15 sep. 2014

E-boek lenen in de bibliotheek





In de Openbare Bibliotheek zijn sinds kort ook E-boeken te leen.
Daar is een hele discussie aan voorafgegaan, want vanwege de afwijkende auteursrechten-regeling voor digitale bestanden is het niet zomaar mogelijk om een E-boek, net als een p-boek uit te lenen.
Rondom E-boeken in het algemeen is een heel scala aan beveiligingsmaatregelen ingesteld en uitgeprobeerd.
Over het algemeen wordt nu een E-boek afgeschermd tegen illegaal doorverkoop door zogenoemde DRM-maatregelen. Dit Digital Right Management komt er meestal op neer dat je een gekocht E-boek niet zonder meer op een ander apparaat dan het eerste waarop het gedownload is, beschikbaar te maken. Soms zijn het 3 of 4 apparaten, waarop je een E-boek mag installeren.

Nb dit is een geheel ander E-boek dan de meeste wetenschappelijke E-boeken waartoe wij op het NIOO toegang toe hebben. Dat betreft meestal boeken, die gepresenteerd worden in hoofdstukken per PDF en die binnen NIOO vrijelijk gedownload mogen worden.

Voor de individuele E-boek-lezer, die boeken leest op E-reader of tablet is er meestal sprake van E-boeken in ePub-formaat, al dan niet beveiligd met DRM.
Er zijn verschillende boeken, die vrij van auteursrecht, ook vrij toegankelijk zijn: boeken uit de collectie van Project Gutenberg en een deel van de door Google Books gedigitaliseerde boeken.
Wil je geen boeken kopen en zou je ze wel willen lenen van de OB dan is dat nu dus mogelijk.

Het vereist wel enige voorbereiding.
Ten eerste gaan we er vanuit dat je al een bibliotheekpas hebt. Op basis daarvan kun je een account aanmaken bij bibliotheek.nl
Vervolgens kun je E-boeken lenen door ze op je pc aan te vinken en te slepen naar je digitale boekenplank. Vandaaruit kun je de geleende boeken op je scherm online lezen.
Op je tablet kun je de app van bibliotheek.nl downloaden en met je inlognaam je geleende boeken ook daarop online lezen.
Wil je off-line lezen dan kun je de geleende boeken ook downloaden naar je E-reader. Je moet dan wel zorgen voor een Adobe Digital Edition versie op zowel je PC, als op je E-reader. Een Adobe account is daarvoor noodzakelijk.
Na de uitleentermijn kun je de boeken niet meer benaderen en kun je ze van je boekenplank verwijderen.

















7 jul. 2014

Wearables

Na de lunch werd de keynote verzorgd door Richard de Jeu van Bureau Metri – fact based advisory en sinds kort met een nieuwe website ITfacts4you.
De keynote was getiteld “Zijn wearables de voorbode van implants?".

Volgens Wikipedia zijn wearables:
"Wearable computers, also known as body-borne computers or wearables are miniature electronic devices that are worn by the bearer under, with or on top of clothing"

Dus computers die je op of aan je lichaam draagt. Niet alleen de smartphone die je in je broekzak meezeult, maar de fitnessband om je pols of de Google Glass als bril op je gezicht, en straks wellicht de ooglens die je bloedsuiker meet.

Geavanceerde netwerken, sensoring, nanotechnologie, 3d-printing, robotics en augmented reality zijn ontwikkelingen die meer en meer geintegreerd gaan worden en daardoor slimme oplossingen kunnen bieden. Met de ontwikkelingen van de chips, die steeds kleiner worden en nu ook buigbaar komen er nog veel meer mogelijkheden binnen handbereik.
Of zoals De Jeu in IP schrijft:"Veel van deze draagbare hardware, die we nu nog als gadgets beschouwen, komt bvoort uit de zogenaamde Quantified Self movement. Deze beweging volgt de trend dat de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven met als doel informatie te verzamelen en hiervan te leren." (zie "Wearables hebben de toekomst / Richard de Jeu. In: Informatieprofessional (2015) Nr. 5 p. 10-11).


De Jeu geeft een boeiend beeld van de historische ontwikkelingen, de evolutie van de wearables en refererend aan een rapport van McKinsey concludeert hij dat de tijd van geleidelijke evolutie voorbij is en er nu een episode aanbreekt van ‘disruptieve’ontwikkelingen. Dus een sterke stijging van wege de nieuwe technologieen en de integratie van de systemen met elkaar.
Lees:
Manyika, J., & McKinsey Global Institute. (2013). Disruptive technologies: Advances that will transform life, business, and the global economy. Washington, D.C.: McKinsey Global Institute.

Interessant rapport met ook interessante plaatjes.


De Jeu referereert aan Peter Diamandis, die een positief beeld heeft over de technologie die in staat zal zijn om alle basis problemen op te lossen en iedereen van basisbehoeften te voorzien.
Er is een Tegenlicht documentaire waarin Peter Diamandis praat over de wereld, de Singularity University en de technologie.

Als de trend van disruption doorgaat zal straks alles in overvloed aanwezig zijn: de ontwikkelingen groeien exponentieel en dus ook alle middelen.
- Dat zal overigens nog wel even duren want dezelfde ochtend las ik in de Volkskrant dat de Google Glass nog niet echt bruikbaar (voor niet amerikanen) en al helemaal niet veilig is.


Maar dat neemt niet weg dat er wel degelijk een aanwijsbare trend is om zaken met elkaar te verbinden. Het Internet of Things is zo'n ontwkkeling. De Jeu:"Hiermee (IoT) wordt bedoeld dat objecten individueel gekoppeld worden aan het internet en daardoor bereikbaar en identificeerbaar zijn. .. Wolfram Alpha, een antwoordmachine op het web, is begonnen hiervoor een platform te bouwen waar alle middels wearables vastgelegde data (algemene en persoonlijke meetwaarden)kan worden gekoppeld"
(Zie ook het online tijdschrift Wearable devices voor een overzicht van de gadgets).

Kortom, dit was een inspirerende keynote van @richarddejeu over wearables, geïntegreerde gadgets en de "disruptive" ontwikkelingen in digitaal leven.

En ook onze eigen Kamer van Koophandel geeft handreikingen hoe je het Internet of Things zou kunnen inzetten in je bedrijf.











2 jul. 2014

Zaakgericht werken

Ik ging naar het KbenP-zomerevent voor de ‘wearables’en kwam terecht in een incrowd discussie-sessie over ‘zaakgericht werken’ .
Ik had er nog nooit van gehoord, terwijl ik toch al bijna 40 jaar in het informatievak zit. Maar goed, mijn doel was bijblijven, dus uitzoeken wat het is en waarom een hele zaal met bijna alleen heren daar tamelijk levendig over kan discussiëren.

Eerst naar Wikipedia, daar geen vermelding gevonden. Maar op de blog van Chido Houbraken (uit 2009) staat wel en uitleg, en vreemd genoeg ook een verwijzing naar de – niet meer bestaande – Wikipedia-pagina. Die pagina blijkt hardnekkig te worden verwijderd i.v.m. “te weinig onafhankelijke bronnen”.

Enfin iedereen in de zaal wist wat ermee wordt bedoeld. Ik had het gevoel dat ik de enige was die die taal niet sprak. Volgens Chido is zaakgericht werken”
Zaakgericht werken is een:
1. Ordeningsprincipe voor informatie;
2. Manier van werken;
3. Inrichtingsprincipe voor een digitale werkomgeving.
Alles draait daarbij om de klant (de klant centraal) en om een efficiënte afhandeling van de zaak, klantgericht en dossiervormend in een vlotte workflow.
In de Zaakgerichte Werken Blog werd – ook in 2009 – een poging gedaan om het uit te leggen, maar dat leidde uiteindelijk tot het terugbrengen van het werken naar de gewenste uitkomst
Zaakgericht werken leidt tot vereenvoudigde procedures en meer mogelijkheden om normen te behalen

Een hele mooie beschrijving is te vinden in het XR-magazine - platform en online vakblad voor enterprise architecture door Corné Dekker in een artikel getiteld: “Generieke functionaliteit en zaakgericht werken” van 17 juni 2010.
[De afbeelding is ook van hem en toont dat een zaaksysteem NIET hetzelfde is als een workflowsysteem.]



Zaakgericht werken wordt nu vrnl door gemeentelijke organisatie in de praktijk gebracht .
Het KING: Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten biedt handreikingen voor het zaakgericht werken in een website en een flyer.

Het idee van het zaakgericht weken komt uit de Enterprise Architectuur en wordt in de internationale literatuur ook wel Business Process Management genoemd,

“Business process management (BPM) is a management approach focused on aligning all aspects of an organization with the wants and needs of clients. It is a holistic management approach[1] that promotes business effectiveness and efficiency while striving for innovation, flexibility, and integration with technology. “

Enfin, de deelnemers in de zaal wilden praten over de website die de zaak-gericht-werken-adviseur van KbenP Sven Blom heeft samengesteld.

Het is de website”zaaksystemen in beeld” .
- Zoals wel vaker in de bedrijfsvoering heerst er al snel het idee dat met de invoering van een software-systeem de processen ook daadwerkelijk verbeterd worden.-
Sven gaf aan dat er 16 leveranciers van zaaksystemen zijn in Nederland die 20 systemen leveren. Hij probeert een volledige kaart van de zaaksystemen in gebruik bij de Nederlandse gemeenten samen te stellen en vroeg de zaal naar de witte plekken en naar de uitbreidingen: in organisaties (waterschappen, brandweerorganisaties etc.) en in informatie. Een inzet op ervaringen en kwaliteit bleek erg lastig.

Nog even verder speurend in deze wereld van gemeentelijke archieven kom ik bij de I-NUP, Nationaal UitvoeringsProgramma dienstverlening en e-overheid. Over de effectiviteit van het gemeentelijk digitale loket heeft EY (Ernst&Young) een benchmark gepubliceerd "2017:een brug te ver?"
2017 is het streefjaar waarin de Minister van Binnenlandse Zaken Plasterk wil dat alle gemeenten in Nederland volledige digitale dienstverlening leveren de zogenoemde “Visiebrief Digitale overheid 2017”.

Er is nog heel wat te beleven in dit deel van de informatiewereld!

23 jun. 2014

Wetenschap en audiovisuele presentatie

‘Onderzoekers in beeld’ – Jeanine de Bruin van over de kwaliteit, financiering en praktische aanpak van videoproducties, inclusief de rol van de communicatieadviseur. Voor de voorpret: www.wetenschappersinbeeld.nl



Op de bijeenkomst van het Platform Communicatie van de KNAW-instituten, dat donderdag 5 juni samenkwam, leidde Jeanine de Bruin van het bedrijf Hakuna Matata: science & media een discussie over het gebruik van videobeelden als wetenschapsvoorlichting.


Mijn interesse in wetenschappelijke video's concentreert zich voornamelijk rondom het 'video-abstract'.
Een video-abstract is een abstract in videobeelden dat behoort bij een wetenschappelijk artikel. zie het overzicht in het artikel "Video abstracts, the latest trend in scientific publishing: Will "publish or perish" soon include "video or vanish"? by Jacob Berkowitz in het Canadese blad University Affairs, een uitgave van de Association of Universities and Colleges of Canada. Ook Scott Spicer schreef over de opkomst van het video-abstract in het Journal of Librarianship and Scholarly Communication "Exploring Video Abstracts in Science Journals: An Overview and Case Study". Een een mooi voorbeeld is het verhaal van de Nederlandse prijswinnaars van de video-abstracts wedstrijd van de New Journal of Physics: UT Twente

Kern van de boodschap van Jeanine is dat je de wetenschapper zijn verhaal moet laten vertellen en vooral het waarom, waarom onderzoek je wat je onderzoekt, wat beweegt je. "Vindt het verhaal van de wetenschapper".
Uitgangspunt is om de kennis beter uit te dragen en daarmee het image van het onderzoek te verbeteren.
Het is een illusie dat je videofimpjes kunt maken op tv-kwaliteit. Kijkend naar de kwaliteitsdriehoek (geld, kwaliteit en tijd) lever je altijd op een van de drie elementen in.



We kregen allemaal 2 leuke boekjes mee.
Het boek van Jeanine: Bruin, J., & Wesel, L. (2014). Wetenschappers in beeld: Van YouTube tot talkshow. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.



en
Balvert, Fred, M. Hulspas, Souad Zgaoui, and Mirjam Jackson. 2014. Prepare for 15 seconds of fame: media contacts for researchers. Rotterdam: Trichis.
[Een handleiding hoe om te gaan met pers)

31 mrt. 2014

Vogin-IP lezing 2014

Vorig jaar is de reeks IP-lezingen door Vogin met voortvarendheid opgepakt.
Ik heb erover bericht.
Ook dit jaar was er weer een Vogin-IP lezing over zoeken en vinden.


In de ochtend zijn met workshops georganiseerd en in de middag werden lezingen gegeven.
Ik was alleen voor de lezingen. Op de Vogin-IP-lezing-site is een uitgebreide terugblik te vinden.
De toeloop was groot, zo groot dat er in een 2e lokaal een scherm werd ingericht voor de mensen die niet meer in de zaal pasten.
De bijeenkomst werd gehouden in de Koninklijke Industrieele Groote Club op de Dam in Amsterdam, centraler locatie is bijna niet denkbaar. Bovendien een mooi historisch pand met een stemmige bibliotheek.


Zelf neem ik tegenwoordig mijn iPad Mini mee, dus om elektriciteit zit ik niet zo heel erg verlegen en de onbereikbare draadloze wifi was ook niet zo erg. Beetje lastig was het bemachtiging van een kop koffie in de smalle gang en de smalle Franse stoeltjes in de zaal.
Bovendien was het warm, eigenlijk te warm voor 20 maart.

Evenals vorig jaar werd een oorkonde uitgereikt aan een verdienstelijk Vogin-lid, dit keer aan Peter Evers, ook de man achter AIN, Amsterdam Informatie Netwerk.


Alle presentaties staan op de Vogin-IP-lezing-site in een uitgebreide terugblik.
Daarom wil ik ze hier slechts even aanstippen.
Wat me achteraf opviel is dat er zoveel tekst-presentaties waren, d.w.z. ppt-presentaties met alleen tekst op de dia. Kennelijk leent het zoeken zich toch niet zo voor illustraties.
Heel veel nieuws heb ik niet gehoord, maar ik denk ook echt dat ik, sedert social media, beter geïnformeerd ben. Loopt wat traditionele media betreft (IP) nog wel een paar maanden achter.

De buitenlandse hoofdgast was Marydee Ojala, redacteur van de het blad Online Searcher, een publicatie van Information Today die $139 per jaar kost. Online Search bestaat al sinds 1984, dus nog voor www (ach die goede oude tijd met gophers en taximeter-searches). Maar nu zijn we via www naar ggg gegaan (Great God Google) en is iedereen altijd en overal online. Ojala noemt in lijstje 'online tomorrow' ook post-literacy. Dat is een bewegingstechnologie: communiceren zonder geschreven tekst. {naast wearables, mobile, etc.)

Prof. Maarten de Rijke spreekt over autonome zoekmachines - self driving search engines - die d.m.v. supervised of unsupervised clicks zich zelf konden leren door reinforcement. Ook een ppt met veel tekstregels en weinig plaatjes, maar wel een enthousiast verteld verhaal, waardoor je zo mee zou willen doen met het onderzoek aan de UvA. Een kijkje achter de schermen van het information retrieval onderzoek, of hoe worden zoekmachines gemaakt.

Antoine Isaac hield een interessant verhaal over het Europeana Metadata Model en hoe zo gemakkelijk informatie-onderdelen gekoppeld kunnen worden en zo getoond. met een mooi voorbeeld uit de MIMO thesuarus (Musical Instruments Museums Online) over klavecimbels.

Topper van de middag was - wat mij betreft - Robert Jan Alting van Geusau over de implementatie van een centraal marketing intelligence systeem bij AKZO NOBEL. Een antwoord op de vraag: 'hoe kom je aan een efficiënter systeem van nieuws alerts, zonder al te veel overlap. Voor een groot, internationaal bedrijf als Akzo Nobel is dat nog niet zo makkelijk. In het heel klein worstelen wij ook met een kranteknipseldienst (of eigenlijk niet-helaas). Ziet er mooi uit.


Als afsluiter hield Arno Reuser een anekdotisch (en hilarisch) verhaal over CIA en het gebruik van 'weasal-woorden', nietszeggend taalgebruik, in inlichtingenrapporten.

Een interessant middag, rijk afgesloten met hapje en muziekje in stemmig pand.







11 feb. 2014

X-ref NL 15 jaar


Op 11 februari was er een feestje ter gelegenheid van 15 jaar X-ref NL.
In september 1999 ben ik vestigingsmanager geworden van X-ref Nederland, die de Nederlandse licentie van de Zweedse software X-ref verkoopt vrnl. aan bibliotheken.
In 1999 dreigde de "milleniumbug" en iedereen was bezig om zich in te dekken voor de komende potentiele problemen. Zo ook de verenigde ziekenhuisbibliotheken CCZ, die gezamenlijk een licentie hadden bij Pica (OCLC) voor het catalogiseren in de GGC en de gecatalogiseerde materialen daarna konden downloaden in het 'lokale bibliotheekpakket'MOPC' (of Strix).
Maar noch MOPC noch Strix kon een millenium-garantie afgeven.
Ecco X-ref NL.
Van 1 september 1999 tot 1-3-2007 ben ik er vestigingsmanager geweest en heb ik onderhandeld met de Zweedse programmeur, met de Nederlandse klanten, instructies gegeven en handleidingen geschreven, helpdesk bemenst en de website verzorgd. Maar ook heb ik over mijn wederwaardigheden een weblogje geschreven (sinds 2006).

Het lustrum werd feestelijk gevierd met een X-ref Gebruikersdag, in Beeld en Geluid in Hilversum.
.

Beeld en Geluid had ter afsluiting van het introducerende historisch overzicht een video-compilatiegemaakt van radio en tv-uitzendingen uit 1999. [Wel interessant als je in de Beeld en Geluid wiki zoekt op 1999 krijg je toch weer andere beelden, weliswaar wel met dezelfde smaak].

Mw Anna Werst gaf een introductie over de documentatie-afdeling (40 documentalisten) bij Beeld en Geluid. Wat op mij de meeste indruk maakte is de overweldigende hoeveelheid beeld en geluid die dagelijks binnenkomt, waaruit geselecteerd moet worden en dat moet worden gemetadateerd, getagd en adekwaat gearchiveerd en beschikbaar gemaakt.
Zoveel mogelijk is dat hele proces geautomatiseerd, wat tot gevolg heeft dat het archiveren al bij de eerste stap van de opname moet beginnen.De hele metadatering proberen ze zoveel mogelijk met de bestaande middelen/ kenmerken automatisch te laten "inlopen" in de IMMIX multimediacatalogus.


's middags, na de introductie met de nieuwe toekomstige ontwikkelingen in deX-ref software konden we een kijkje nemen in het museum gedeelte van het - prachtige - Beeld en Geluid-gebouw, we konden zelf in de archieven snuffelen aan de hand van de Experience en we kregen een rondleiding door het gebouw.

Een prima dagje! Met dank aan Ingressus en met de wens dat X-ref NL nog en goede toekomst tegemoet gaat!

4 feb. 2014

Het wetenschappelijk archief van de toekomst

DANS organiseerde, ter ere van 2 'visiting fellows' - Andrew Treloar en Herbert van de Sompel een workshop onder de wat wijdlopige titel ‘Riding the Wave and The Scholarly Archive of the Future’ op 20 januari jl. .
Het "Riding the Wave" sloeg op het Cordis EU rapport, gevolgd door het Knowledge Exchange rapport "A surfboard for riding the wave" uit resp. 2010 en 2011. Beide rapporten benadrukken het belang van samenwerken aan een data infrastructuur, een gezamenlijke stap naar data delen en data archiveren.


Helaas moest Peter Doorn van DANS als uitleiding van de workshop constateren dat iedereen weliswaar in beweging is, dat op alle universiteiten en ook in onderzoeksinstellingen actie wordt ondernomen op RDM, maar dat van gezamenlijke actie, laat staat een collaborative infrastructure - nog lang geen sprake is. Maar terwijl op dit moment ieder zijn eigen policy probeert uit te denken en in te richten probeert DANS te werken aan een 'evolving infrastructur'.

Deze workshop werd geleid door de 2 DANS-fellows en liet als een soort "thinking in progress' een flink aantal alternatieve manieren en voorbeelden van wetenschappelijke communicatie zien.
Het gaat niet alleen om "beyond the pdf", over andere vormen van publiceren, maar over de gehele structuur van wetenschappelijke communicatie, dus ook over ideeën, experimenten, onderzoeksmethoden, uitwisselen van gegevens en presenteren en archiveren van de resultaten.
Zij gaan uit van een artikel uit 1997 van Roosendaal en Geurts "Forces and functions in scientific communication:an analysis of their interplay" dat de functie van wetenschappelijk publiceren omschrijft in vier hoofddelen: registratie, certificering, awareness en archiveren. En daarbij geven ze van elke functie aan wat er de moderne alternatieven voor zijn, ontkoppeld van het tijdschriftenmodel.
Ze laten een aantal zeer interessante voorbeelden zien bij ideacite, github en nanopublicatie als voorbeelden van de nieuwe registratiemethoden.
Bij certificering noemen ze initiatieven zoals PubmedCommons, ZooUniverse, Slideshare, en Project Feedwatcher. Dat laatste is een soort Waarneming.nl, waarbij ook validatie plaatsvind, al dan niet door de 'crowd'.
- op dit punt in de voordracht moest ik sterk denken aan het boek van Michael Nielsen "Reinventing Discovery" over nieuwe manieren van onderzoek; een inspirerend boek -
Onder 'awareness" vormen noemden ze onder meer Twitter, MyExperiment, en eLabNotebookRSS.
En uiteindelijk onder archiveren de voorbeelden Dans Easy, CLOCKSS, Perma.cc.
Samenvattend kwamen er een aantral 'pointers of the future'uit:
.
Er zijn een aantal fundamentele verandering aanstaande, waarbij het belang van boek en tijdschrift inboet, sowieso geen statische objecten meer, het onderzoeksproces zelf ligt meer onder vuur, machines spelen een grotere, zelfstandige rol (big data, text mining) en zoals Herbert aangeeft gaat het meer van de individuele onderzoeker naar de Research community en de Web of Objects:
.
Hij waarschuwt daarbij dat registratie nog niet hetzelfde is als archiveren.

Het was een aardige presentatie, met wat leuke discussies over een aantal van de stellingen.
Op de vraag waarom de functie 'beloning' niet was meegenomen, was het antwoord dat dat bezien moet worden op een ander niveau nl. dat van de werkgever. Helaas vrees ik wel dat juist dat, een snelle vooruitgang in de weg staat.