor nieuwsitems, zoals die bijv. in Lexis-Nexis werden aangeboden. DNB wil voortaan liever alles platform onafhankelijk content-only ontvangen.
De demonstratie laat een mooie site zien waarop je eenvoudig en geavanceerd kunt zoeken en de resultaten later per facet kunt verfijnen. Het ziet er erg mooi uit. Het bleek nog een hele klus om alle toegangsrechten goed te krijgen, omdat er uiteraard veel vertrouwelijke informatie in zit die niet door iedereen mag worden gezien. NAVI kan op basis van de instellingen en toegangsrechten alleen die resultaten presenteren die je ook daadwerkelijk zien mag.

Het informatiegedeelte van de middag werd afgesloten met een presentatie van Joyce van Aalten van Invenier over de vernieuwingen in Sharepoint 2013.
Er is een sterkere focus gekomen op de zoekfunctionaliteit. FAST is nu volledig geïntegreerd en er kunnen ook allerlei verfijningen worden uitgevoerd op basis van facetten. Ook is er een commnity-kant, - integratie met Yammer. Maar zoals Joyce opmerkte “maar het blijft grote bak met duplo’ je moet er zelf wel iets van maken en het inrichten vereist wel de nodige aandacht.


Daarna was het tijd voor de borrel. In een prachtig, vernieuwd bedrijfsrestaurant met mooie houten en gekleurde wanden en zithoeken was het nog een aangenaam verpozen. Ik kreeg van AIN een fles wijn vanwege mijn verslagjes, waarvoor ik ze hartelijk dank zeg. Bij vertrek uit DNB kregen we allemaal als aandenken een zakje versnipperde bankbiljetten en een klein goudstaafje (= een sleutelhanger). Erg leuk!