31 aug. 2007

Ticer Sociale Netwerken

Vervolg in module 4b om toch nog een beetje L2 te horen deze week. Onze spreekster is nochtans van mening dat L2 overhypte is: contact leggen met onze gebruikers doen we immers altijd al.
Hinchliffe van de
Undergraduate bibliotheek van de Universiteit van Illinois
geeft een interactieve presentatie van de verschillende sociale applicaties die zij voor hun bibliotheek hebben ontwikkeld. Ze zijn ook op Second Life, maar niet om echt daar hun werk te verrichten maar om te experimenteren en klaar te zijn om in een 3D wereld te opereren als daar vraag naar is.
Op de homepagina staat in een zijbalk een aantal Twitter logjes, die zijn klein en kun je makkelijk op je pagina plakken in een RSS waardoor het ook in de feeds komt die weer elders bijv. in Facebook of op de MySpace pagina getoond wordt. Daarnaast zijn ze ook actief met filmpjes op Youtube en flickr voor foto’s.
Met hun Ask a Librarian kun je via verschillende IM kanalen, zoals MSN, live chat aanbieden, waar gebruikers vragen kunnen stellen. Een cursusgenoot noemde ook Netvibes als sociaal netwerk. Als ik er vluchtig naar kijkt lijkt het een beetje op iGoogle en je kunt ook je bookmarks bewaren zoals op delicious . Ik heb zelf een delicious account maar ik vind het buitengewoon onhandig. Dus wellicht is Netvibes iets voor mij. Je kunt natuurlijk ook zelf een netwerkje opzetten, of ten behoeve van een groep gebruikers opzetten. Kan bijvoorbeeld in NING .
We vervolgen de middag met het opzetten van een Facebookaccount (sta ik dus nu ook in) en met het aanvullen van een lijst sociale software op een wiki.
Een leuke en leerzame middag!

30 aug. 2007

Ticer ELO

Severance, ex-directeur van de not-for-profit organisatie SAKAI vertelt over dit product voor een samenwerkende leeromgeving. Technisch gesproken komt het voor uit Lotus Notus.
Vertel meer over Sakai . Er loopt een pilot in Twente bij de TU. Uit het eindrapport waarin de TU Twente een beeld van de toekomst van de Elektronische LeerOmgeving: “een geïntegreerde leer- en werkomgeving uiteindelijk zal bestaan uit verschillende application services, geleverd door verschillende onderliggende (en voor de eindgebruiker onzichtbare) application components.”
Er komt nog veel OpenCourseWare onder meer Moodle, langs, de relatie met Sakai ontgaat me, zowel door mijn mindere interesse als door de sneltreinvaart waarin Severance het record aantal woorden per minuut wil breken.
Allerlei groupware toepassingen, zoals wiki’s, agenda’s, discussielijsten. Dan denk ik toch meteen aan Surfgroepen die Sharepoint gebruikt als samenwerkingssoftware. In april heeft Surf een samen-dag georganiseerd waarbij Sakai en Sharepoint samen gepresenteerd werden onder de ondertitel: Twee wegen naar Rome? . Tijdens de lunch hoorde ik ook nog van een andere- freeware software Viadesk .
Terug naar de presentatie: Severance geeft als voorbeeld de website NCIBI The National Center for Integrative Biomedical Informatics. Sakai wordt gebruikt als CMS.
Uitspraak: de onderzoeker moet voorop staan en de techniek moet ondersteunend zijn (sic!)
Met Sakai kun je ook repositories maken met samenwerkende met bibliotheken. Sakaibrary, een project “to develop open source software tools to integrate access to library licensed digital content within the Sakai collaboration and learning environment”. Er is ook een Citation Helper, een soort bibliografische software zoals Refworks. (een link die ik gevonden heb naar een ppt daarover, wil niet lukken).
Hij eindigt met nog wel een zinnige uitspraak dat het noodzaak is om dashboard application te ontwikkelen, die bestaan uit building blocks, die je al dan niet met andere systemen kunt integreren.
[Omdat ik besloten heb om van module 4a (Open Access)over te stappen naar 4b(Sociale netwerken) heb ik met de lunch al mijn certificaat gekregen, voor drie dagen, want vanwege die overstap krijg ik die niet voor vandaag]. Overigens hoorde ik dat de ochtend in 4b ook wel leuk was, het ging over vodcasting, maar ook screencasting (=filmpje van ppt of demo).

Ticer E-science

Onze inleider opent met de uitspraak dat het van belang is om te weten hoe wetenschappers werken en hun vertrouwen te krijgen.
Simpson opent haar presentatie met een inleiding in e-science of e-research. “It is all about collaborations” ondersteunt door het internationale GRID.
E-science verandert het onderzoek, maar er zijn sociale, psychologische en technische barrières. Ze noemt de competitie onder onderzoekers als belemmering. Datamining van verscheidende databanken zal een belangrijk onderzoeksactiviteit worden.
Maar nog steeds gaat veel onderzoek/opgeslagen gegevens verloren. Wie archiveert al de gegevens die verspreid /decentraal zijn opgeslagen. Preservation (duurzame opslag) is een belangrijk onderdeel van de data-cycle, waarbij gegevens gebruikt en hergebruikt worden.
Het gaat over wetenschappelijke data-opslag en de rol van bibliotheken daarbij.
wat zijn de onderwerpen die bij e-science een rol spelen :
- rechten (auteursrecht, license)
- awareness: veel onderzoekers zijn zich nog onvoldoende bewust van de problematiek
- culturele en psychologische weerstand
- fondsen en politiek
- standaarden en uitwisselbaarheid en vocabulaires
Veel activiteiten in nationale en internationale projecten, ze gaat verder in op CURL/SCONUL Task Force
De rol van bibliotheken bij digitale opslag is ondersteunend en niet leidend van wege ontbrekende fondsen en omdat de kennis over de data bij de onderzoeker zelf ligt. Wel kan de bibliotheek controleren op juistheid en volledigheid van metadata en de citeerbaarheid. Uiteindelijk noemt ze als rol voor digitale bibliotheken: e-infrastructure, data curation, training, advocacy. Aardig is de SWOT analyse van Liz Lyon in haar presentatie Digital Libraries and e-Research op de Bielefeld Conferentie in februari 2006. Simpson heeft dia 30 (de SWOT) daarvan overgenomen. Mijn buurvrouw wil graag gezegd hebben dat dit een zeer goede presentatie was die een duidelijk overzicht geeft.

In de pauze hoorde ik over 2 leuke projecten die in Tilburg lopen: SDMX, het internationaal vergelijkbaar maken van statistische gegevens, nu ook op het gebied van ecologie. En een EU project over het opslaan van wetenschappelijke data van economen, samen met repositories, het project heet Nereus.

Ticer woensdagavond

Na de cursus en het diner heb ik met wat cursusgenoten in de bar van het hotel wat nagepraat. Grappig dat in Europees gezelschap het al gauw op het songfestival komt en nu kwam het zelfs tot een voorstel voor een koortje” the singing librarians”. Het was gezellig dus.
Vanochtend weer een cirkel gewandeld om het geleerde beter op een rij te zetten. Nieuws heb ik gisteren niet gehoord, maar ik heb wel leermomenten gekend:
- hoe ver kun je komen als Amerikaan met een vlotte babbel en een oude workshop
- als het dan toch over catalogus gaat dan moet je die ook zo breed mogelijk opwaarderen met L2 toepassingen (navigatie, tags,librarything for libraries)
- bibliotheekruimte is ook een vorm van zichtbaarheid van je informatiediensten
- games kun je gebruiken als leermateriaal gelinkt aan bibliotheekfunctie met verrijkte catalogus bijvoorbeeld gemaakt door Biblionet over Wadden en Water
Aardig ook om de blogs van cursusgenoten te lezen Wow!ter en Ane.

29 aug. 2007

Ticer XML

Op 11 september 2006 schreef ik in mijn X-ref weblog:
Ik begin met het boek XML voor dummies’ en later dit najaar wil ik nog een speciale cursus doen voor presentaties in XML.
Om te beginnen bij het begin: wat zijn nu de voordelen van XML:
- structureren van je gegevens
- uitwisselen van gegevens naar andere bestandsformaten
- aanvulling van html
- beschrijft zichzelf
- effectiever, gerichte zoekacties mogelijk
- afzonderlijke elementen kunnen afzonderlijk worden geüpdatet
- gebruiker bepaalt zelf welke gegevens hij bekijkt
Dit als schot voor de boeg.
Vervolgens leer ik een paar belangrijke begrippen ‘elementen’ , ‘attributen’ en ‘ postprocessing’
In XML kun je je eigen elementen (de tags) en attributen (de waarden die bij de tags horen) definiëren. Postprocessing is het verwerken van informatie uit een document in een ander programma of proces. Of eigenlijk, je hebt informatie en m.b.v. XML kun je die informatie op verschillende manieren presenteren.
Het boek heb ik inmiddels uit, maar van die cursus is het niet gekomen i.v.m. mijn vertrek. In mijn weblog verwijs ik ook naar XML in 10 punten .
Maar op deze mooie dag in augustus dus een XML-cursusmiddag.
Als een XML document voldoet aan de syntax regels, dan is het een well-formed document. Meestal zonder DTD, met d.w.z. met een lijst betekenisvolle termen, als dat ook klopt is het ‘valid’. Bijvoorbeeld de KB heeft DTD ontwikkeld voor haar metadata.
De eisen voor een well-formed document zijn:
1)Een XML-document moet altijd een uniek rootelement hebben
2) Elk element heeft een openingstag en een sluittag
3) Elementen mogen elkaar niet overlappen
4) De tags zijn hoofdlettergevoelig
5) Attribuutwaarden moeten tussen aanhalingstekens staan
6) Voor bepaalde tekens is een aparte schrijfmethode
7) In sommige gevallen moeten namespaces gebruikt worden.
Ik gebruik hier de regels van < a href=http://www.ti-aalst.be/files/ti3_databanken/Xml.pdf >
VandeVelde’s cursus Databanken en Datamanagement: XML en vergeleken met het lijstje van Morgan. Voor een cursus kun je ook de online XML tutorial volgen.
Je kunt Marc-records transformeren naar XML, MODS heten ze dan: Metadata Object Description Schema. Daarvoor wordt XSLT (transformation) gebruikt.
Het is allemaal wel erg elementair. Ik lees hier dat CWIS in 2002 een bijeenkomst heeft gehouden over XML. En voor diepergaande informatie zal ik in de komende tijd de website van O’Reilly XML.COM nader bestuderen. We eindigen met wat oefeningetjes met SRU, want dan hebben we een OPACje gemaakt. Met een URL kun je een zoekvraag stellen aan de database. Ook in X-ref maakten we er gebruik van en noemen het ‘vastleggen van zoekacties’. Op Internet is een website te vinden Edurep van Kennisnet die doen aan het bijeenzoeken van metadata van lesmateriaal. Eigenlijk een moderne versie van wat we vandaag in Unix gedaan hebben, lijkt t.

Ticer Open Source

Vandaag openen we met Open_source open source software. , een ontwikkeling die begint met de Open Source Summit in 1998. Basis is dat het ‘vrije’ software is, je mag het zelf bewerken. Morgan noemt in zijn workshop verslag het boek van Eric Raymond ‘The cathedral and the bazaar: Musings on Linux and Open Source by an Accidental Revolutionary’ uit 2001. Kijk in Google Zoeken naar boeken en je ziet ook de recensies en verwijzingen naar werken die dit boek citeren. Ik kende Google Books nog niet en het ziet er leuk uit. Heb een kleine zoekactie gedaan op mijn favoriete passage uit een Reve-boek ['God, ' zo dacht Wessel, 'streefde wellicht naar gerechtigheid, maar in Zijn schepping was die niet of nauwelijks te vinden.Uit: Het hijgend hert p.100], maar t helaas niet gevonden. Kom nog wel!
Deze ochtend hebben we een hands-on training met betrekking tot Open Source Software. We beginnen met het handmatig schrijven in Unix van MARC records (voel me weer helemaal in de jaren 70, toen ik mijn computeropleiding deed). Voor sommige medeleerlingen is het onthullend dat je zomaar (met z39.50 protocol en de yaz-toolkit) records kunt downloaden uit de Library of Congress Catalogus. Tegenwoordig hebben we naast MARC meestal Dublin Core formaat of XL. En een beetje rondbrowsend kom ik op een converter-programmaatje dat het Amazon format omzet naar MARC.
Morgan heeft een relationele (open source) database gemaakt in MYSQL genaamd MyLibrary. Deze kan met OAI-protocol werken en gegevens overhalen uit bijvoorbeeld de DOAJ. Lijst open source software o.m. op Sourceforge.net . En een catalogus van resources verkrijgbaar met het OAI-protocol (eigenlijk OAI-PMH, protocol for metadata harvesting) is bijv. OAISTER en Scientific Commons.
Door een database te maken, een index en een webtoepassing dan kun je redelijk eenvoudig, aldus Morgan een applicatie bouwen met behulp van Open Source Software.


Ticer dinsdagavond

Een avond in het swingende centrum van Tilburg. Veel terrassen, weinig mensen. Wel lekker eten in de Oranjerie en aangenaam gezelschap.


Woensdagochtend al wandelend rond de cirkel haal ik de leermomenten van gisteren terug.
Als technologische ontwikkelingen werd vooral genoemd:
- Grid services als gedistribueerde netwerken
- maak een bibliotheekstrategie zoals je een zoekstrategie maak: neem zoveel mogelijk van de nieuwe ontwikkelingen op, verwerkt dat tot een voor je gebruikers herkenbare ingang en ga naar de gebruikers toe.
- de catalogus stond nog erg in het centrum van de ontwikkelingen, maar als je de bibliotheek niet meer definieert aan de hand van de collectie dan is de catalogus misschien niet het juiste uitgangspunt.
- opnemen van allerlei andere bestanden, bijv. na aanvraag artikel e.d., en uitbreiding van de mogelijkheden om van t een naar t ander te springen.
- chatbot in plaats van FAQ lijst, leek erg op een quiz software die ik ooit eens geprobeerd heb
Geef toch wel aanleiding tot overdenkingen.
[Vanochtend in een met koffiedoordrenkte stoel gaan zitten…balen]

28 aug. 2007

Ticer FIM en foto

Laatste lezing van vandaag gaat over Federated Identity Management en begint met een filmpje van JISC over Federated Access Management. Maar de termen zijn inwisselbaar: het betekent overal kunnen inloggen met dezelfde naam en wachtwoord.
Federations zijn samenwerkende instellingen, die gezamenlijk standaarden afgesproken hebben om de deelnemers te herkennen. Er zijn een paar lopende projecten bijv. Shibboleth (US en internet2), maar ook in Nederland zoek&boek van Bibliotheek.nl
De defacto standaard is nu SAML (Security Assertion Markup Language). Nieuwe ontwikkelingen zijn OpenID (user-centered) en
InfoCards/Cardspace .
Er zijn verschillende softwares voor authenticatie, onder meer
A-select. Daar is ook onze DigiD mee gemaakt.
Het is zo saai als het klinkt, gelukkig heeft Ton Verschuren wel een paar leuke filmpjes opgenomen, zodat niet iedereen in slaap is gevallen. Ik heb geprobeerd zijn rapport op de Surfsite te lezen, maar dat laat ik aan anderen over







Ticer chat

Vanmiddag gaat het over chatterbox ;in het Nederlands gewoon chatbox, maar in Wikipedia geef die niet zo’n mooie definitie als in de Engelstalige. (In ’t Nederlands is er nog sprake van IRC – bestaat dat nog?). De chatboxen hebben een knowledge base waaruit de virtuele persoon (per se geen bibliothecaris, maar meer een patroonheilige) antwoorden op vragen geeft. Anne Christensen praat over 4 chatbotten bij Duitse organisaties, met als voorbeeld Stella, de chatbot van de universitieitsbibliotheek Hamburg. Je kunt een vraag stellen aan Stella, waarop zei dan antwoord geeft. De knowledge base van Stella is met speciale software (Novomind IQ) geschreven in AIML (afgeleide van XML) en daar zijn ‘regels’ in geschreven. In Dordmund is de chatbot alleen ‘open’ als live chat niet beschikbaar is.In Hamburg wordt Stella nu meer dan 250 keer per dag geraadpleegd (naast de gewone FAQ). Evaluatie in de vorm van transcriptanalyse is nuttig, want dan kun je zien waar het in de conversaties mis gaat. Het bijwerken van de knowledge base kost al gauw een dag per maand minimaal.
Een frivolere variant is Miss Dewey, die voornamelijk antoord geeft uit Wikipedia, maar ook reageert als je niets vraagt. Lilian een virtuele bibliotheekassistent uit Engeland, is nog op proef. Leuk als variant op FAQ’s.

Ticer zoek

Bibliotheekcatalogi ook al zijn ze webtoegankelijk worden niet gebruikt. Mensen gebruiker liever Amazon om een boek te zoeken dan een catalogus. Een aardige uitspraak, die wordt toegeschreven aan A.Pace tijdens een bijeenkomst van de Library and Information Technology Association (LIA) van ALA: Making minor changes to a library catalog system is like putting lipstick on a pig’ . Niet na te trekken, maar ik heb nog wel een artikeltje gevonden van Roy Tennant daarover. Onze presentator noemt het in zijn historisch overzicht het begin van de kritiek (2005) die helemaal leidde tot Library Thing, een niet-bibliotheek initiatief.
Waar gaat het in de toekomst over OPACS naar toe: clustering (XISBN), visualisation (aquabrowser), ranking (relevance ranking is lastig), exploiting (metadata die rechtstreeks doorverwijst en bijv ook samenwerkt met bibliografische databases. Hij heeft het over COins (open url) en over Firefox plug ins
‘Zotero’
(the next generation search tool) en opensource software (bijv. VUfind). Die ga ik ook eens proberen. Verder contributing: gebruikers die tags toevoegen en de BiblioCommons approach (social knowledge discovery). En de toevoeging van omgeving als Facebook, mashups en dat soort sociale software. En dan hoe pak je het aan om je catalogus gereed te maken voor nieuwe toepassingen? Voorbeeld is de NCSU-bibliotheek, die met gebruikmaking van Endeca software in de catalogus een soort navigatiesysteem heeft geïntegreerd. Of op een hoger niveau via Grid services bij OCLC of Talis. “Traditional core values … will see us through”. Binkley vindt het opbouwen van expertise belangrijk en meldt ook een voorstel om niet uit te gaan maar om ieder artikel dat via open url wordt opgevraagd toe te voegen aan je systeem.

Ticer technologieochtend

Een tweede studiedag, vandaag gewijd aan de technologische ontwikkelingen wordt ingeleid door Lossau met een verwijzing naar Grids en de opkomst daarvan.
Uit de Wikipedia uitleg neem ik een definitie over: “the technology that enables resource virtualization, on-demand provisioning, and service (resource) sharing between organizations” .
Onze eerste spreker R. Murray van OCLC heeft het ook over grids en dat hij juist die grid-diensten (netwerkdiensten) sterker wil benadrukken in het hele productenportfolio van OCLC.
Van aanschaf, catalogiseren en uitleen van de fysieke collectie naar web based services.
Hij vertelt dat hij gevraagd werd om in 15 minuten uit te leggen wat de toekomst van de bibliotheeksystemen is. Het resultaat van die opdracht is een artikel, gepubliceerd in Ariadne met als titel: ‘Library systems: synthesise, specialise, mobilise’.
Voor een efficiënte bibliotheekorganisatie moet je blijven zoeken naar de toegevoegde waarde, in de drie kernwoorden geeft hij aan waar die te vinden zijn:
- maximaliseer de reikwijdte en breedte van de diensten, die je kunt samenvoegen (synthesise)
- minimaliseer en vereenvoudig de interface tot de kern van de dienst (specialisme)
- maximaliseer het effect door naar de gebruiker toe te gaan (mobilise)
Op de dia’s een prachtige foto van een drukke, volle stad, waarbij Google in het centrum en de bibliotheek in een achterafstraatje staat. (de presentaties komen op de Ticerwebsite). Hoe komen we weer in het centrum? Onderdeel van stappen daartoe is de World Cat Grid, het wereldwijde niveau van bibliotheeksamenwerking en optimale samenvoeging van diensten (nu is Worldcat al wel op weg, maar nog lang niet waar het wezen moet: ‘compelling’ zijn). Waarbij er van wordt uitgevoerd dat bibliotheken op alle niveaus meewerken in dit wereldwijde netwerk. De onderliggende niveaus kunnen dan optimaal hun toegevoerde waarde daaraan ontlenen en vv: groepsniveau van de nationale bibliotheken, en de lokale bibliotheken, die ook allemaal naar ‘web scale’ gaan.
Wel veel OCLC, want die staan natuurlijk in het centrum van de Grid, maar interessante presentatie: hij spreekt leuk en geeft een goed overzicht wat de opdracht van de moderne bibliotheek is. Leuke uitspraak: ik hou niet van web 2.0 omdat ze dat als hype een revolutie noemen, dat eenvoudigweg het gevolg is van een evolutie.
De discussie is levendig: moeten we wel ons richten op het webscalen van zoeken en discoverable worden, is dat niet de taak van de Googles in de wereld en moeten we ons niet concentreren op processen ter ondersteuning van de gebruikers een ‘veldbibliothecaris’. Komen samen tot nut van wereldwijd samenwerken.

Ticer avond

De hele Waranderoute (5,3 km) gelopen na een intensieve dag met lezingen en discussies. Het is de volledige wandeling in dit barokke bos, maar vanwege het late uur was ik nog maar net op tijd binnen voor het echt donker werd. Wat heb ik allemaal opgestoken?
Veel van de inhoud van de presentaties was niet echt nieuw voor me maar ik heb toch een aantal overdenkingen meegekregen:
- bibliotheekcatalogus uitbeiden met eigen databasejes
- als je de bibliotheek definieert vanuit collectie, is dat ook qua performance de insteek, maar je kunt je beter richten op services en nog beter de impact. Maar hoe meet je dat?
- gebruikersonderzoek kan in grote zware Libqualsystemen, maar ik heb meer behoefte aan een soort continue feedback, die op natuurlijke wijze gegeven wordt
- conclusie bibliotheken zijn meer en meer onzichtbaar, maar moeten niet alleen reageren op demands, maar moeten ook nieuwe ideeën inbrengen
- om in business te blijven is nodig intimicacy met de user en engageness (een soort mindfullness maar dan naar de gebruiker toe)
- het is een competitieve environment en je compete met faculties (geldschieters) ranking is belangrijk.
- huidige e-books (en e-journals) zijn gedigitaliseerde papieren uitgaven, geen meerwaarde en geen tekst bruikbaarheid
Met name over de directeur Norbert Lossau ben ik erg te spreken. Hij geeft leuke inleidingen en weet na een presentatie de discussie goed te trekken en leiden.

27 aug. 2007

Ticer managementmiddag

Over de veranderende rol van de bibliothecarissen. Aardig idee om, zoals in Library Thing, iedereen kan bijdragen aan je bibliotheek. De bibliotheek bestaat dan niet alleen uit bibliotheekbezit maar uit collectief bezit.
Belangrijk uit het onderzoek , dat in Denemarken is gedaan naar de perceptie van studenten en onderzoekers naar de bibliotheek en bibliotheekdiensten, was de conclusie dat de ‘bibliotheek’ geen omlijnd concept is in de hoofden van de gebruikers.
Het onderzoek was opgebouwd uit observaties, dagboeken van gebruikers en workshops met gestructureerde interviews.
Het concept ‘virtuele bibliotheek’ met allerlei mooie toegangen tot databases etc. wordt niet als relevant ervaren. Niemand is geïnteresseerd in chatten met een bibliothecaris (dat doe je met je peers) of in een jeugdig caféomgeving. Ze willen eenvoudige zoektoegangen en een rustige werkplek. Conclusie is dat de bibliotheek zich meer moet bezinnen op zijn plaats in de waardeketen, incl. een beperking van activiteiten, meer samenwerking en meer gericht op de noden van de gebruikers. Birte eindigt met de stelling dat er wellicht minder bibliotheken moeten komen. Maar ze wil nog verder onderzoeken wat sommige uitspraken nu eigenlijk betekenen. Bijvoorbeeld het hoofdstuk chatten kwam aan bod in het workshop-gedeelte van het onderzoek, waar wellicht niet de jongste gebruikers aan deelnamen. Chatten wordt wel veel gebruikt namelijk. Wel is de communicatiestrategie van de bibliotheek naar de gebruikers toe inmiddels veranderd. En de dienstverlening kan meer gericht worden op de drie onderscheiden persona’s: bibliotheek-enthousiast, werkbij en drive-in gebruiker.
Na de koffie praat Stephen Town over performance measurement en de noodzaak om een duidelijk verschil te maken met accountability (het verantwoording afleggen aan m.n. management). LibQual noemt hij als standaard methode om bibliotheekperformance, en strategische keuzes te meten en de ontwikkeling te volgen. Performance indicators in de digitale wereld zijn nog in ontwikkeling, met name indicators for impact measurement, zowel educational als economical. De vereniging van academische bibliotheken in UK SCONUL heeft een ‘performance portal’ waar al die informatie in een wiki ter beschikking wordt gesteld. Blijft discutabel wat en hoe je moet meten, hoe en wat ‘impact’ is en/of ‘ value’ en statistieken en wat je ermee kunt.
Uiteindelijk is het wel belangrijk dat je een soort van gebruikersonderzoek (of voortdurend feedback) doet om goed te kunnen inspelen op de vraag en noden van de gebruikers (= bibliotheek 2.0).

Ticer managementochtend

Op deze dag gewijd aan strategisch ontwikkelingen en bibliotheek management krijgen we voor de koffie een presentatie van de Amerikaanse directeur van Creative Commons.
Hij sprak over ‘ the network’, interconnect digital information resources, cyberspace.
en de veranderende verhoudingen in de informatieketen, en de rechten die daarmee verbonden zijn (auteursrechten) en de beweging voor meer Open Access: ‘Budapest Open Access initiative’. De creative commons voor regelingen met auteursrecht voor slechten van communicaties barrières tussen onderzoekers. Oproep om bibliotheken het recht te geven te archiveren en een rol in de infrastructuur om gegevens in de literatuur vindbaar te maken. Want bij bibliotheken verwacht je de gegevens te vinden, maar dan moet het wel mogelijk zijn om de gegevens met textmining technieken te analyseren, te doorzoeken. Zo ook met de beschrijving van de objecten en het vindbaar maken daarvan.
Helaas zijn zijn dia’s slecht leesbaar en spreekt hij in sneltreintempo. Maar gelukkig is het niet echt nieuw:)
Geeft wel aanleiding tot aardige discussies zoals de stelling van de Ticer directeur dat institutionele repositories niets waard zijn als ze niet zijn ingebed in een netwerk, zie bijvoorbeeld ook het Europese project DRIVER.
Na de koffie vertelt Milne van de British Library over digitaliseringsprojecten: ‘ boutique digitisation’ – manuscripten mooi uitgevoerd als etalageproject en over ‘ mass digitisation’ project met bijvoorbeeld Google Print en Microsoft digitaliseringsprojecten. Komt toch naar het idee van een universele bibliotheek dat Naudé al in een vorige eeuw propageerde.
De -jaren geleden besproken – dood van het boek is er nooit van gekomen: er wordt meer gepubliceerd dan ook. Blijft de vraag wat de rol van de bibliotheek/bibliothecaris in de toekomst zal zijn. Aspecten zijn de authentificatie (is het bestand wel hetzelfde bestand wat geschreven is door de auteur ), linken naar andere materialen, volgorde van digitaliseren. Een ‘content’ specialist die gebruikers naar het antwoord leidt. (Sinds kort is er bij de BL ook sprake van ‘content’ en een ‘content’ plan).
Levendige discussie over wat nu de bibliotheek definieert: de collectie (statistieken en performance indicators gaan daarover), of services (maar meer impact van services).

Ticer welkom

Vanmiddag – zondag 26 augustus – ingecheckt in hotel Auberge Bonheur in Tilburg. Om 18:00 uur begint de TICER summerschool.
Prachtig hotel, fijn naast het Warande-bos, een oud sterrenbos. Vanmiddag al een verkennend wandelingetje naar de Tilburg Universiteit Campus gemaakt. Geeft op sommige plekken een beeld van het W.H. Vliegenbos in Amsterdam Noord, wat we 2 jaar geleden op flora geïnventariseerd hebben en wat uitkwam op een laagterecord (van soorten, niet van brandnetels en bramen). Maar ook wel veel dennen, zandgrond!, en oude beuken en redelijk wat jonge aanplant in berken en ander loofhout.
Bij aankomst op de kamer trof ik al een grote TICER map, met allerlei praktische informatie (o.m. foto’s en biografietjes van de deelnemers).Netjes geregeld! Toch een behoorlijke Nederlandse delegatie, waaronder een paar bekenden.
Om 6 uur was het welkom met een drankje in de tuin van de Auberge, meteen al wat kennissen gezien en gemaakt. Wat ik tot nu toe zie is het publiek heel divers: van beginnend hogeschool mediathecarissen tot doorgewinterde universiteits-medewerkers tot openbare bibliotheektechneuten. Aansluitend het buffet-diner. Lekker eten, aan een gezellige tafel. Halverwege werden de heren en lecturers gevraagd van tafel te wisselen. Een goede methode om wat te mengen. Het welkomstwoord werd uitgesproken door H. Geleijnse, die bij afwezigheid van de Ticer-directeur Norbert Lossau iedereen welkom heette. Later kwam NL nog wel en zei ook nog wat (hij had i.p.v. 2 uur 9 uur in de trein gezeten, onduidelijk of dat eigen keuze was of niet).
De opmaat is gegeven en morgen gaan we aan de slag. Ik heb alle ‘recommended reading’ doorgelezen ( en merendeels uitgeprint. Dat leverde nog een aardig stapeltje papier op!). Alvast gediscussieerd met een medestudiegenoot over die Codev2.0 en de grenzen van de regelbaarheid/controle op internet. Hoe kan bijv. in de virtuele wereld een bank failliet gaan. Je kunt toch gewoon dat anders definiëren? Enfin interessant genoeg om verder op door te gaan.

20 aug. 2007

Bibliotheekruimte

De plannen om een nieuw instituut te bouwen zijn al vergevorderd. Dat is, er is een architect uitgekozen en er is een projectgroep. De invulling moet nog volgen. Er is een programma van eisen en als speciale eis is gesteld dat het CO2 neutraal moet zijn. Conform de filosofie van ‘cradle to cradle’ van MacDonough en Baungart. Dat wil zeggen duurzaam ontwerpen.
Enfin, ook de bibliotheek moet daarin zijn plekje krijgen. En dat betekent ook dat we ons moeten bezinnen op het nut en de functie van de bibliotheek als ruimte.
En dat wordt lastig. Terwijl in bibliotheekwereld de aansporingen om toch vooral digitaal te gaan nog naklinken (zie o.m. boek De Digitale Bibliotheek) staan wij op het punt om te zien wat we van de fysieke bibliotheek nog willen meenemen naar de nieuwbouw.
Er zijn natuurlijk nog de boeken en de gedrukte tijdschriften. Alles waar we een e-abonnement op hebben hebben we reeds verwijderd uit de bibliotheek. Er is nu nog, in de twee bibliotheken van onze vestiging in Nieuwersluis en Heteren ongeveer 250 meter boekenplank in gebruik.
Boeken staan in de bibliotheek en worden uit de bibliotheek geleend en in de bibliotheek geraadpleegd.
In de ruimte heb je naast boekenplanken dus ook een uitleenruimte nodig en een plek om boeken/ tijdschriften te raadplegen. Een catalogus om iets op te zoeken is daarbij ook onontbeerlijk, dus je hebt ook een computer nodig.
En wat heeft een bibliotheek in het bibliotheek 2.0 tijdperk nog meer nodig?
Alejandro Chiner van de Scitech library Univ Sydney vat een discussie in library20.ning over de ‘Designing a physical library space to connect with Web 2.0’ als volgt samen:
“ This thread is bringing up a nice set of design elements:
- Reference librarians at hand
- Noise level zoning
- Group collaborative/single/social rooming
- Food & drink comfort with cafe ambiance
- Wireless
- Web 2.0 availability
- Activity displays, ideally interactive multimedia
- User input of design ideas “

Voor ons interessant is denk ik de ruimte voor rustig lezen/studeren en de nabijheid van iemand (bibliothecaris/informatiespecialist) om iets aan te vragen. Voorts denk ik dat we nader moeten bestuderen hoe we de nieuwe bibliotheek 2.0 ideeën in de ruimte vorm kunnen geven. Dat is nog lastig, want het meeste is toch online. Wellicht moeten we ons meer op de instructies richten en de ruimte geschikt maken voor – individuele en/of kleine groeps- instructies.

8 aug. 2007

Boek De Digitale Bibliotheek (2)

Toch wel een aardig boekje ‘ De digitale bibliotheek’ onder red. van B. van der Meij en K. Westerkamp. Over de eerste 2 hoofdstukken heb ik al geschreven. Het derde hoofdstuk – ‘ De toegankelijkheid van de digitale bibliotheek’ - gaat niet zozeer over de digitale bibliotheek als wel over zoektechnieken op internet (federated search, text mining, video en beeld zoeken) en is een tamelijk vrijblijvende opsomming van die mogelijkheden. Ook het laatste hoofdstuk –‘ Library 2.0: een netwerkbeschouwing – gat niet zozeer over de integratie van web 2.0 tools in een digitale bibliotheeksetting, maar blijft bij een opsomming van alle ontwikkelingen (weblog, tagging). Het hoofdstuk van Marco de Niet over ‘ De bouwstenen van de digitale bibliotheek’ geeft een goede beschrijving van de elementen waaruit een digitale bibliotheek bestaat. Hij beschrijft de processen van vervaardiging, verwerven en beheer van digitale eigen en externe data en het zoeken en presenteren daarvan. Dat is denk ik ook de kern van de digitale bibliotheek en ook de kern van dit boekje. Jammer dat hij in zijn conclusie weer de negatieve tour op gaat en het heeft over het veiligstellen van tradities, maar gelukkig legt hij ook de nadruk daar waar hij moet zijn: “ .. het doel: in gezamenlijkheid de dienstverlening voor toekomstige generaties informatiezoekers vormgeven”. Met het oog op dat doel zijn de door hem beschreven bouwstenen: “ ..ze dragen bij aan een betere toegankelijkheid en uitwisselbaarheid van informatie’. Overigens over het veiligstellen van tradities, maar dan op een positieve manier heeft Walt Crawford ook een boekgeschreven “ Balanced libraries: thoughts on continuity and change” . Een boek op basis van zijn en andere weblogs. Daarin probeert hij een evenwicht te formuleren tussen de bestaande bibliotheek(functies) en de nieuwe ontwikkelingen met name bibliotheek 2.0 toepassingen. Ook in het artikel van Bart van der Mei j– ‘ de waardebepaling van een digitale bibliotheek’ - komt dit evenwicht helaas niet ter sprake. Het lijkt wel of je of het een traditioneel en dus per definitie niet-digitaal of het ander – digitaal – moet kiezen voor je bibliotheek. Terwijl de meeste mensen, denk ik toch te maken hebben met een bestaande bibliotheek met een fysieke ruimte en een fysieke collectie en een groeiend aantal digitale collectie-items. Functies vind ik persoonlijk niet zo verschillen, tussen de traditionele bibliotheekfunctie (toegankelijk maken van informatie en ondersteunen bij zoeken, vinden en verwerken daarvan) en de digitale bibliotheekfuncties. Wel is het zo – uiteraard – dat je bij het digitale meer ICT competenties moet hebben, maar er van uitgaand dat je basiscompetentie sowieso is gericht op bijblijven en education permanente verkrijg je die als bibliothecaris vanzelf. In het hoofdstukje over ‘ de digitale bibliothecaris ‘ wordt nog wat van die competenties genoemd. Gelukkig zijn de schrijver (J. van Helvoort en P. Becker) ook van mening dat ze de genoemde competenties juist zo belangrijk vinden omdat ze die terugzien in succesvolle bibliothecarissen. Het artikel over de juridische aspecten heb ik met interesse gelezen. Het is inderdaad een groot verschil of je met de fysieke informatiedragers in de weer gaat of met digitale. De wettelijke regelingen darvoor zijn inderdaad heel anders. De conclusie van de schrijvers dat “..bibliotheken wel eens een overbodige instantie kunnen worden”deel ik niet, omdat ik er vanuit gaat dat een bibliotheek meer is dan alleen een uitleenfabriek. En juist daarin zit het juridische verschil. Het hoofdstuk dat is getiteld “ Gebruikers verwachten steeds meer van de speciale bibliotheek’ gaat over informatievaardigheden. Het verband met een speciale, digitale bibliotheek is met niet geheel duidelijk, hoewel informatievaardigheden uiteraard een grote rol in ons professionele leven spelen.
In hun nawoord schrijven de redacteuren “.. interactie met de klant belangrijk is”. Dat was en is het zeker. Maar alles in evenwicht. Op mijn vraag bij Bibliotheek20.Ning.com of er al iemand is die ervaring heeft met het tagging door gebruikers in de catalogus is geen positief antwoord gekomen (ja in Amerika!). Wel ben ik het met de redacteuren eens dat het goed is om te experimenten. “ Het heeft ons geleerd om te gaan met de digitale samenleving, de wijze waarop we informatie consumeren, maar ook delen met anderen.” Crawford zegt: “ You should think about change clearly, looking for ways to improve situations – not ways to implement some neat new technology” en verder besluit hij: “ the core of librarianship, whether 1.0, 2.0 or whatever you want to call it, is connecting an information seeker with the information they seek….” En zo is het maar net.