28 nov. 2012

Register Bibliothecaris

Nu er weer stemmen op gaan om de actieven van de passieven te scheiden, ofwel in hedendaags jargon de ‘agile’(=slagvaardigen) van de ‘dode’(=inactieven), is het wellicht ook weer tijd om een al wat ouder idee op te poetsen.
En wel dat van de ‘register bibliothecaris’.

Wat de heren Joost Heessels en Jeroen de Boer betogen in hun voorstel op Bibliotheek 2.0 (iedereen ontslag en de banen opnieuw verdelen op basis van competenties ) zal m.i. niet het overall gewenste effect hebben.
Wellicht kan het tot een, voor de jonge heren gunstige , herschikking van banen komen, maar dat leidt niet noodzakelijkerwijs tot een scheiding van slagvaardige van inactieve bibliothecarissen. Het zal slechts leiden tot een scheiding van de ouderen en jongeren en dat is niet hetzelfde. Bovendien geeft het geen enkele garantie dat over 10 jaar niet dezelfde situatie weer is ontstaan.

In plaats daarvan pleit ik voor een beschermd beroep.
Laten we het de ‘Register bibliothecaris’ noemen. – Ik heb nooit van de term informatie-professional gehouden en dat mijn baan verder niets met een ruimte met boeken te maken heeft geeft helemaal niets: een journalist werkt ook niet alleen voor een journal.

Daar kan een mooie taak liggen voor de broepsvereniging de Koninklijke NVB. Die kan het register beheren.
Iedereen kan in het register worden ingeschreven die aan een basisopeiding (= basiscompetenties) voldoet. Jaarlijks, of eens in de zoveel jaar is men verplicht om door middel van het behalen van een aantal accreditatiepunten te bewijzen dat men nog steeds actief en bijgeschoold is. Alle bij- en nascholingen kunnen worden geklasseerd, bijvoorbeeld een jaarlijkse bezoek aan de NVB-jaarcongres levert 1 punt , maar een keer een bezoek aan de CIL levert 3 punten.
Zo kun je zorgen dat iedereen die zich bibliothecaris wil noemen ook daadwerkeleijk aan de normen van een ‘agile’ beroepsbeoefenaar voldoet. De GO kan een aparte bijscholingscursus opzetten om een ieder die na een ingeslapen periode weer geregistreerd wil worden, bij te scholen.
Zo blijft ieder bij de tijd, en is er volop dynamiek.
Zie ook de praktijk van het BIG-register. Dat is een – wettelijk verplicht – register voor zorgverleners. Een wettelijke verplichting is niet nodig, het kan ook vrijwillig als de werkgevers zich aan de beroepseisen houden en van hun medewerkers inschrijving vereisen.

19 nov. 2012

NVB-congres

Het 2012 jaarcongres van de NVB had als thema: “Impact: informatie die ertoe doet” Dit jaar een jubileum congres, omdat de NVB 100 jaar bestaat in het Beatrix theater in Utrecht. Een feestcongres: geen inhoudelijke tracks met alle varianten op verandermanagement, maar prettig positief jubileum programma.


Sinds 2009 had ik me op het NVB-congres voorbereid door me op drie onderwerpen te concentreren:
- ordening versus serendipity
- sociale media en verwording maatschappij
- imago informatieprofessional
Het is wel leuk om die oude verslagen weer terug te lezen:
2009: Verbinden op inhoud 2010: Innovatie 2011 Een ander vak

Ook dit jaar weer kwamen de bekende thema’s weer aan de orde:
- Ordening in het boeiende verhaal van André Kuipers hoe alles nauwkeurig moest worden beschreven en gelocaliseerd in een Inventory Management System
- Social media in het verhaal van Lee Rainie van Pew over de spreiding en gebruik van SM (uit: The Onion: er zijn maar 4 mensen die Facebook echt leuk vinden, alle anderen ervaren een gevoel van wanhoop zodra ze ingelogd zijn)
- Imago informatieprofessional: cabaretier Murth Mossel over het stoffige beroepsimage: “er is geen ‘silence’ voice of Holland”, maar ook ‘imago is slechts perceptie’. Ook Michelynn McKnight die ons oproept flexibel en proactief te zijn ‘the agile librarian’ (meerdere congresgangers hebben me bekend dat ze het woord ‘agile’ = slagvaardig, moesten opzoeken in het woordenboek),

Maar er kwamen nog wat andere aandachtspunten over het voetlicht:
- Selectiviteit van informatie/kennisvergaring: Lee Rainie: ´we leven in datastreams, gebruiken informatie anders. Informatie ontwikkelt en verandert, het is overal, als een 3e huid. Maar Lee Rainie steekt ons een hart onder de riem: iedereen is onzeker is door de informatie/ontwikkeling dus heb vertrouwen in je kunnen als bibliothecaris om de kennis achter die informatie op te sporen.
Alexander Klöpping sprak in zijn 2e korte pitch over de eigen door algoritmen gefilterde informatievoorziening (informatie bubble: de glazen bol waarin je nieuwsstromen verwerkt van alleen geselecteerde bronnen en relaties op basis van omgeving).
- Ken je kracht: Lee Rainie:bibliothecarissen houden zich met kennis bezig niet met boeken.´What business are you in´’ en Michelynn McKnight ”Know, Show, Tell” (your expertise, your professionalism, your role in mission of institute). Murth Mossel: informatieprofessionals, ja die hebben we nodig in een wereld waarin het wemelt van de informatie-amateurs’.
- Niet bij digitaal alleen: Redmond O’Hanlon toont zijn lievelingsboeken en vertelt hoe hij daarmee en daardoor bereikt heeft waar hij is (speciale collectie Redmondiana in de Artis-bibliotheek).
André Kuipers verklaart over de Sojoez-raket: het is een oud systeem, dus veiliger want als alles uitvalt kun je met mechanische stuurwieltjes terugkomen en als klapper op de vuurpijl de oude tekst die Hans van Keken liet zien in zijn lezing over het apestaartje. Dat teken werd al in de 15e eeuw gebruikt als aanduiding voor een inhoudsmaat.

Verder genoten van het prachtige filmpje van André Kuipers en van de uitstekende en humorvolle prestatie van sneldichteres Dominique Engers.
Het woord ‘koinofilie’ geleerd van Vincent Icke over de schoonheid van de midelmaat en de waarheid als schok (dat is impact) en de Commissaris van de Koningin gehoord bij de uitreiking van het predikaat ‘koninklijk’ aan de voorzitter van de NVB.
Bij ontvangst gesmuld van een heerlijk tompoesje en een Heer Bommel mee naar huis.



Jammer, jammer, jammer dus dat er geen enkel stopcontact was om apparaatjes op te laden, en dat de wifi irritant haperde en telkens wegviel.

25 okt. 2012

Endnote X6

Uiterlijk Endnote is vernieuwd en heeft een nieuwe look gekregen. Wat meteen opvalt na installatie van Endnote X6 is dat de schermindeling veranderd is. In plaats van een navigatie-kolom links en een titel-kolom op de rest van het scherm, met de eenregelige presentatie boven en de zoek, en toon in outputstyle-rij eronder. Alles staat nu in kolommen, naast elkaar. Dat is wel even wennen, maar zoals de introductie zegt, het past beter bij de moderne breedbeeld monitoren.
Maar voor de mensen die toch liever het oude beeld handhaven die kunnen met de Lay-Out knop rechtsonder op het scherm de panelen weer onder elkaar zetten.
Ook is de standaard font gewizigd van een prettige Arial 12 naar een onogelijke Segoe 9. Dat moet je eerst weer, onder alle tabs rechtzetten (via Preferences).
Opvallend is dat het logo van Endnote, inclusief de wervende leuze die eronder staat weer is aangepast. Jarenlang was het … Bibliographies Made Easy, wat zelfs een TM (registratie had (registered trademark). Maar in september 2009 met Endnote X3 kwam de eerste verandering, toen werd het (zonder voorlooppuntjes) Advance your Research and Publish Instantly.
En nu met Endnote X6 zijn we aangekomen bij: Collect, Collaborate, Create. From Anywhere.
Jarenlang heeft het logo van Endnote een omhoogkrullende eindhaal van de eind-e gehad, die het streepje door de t was. Bij Endnote X5 is dat verlaten terwijl toen juist weer het ronde in het beeldmerk terugkwam. Bij het nieuwste logo is dat mooi uitgewerkt met een uit letters bestaande dynamische ring.

Ook het uiterlijk van de website van Endnote (endnote.com) is geheel veranderd. Bij de support is nu een link gekomen naar een ‘knowledge base’ gebaseerd op het Forum, geheel in de Thomson Reuters stijl.

Nieuwe functies Er zijn twee nieuwe (functie)- velden toegevoegd: een waarin je kunt aangeven of je de betreffende titel gelezen hebt. Al die grijze punten in de lijst voor de titels duiden op een ongelezen status. In de Preferences zou nog wel een optie moeten worden toegevoed: Mark as read upon adding a record. Voor als je dat niet wilt gebruken, nu worden de nieuw geimporteerde records vet en moet je handmatig alles weer op Read (dus van vet af) halen.
En het tweede nieuwe veld is het veld Rating. Met sterretjes kun je aangeven hoe je die titel waardeert.
*
Enfin, verder kijkend, zie ik dat het nu echt lukt om pdf’s te importeren via het Import menu. Indien er in de pdf een DOI staat dan kan Endnote the gegevens er zelf bijzoeken. Met een standaard tijdschriftartikel gaat dat heel aardig. Met de functie References – Find Reference update kun je vervolgens de ontbrekende gegevens in de titelbeschrijving aanvullen. Dat gaat geweldig! Zelfs het Accession number uit Web of Science (UT) wordt toegevoegd. Die opties waren in Endnote X4 al toegevoegd, maar het werkte nooit zo goed, dus ik heb het verder nooit meegenomen in mijn instructies. Maar nu lijkt het echt goed werkbaar.
*
Nieuw is ook de mogelijkheid om een record (inclusief de pdf) per e-mail te versturen. Als je die met outputstyle Endnote Export verstuurd dan kun je hem als ontvanger - na Save as text - inlezen in je eigen Endnote (inclusief pdf).

Synchroniseren De grootste verandering van Endnote 16, althans hoe het wordt aangekondigd is het ‘From anywhere’, het continue synchroniseren van het desktop bestand met het web bestand.
Buitengewoon irritant is dat alle eerdere uitwisselingen niet meer werken en dat je weer helemaal opnieuw moet aanmelden voor Endnote Web.
Nog irritanter is het als blijkt dat een eenvoudige transfer van een groep met records van en naar Web niet meer kan, het is alles of niets. En bij een beetje grote Endnote Library ben je dus eindeloos bezig. In feite is het nu onbruikbaar geworden. Jammer.
Ik hou in ieder geval een versie van X5 open, zodat ik rustig Endnote groepen en files kan uitwisselen met Endnote Web.

Naamswijzigingen De optie Edit – Change Tekst, heet nu Edit – Find and Replace. Dat sluit uiteraard meer aan bij de gangbare benaming. Verder blijft het hetzelfde: je kiest het veld en zoekt een tekst (of teken) die je wilt veranderen in een andere. Onder Tools is de functie Change/Move fields uitgebreid met de functie Copy. Dat is wel prettig dat je nu de inhoud van een veld kunt kopiëren.

Conclusie: Endnote X6 lijkt wel goed als desktop programma. Voor het overzetten van records naar Endnote Web nog wel X5 blijven gebruiken.

Papierloos vergaderen met iPad


Sinds mijn eerste iPad ervaringen in 2010 is er op het gebied van het papierloos vergaderen nog niet zoveel gebeurd.
Er zijn wel mensen die proberen om zo min mogelijk te printen, maar gemiddeld vind je in vergaderingen nog de meerderheid van de mensen met pen en papier.

Maar.. nu met de iPad 3 en een verbeterde versie van zowel IOS, het iPad operating system als diverse apps, neemt het gebruik van de iPad voor papierloos vergaderen toe.

Hoe doe je dat nu?

Zorg ervoor dat je je vergaderstukken op de iPad hebt staan.
Of door je mail, met bijlage op de iPad te laten komen, of door de vergaderstukken in je DROPBOX te archiveren. Zorg vervolgens dat je dropbox synchroniseert met je dropbox-app op de iPad.
Vanuit je dropbox, klik je vervolgens de stukken aan. Met het icoontje van een pijltje naar links, linksboven kun je een context-menu openen, waarbij je kunt kiezen voor het openen van een pdf in een ander programma. Daarvoor kies je bijvoorbeeld iBOOKs, als je de stukken alleen wilt kunnen lezen, of Smart Note Free als je de pdfs ook wilt annoteren. Andere – betaalde – pdf-annotatie-apps zijn Goodreader en iAnnotate.

Voor word documenten en het maken van tekstbestanden gebruik ik de app Documents. Met Documents kun je je bestanden synchroniseren met Google Docs.

 De app FileApp gebruik ik om te kijken welke bestanden er staan op de iPad, om zo gedownloade bestanden te kunnen terugvinden.

12 okt. 2012

Endnote pdf management

In Endnote kun je goed je pdf's beheren.
Standaard importeer ik titels uit Web of Science en daarna hang ik er met het commando "References - Find Full Text' als File Attachment de pdf aan. Zo heb ik een mooie index op mijn pdf-collectie. De pdfs worden opgeslagen in een aparte pdf-map die bij het Endnote-bestand hoort.
Ik kan ze makkelijk meenemen door een Compressed Library te maken en ik kan ze zelfs uploaden naar EndnoteWeb. Maar als het er veel worden, wordt Endnote wel erg traag in gebruik.
Dus dan is het eigenlijk niet meer zo goede oplossing om ze in het veld File Attachments te hebben en ze altijd mee te slepen. Ik wil ze dan ook ontkoppelen en in een ander veld een link opnemen naar de pdf.
Maar dat is niet zo makkelijk. Uiteindelijk is er wel een veld URL, maar die wordt al gebruikt voor de terugverwijzing naar het Web of Science document. Ik zou de pdf url er wel bij kunnen zetten.

Hoe pak ik dat aan?

Ik verplaats de map met pdfs naar een plekje op mijn computer dat beter geschikt is. Helaas kan ik de optie Tools- Change and Move Fields niet gebruiken, want het veld File Attachments kan niet verplaatst worden. Dan maar via een export..

Omdat de bestandsnamen van de pdfs spaties bevatten, gebruik ik eerst het commando Edit - Change Text, om de spaties in het veld File Attachment om te zetten naar de codering voor spatie: %20.

Vervolgens exporteer ik het hele bestand met als outputstyle Endnote Export. Ik open het exportbestand in Notepad en Replace '%> internal-pdf://' met '%U file:///D:\PDFS\'.

En ik lees alles in in een nieuw schoon Endnote-bestand. En dan staat de pdf in mijn Endnotelibrary als aanklikbare link.

[Met dank aan Suat Tuzgöl en R. Broekman.]

8 okt. 2012

Ulixes

Ulixes. James Joyce, vert. door Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2012.
Op tijd voor onze vakantie in Ierland verscheen de nieuwe vertaling van het meesterwerk van James Joyce ‘Ulysses’. Opgezet naar analogie van de Odysseia, Homerus’ vertelling uit de Griekse mythologie over de omzwervingen van Odysseus, zijn zoon Telemachus en vrouw Penelope, die thuis bleef. Joyce’s Ulixes speelt zich af op 16 juni 1904 tot in de vroege morgen van 17 juni daaropvolgend en beschrijft de omzwervingen en de gedachtenwereld van de Dubliner Leopold Bloom, Joyce’s alter ego Stephen Dedalus en Molly Bloom. Zoals zoveel mensen heb ik ooit geprobeerd de Ulysses in het Engels te lezen. Maar, evenzogoed net als velen (3e op de BBC-lijst niet-uitgelezen boek) kon ik het niet uitlezen. Vanwege de vele moeilijke Engelse woorden, maar ook het vele (Dublinse) dialect en de vele fantasiewoorden, almede door de stroom van bijna onnavolgbare gedachtengangen van de hoofdpersonen. In de nieuwe vertaling van Bindervoet & Henkes, die vlotter zou moeten aansluiten bij het taalgebruik van Joyce zou het moeten lukken. Vooraf hebben Eric en ik het laatste stuk van de monologue intérieur van Molly Bloom , waarmee het boek eindigt gelezen. Dit is de tekst die Kate Bush gebruikt in haar heropname van het nummer ‘the sensual world’ nu 'flower of the mountain'. En we vonden de vertaling schitterend.
Na drie dagen Dublin ben ik erin begonnen. Later tijdens de vakantie bezochten we het strand van Howth, de Martello toren in Sandycove (die nu Joyce’s tower heet en het Joyce museum bevat) en zwierven we zelf door Dublin. Het standbeeld van Joyce staat net ‘off’ O’Connellstreet, de belangrijkste straat van Dublin, en daar waren we dus ook.

Dublin anno 2012 is wel wat anders dan 1904, met name de bedrijvigheid op de rivier de Liffey, die nu door bruggen en de haven aan de kust niet meer bestaat. Ook waren er in 1904 nog geen auto’s, en in plaats daarvan is er nog sprake van paarden en koetsen. Maar voor het overige had ik wel het gevoel dat het ritme van Dublin dat uit het boek spreekt nog steeds levend is.

Na de eerste honderd of zo pagina’s wordt je wel een beetje moe van wat ik Heidelbergiaans studentenbravoure noem: heren studenten die met gebruik van zoveel mogelijk moeilijke woorden en begrippen elkaar in discoursen (nietszeggende discussies) proberen af te troeven.
Het volgen (proberen te volgen) van de gedachtengangen, de stream of consiousceness van de diverse personen is zonder meer aardig, poëtisch en soms extra verrassend. Wel is het perspectief erg vanuit een man geschreven met veel aandacht voor seks en opwaaiende rokken. Molly’s monoloog is ronduit fascinerend.
De literaire vorm verandert ook van beschrijvend, naar theatraal en zelfs hallucinogene passages zitten erin. Het stuk met vraag en antwoord (en wat deed onze hoofdpersoon toen…) is ronduit komisch om te lezen. Al met al was het een speciale leeservaring. Als Joyce nog zou leven zou ik zeggen: ‘ga er nog eens met het rode potlood doorheen, er kunnen best wel wat van die opschepperige stukken uit’. Al zou hij ongetwijfeld antwoorden: ‘dan heb je het niet begrepen’. Soit.
Evenzogoed aanbevolen! De Engelse versie is als – gratis – ebook te downloaden vanaf de Gutenberg.org site en ook als audio-book.

27 aug. 2012

Ticer 2012 Nabeschouwing

De Ticer Summerschool bedoeld om de nieuwste ontwikkeling te volgen op het gebied van digitale bibliotheken. Het is een vierdaagse cursus met per dag een module, die ook afzonderlijk te boeken is. Ik had en beetje het gevoel dat er hierbij op 2 gedachten wordt gehinkt. Zelf vind ik het fijn om me een hele week onder te dompelen met collega’s om van gedachte te wisselen over nieuwste ontwikkelen. In vier dagen krijg je een goed overzicht van wat er gaande is. En bij een enkeldaags programma krijg je meer het gevoel van een workshop of conferentiedag. Helaas was er ook geen afwisselin gin didactische werkvormen: er werden allen presentaties gegeven gevolgd door discussie, geen workshop of actieve bijdrage van deelnamers anders dan discussie en vragen. De programmering was ook niet dermate scherp afgebakend dat echt alleen die benoemde subonderwerpen aan bod kwamen. Of dat sommige presentaties toch op een andere dag waren gezet om die dag wat interessanter te maken. Dus hoewel de modules een mooie eigen titel hadden, heb ik niet echt het gevoel gehad dat er veel verschil zat in de dagen.
1.Library Strategy in the 21st Century: From vision to execution
2. Libraries leveraging the cloud: Technological Developments
3. Redefining Research Support
4. Connecting Students, Faculty and Resources.
Wat kwam er zoal aan de orde?
De belangrijkste vraag is nog steeds: wat is de veranderende rol van de bibliotheek en van de bibliothecaris. En zoals de allereerste spreker David Lankes al aangaf zijn dat 2 verschillende zaken. De bibliotheek, als ruimte gaat steeds meer een andere vorm krijgen, omdat er minder print en meer digitaal wordt, de eisen voor studieplekken veranderen naar groepswerk, multimedia en creatieve ruimte. De diensten die een bibliotheek aanbiedt liggen nog steeds in het vlak van informatie ontsluiting, toegankelijk maken, de bibliotheek als kennis navigator. Bouw het raamwerk waarbinnen de wetenschapper zijn weg kan vinden in de informatiewereld: aanbod aan databases, aanbod aan opslagmedia voor publicaties en allerlei ander materiaal.
De bibliothecaris die dat uit moet voeren is doordrongen van de ideeën van het ‘new librarianship’ en weet door re-skilling de traditionele waarden nieuw leven in te blazen (informatie moet vrij zijn, open en toegankelijk), de catalogus kan verrijkt worden met andere data en informatievaardigheid en onderzoeksondersteuning zijn onderdeel van de functie.
Op zich is het niet zo nieuw dat het zwaartepunt langzaam verschuift van collectiemanagement naar onderzoeksondersteuning inz. publicaties, research data en citaties. Maar wat me wel verbaasde is dat het zo langzaam gaat, dat veel UB’s nog worstelen met loodzware bibliotheekmanagement systemen, dat er nog mensen zijn die er niet aan willen dat alles digitaal wordt en die zelfs maar het idee dat universiteiten als locale instituties op kunnen houden te bestaan niet kunnen bevatten. Meerdere malen ook heb ik de klacht gehoord dat ‘de mensen’ niet meewillen: re-skillen (omscholen) is prima, maar de medewerkers willen het niet is een alom gehoorde klacht. Zit er dan nog zoveel tegenwerking, en waarom is er zoveel verzet?
Het blijft een fascinerende wereld, de wereld van de bibliotheken, maar op sommige punten toch aardig onbegrijpelijk.

Veel echt nieuwe dingen heb ik niet gehoord, wel een aantal bevestigingen van wat ik al (soms al veel) langer wist en onderschrijf bijv. over onderzoeksdata, netwerken, citatiescores, open access, linked open data. Sommige dingen waren toch redelijk nieuw voor me zoals de Open Educational Resources (en de ultieme consequenties), infrastructuur bouwen (hoe doe je dat?) en experimenteren (nieuwe gadgets en diensten uitvinden hoort bij de bibliotheek).

Al met al toch een leerzame cursus, niet in het minst door de plezierige contacten met collega bibliothecarissen.
De accommodatie was goed (elektriciteit op iedere plek, behoorlijke zaal, goede wifi, koffie en eten waren goed verzorgd). Het hotel, de Postelse Hoeve, liet wel te wensen over: bloedheet en geen spoor van bereidheid om daar iets tegen te doen (bijv. open zetten deuren van de gang ). Daar ga ik dus zeker nooit meer heen. Hierbij dus officieel mijn suggestie om voortaan een beter hotel uit te kiezen bijv. in Breda.

Ticer 2012 Gebruiker centraal

De laatste dag van Ticer 2012 stond in het teken van de gebruiker, althans over het verbinden van studenten, docenten en middelen, van open materiaal tot het omschakelen naar de toekomst.
We hoorden een aantal aardige voorbeelden.
Willem van Valkenburg begon met zijn connectie met OpenCourseWare. Hij blogt erover op zijn weblog e-learn. Bij de TU Delft houdt hij zich bezig met Open Course Ware en hij is lid van de OpenCourseWare Consortium. Hij is – zegt hij een voorstander van open studiematerialen. – Opmerkelijk detail dan is dat je zijn ppt niet kunt downloaden (Save diabled by the author). [Opm 29 aug: inmiddels wel downloadabel TNKX Willem]
Een belangrijk begrip in deze is die van OER: Open Educational Resources: vrije studiematerialen.
Op de site van het OCW consortium is een zoekmodule waarmee je naar een cursus kunt zoeken. Zo vind ik 'Optimaliseren van netwerken' OCW van TU Delft, er is lesmateriaal (ppt) en studiemateriaal en via de Open Study Widget kun je chatten met medestudenten die ook online zijn.
Er zijn cursussen die je zelf kunt doen op ieder gewenst tijdstip, maar er zijn ook cursussen die in een bepaalde periode gegeven kunnen worden en die door een leraar begeleid worden, voorbeeld de cursus learning analytics. Deze is ook met tests en certificaten.
Ik vond die zoekmodule zo slecht nog niet, maar mijn buurvrouw van de Open University in UK klaagt dat het zo moeilijk is om goede cursussen te vinden. Zij hebben trouwens een eigen Open Learn module. Waarschijnlijk bedoelt ze dat er meerdere aanbieders van OER zijn, en dat het aanbod versnipperd op internet rondzwerft.
Een iets andere invalshoek is het opnemen van colleges en die als weblectures aanbieden. (veel via iTunes U )

En het allernieuwst is de MOOC: Massive Open Online Course met vaak enorme aantallen studenten.
Bij sommige cursussen wordt het zelfs op prijs gesteld als de leraar verbeteringen aanbrengt in het studiemateriaal zie bijv. de Flatworld Knowledge: a new approach to college textbooks.
De rol van de bibliotheek bij OER kan zijn dat bibliotheken hun expertise, ervaring en relaties inzetten inz copyright, metadata etc. Hij verwijst daarbij naar een artikel “Reaching the Heart of the University: Libraries and the future of OER open educational resources “.
Willems presentatie roept een interessante discussie op, want als er zoveel materiaal en complete cursuspakketten vrij toegankelijk zijn op Internet, waarom zou je dan nog naar een Universiteit gaan. Alleen voor het diploma? Als alles flexibel en toegankelijk is hoef je je als student niet meer te beperken tot een universiteit, maar kun je de gewenste cursussen overal vandaan halen. Dit kan inderdaad leiden tot een ‘disruption’ van de universiteiten, die moeten hun plaats nog vinden in de networked society, zoals Dempsey het in zijn samenvatting noemt.
Later in de koffiekamer komen we uiteindelijk tot een schets waarbij je kunt uitgaan van de individuele professor, die materiaal en cursussen vrij toegankelijk op zijn website plaatst en die je voor begeleiding en coaching kunt inhuren. Institutionele universiteiten kunnen zo verdwijnen of alleen verworden tot ‘learning spaces’. Opvallend hoeveel medesummerschoolgenoten zich verzetten tegen die gedachte.

Met de ‘learning spaces’komen we bij de presentatie van Ellen Simons van Avans Hogescholen. Zij hebben de overgang van vele eenpersoonsbibliotheken naar een modern Learning & Innovation Center Xplora rigoureus aangepakt.
Vanuit de nieuwe visie op leren hebben ze een geheel nieuwe leeromgeving gecreëerd en de bibliotheek is opgenomen in het L&I-Center. Dat had wel wat voeten in de aarde, maar ze zijn er niet voor teruggedeinsd om de gehele staf om te scholen:re-skilling in de praktijk. Het team staat centraal : er moet een adequate menging zijn van vaardigheden en kennisdelen. Xplora vereist continue verbetering.
Ze zoeken nu ook personeel met meer ICT-achtergrond en ook in de wandelgangen hoorde ik telkenmale dat een goede bibliothecaris echt wel ICT-geschoold moet zijn. De focus van het Learning & Innovation Center gaat op zich nog wat verschuiven : van studenten naar leraren (beperkt nut van informatievaardigheidstrainingen als de docenten het zelf niet aankunnen) en naar mobiele ondersteuning.
Veel UB-leden hebben een NVB-reis gemaakt naar Warwick om te kijken naar het concept van de ‘learning grid’. Xplora heeft er wel wat van weg, al is het niet 100% flexibel. Wel hebben ze verschillen soorten studie- en werkplekken, groepsruimten, videokamer etc., meer een hybride learning grid.

Na de lunch konden we met Thomas Vibjerg Hansen meekijken naar een interactief videospel dat ontwikkeld is aan de Universiteit van Aalborg SWIM: een combinatie van informatievaardigheidstraining en problem based learning. Het concept is gebaseerd om het principe van Carol Kuhltau’s Information Search Process … of uitgebreider beschreven door bibliotheek Humboldt Universiteit. Van idee ontwikkeling naar zoekproces: initiation - selection - exploration - formulation - collection - search.
Het project bevat een quiz en een videotraining, die ook in real live uitgespeeld kan worden met een groepje studenten. De rol van de bibliothecaris daarbij is die van organisator / adviseur.
Thomas heeft een mooie tekening gemaakt van alle adviseurs die de student omringen in een Flowerpowerment.
Als enige van de presentatoren probeert Thomas nog een beetje interactie in de zaal te krijgen (behalve dan de discussie achteraf). Hij laat ons in kleine groepjes de quiz spelen en later al staande in groepjes discussiëren over de uitdagingen voor die de nieuwe manier van leren (PBL) aan de bibliotheekstaf stelt.
Uit de zaal werd gesuggereerd dat het wellicht nog meer indruk zou maken als je er een echte computergame van maakt, met verschillende scenario’s en niveaus.

Als laatste spreker neemt Sarah Houghton aka librarianinblack de hele toekomst van de bibliotheek onder de loep. Haar voornaamste boodschap is dat je de ontwikkelingen moet blijven volgen, de digitale gadgets en diensten moet blijven ontwikkelen, maar daarbij je normen en waarden als bibliothecaris niet uit het oog moet verliezen. Waarden die ze noemt zijn “complete and balanced information “ – ``education, entertainment, self-improvement”- “research assistance”- “freedom of information access” – “information privacy & security”. Een van de aardigste dingen die ze voorstelt is om als bibliotheek een soort ideeënbox te faciliteren, een ruimte en dienst om te experimenteren en dat kan inhaken op de behoefte van mensen (onze gebruikers) om creatief in de weer te zijn. En als overdenking geeft ze mee: “What do you want libraries to be?”. Dat lijkt me een goede vraag om nog eens lang over na te denken.

26 aug. 2012

Ticer 2012 Research Support

Het thema van de derde dag van de Ticer Summer School is de herdefiniëring van onderzoeksondersteuning en wat de taak van de bibliotheken hierin is. Steeds vaker hoor je dat bibliotheken worden opgedoekt en functies en taken die eerder bij de bibliotheek hoorden aan een andere afdeling worden toegevoegd. Soms ook hoor je dat een hele bibliotheek een andere naam krijgt bijvoorbeeld ‘Research Support’. Wat zijn eventuele nieuwe taken en wat is de rol, die de bibliotheken daarbij kunnen vervullen?
Vier sprekers gaan zich daarover buigen en aan de orde komen open netwerken (Cameron Neylon), bibliometrische citatierapporten (Wouter Gerritsma), semantisch publiceren (David Shotton) en noodzakelijke –nieuw- vaardigheden (Mary Auckland).

Cameron Neylon hield ongeveer hetzelfde praatje als hij deed tijdens de Surf onderzoeksdag in februari.
Een groot deel van de tekst van zijn lezing is te vinden in zijn blogpost getiteld ” Network Enabled Research: Maximise scale and connectivity, minimise friction”. Uit mijn blogpost van feb:”Want wat zijn de voorwaarden voor soepele en efficiëntie onderzoeksnetwerken:
1. Schaal en connectiviteit [internet en webservices]
2. Lage weerstand bij informatie-overdracht [geen betaalde toegang]
3. Filters aan vraagzijde [de gebruiker bepaalt, niet leverancier; de gebruiker aggregeert, index en reviewed]”.
Cameron is uitgesproken voorstander van openheid, alle controle (ook peer review) en alle toegangsbeperkingen (licenties en technische obstructies) zijn uit den boze: “do not stop researchers to put stuff in repository, optimize discovery, support social discovery, enable annotation”.
Ook een kenmerkende uitspraak van hem is: ` Central principle: think at network scale: you build for unexpected connections´ `Build a system that enable researchers to configure a personal dashboard for discovery ´. Cameron gelooft heel erg in het netwerkeffect / Wikipedia: Een netwerkeffect is het effect dat ervoor zorgt dat een product of dienst meer waarde heeft voor iemand, naargelang er meer gebruikers zijn die hetzelfde product of de dienst al gebruiken.
En een taak van de bibliotheek is dan ook om het raamwerk te bouwen dat (just in time) de onderzoekers helpt bij het bouwen van hun netwerk, bijv. profielen, google citaties, altmetrics, mendeley. Een leuke overstap naar de volgende presentatie is zijn uitspraak dat impact niet gebaseerd moet zijn op output maar op gebruik: impact = re-use.

Wouter Gerritsma vertelt over de door hem in Wageningen ontwikkelde methode om bibliometrische rapporten te maken met gebruikmaking van de gegevens van Thomson Reuters (uit Web of Science).
Met de Article Match Retrieval Api worden de benodigde gegevens uit Web of Science gehaald en gematched met de gegevens in hun publicatiedatabase.
Door de routines die Wouter gemaakt heeft kun je nu betrekkelijk snel een bijgewerkt citatierapport per afdeling/onderzoeksgroep maken.
Waarom zijn dit ook bibliotheektaken? Omdat daar ook het functionele beheerd van het CRIS en van de repository zit; er is ervaring met bibliografische metadata en er zijn contacten met leveranciers van citatiedata en ook is er in de bibliotheek ervaring met grote databases en ervaring in zoeken.

Na de lunch ging David Shotton in op een geheel andere weg nl. die van de linked data. Hij vertelt over RDF en over de open source software DataStage & DataBank voor het managen van onderzoeksdata.
Dat ziet er inderdaad interessant uit. Een collega uit Amsterdam die heeft DataStage getest en ziet veel mogelijkheden.
David wil ook graag semantisch publiceren om zo verrijkte publicaties te maken. Met opencitations.net wordt geprobeerd om zoveel mogelijk referenties aan elkaar te linken m.b.v. linked data. Nature, Science en Oxford University Press hebben al toegezegd hun referentielijsten open te maken, zodat die gebruikt kunnen worden.
Dat zijn mooie initiatieven. Helemaal prachtig wordt zijn verhaal als hij gaat praten over zijn systeem van waarderingen: de vijf sterren methode Online tijdschriftartikelen krijgen dan een of meerdere sterren aan de hand van criteria m.b.t. Peer review, Open access, Enriched content, Available datasets, Machine readable metadata.
Hij raadt alle bibliothecarissen aan om te gaan voor semantisch publiceren, open data, en vooral “thin web not print” en hij besluit met “Be part of the web, not just on it.”

Deze presentatie was heel wat verfrissender dan de uitkomsten uit het onderzoek dat Mary Auckland presenteert. Haar presentatie was OK, maar mijn hemel wat stijgt er een oubollige lucht op uit het rapport Re-skilling. De RLUK (Research Libraries UK) heeft een enquête gehouden onder huidige bibliothecarissen naar de vraag naar de noodzakelijke vaardigheden. Uiteindelijk kwamen er 32 vaardigheden uit in 11 gebieden die toch allemaal nodig zijn. Mary vertelde dat het toch wel jammer is dat er niet aan onderzoekers gevraagd is wat zij aan support nodig hebben, of denken te hebben. Ze heeft de vaardigheden wel langs de Research LifeCycle van JISC gelegd. Twee belangrijke observaties: - Onderzoekers zijn allemaal verschillend - Adequaat is goed genoeg (satisficing) En als uitsmijter: “If librarians want to be seen as experts they should be visible“

25 aug. 2012

Ticer 2012 Zegeningen van de wolk

De titel van deze module is ‘Libraries Leveraging the Cloud’ en dat kostte me nogal wat hoofdbrekens, vooral het woord ‘leveraging’(= een woord uit de financiële wereld met betekenis ‘investeren’, maar een ‘leverage’ kan ook een hefboomwerking betekenen. En gelet op een zinnetje uit een OCLC-rapport Libraries at Webscale “they can leverage the power of the Web” denk ik dat de titel verwijst naar die vermeende hefboomwerking.

Sinds ik in 1999 deel 2 van de trilogie ‘The information age: economy, society and culture’ van Manuel Castells las ‘The rise of the network society’ geloof ik dat de maatschappij verandert naar een netwerkmaatschappij. Een maatschappij waarbij het snijpunt van technologie, communicatie en informatie het gedrag van de mensen (individueel en als groep) bepaalt. De moderne Castells (hoewel minder sociologisch) heet James Glieck en zijn boek ‘Informatie: van tamtam tot internet’. Een van de conclusie van een project dat ik in de jaren negentig gedaan heb, was dat de technologie helaas nog niet zoveel mogelijkheden tot echt virtuele samenwerking te bieden had. Dus een ‘de-centered networked library’ als waar Frick het gisteren over had zat er toen nog niet in.

Inmiddels heeft onze netwerkmaatschappij met diensten als Email, Facebook en Dropbox al veel meer gestalte gekregen en daar komt dan nog de ‘cloud’ bij: softwarediensten waarbij je niet alleen de inhoud op het netwerk plaats maar waar ook de software zelf op het netwerk blijft en waar je met samenwerking en interactie je gegevens nog kunt verrijken. Of zoals Lorcan Dempsey (voorzitter van deze Ticer) het zei: hoe kun je de ‘cloud’ gebruiken om te balanceren tussen je locale resources en wereldwijde samenwerking.
De eerste spreker Jola Prinsen van de Universiteit van Tilburg(UvT) brengt het onderwerp meteen op ‘discovery services’ en zelfs beyond. Ik begin te begrijpen dat ‘discovery services‘ slechts een begin van de ‘discovery’ zijn en dat er nog een hele range aan webdiensten (webscale management) achter kan liggen. Voor mijn begrip van discovery-services zie een eerdere weblog
De UvT is met OCLC een project gestart voor de implementering van de discovery service Worldcat Local en daarbovenop de WorldShare Management Services (WMS)-diensten. Binnen de bibliotheek van de UvT was nogal waren nogal wat eigen binnenshuis gemaakte IT-systemen in gebruik. Door over te stappen op standaard software pakketten hoopt men de noodzakelijk specifieke IT programmeercapaciteit te kunnen reduceren en vrnl. uit te besteden. Omdat de huidige systemen al redelijk verouderd zijn, is het moment gekomen om een grote stap te maken in de richting van een andere efficiënter en makkelijker te onderhouden systeem. Uiteraard moest het passen in het kader van de personele reorganisatie en bezuinigingen. Er zou een integratie moeten zijn met discovery-, uitleen-, personeel- en financiële systemen, en management- informatie. De eerste fase, de implementatie van WorldcatLocal is gerealiseerd, maar wat betreft de overige Worldshare WMS systemen daar liggen nog een aantal problemen om op te lossen. Jola verklaarde nadrukkelijk dat zij als een soort Nederlands ‘proefkonijn’ fungeerde en nog steeds is. Tilburg wil ook zeker dat andere Nederlandse bibliotheken het uiteindelijk systeem zullen kunnen gaan gebruiken. Dat werd ook wel gewaardeerd bleek uit de discussie achteraf, waarbij nogal andere UB’s te kennen gaven ook al stappen te hebben gezet in die richting. Gereed is het niet, maar wanneer is een systeem ooit gereed?

Van Tilburg naar de Universiteitsbibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven. Jo Rademakers vertelde over zijn project van wat hij noemt ‘Unifying Resource Management’ Hij beschrijft een soortgelijk project als Jola, maar dan met Ex Libris als partner. Doel is een integratie van back-offices processen, bezuinigen, samenwerking, en service-oriented architecture. Zo ontstaat uiteindelijk ALMA: the next-generation library services framework.
Rademakers wil ook niet-bibliotheek bronnen niet uitsluiten als onderdeel van zijn ALMA-systeem en dan begint het al weer aardig op het new librarianship te lijken. Maar ook in Leuven zijn ze nog niet gereed en volop in beweging.

Na de lunch in deze ‘technologiesessie’ nog 2 sprekers de eerste (Voss) over data en de tweede (vdSompel) over synchroniseren van data.
Jakob Voss komt in zijn presentatie over Libraries in a data-centered world meteen al met een aantal radicale stellingen:
“The cloud = bullshit,……… software on the web remains just software and any software is inherently complex and becomes obsolete”
“All content will be digital”
Vooral met die laatste stelling hadden, ook later in pauzes, sommige deelnemers het echt wel moeilijk. Maar ik onderschrijf het wel: uiteindelijk zal alles digitaal worden.
Data verhoudt zich tot applicaties als wijn tot vis: bij rijpheid wordt de eerste (data) steeds beter en de tweede (vis) verrot en verdwijnt.
Voss heeft een aardige presentatie en hij brengt het ook erg leuk (beetje onderkoeld). Hij geeft nog 2 belangrijke adviezen:
“Don’t mess with data as facts or as observations, but treat them as documents, like other (digital) publications”
Als bibliotheken beperken we ons allang niet meer tot boeken, maar we moeten nog veel verder kijken, niet alleen naar andere media, maar ook naar data en andere data (een zebra in een dierentuin is ook een document). Ook hier komt Lankes ‘new librarianship’om de hoek kijken: link diverse gegevens in een verrijkte context.
En ook een notie van openheid, die zelfs zo ver gaat dat hij data als waardeloos beschouwd als je het niet kunt annoteren: “eResource fallacy: data that cannot be copied or modified is lost”.
De taken van de bibliotheek zijn : collect, arrange, make available en dat in de breedste zin van het woord. De taak komt aan bibliotheken omdat zij de perceptie hebben van vertrouwen, neutraliteit en volharding. Begin gewoon zegt hij, begin met te collectioneren (blogs, website, data repositories, preservation, exchange) zorg voor open toegankelijke data die geannoteerd kan worden.

Een tot slot van deze dag geeft Herbert van de Sompel een tamelijk technische uitleg over een manier om een geautomatiseerde back-up te maken van bestanden. Bijvoorbeeld de mirrorsite van Wikipedia, die moeten om de zoveel tijd gesynchroniseerd worden. Tot nu toe zijn daarvoor handmatige oplossingen bedacht, maar dat moet beter kunnen, dachten van de Sompel en zijn maatjes. En zij ontwierpen een systeem, gebaseerd op URIs (uniform resource identifier) met de veelgebruikte software sitemaps.org en met een xml-codering die je flexibel in kunt stellen en die na de basis synchronisatie, incrementele synchronisaties verzorgt op basis van een verstreken periode met een controle mechanisme. Ze maken ook gebruik van XMM PubSUB-server (nooit van gehoord, maar is wel interessant ook: http://xmpp.org/about-xmpp/technology-overview/pubsub/) Zij gebruiken mementoweb.org, dat het web archiveert, voor het herstellen van eventueel mislukte synchronisaties. Het werkdocument is gepubliceerd in openarchives.
En volgens hem is harvesten via OA-PMH achterhaald. In de begintijd zei hij, was er niets anders, maar nu zouden we het oplossen door te taggen.

23 aug. 2012

Ticer 2012 Onderzoeksdata en samenwerking

Marc van de Berg, directeur van de afdeling Bibliotheek en IT diensten van de Universiteit van Tilburg en in die hoedanigheid dus ook directeur van Ticer, geeft een overzicht van de waterval aan rapporten over onderzoeksdata. Een literatuurlijst is te vinden op de Ticer site en op zijn presentatie op Slideshare.

Als lid van het Onderzoeksdataforum van Surf ben ik bij de presentatie van meeste rapporten van Surf geweest en heb de anderen ook opgemerkt en vaak zelfs gelezen. Marc heeft in zijn presentatie een mooi plaatje van al die rapporten, dat alles zegt. Het zegt ook hoe zeer de interesse voor onderzoeksdata leeft en hoe overal mensen proberen om orde in die chaos (= hoeveelheid, = verscheidenheid, = meningen) te brengen. Bij de meeste wordt wel gesproken over een rol voor de bibliotheek, behalve bij de laatste: het rapport van de Royal Society “Science as an open Enterprise”
Dat geeft een aantal aanbevelingen zoals (die ook heel veel in de andere rapporten worden genoemd): • Data moet niet beschouwd worden als een private aangelegenheid • Een onderzoeker moet credits krijgen voor data • Er moeten standaarden worden gedefinieerd; • Het bewaren van data moet geen verordonering van bovenaf zijn • Er moeten data scientist worden opgeleid • Er moeten software tools voorhanden komen Marc is lid van de LIBER werkgroep Research data management. Deze werkgroep heeft om de stand van zaken en de problemen te inventariseren een aantal workshops gehouden, op de laatste hebben zij de te nemen stappen geprioriteerd. In een tamelijk flauwe acties moesten (op papier!!!) als exercitie de stappen prioriteren. Enfin er kwam verder niets uit, en het staat ook niet op de website. Dus we wachten wel af. (de aanbevelingen staan wel in de ppt van Marc).
Voor een link- en literatuuroverzicht naar research data managementrapporten aanbevolen.

Tijdens de thee hoorde ik van een Engelse dat de beroemde DCC Lifecycle Model niet zo stimuleren is als menigeen denkt, het schrikt onderzoekers zelfs af.

Als laatste spreker kwam Rachel Frick aan het woord met haar presentatie over Boundless opportunities: the impact van cloud-based services. De mogelijkheden die ze wil bespreken zijn die van de ‘distributed services’ (gedecentraliseerd samenwerken, de collecties (ook onderzoeksdata behoort daar om bij) en expertise (bezinning op rol van bibliothecaris). Ze spreekt over ‘ macrosolutions’ , oplossingen die je door samenwerking en netwerken en door schaalvergroting makkelijker kunt oplossen. Zo kan er een collaboration continuum ontstaan.
Ze noemt als voorbeeld de Hathi Trust, een samenwerking van bibliotheken die collecties gingen digitaliseren via Google, waarvan 30 % vrij van copyright is. Maar ook over bijv. de Hertitage Library (biodiversiteitsboeken) Haar organisatie (CLIR, Council for Library and Information Resources) heeft een boek uitgegeven over Research Data en de problemen daaromheen The Problem of Data. Op veel universiteiten in USA ontstaan data curation centers+ research centers die onderzoekers ondersteunen. De bibliotheken moeten daar met het oog op data/collectievorming ook deel in nemen als potential distributed data stores. Want de manier van wetenschappelijk publiceren gaat veranderen zegt ze :” datapapers will eclips the journal article” . Uiteindelijk zullen datapublicaties het gaan winnen.
En waar leidt dit alles toe: tot de “de-centered networked library”. Voorheen noemden we dat een ‘virtuele bibliotheek’, maar het klinkt mooi en het bijbehorende plaatje is geweldig. Nu zijn ook de technische mogelijkheden zover dat het zou kunnen slagen, dat was zo’n 10-15 jaar geleden niet zo. De mogelijkheden zijn inderdaad (bijna) onbegrensd: in de cloud is sociale innovatie volgens het constellation model mogelijk. Of om met Simon Mainwairing te spreken:’In future brands are no longer places you visit, but people you meet down the road”. Meer over het constellation model of collaborative social change in artikel van Tonya Surman.

22 aug. 2012

Ticer 2012 Strategie

Maandag 20 augustus 2012 start de 15e Ticer Summer School. Ticer staat voor Tilburg Innovation center for Electronic Resources. Voor mij is het de tweede keer dat ik een Ticer meemaakt: van 26 – 31 augustus 2007 heb ik ook een summerschool meegemaakt, lees het verslag.
Deze keer zit ik in Hotel de Postelse Hoeve, in plaats van tegenover het Warande-bos tegenover het Tweestedenziekenhuis. Het is erg warm, er is geen airconditioning alleen een grote plafondventilator: Apocalypse Now:)
De Summerschool wordt geopend door Thomas Place, die slecht verstaanbaar spreekt, ik let ook niet erg op want het eerste uur ben ik bezig om de wifi aan de praat te krijgen. Het systeem is zodanig beveiligd dat het niet duidelijk is hoe je kunt inloggen: we hebben weliswaar een administratienummer en dus gebruikersnaam en wachtwoord gekregen, maar dat vergt evenzogoed nog een heel strak geregistreerde serie van toetsaanslagen voor het lukt. Daardoor heb ik waarschijnlijk ook het bericht gemist dat het diner in plaats van om 18:00 uur pas om 19:30 uur zou plaats vinden en kom ik dus anderhalf uur te vroeg in het restaurant. De zaal is vol, ik schat zo’n zestig a zeventig mensen.
De eerste dag staat ‘strategie en management’ centraal en gaat het eerst over de toekomst van de bibliotheek. Tot zover nog niet zo veel verschil met 2007. Maar de eerste presentator, David Lankes, is een inspirerend spreker, hij spreekt over over ‘ Libraries as a platform: unlocking the potential of our communities’ zie ok zijn blog

Is de missie/visie van een bibliotheek hetzelfde als die van een bibliothecaris? NEEN, zegt hij, daar zit hem al het verschil. Als bibliothecaris heb je een missie – je wilt kennis overdragen, die toegankelijk maken op een open en natuurlijke manier en daarvoor alle mogelijke middelen inzetten. Voor een instituten gelden andere waarden. Lankes voorziet in een 'new librarianship' (heeft daarover ook een Atlas gepubliceerd met een toekomst voor de catalogus. De catalogus kan in een gekoppeld systeem allerlei zaken bevatten zoals evenementen, profielen, content, bibliografische data, en links. Dan kun je een holistisch systeem aanbieden. Lankes noemt dat : "Facilitated knowledge creation in community around the library". En ja, zegt hij het zijn juist de bibliothecarissen die dat moeten doen want zij hebben de juiste mix van missie( kennis delen), waarden (open) en dienstverlening(infra) en dat is wat definieert een bibliothecaris. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, zeker wanneer hij nodig afsluit met een poster met ‘Be radical’. [In wezen is librarianship een radicaal beroep, omdat je altijd aan het veranderen bent].

Lankes nieuwe ideeën en frisse brille steken wat af tegen het volgende verhaal. Norbert Lossau geeft overzicht van 10 jaar Open Access van de Berlin Declaration tot PEER Project en Duitse OA-site . Dan zie je wat 10 jaar strijd doet met een onderwerp: als discussiepunt en in het bewustzijn van bijna alle stakeholders leeft het begrip Open Access wel, maar tegelijkertijd is het van een radicale beweging omgevormd en geïncorporeerd door de bureaucratie. Lossau laat dan ook een waterval horen van afkortingen: EU-projecten, PEER en COAR en OpenAire. Van overheden, universiteiten, uitgevers en financiers, alle hebben een zegje over Open Access. Recentelijk weer is in het eindrapport van PEER komen vast te staan dat green OA (zelf-archivering van manuscript) geen negatieve betekenis heeft voor verkoop en ook recentelijk is weer berekend dat als iedereen mee zou doen en we voor gemiddeld 1000-1500 Euro zouden betalen per publicatie, we nog goedkoper uit zouden zijn dan met het huidige licentie-systeem.
Naast me zit Herbert van de Sompel en moppert: OA is mislukt, we wilden dit helemaal niet zo, in commissies en met reeds gepubliceerde artikelen, we wilden ruwe data publiceren en dat dan in concurrentie aanbieden aan uitgevers. Lossau zelf, heeft ook een eigen wikipediapagina .
Open Access is geen doel op zich en moet gezien worden in het groter geheel van de eScience ResearchInfrastructures. Hij heeft in Liber Quarterley een overzichtsartikel geschreven over onderzoeksinfrastructuren. Daarin beschrijft hij ook de zogenoemde 'scientific data factories' die moeten zorgen voor federatief (geïntegreerd zoeken voor alle materialen) OA voor online resources. Al vanaf de Berlin Declaratie was onderzoeksdata en aanvullende materialen onderdeel van OA, niet alleen publicaties. Lossau’s boodschap is dat we in gesprek moeten blijven met uitgevers, financiers en auteurs.

24 apr. 2012

Over het gezag van de wetenchap

Dijstelbloem, H., & Hagendijk, R. (2011). Onzekerheid troef: Het betwiste gezag van de wetenschap. Amsterdam: Van Gennep. In deze bundel worden aan de hand van verschillende cases gekeken naar het gezag van de wetenschap. Aan bod komen onder meer de maatschappelijke discussie over Genetische Manipulatie, Baarmoederhalsvaccinatie, de ‘onverwachte’ bankencrisis’, de schuivende voedselvoorlichting,de falende forensische uitspraken, de kafkaiaanse systeemfouten in overheidsbestuur en de citizen science in leefexperimenten. Dat maakt de bundel heel divers, maar uiteindelijk komen Dijstelbloem en Hagendijk toch wel tot een eenduidige conclusie: het gaat niet zozeer om wetenschap an sich, maar om de maatschappelijke toepassingen ervan en arrogantie en ivoren toren-gedrag van wetenschappers werkt contraproductief.
Een aantal interessante punten worden aangereikt:
rol van het publiek: De ‘deficit hypothesis’, de idee dat het publiek domweg te weinig kennis en begrip heeft van wetenschap om zinvol deel te nemen aan publieke discussies en democratische besluitvorming leeft nog steeds onder de gevestigde wetenschappers. Inmiddels is toch wel duidelijk dat er beter naar het publiek moet worden geluisterd en met het publiek moet worden gecommuniceerd. Maar door ‘zelfoverschatting en chronisch gebrek aan institutionele zelfreflectie’ neemt de vervreemding tussen publiek en wetenschap alleen maar toe.
rol van de media : De scheiding tussen nieuwsvorming en beleidsvorming raakt vervaagd en dat leidt tot een ‘gemediatiseerde tijd”(-politiek – bestuur). De politiek van veelvoudigheden stelt dat gezaghebbend bestuur georganiseerd moet worden in een wereld van hyperrealiteiten, waarin politici meer dan eens zullen moeten reageren op incidenten en beelden en op betekenissen die anderen (..) toeschrijven.
houding van de ‘wetenschap’: In het debat over de HPV-vaccinatie voor meisjes speelt de Gezondheidsraad een rol in het communicatieproces die onzekerheid oproept. Ze presenteren zich als stem van de wetenschap, maar ze overstijgen de wetenschap in een poging tot oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk te komen. Roger Pielke heeft de verschillende rollen van de wetenschapper beschreven in een vierveldentabel, waarbij de ‘pure scientist’ maar zelden voorkomt. De werkwijze van de Gezondheidsraad, de combinatie van wetenschappelijke gegevens en morele en politieke overtuigingen leiden tot een houding die Pielke noemt ‘stealth issue advocacy’. Door deze houding had het publiek het gvoel niet goed voorgelicht te zijn en ontstond er grote twijfel en onrust. Beter ware het geweest om de houding aan te nemen van ‘honest broker of policy alternatives’.m Dit had kunnen leiden tot meer openheid en overleg in samenstelling van het advies, waardoor er ook niet een gelijkluidend advies uit was gekomen, maar een aantal scenario’s.
rol van systemen: Twee hoofdstukken worden besteedt aan de waarde van de economische wetenschap, waarbij het voorspellen een belangrijke functie heeft. Aan de hand van geschetste modellen kunnen voorspellingen worden gedaan. Zaak is wel om dan alle factoren die van invloed zijn erbij te betrekken. Met als conclusie dat het vertrouwen in de economische wetenschap afhangt van de geldigheid van de gebruikte modellen. Noodzakelijk is een open leerproces en streven naar continue verbetering van systemen.
rol van voorlichting: In het hoofdstuk over voedselvoorlichting komt aan de orde dat het vertalen van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar verantwoord individueel dan wel collectief handelen nog niet zo eenvoudig is. De wetenschap die nodig is in de publieke ruimte betreft niet zozeer verschuivende zekerheden, maar zoekt nar goede manieren om onzekerheden te hanteren. En ‘In plaats van het lab te laten regeren over complexe praktijken, start zulke wetenschap vanuit die praktijken”.

Conclusie: ‘omgaan met onzekerheid in wetenschap, politiek en samenleving’.
De beschreven controverses zijn niet zozeer wetenschappelijke als wel maatschappelijke controverses. ‘wetenschap staat bij de burgers in hoog aanzien, de verwachtingen zijn hoog gespannen en de ermee geassocieerde potentiële persoonlijke, commerciële en collectieve belangen groot. Maar daarom wordt ook de schijn van partijdigheid en vooringenomenheid gemakkelijk gewekt en geëxploiteerd door burgers die afwijzend of argwanend staan ten opzichte van plannen, voorstellen en projecten. Er zijn allerlei aanwijzingen dat burgers wetenschap erg belangrijk vinden en veel vertrouwen hebben in wetenschappelijke instellingen. Maar tegelijkertijd zijn veel burgers uiterst wantrouwig als wetenschappelijke expertise lijkt te worden vermengd met commercie of politiek. “
En nog een laatste aardige zin:, “Dat het primair maatschappelijke kwesties zijn waarin wetenschap en technologie een belangrijke maar niet allesbepalende rol spelen, is een inzicht dat vooral wetenschappers nog wel eens over het hoofd lijken te zien. “

Ik lees zojuist dat de Jonge Akademie een advies m.b.t. wetenschapscommunciatie heeft uitgebracht. Tussen onderzoek en samenleving: Aanbevelingen voor optimale wetenschapscommunicatie. De Jonge Akademie. 2012 | 28 pagina's | ISBN 978-90-6984-643-9 | Gratis te downloaden.

5 apr. 2012

Library Camp: Unconference



Mijn eerste 'unconference': "Er is vantevoren geen inhoudelijk programma, alleen een raamwerk-agenda. Er zijn dus ook geen Powerpoints of andere slideshows.
Het is gebaseerd op de principes van OpenSpace."

De 'Open space' uitvoering was wat lastig (tussentijds veranderen van sessie was niet echt aan de orde), maar verder was het een echte unconference, een informeel samenzijn, waarbij er niet een persoon was die iets heeft voorbereid, presenteert en de discussie voorzit.
Het mooiste deel was meteen aan het begin bij het - uitgebreide - voorstel rondje.
Prachtig wat een mooie verzameling professionals.
We konden allemaal onszelf introduceren en aangeven wat we zouden willen bespreken tijdens die dag. Er waren zo'n 100 deelnemers en ik heb hieronder een kleine 58 onderwerpen genoteerd.


Daar werd een agenda van gemaakt verdeeld in 5 sessies. Iedereen kon zelf een sessie kiezen. Tijdens de sessies werd gediscussieerd over het onderwerp.
Uiteraard veel over de rol en de toekomst van de bibliotheek en de bibliothecaris.
Over klantvriendelijkheid en klantgerichtheid, over in contact komen met klanten, sociale media en rolmodellen. "De klant wil geen boormachine kopen: hij wil gaten boren".
Over de houding van de bibliothecaris als facilitator, als antenne, over het omgevingsbewustzijn: zowel bibliothecaris als klant moeten weten wat mogelijk is, oude structuren moeten worden doorbroken. Het ging over 'De klant is koningin' en over de 'Bibliotheek van 100 talenten'. Over 'gamen als katalysator', 'the floor is yours', het retail concept, de bibliotheek als studieruimte, als stekkerruimte, als stiltecentrum, als huiskamer.
- Wel leuk als die OB inbreng: ik heb nog nooit in een OB gewerkt, misschien toch nog eens proberen:) -
Maar ook wat te doen als je fysieke bibliotheek wordt opgeheven. Je verliest je focuspunt, de neutrale ruimte om contact te leggen met je klant. Moet je verder gaan als 'bibliografie'? De fysieke bibliotheekruimte bedoeld voor kennis delen, tools introduceren, waar je deskundig personeel vindt die je begeleidt naar informatie.

Helaas niet gesproken over inzet en taak in multimediale videoprojecten nog over businessmodellen voor open access. Maar het was een alleszins inspirerende bijeenkomst, waarbij ik veel mensen heb gesproken en veel heb gehoord waarover ik nog eens kan nadenken.
En dat alles terwijl het kampvuur brandt: op naar het volgende 'bibliotheek kamp'.
'Bibliotheek als begrip een heel sterk merk, dat moet je niet verkwanselen door allerlei modieuze naamgeving. In marketing-termen is het concept 'bibliotheek' ijzersterk.






22 mrt. 2012

Symposium Databeheer

Op donderdagmiddag woonde ik het symposium bij ‘Databeheer in de praktijk’. Laurens Sesink, de symposiumvoorzitter (DANS) introduceerde de middag door te constateren dat het onderwerp ‘beheer onderzoeksdata’ erg leeft en dat er veel bijeenkomsten over zijn. Dat kan ik bevestigen: ik heb zelf heel wat praatsessies meegemaakt over dit onderwerp (vanuit het Onderzoeksdataforum en in een poging om databeheer cursussen in de praktijk toe te passen) en ik zie ook heel veel nieuwe gezichten, maar ook een aantal bekenden, 35 in totaal.

CARDS: Controlled Access to Research Data Stored securely gaat vnl. over het beheer van onderzoeksdata ten tijde van het lopende onderzoek . Dus nog niet over duurzame opslag, dat is toch weer een ander (vervolg) verhaal.
Vanmiddag gaat het speciaal over het project CARDS. Er is een eindrapport verschenen en projectleider Ana van Meegen geeft daarover uitleg. Meerdere universiteiten hebben aan Cards meegedaan en hoewel de details verschilden per discipline is het algemene beeld toch wel overal hetzelfde (helaas nog steeds wat ikzelf al in 2007 constateerde): er is veel onwetendheid, veel onbegrip over wat mogelijk en voorhanden is en wat niet, ook m.b.t. de rol van de verschillende spelers: onderzoeker, ondersteuner, ict-er.
Uitgangspunten waren: de onderzoeker staat centraal, optimale ondersteuning, hands-on learning. Bedoeling is te komen tot een professionalisering van de ondersteuning (in eerder project was al eens geconstateerd dat onderzoekers ondersteuning wilden) en een inventarisatie van de wensen van de onderzoekers.

De ondersteuning kenmerkt zich door heel veel verschillen, in aard en niveau, vanuit bibliotheek, vanuit ICT, vanuit Research Support en met ook weer een keur aan benamingen waaruit de rapporteurs uiteindelijk met ‘dataspecialist’ naar voren kwam, maar tijdens de bijeenkomst bleek ook de ‘datasupporter’ als benaming wel over aanhangers te beschikken.
Onderzoekers blijken niet geïnteresseerd in verrijkte en/of open data. Onderzoekers willen bij voorkeur controle over hun data en zicht houden op wat ermee gebeurd. Ze willen minimaal tijd investeren en een vlotte technische infrastructuur en ondersteuning en advies bij metadatering, digitalisering en naast allerlei tips ook graag ondersteuning bij uitvoering.

De aanbevelingen van het CARDS project zijn:
- Zorg voor helder beleid
- Zorg voor goede ondersteuning
- Zorg voor bruikbare infrastructuur

Een van de concrete projectuitkomsten is de informatietoolbox voor het opzetten van een datamanagementplan. Deze toolbox kan vanaf de site van DANS worden gedownload.

De verschillende deelprojecten werden uitgevoerd op de verschillende universiteiten. Tijdens deze middag kregen we iets te horen over de projecten bij de UvA (Driek Heesakkers), UL (Peter Verhaar), UvT (Rob Grim) , UT (Maarten van Bentum) en VU (Peter Sol).
Zo bleek tijden de projecten in Amsterdam (UvA) dat er weinig bekend was, de pilot toonde de gaten in infrastructuur, en de onbekendheid met standaarden. Er waren veel vakgroepspecifieke vragen, en ook vraag ook om digitalisering en auteursrechtenkwesties.
In Leiden werd het project uitgevoerd door een VRE: virtual research environment op te zetten, met behulp van Sharepoint software, waarin de onderzoeker meteen kan uploaden geluidsopnamen en beschrijvingen toevoegen en gedetailleerde toegangsrechten regelen. Bij ondersteuning is meer vakkennis nodig en bij onderzoeker meer kennis van conventies, toch een positieve evaluatie met een helder idee voor vervolg i.s.m. 3TU.
Bij het Taxi-project in Tilburg ging het uiteindelijk over gebruik van internationale standaarden en software op gebied economische statistieken. Er blijkt weinig bekendheid over toch algemeen geldende standaarden zoals SDMX en open source software Fusion Registry.
In Twente werd een datacatalogue tool ontwikkeld in eXist voor intern beheer met goede zoekmachine, maar een Spartaanse gebruikersinterface. De ondersteuning zorgt voor basiskennis op gebied data management en de infrastructuur is primair. Een goede relatie met IT is essentieel.
De IT van VU heeft CARDS ingebed in DMS, het Document management Systeem waarbij giga- opslag bij onderzoeker blijft buiten de zoekmachine. Zij vinden dat capaciteit vanuit de centrale organisatie geregeld moet worden.

Na de presentaties van de projecten volgt een korte breakoutsessie, waarbij we in groepjes kunnen discussiëren over de aanbevelingen van het CARDS-project en dan m.n. wie is aan zet om welke noodzakelijke actie te nemen m.b.t. ondersteuning onderzoeksdata-beheer.
Uitgangspunt moet zijn speciale standaarden en metadata, die liefst centraal en internationaal gehanteerd worden, en verantwoordelijk financiers om eisen te stellen.
Ontbrekende en/of haperende infrastructuur, niet alleen technische, maar ook qua beheersorganisatie, moet op nationaal niveau worden aangepakt en er moet een uitspraak komen van Surf en eScience. Meer focus op delen en niet op archiveren, vakinformatie is noodzakelijk dus disciplinegerichte aanpak .

De rol van SURF in dit geheel was de uitvoering van het Surfshare programma. Als een vervolg wil Surf een Dutch Research Data Commons creëren, althans het draagvlak daarvoor onderzoeken met workshops en overleg. Het onderzoeksdataforum krijgt een vervolg als een Special Interest Group waarschijnlijk onder de naam Research Output.

2 mrt. 2012

Discovery services

Wat is een discovery service?
Een discovery service is een stap in de geschiedenis van het zoeken in bestanden.
Er is een opbouw zichtbaar in het zoeken in bibliotheekbestanden. Eerst had je alleen het zoeken in de bibliotheekcatalogus. Later kreeg je als bibliotheek ook toegang tot andere catalogi, tot de Nationale Catalogus (nu Picarta) en tot andere bestanden (bijv. Pubmed/Medline, Web of Science en journal platforms zoals Science Direct , Springer Link , Wiley Online en veel meer).
Dan rijst al snel de vraag “Kunnen we al die bestanden niet in één keer doorzoeken in plaats van een voor een.?”
Het begin van een Meta Search Engine, een zoekmachine die tegelijkertijd meerdere zoekmachines bevraagt en het antwoord dus tergugeeft uit diverse databases.
Een bekende toepassing van een meta search machine is de Metacrawler, een zoekmachine, die tot mijn verrassing nog steeds bestaat en tegelijkertijd zoekt in Google, Yahoo en Bing.
Toen de ontwikkeling wat verder gingen is de term Meta Search Engine een beetje uit de mode geraakt en is de term ‘Federated search’ geworden. In Wikipedia wordt aangegeven dat er wel een nuanceverschil is (Federated Search gebruikt beter de voor de betreffende database aangemaakte indexen dan Metasearch), maar de NISO (National Information Standards Organization – US) ziet ze als synoniem.

Het grote probleem zit hem ook altijd in de indexen. Als je optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van een bij een bepaald bestand behorende index dan zal je zoekresultaat ook beter zijn. Zo is bijv. Een ‘topic’ search in Web of Science niet te vergelijken met een Mesh-heading search in Pubmed, terwijl ze toch beide zoeken op een onderwerp. Maar waar topic in WoS allerlei, niet gestructureerde woorden uit de titel en het abstract kan bevatten, zijn de Mesh-headings scherp gedefinieerde trefwoorden die in een gestructureerd verband met elkaar nog kunnen worden ingeperkt en/of uitgebreid. Gebruik van de eigen indexen voor een bestand is dan ook aan te bevelen, dat was zeker zo in de tijd van vóór het full-text zoeken. De zoekalgoritmen zijn sterk verbeterd.

Discovery services (of Web-scale discovery) gaan een stapje verder en gaan uit van een eigen gezamenlijke index voor diverse bestanden. Je zoekt in één index en je krijgt geïntegreerd uit een aantal bestanden het antwoord terug. In de Federated Search Blog geeft auteur Sol een aardige uitleg over discovery services (uit 2009) en Jason Vaughan heeft het in American Libraries uit 2010 over Web-scale Discovery.

Er zijn een aantal commerciële aanbieders van discovery services. Dat zijn intermedairs die contacten en licenties hebben afgesloten met uitgevers om de inhoud van hun databases te gebruiken om een ‘unified index’op te bouwen. Zij bieden een centrale service aan en daar kun je dan je eigen databases aan toevoegen. De oplossing is ‘in the cloud’d.w.z. op de servers van de aanbieders.
Aanbieders zijn:
Primo (Exlibris), Ebsco iscovery Service (EDS) , Summon (Serials Solutons) en nog een lijstje (zie de site Unified Resource Discovery Comparison van Lukas Koster en Andy Ekins) soortgelijke aanbieders. Opmerkelijk is dat het meestal gaat om tijdschriftagenten, dan wel leveranciers van link solvers of soortgelijke koppeling van tijdschriftenartikelen metadata aan de full text.

Op 26 januari zijn we in vergadering bijeengeweest, met een aantal KNAW-instituten om de mogelijkheden te bekijken en te bediscussiëren van discovery services. Als gast was daarbij aanwezig Lucas Koster van de UvA. Lukas vertelde ons over het selectieproces en de implementatie van de Primo Discovery Services bij de Universiteitsbibliothehttp://www.blogger.com/img/blank.gifek Amsterdam.

Ter voorbereiding konden we het artikel over Discovery Services uit Library Technology lezen en diverse discovery services raadplegen.
Na de bijeenkomst bleven nog genoeg vragen over. Een van de leukste was die van een van de KNAW-collectie-instituten, die zelf veel databases maken, over de mogelijkheid om al de eigen databases met een unified index toegankelijk te maken.
Nu resten ons de vragen van onze licentie-manager te beantwoorden:
Hier volgen de vragen:
1. Wie heeft wat aan een DT? Waarom?
2. Wat gaat er mis voor wie zonder een DT? Waarom?
3. Voor wie is een DT niet interessant? Waarom?
Stel dat een DT nuttig is:
4. Wanneer een DT?

En die ga ik komend weekend maar eens beantwoorden.

15 feb. 2012

Surf Onderzoeksdag


De ondertitel van deze dag luidt: “Inspiratie voor ICT-gebruik in onderzoek” en in de beschrijving van de dag staat: “ Op de SURF Onderzoeksdag laten onderzoekers zien hoe ICT-methoden en -hulpmiddelen wetenschappelijk onderzoek, en de presentatie daarvan, kunnen verrijken en vernieuwen.”
In een uitverkocht MediaPlaza (van de Jaarbeurs) druppelden de 200 deelnemers wat verlaat binnen i.v.m. de aangepaste NS-dienstregeling vanwege het winterweer. Jammer dat er na een uurtje staan in de trein nauwelijks zitgelegenheid is in Media Plaza om koffie te drinken, maar gelukkig was er wel – gratis – wifi en ik heb zelfs een stopcontact gevonden.
Over het onderwerp was ik een beetje op het verkeerde been gezet, omdat ik de uitnodiging voor deze dag vanuit de SurfShare maillijst had gekregen. En ik was betrokken bij het onderzoeksdataforum als onderdeel van SurfShare, dus tot vlak voor de dag was ik in de veronderstelling dat het om onderzoeksdata ging. Maar SurfShare was natuurlijk veel breder. Hoewel ik het niet meer expliciet zie sta, dacht ik wel dat deze dag een afsluiting van SurfShare betekende. Het gaat daarbij op ‘open onderzoek’ met trefwoorden als open access, collaboratories, verrijkte publicaties , samenwerking en dus ook toegang tot onderzoeksdata.
De opening stond in het teken van open access met een flitsende keynote van Cameron Neylon, die blogt onder de titel “Science in the Open”. Neylon is werkzaam bij de Science & Technology Council (onderdeel van de Research Council UK). Een groot deel van de tekst van zijn lezing is te vinden in zijn blogpost getiteld ” Network Enabled Research: Maximise scale and connectivity, minimise friction”.
Het komt erop neer dat met Internet en de oneindige connectiviteit een efficiënte transfer van informatie mogelijk is. Zo’n netwerk maakt het mogelijk om ook onderzoek op een kwalitatief hoger plan te brengen, zie de voorbeelden van crowd sourcing op wiskundig en astronomisch terrein.
Ook in Nederland is dat aan de gang. Ik las gisteren over het project Vele Handen.nl, waarbij het Stadsarchief Amsterdam i.s.m. met enkele bedrijven het publiek vraagt mee te helpen met het indexeren van archiefstukken, en de resultaten zijn overweldigend. De website Velehanden.nl heeft op 14 februari de Geschiedenis OnlinePrijs gewonnen.
Terug naar Neylon, die dus in de connectiviteit van het netwerk een mogelijkheid ziet op op grotere schaal onderzoek te doen. Neylon zegt dat we nu te maken hebben met netwerken die zorgen voor een enorme toename van kwalitatieve onderzoekscapaciteit . Onderzoek waarin ook de ‘gewone’ burger geïnteresseerd is, d.w.z. in het effect van het onderzoek, niet in de wetenschappelijke papers. Maar die papers zijn wel het noodzakelijke communicatiemiddel tussen de ‘ruwe data’ van onderzoek en het feit dat de uitgevers een businessmodel hanteren van betaalde toegang tot die papers veroorzaakt weerstand in het systeem van netwerk-connectiviteit.

“Currently we take raw science and through a collaborative process between researchers and publishers we generate a communication product, generally a research paper, that is what most of the community holds as the standard means by which they wish to receive information. Because the publishers receive no direct recompense for their contribution they need to recover those costs by other means. They do this by artificially introducing friction and then charging to remove it.”


Want wat zijn de voorwaarden voor voor soepele en efficiëntie onderzoeksnetwerken:
1. Schaal en connectiviteit [internet en webservices]
2. Lage weerstand bij informatie-overdracht [geen betaalde toegang]
3. Filters aan vraagzijde [de gebruiker bepaalt, niet leverancier; de gebruiker aggregeert, index en reviewed]
Nog wat interessante uitspraken van Neylon:
“At the scale of a network you can manufacture serendipity”
“The content industry is dead”

Na de inspirerende voordracht van Cameron Neylon onderstreepte Jos Engelen van NWO nog eens het belang van open acces. Het is, zei hij een logische gedachte dat door openbaar geld gefinancierd onderzoek ook openbaar toegankelijk is, al dan niet meteen. En uiteindelijk gaan we het winnen van uitgevers.
Volgens Engelen is "escience" belangrijk maar niet alles. Hij ondersteunt het Nederlandse eScience Center (door NWO en Surf samen opgezet) , maar daarnaast zijn ook andere investering in de ict-infrastructuur nodig. Hij verwijst naar de Roadmap ICT voor de topsectoren.

Na de lunch werden de vijf parallele sessies gestart. Er was een sessie over tekst en taal met presentaties over e-Humanities en nanopublicaties; een sessie over data met presentaties over ‘Big data”Mess Project en CARDS. In de sessie Beeld en Geluid ging het over misicologie en virtual en augmented reality. In de sessie over Onderzoek en onderwijs over opleiding tot datascientist , virtuele onderzoeksomgevingen en verrijkte weblectures.
Zie het programmaschema.
Zelf heb ik gekozen voor de track ‘profileren van onderzoek’ met presentaties over verrijkte publicaties, bibliometrisch onderzoek , Nature en over virtuele laboratoria en biodiversiteit.

Jan Gutteling van de Universiteit Twente vertelde over zijn verrijkte publicatie “Geen Paniek” , over hoe hij zo de levensloop van een publicatie kon aangeven. Hij is ertoe gekomen vanwege de vraag naar de valorisatie van onderzoek. Hij maakt gebruik van de tool ‘Escape( Enhanced Scientific Communication by Aggregated Publications Environments). De demo is erg mooi en hij heft dan ook terecht de Jaarpijs voor verrijkte Publicatie gewonnen.

Paul Wouters en college Rodrigo Costas van CWTS Leiden vertelden over hun binnenkort te verschijnen rapport. Daarin hebben zij een aantal webbased tools onderzocht die de impact van onderzoek(spublicaties) meten. Dat is nog niet zo eenvoudig, omdat de meeste niet aan alle criteria voldeden, criteria zoals: schaalbaarheid, transparantie (zelfgebruik data), en normalisatie (vergelijking crossdisciplinair). Onderzocht zijn bijvoorbeeld F1000 (niet volledig), MS Academic Search (geen naam-standaardisatie) en altmetrics tools als total-impact (alleen doi). Ook referereert hij aan Sure2 met impactgegevens over gebruik van repositories.
Wouters zegt uit te gaan van ' conceptual approach' first voordat er met alternatieve metrics kan worden gewerkt. Binnenkort komt er een handboek uit over de de klassieke methode va impactmeting.


Jason Wilde van Nature Publishing Group onderstreepte dat NPG geen tegenstander is van open access en zelf met Creative Common Licenties werkt.
Hij geeft in een mooie tijdlijn een overzicht van de geschiedenis van Nature: over ' Evolution of Nature' : van moeilijk vindbare oude covers tot genomics artikel met heel veel ' 'supplementary material'. Het artikel wordt wordt een 3d object , een ‘entity in information space’, met veel informative er rondom met extra data, metadata. . Hij gaat verder door over het data probleem over de data publication pyramid en kondigt aan dat nature ook over gaat op linked data. – We zijn benieuwd.

Willen Bouten van UvA IBED, Computational Geo-ecology, over e-Ecology (enhanced) over gedrag en verspreiding van soorten in relatie tot hun omgeving. Als nevenactiviteit bouwen zij virtual laboratories, waarmee zij hun onderzoek kunnen uitvoeren. Over samenwerkende natuurorganisaties in de Gegevensautoriteit Natuur, waar zij een datamodel hebben ontwikkeld voor alle natuurorganisaties met een nationale databank flora en fauna, zodat bouwend Nederland en anderen slecht bij een loket hoeven aan te kloppen. Ook het UvA Bird Tracking system is een aansprekend voorbeeld van het gebruik van virtuele labs en allerlei tools en systemen waarbij vliegbewegingen geïntegreerd worden met meteorologische gegevens. Er zijn systemen om meetgegevens te registreren, over te dragen en te visualiseren. Naast al die systemen is Bouten is nog op zoek naar virtuele samenwerking.

Richard Zijdeman sloot de dag plenair af met de opening van MyResearchPortal, een demoproject van Surf op basis van Surfconext. Zelf was ik van Surf Conext niet zo onder de indruk en hoewel Richard heel enthousiast is, legt hij wel de nadruk op de noodzaak tot educatie: er moet data workflow training komen in iedere master. En daar ben ik het helemaal mee eens. Bewustwording is beter dan een hele doos vol met gelikte tools.

De dag toonde wel aan dat ICT allang niet meer uitsluitend ter ondersteuning voor het onderzoek wordt gebruikt, maar een integraal onderdeel van het onderzoek uitmaakt. En het is interessant om te zien hoe er van de verschillende mogelijkheden gebruik wordt gemaakt. Een leuke, inspirerende dag.