31 mrt. 2014

Vogin-IP lezing 2014

Vorig jaar is de reeks IP-lezingen door Vogin met voortvarendheid opgepakt.
Ik heb erover bericht.
Ook dit jaar was er weer een Vogin-IP lezing over zoeken en vinden.


In de ochtend zijn met workshops georganiseerd en in de middag werden lezingen gegeven.
Ik was alleen voor de lezingen. Op de Vogin-IP-lezing-site is een uitgebreide terugblik te vinden.
De toeloop was groot, zo groot dat er in een 2e lokaal een scherm werd ingericht voor de mensen die niet meer in de zaal pasten.
De bijeenkomst werd gehouden in de Koninklijke Industrieele Groote Club op de Dam in Amsterdam, centraler locatie is bijna niet denkbaar. Bovendien een mooi historisch pand met een stemmige bibliotheek.


Zelf neem ik tegenwoordig mijn iPad Mini mee, dus om elektriciteit zit ik niet zo heel erg verlegen en de onbereikbare draadloze wifi was ook niet zo erg. Beetje lastig was het bemachtiging van een kop koffie in de smalle gang en de smalle Franse stoeltjes in de zaal.
Bovendien was het warm, eigenlijk te warm voor 20 maart.

Evenals vorig jaar werd een oorkonde uitgereikt aan een verdienstelijk Vogin-lid, dit keer aan Peter Evers, ook de man achter AIN, Amsterdam Informatie Netwerk.


Alle presentaties staan op de Vogin-IP-lezing-site in een uitgebreide terugblik.
Daarom wil ik ze hier slechts even aanstippen.
Wat me achteraf opviel is dat er zoveel tekst-presentaties waren, d.w.z. ppt-presentaties met alleen tekst op de dia. Kennelijk leent het zoeken zich toch niet zo voor illustraties.
Heel veel nieuws heb ik niet gehoord, maar ik denk ook echt dat ik, sedert social media, beter geïnformeerd ben. Loopt wat traditionele media betreft (IP) nog wel een paar maanden achter.

De buitenlandse hoofdgast was Marydee Ojala, redacteur van de het blad Online Searcher, een publicatie van Information Today die $139 per jaar kost. Online Search bestaat al sinds 1984, dus nog voor www (ach die goede oude tijd met gophers en taximeter-searches). Maar nu zijn we via www naar ggg gegaan (Great God Google) en is iedereen altijd en overal online. Ojala noemt in lijstje 'online tomorrow' ook post-literacy. Dat is een bewegingstechnologie: communiceren zonder geschreven tekst. {naast wearables, mobile, etc.)

Prof. Maarten de Rijke spreekt over autonome zoekmachines - self driving search engines - die d.m.v. supervised of unsupervised clicks zich zelf konden leren door reinforcement. Ook een ppt met veel tekstregels en weinig plaatjes, maar wel een enthousiast verteld verhaal, waardoor je zo mee zou willen doen met het onderzoek aan de UvA. Een kijkje achter de schermen van het information retrieval onderzoek, of hoe worden zoekmachines gemaakt.

Antoine Isaac hield een interessant verhaal over het Europeana Metadata Model en hoe zo gemakkelijk informatie-onderdelen gekoppeld kunnen worden en zo getoond. met een mooi voorbeeld uit de MIMO thesuarus (Musical Instruments Museums Online) over klavecimbels.

Topper van de middag was - wat mij betreft - Robert Jan Alting van Geusau over de implementatie van een centraal marketing intelligence systeem bij AKZO NOBEL. Een antwoord op de vraag: 'hoe kom je aan een efficiënter systeem van nieuws alerts, zonder al te veel overlap. Voor een groot, internationaal bedrijf als Akzo Nobel is dat nog niet zo makkelijk. In het heel klein worstelen wij ook met een kranteknipseldienst (of eigenlijk niet-helaas). Ziet er mooi uit.


Als afsluiter hield Arno Reuser een anekdotisch (en hilarisch) verhaal over CIA en het gebruik van 'weasal-woorden', nietszeggend taalgebruik, in inlichtingenrapporten.

Een interessant middag, rijk afgesloten met hapje en muziekje in stemmig pand.







11 feb. 2014

X-ref NL 15 jaar


Op 11 februari was er een feestje ter gelegenheid van 15 jaar X-ref NL.
In september 1999 ben ik vestigingsmanager geworden van X-ref Nederland, die de Nederlandse licentie van de Zweedse software X-ref verkoopt vrnl. aan bibliotheken.
In 1999 dreigde de "milleniumbug" en iedereen was bezig om zich in te dekken voor de komende potentiele problemen. Zo ook de verenigde ziekenhuisbibliotheken CCZ, die gezamenlijk een licentie hadden bij Pica (OCLC) voor het catalogiseren in de GGC en de gecatalogiseerde materialen daarna konden downloaden in het 'lokale bibliotheekpakket'MOPC' (of Strix).
Maar noch MOPC noch Strix kon een millenium-garantie afgeven.
Ecco X-ref NL.
Van 1 september 1999 tot 1-3-2007 ben ik er vestigingsmanager geweest en heb ik onderhandeld met de Zweedse programmeur, met de Nederlandse klanten, instructies gegeven en handleidingen geschreven, helpdesk bemenst en de website verzorgd. Maar ook heb ik over mijn wederwaardigheden een weblogje geschreven (sinds 2006).

Het lustrum werd feestelijk gevierd met een X-ref Gebruikersdag, in Beeld en Geluid in Hilversum.
.

Beeld en Geluid had ter afsluiting van het introducerende historisch overzicht een video-compilatiegemaakt van radio en tv-uitzendingen uit 1999. [Wel interessant als je in de Beeld en Geluid wiki zoekt op 1999 krijg je toch weer andere beelden, weliswaar wel met dezelfde smaak].

Mw Anna Werst gaf een introductie over de documentatie-afdeling (40 documentalisten) bij Beeld en Geluid. Wat op mij de meeste indruk maakte is de overweldigende hoeveelheid beeld en geluid die dagelijks binnenkomt, waaruit geselecteerd moet worden en dat moet worden gemetadateerd, getagd en adekwaat gearchiveerd en beschikbaar gemaakt.
Zoveel mogelijk is dat hele proces geautomatiseerd, wat tot gevolg heeft dat het archiveren al bij de eerste stap van de opname moet beginnen.De hele metadatering proberen ze zoveel mogelijk met de bestaande middelen/ kenmerken automatisch te laten "inlopen" in de IMMIX multimediacatalogus.


's middags, na de introductie met de nieuwe toekomstige ontwikkelingen in deX-ref software konden we een kijkje nemen in het museum gedeelte van het - prachtige - Beeld en Geluid-gebouw, we konden zelf in de archieven snuffelen aan de hand van de Experience en we kregen een rondleiding door het gebouw.

Een prima dagje! Met dank aan Ingressus en met de wens dat X-ref NL nog en goede toekomst tegemoet gaat!

4 feb. 2014

Het wetenschappelijk archief van de toekomst

DANS organiseerde, ter ere van 2 'visiting fellows' - Andrew Treloar en Herbert van de Sompel een workshop onder de wat wijdlopige titel ‘Riding the Wave and The Scholarly Archive of the Future’ op 20 januari jl. .
Het "Riding the Wave" sloeg op het Cordis EU rapport, gevolgd door het Knowledge Exchange rapport "A surfboard for riding the wave" uit resp. 2010 en 2011. Beide rapporten benadrukken het belang van samenwerken aan een data infrastructuur, een gezamenlijke stap naar data delen en data archiveren.


Helaas moest Peter Doorn van DANS als uitleiding van de workshop constateren dat iedereen weliswaar in beweging is, dat op alle universiteiten en ook in onderzoeksinstellingen actie wordt ondernomen op RDM, maar dat van gezamenlijke actie, laat staat een collaborative infrastructure - nog lang geen sprake is. Maar terwijl op dit moment ieder zijn eigen policy probeert uit te denken en in te richten probeert DANS te werken aan een 'evolving infrastructur'.

Deze workshop werd geleid door de 2 DANS-fellows en liet als een soort "thinking in progress' een flink aantal alternatieve manieren en voorbeelden van wetenschappelijke communicatie zien.
Het gaat niet alleen om "beyond the pdf", over andere vormen van publiceren, maar over de gehele structuur van wetenschappelijke communicatie, dus ook over ideeën, experimenten, onderzoeksmethoden, uitwisselen van gegevens en presenteren en archiveren van de resultaten.
Zij gaan uit van een artikel uit 1997 van Roosendaal en Geurts "Forces and functions in scientific communication:an analysis of their interplay" dat de functie van wetenschappelijk publiceren omschrijft in vier hoofddelen: registratie, certificering, awareness en archiveren. En daarbij geven ze van elke functie aan wat er de moderne alternatieven voor zijn, ontkoppeld van het tijdschriftenmodel.
Ze laten een aantal zeer interessante voorbeelden zien bij ideacite, github en nanopublicatie als voorbeelden van de nieuwe registratiemethoden.
Bij certificering noemen ze initiatieven zoals PubmedCommons, ZooUniverse, Slideshare, en Project Feedwatcher. Dat laatste is een soort Waarneming.nl, waarbij ook validatie plaatsvind, al dan niet door de 'crowd'.
- op dit punt in de voordracht moest ik sterk denken aan het boek van Michael Nielsen "Reinventing Discovery" over nieuwe manieren van onderzoek; een inspirerend boek -
Onder 'awareness" vormen noemden ze onder meer Twitter, MyExperiment, en eLabNotebookRSS.
En uiteindelijk onder archiveren de voorbeelden Dans Easy, CLOCKSS, Perma.cc.
Samenvattend kwamen er een aantral 'pointers of the future'uit:
.
Er zijn een aantal fundamentele verandering aanstaande, waarbij het belang van boek en tijdschrift inboet, sowieso geen statische objecten meer, het onderzoeksproces zelf ligt meer onder vuur, machines spelen een grotere, zelfstandige rol (big data, text mining) en zoals Herbert aangeeft gaat het meer van de individuele onderzoeker naar de Research community en de Web of Objects:
.
Hij waarschuwt daarbij dat registratie nog niet hetzelfde is als archiveren.

Het was een aardige presentatie, met wat leuke discussies over een aantal van de stellingen.
Op de vraag waarom de functie 'beloning' niet was meegenomen, was het antwoord dat dat bezien moet worden op een ander niveau nl. dat van de werkgever. Helaas vrees ik wel dat juist dat, een snelle vooruitgang in de weg staat.






15 jan. 2014

Web of Science redesign


Begin november kondigde Thomson Reuters een complete redesign aan van hun Web of Knowledge.
De grootste verandering zou zijn dat het begrip "Web of Knowledge"ophoudt te bestaan en in plaats daarvan wordt naar het gehele pakket databases verwezen als naar "Web of Science".
Het enger gedefinieerde Web of Science heet nu "Web of Science Core Collection" en bestaat dus uit de citatie-indexen.

Op 12 Januari 2014 was het zover en is "The Next Generation"van Web of Science on line gegaan.
Op de Next generation page geeft Thomson Reuters zelf aan als belangrijkse verbetering:
- Clear identification of the database and easy toggle to change: Voorheen werd de database keuze met tabbladen aangegeven, nu is er een oranje neerwaarts gericht pijltje op de grijze bovenbalk.
- Easier to get started searching and the ability to expand your search: sinds Google in 1998 begon met een eenregelige zoekbox zijn langzamerhand alle uitgebreide zoekpagina's uit beeld verdwenen en nu heeft dus ook Web of Science als basis een eenregelige zoekvenster (Topic). Het blijft wel een veld-beperkte zoekactie, zoeken in alle velden is - nog- niet aan de orde. Met "Add Another Field" kun jemakkelijk een zoekregel toevoegen en met de dropdown menuutjes kun je de velden aanpassen.
- New spell-check "did you mean" functionality. Bijvoorbeeld als je zoekt op "oecology"vin je 19 hits, maar in de linker zijbalk staat dan "Did you mean: TOPIC: (ecology) [160,503 results)". Een mooie zoekhulp.
- Easier links to full text. De links naar full text, dus de eigen Thomson Reuter Link en de Linksolver Link, staan nu achter een knop, waaruit je een van de 2 kunt kiezen.
- New Layout of full record data elements for easier readability: de volledige record-weergave laat nu een volledig record zien een beetje zoals in de stijl van de meeste e-journals.
- Improved organization of links to related research in "Citation network" panel. Er staat nu in de rechter zijbalk een overzicht van de citaties op dit artikel per database van herkomst. Dat is wel makkelijk om te zien waar de extra citaties vandaan komen buiten de Web of Science Core Collections (bijv. de Chinese Citation Database, die nog wel eens vragen opriep bij een wisselend aantal citaties.


Andere aanpassingen, die niet op deze pagina genoemd worden:
- Endnote Web kun je benaderen vanuit de bovenste menubalk. esearcherID daarentegen alleen vanuit het My Tools-drop down menu. Onder My Tools zit ook nog een link naar Endnote en naar de Saved Searches.
- In de bovenste menubalk kun je ook doorklikken naar wat voorheen de 'additional resources' waren : JCR en ESI.
- In de pagina met Search Results is een derde kolom gekomen. De linker zijbalk bevat de facet-verfijningen en de rechter zijbalk bevat de citatie gegevens. Dat is wel overzichtelijker geworden.
- Er is een verfijnoptie 'Open Access' bijgekomen. Je kunt dus nu - indien aanwezig- kiezen om alleen de Open Access resultaten te zien.
- Save to Endnote Online is nu in de plaats gekomen vna het Endnote Web. overigens kun je ook kiezen voor Save to Endnote Desktop en een keuze voor ResearcherID "I wrote these" en de overige formaten.
- De registreer-functie voor het aanmaken van een persoonlijk account is nu geplaatst in het Sign In -popup scherm.
- In de full record view kun je meer informatie opvragen over het tijdschrift. Je krijgt dan een indicatie van het quartiel waarin het zich vlgs JCR bevindt, de naam van de uitgever en ISSN alsmede in welk Research Domein dit tijdschrift is ingedeeld.


Lees ook de Release Notes voor de update 5.13
Aangekondigd als verandering:
- het toevoegen van ScIELO database (mn voor Spaans-talige gebieden).
- de link met Google Scholar (zie overzicht outsellinc).







19 nov. 2013

KNVI-congres

Het jaarcongres KNVI als opvolger van de NVB-congressen. Sinds het predikaat 'koninklijk'vorig jaar is uitgereikt heet de vereniging niet meer NVB (van Nederlandse Vereniging Bibliothecarissen - kater toegevoegd met andere beroepsbeofenaars) maar KNVI (Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals). - In onze beroepsgroep is het gebruikelijk om van naam te veranderen als men denkt dat er iets met het imago moet. -

De titel van het congres is: "Hoera, een informatieprofessional".
HOERA!
Tussen de honderden sollicitatiebrieven springt er één meteen uit: die van de informatieprofessional die een einde maakt aan de informatie chaos die in het bedrijf is ontstaan en ervoor gaat zorgen dat in de toekomst gegevens eenvoudig, snel en transparant toegankelijk zijn: Hoera, een InformatieProfessional.
Het logo van de ronddolende poppetjes die uiteindelijk de weg gewezen wordt door de ene informatieprofessional in rood, is bedoeld als illustratie bij deze lead. Mooi bedacht door J. Minnema.

Er werden zo'n duizend mensen verwacht en die zouden zich moeten opdelen in 8 tracks. Het Nieuwegeins Business Centre (NBC) heeft op de begane grond een vierkante beursvloer voor standhouders, koffie, lunch en borrel, met een grote zaal aan de zijkant en kleiner zaaltjes op de 1e verdieping.

Ik heb in de ochtend voor de track 'Radicale Keuzes' gekozen, waarschijnlijk omdat ikzelf ook wel van radicale keuzes hou.
Er bleek geen plenaire aankondiging vooraf te zijn, maar na de koffie konden we meteen met de track beginnen: Simone Kortekaas van de UB Utrecht over het sluiten van hun zoekmachine Omega. Trends naar het zoekgedrag toonden aan dat mensen eerder via Google Scholar zochten en slechts weinigen via hun eigen discovery-tool. De vraag was dus gerechtvaardigt of het nog wel loont om energie te steken in de ontwikkeling van een optimale zoekmachine. Nee, was de conclusie. Laten we ons richten op Delivery.
VAN DISCOVERY NAAR DELIVERY
En dus richtten ze de website geheel nieuw in, zonder zoekvakje, maar wel met extra links en uitleg. Een goed communciatieplan, exttra uitleg (fantastische Libguides) en een 'Betervinden"-pagina en via sociale media (Facebook en met twitter-hashtags #betervinden en #biebtip).
Voor remote access heeft de UU een bookmarklet ontwikkeld waarmee de mensen extra makkelijk toegang tot publicaties en zoeksystemen kunnen krijgen. De catalogus is nog wel in beeld, maar zal langzaam worden uitgefaseerd.
Wat ik me wel afvraag bij deze ontwikkeling is het onderhoud van de eigen systemen. Als je de felivery, goed wilt doen, dan zul je toch zelf ook iets van een catalogus ofg anderszins collectie-aanwijzer moeten inzettebn. Anders lukt delivery ook niet.
Zelf hebben wij juist vanuit onze delivery tool (de linksolver = daar staat onze collectie in beschreven) reen discovery-dienst opgezet.
Maar wellicht is de idee wel valide dat je het zoeken beter kjunt overlaten aan systemen, zoals Google Scholar, die er goed in zijn.
Radicaal is de keuze van de UB utrecht in ieder geval wel. Er meldde zich niemand die het ze nadoet.

De radicale keuze van de volgende spreker, Richard Wallis van OCLC
, had eigenlijk ook te maken met locale bibliotheeksystemen. Die tijd is voorbij, met linked data kun je alles aan elkaar knopen en kun je in plaats van een catalogus een catalink aanbieden.
FROM CATALOGUING TO CATALINKING
Wallis raadt aan om samen te werken aan omvorming van bibliotheeksystemen richting linked data en toont de stappen die OCLC met Worldcat al gezet heeft om linked data op te nemen. Ze volgen schema.org als markup vocabulary. Richard roept op "Be visible on the web of data linking to all their resources".

Na een goede lunch op de beursvloer, enkele interessante standbezoekjes (Browzine) en wat leuke gesprekjes heb ik me aangesloten bij de Trach "De vrije informatieprofessional". In deze track werd een video getoond van Brewster Kahle van Internet Archive, die zelf niet kon komen wegens een recentelijke brand.
De ambitie van Kahle is om alles wat gemaakt is toegankelijk maken free to all en daarvoor zet hij zichzelf en zijn met webbedrijf verdiende miljoenen voor in. Een loffelijk streven. En op Internet Atrchive is dan ook van alles te vinden, alles probeer hij te digitaliseren: boeken, films, muziek, foto's. Hij heeft de WayBackMachine ontworpen en de Open Library. De passie waarmee hij zich inzet is bewonderenswaardig.
FREE UP OLD MATERIAL, OR AT LEAST FREE THE NEW PUBLICATIONS
In principe biedt het Internet Archive alle materialen open access aan. Als de rechthebben klaagt kan het, uiteindelijk altijd nog van het web gehaald worden. Maar Kahle is ook niet te beroerd om te vechten voor wat hij wil en voert daar zelfs processen voor.
Auteursrecht is wel een issue, zegt ook het panel.
In het panel een aantal Wikipedianen, die zelf proberen om in ieder geval de copyright-status van de door hen aangeboden materialen, bijv. in Wikimedia Commons, duidelijk te maken.
De discussie was wat tam, maar werd over auteursrecht toch even serieus.
De copyright-discussie bij vrije IP'er track werd plenair voortgezet door Marietje Schaake, politica over auteurswet voor digitale producten. Het auteursrecht is verouderd vindt zij en zou veel meer open moeten, onder verwijzing naar het EU-programma Horizon 2020 en de Digitale Agenda van Neelie Kroes (netneutraliteit).
De plenaire uitgeleiding van de dag bestond vervolgens nog uit een treurigstemmende pitch van Hans van Hartevelt over de ondergang van de KIT-bibliotheek, de stoet van externe consultants, de redding door de bibliotheek van Alexandrië, een Pyrrhusoverwinning noemde hij het. Hij heeft wel een overlevingsstrategie geleerd: wat niet werkt is een goede evaluatie, voldoende kostendekkend, en markt- en klantgerichtheid. Het enige dat telt is onafhankelijkheid van de overheid.
Prof. Jeroen van den Hoven van TUDelft sprak over 'Big data en IP'ers' : informatieprofessionals kunnen een refugiun libertatis bieden aan de dolende burger op zoek naar burgervrijheden.
En met een slotwoord van de voorzitter en een gezellig borrel toe, besloten we de dag.



14 okt. 2013

Bezoek aan Nationaal Herbarium




Op vrijdag 11 oktober 2013 bracht ik samen met enkele andere leden van de Amsterdamse KNNV een bezoek aan het Nationaal Herbarium in Leiden. Dit bezoek was onderdeel van een introductie over zeewieren van dr. Herre Stegenga en dr. Willem Prud'homme van Reine.
Bij de lezing: Zeewieren komen met name voor op vast substraat, dus zijn ze voor Nederland vooral gebonden aan kunstmatige structuren. Door de Deltawerken zijn de omstandigheden gewijzigd en vooral in de Oosterschelde verbeterd. Dit laatste heeft te maken met het zo veel mogelijk weren van zoetwaterinflux. Het gevolg is het gestadig toenemen van het aantal soorten, sinds het verschijnen van een flora in 1983 bedraagt dit al zo’n vijftig soorten. Een belangrijk deel daarvan bestaat uit exoten, soorten die hier zonder bemoeienis van de mens niet zouden kunnen komen. Ze kunnen binnen enkele jaren zeer abundant (overvloedig) worden. De origine van veel soorten is het Verre Oosten (Japan, China, Korea) – deze specifieke voorkeur heeft waarschijnlijk te maken met vergelijkbare temperatuuromstandigheden (relatief hoge maxima en lage minima). Gevolg is dat vooral rond de laagwaterlijn de flora een exotisch uiterlijk krijgt. Dr. Herre Stegenga en Dr. Willem Prud’homme van Reine ontvangen ons en zullen een demonstratieve show geven met herbariumexemplaren van zeewieren uit de nationale collecties. Mogelijk kunnen ze ons ook belangrijke platenwerken op zeewierengebied uit de bibliotheek tonen

Het Nationaal Herbarium Nederland (NHN) is nu nog gevestigd in het Van Steenisgebouw, Einsteinweg 2 in Leiden, het gebouw van de afdeling Biologie van de Unversiteit Leiden. Het Nationaal Herbarium is ontstaan uit een fusie van de herbaria van Leiden, Utrecht en Wageningen in 1999. Vanaf 2009 zijn ze losgemaakt van de universiteit Leiden en ondergebracht bij Naturalis Biodiversity Center. Naturalis Biodiversity Center herbergt niet alleen het nationaal natuurmuseum, maar ook alle nationale biologische collecties.
Vanaf volgend jaar (2014) gaat er een grote gebouw- en verbouw- actie beginnen die uiteindelijk moet uitmonden in de oprichting van een 2e collectietoren van Naturalis en een verhuizing van alle medewerkers naar de NBC-gebouwen.
Willem Prud'homme van Reine, die de rondleiding leidde vertelde ons dat wij de laatste groep zijn die een rondleiding krijgt door het 'oude' herbarium.

Er zijn 4 grote collectiezalen.Sommige met verrolbare kasten en andere met vaste kasten, maar allemaal met eindeloze rijen met dozen. In de dozen zitten mappen met daarin de gedroogde specimen, tussen 'flap' bladen. Die planten die gevoelig zijn voor vraat van beestjes gaan 1x per jaar in de diepvries van -25 graden. Er zijn in het herbarium zo'n kleine 6 miljoen specimen aanwezig (incl. de Utrechtse houtspecimen en de Wageningse cultuurgewassen).
Men is nu bezig met een uitgebreide digitaliseringsslag. Daartoe gaan stapels dozen naar een digitaliseringsbedrijf. Er worden dan 20.000 specimen per dag gedigitaliseerd. Bij terugkomst gaan de dozen eerst in de vrieskist voor ze weer op hun plek teruggezet worden. De firma Picturae heeft 7 digistraten ingericht voor Naturalis en het doel is om zo'n 7 milj. objecten te digitaliseren, waarvan 4,5 milj herbarium bladen en 130k houtspecimen uit het herbarium. De Volkskrant wijdde er nog een artikel aan (lees op site Picturae) en ook in Wageningen wordt gedigitaliseerd, aldus een berichtje in Resource van 26 september 2013.
De collectie omvat naast alle Nederlandse soorten ook een uitgebreide collectie planten uit Indonesie en Nieuw-Guinea, tropisch Africa en Antillen.
Het resultaat van de digitalisering is te zien in de database .
In het voorbeeld gezocht op Taraxacum officinale (paardenbloem).
Niet alleen zijn er planten gedroogd bewaar ook zijn er een groot aantal bewaard in alcohol en/of formaline. Dat levert een hele zaal met potjes en - ontkleurde - bloemen op.


Dr. Herre Stegenga (schrijver van "Flora van de Nederlandse zeewieren", uitgave van KNNV uit 1983) toonde ons een aantal exotische soorten zeewieren, die nieuw zijn voor Nederland.

Een van de nieuwe soorten is de Wakame (Undaria pinnatifia), waarvan we ook een stukje snack met zeewiersalade uit de schappen van Albert Heijn konden proeven. De meeste zeewieren kun je eten, behalve een soort als de Desmarestia viridis, die zoveel zuur heeft dat hij alles in zijn buurt verbrokkelt.
Heel mooi, en makkelijk te onthouden is de Turuturu (Grateloupia turuturu Yamada) een prachtige grote roodwier.

Ter afsluiting brachten we een bezoekje aan de NHN-bibliotheek, qua catalogus al wel geintegreerd met de Naturalis-bibliotheek, maar nog wel apart gehuisvest en met een eigen kamer met speciale, oude, handgetekende en ingekleurde boeken. We keken naar enkele zeldzame exemplaren van boeken over algen.

7 okt. 2013

TPDL2013 nabeschouwing

Het 17e International Congress on Theory and Practice of Digital Libraries vond plaats in het Grand Hotel Excelsior in Floriane(Valetta) op Malta van 22-26 september met vooraf een aantal tutorials en achteraf een aantal workshops.


Statistiek
Er staan 38 lezingen aangekondigd in het programma boek. Er was een panel met 8 presentaties en de postersessie opende met 28 1-minuut/presentaties. In mijn tutorial waren 5 presentaties en er werden in totaal 6 tutorials gehouden, en een Doctoral Consortium met 6 lezingen. In mijn workshop werden 12 presentaties gegeven en er waren 6 workshops. Dat komt dan grof geteld bij elkaar op 182 presentaties.In de officiele proceedings, die door Springer worden gepubliceed onder de titel ´ Research and Advanced Technology for Digital Libraries` staan 72 hoofdstukken. Er waren 300 deelnemers uit 40 landen. Zelf heb ik 45 sprekers gehoord, 6 blogpostjes geschreven in 16 Word-bladzijden met in totaal 4552 woorden, 102 hyperlinks, 19 afbeeldingen en er werden zo´n 40 EU-projecten besproken. Kortom een boordenvol congres.

Digital Libraries
De TPDL, opgericht als European Conference on Digital Libraries, o.m. door Ecrim(European Research Consortium for Informatics and Mathematics) is bedoeld om onderzoekers in computertoepassingen over hun nieuwste onderzoeken te laten vertellen. Hoewel er ook, gedurende de hele conferentie telkens weer het belang van bruggen bouwen tussen ICT en publiek aan bod kwam, lag de nadruk ook wel erg op de technologische ontwikkelingen.
De formele defintie van ‘digital library’uit het Digital Library Reference Model luidt:
"A potentially virtual organisation, that comprehensively collects, manages and preserves for the long depth of time rich digital content, and offers to its targeted user communities specialised functionality on that content, of defined quality and according to comprehensive codified policies.
"

Onderwerp
De titel van het congres was “Sharing meaningful information” en het centrale thema kan worden samengevat in 3 woorden:
samenwerking, linking, semantisch web
.
De twee keynote-sprekers waren goed gekozen en vertegenwoordigden ook de essentie van de hele conferentie: Christine Borgman gaf alvast een inkijkje in haar nieuwe boek Big Data, Little Data, No Data,dat zal gaan over nieuwe vormen van wetenschappelijke comunicatie, openheid als norm voor het wetenschappelijk proces en hergebruik van data als uitgangspunt voor nieuw onderzoek.



En de tweede keynote-spreker Sören Auer sprak over linked data. Hij is de man van het “Wikipedia semantification project DBpedia or the social Semantic Web toolkit OntoWiki” en toonde verschillende semantische tools en bijv. ook om als transitie maatregel te beginnen met het semantisch annoteren van pdfs..
Hij sprak over de linked data life cycle, en over de noodzaak om de digitale bibliotheken opnieuw uit te vinden en te trransformeren naar 'knowledge hubs'.


In het vervolg van de conferentie kwamen deze begrippen steeds weer terug, soms met wat meer nadruk om text extractie, soms meer nadruk op kunstmatige intelligentie, soms op crowdsourcing, en soms ging het om de welbekende discussie van waardering en erkenning en het publiceren in high impact factor journals.
De tutorial die ik volgde gaf me een stevige introductie in data curatie. Data curatie, aldus tutorial-leider Andreas Rauber is niet genoeg, en ook een Data management plan volstaat niet. De uitdaging is om het proces, in zijn context vast te leggen
we need to move beyond the concept of data and capture ‘all’ elements of a research process
De demo's in de tutorial en de verhalen eromheen werden gegeven vanuit het project Wf4ever Workflow 4ever, dat draait om het preserveren van workflow in research objects. Ook semantisch geannoteerde papers kunnen tot research object worden omgewerkt en zo sloot ook dit verhaal naadloos aan op de rest vna de conferentie.
De workshop waarmee het geheel eindigde was een waterval aan resultaten en halfresultaten van onderzoeken in de richting van data curatie, data en publicatie verrijking en het semantisch annoteren. Het kwam weer terug op linked data, het linken van publicaties aan data en data aan de research workflow.
De presentaties van de workshop staan inmiddels op de site.

Na de conferentie heb je meestal het gevoel dat er een thuiswerkopdracht aan vast zit, in het Engels vaak 'take home message' genoemd. Voor mij is dat tweeledig:
- research workflow systemen Taverna / My Experiment nakijken op hun waarde en bruikbaarheid.
- winter weblecture in semantische web technologieen van Uni Bonn (Auer).
En uiteraard kijk ik met belangstelling uit naar het nieuwe boek van Christine Borgman.