27 mrt. 2008

Toekomst van Internet


Met al mijn Europa-surfing kom ik nu bij een aankondiging voor een officiële bijeenkomst over de toekomst van Internet.
Volgende week zal er een topmeeting worden georganiseerd in Bled, Slovenië met als thema: “ The Future of Internet in Europe: Perspectives emerging from R&D in Europe” . Omdat de EU meer Europese sturing wil hebben in de ontwikkeling van Internet is er via het onderzoeksprogramma FP7 veel geld gereserveerd voor onderzoek naar internet en de rol van Europa.
De belangrijkste onderzoeken zijn samengebracht in het EIFEL programma. Eifel staat voor: Evolved Internet Future for European Leadership en wil Europese wetenschappers aanzetten tot onderzoek en discussie over internet, de toekomst en de rol van EU. Daarnaast is er het Trilogy project dat zich vooral richt op de architectuur, het RING project (Routing in next generation) over routing en FIRE over het experimenteren met nieuwe ideeën en toepassingen. En dan heb ik het nog niet over de technologie fora, die ook allemaal een eigen acroniem hebben.
Dat is toch wel iets waar EU goed in is, maar waar je als lezer soms horen dol van wordt.
Inleiding om te lezen is het stuk van David Kennedy, directeur van Euerscom getiteld: “The future Internet is starting now”.

26 mrt. 2008

Europees onderzoek

Vandaag tegen een aantal sites aangelopen met informatie over EU beleid t.a.v. onderzoek en innovatie.
Eerst heb je daar het Neth-ER. Netherlands House for Education and Research. Ze geven een (elektronische) nieuwsbrief uit met daarin allerlei informatie over beurzen en beleidsbeslissingen in Europa en vooral van de EU. Het is oorspronkelijk opgericht door een achttal organisaties met als doel de Nederlandse bijdrage aan de Europese programma’s te vergroten.
De nieuwsbrief bevat soms wel aardige onderwerpen en links.
Op de site staan ook dossiers, maar daar kan ik (nog?) niet bij. Ik heb me wel ingeschreven voor het Nether-portaal, maar de bevestiging laat nog op zich wachten.
En dan is er nog het nieuw op te richten EIT: European Institute of Innovation and Technology. Het EIT is het eerste instituut dat zich richt op: integrate fully the three sides of the "Knowledge Triangle" (Higher Education, Research, Business-Innovation). En daartoe baseert zij zich op samenwerkingsverbanden die bekend staan (nou ja, nog niet bij mij) als KICs: Knowledge and Innovation Communities.
KICs zijn “excellence-driven partnerships between universities, research organisations, companies and other innovation stakeholders.”
De KICs worden overigens wel door de overheid aangewezen. De rest van de site bevat een prachtig voorbeeld van Europese bureaucratie: alle officiële documenten zijn er beschikbaar in alle talen van de EU. Vanaf 2010 zal EIT actief zijn.
Eurostat heeft een rapport uitgebreid getiteld ‘Science, technology and innovation in Europe’ en daaruit blijkt zonneklaar dat 3% investeringen voor R&D, zoals afgesproken in de Lissabon akkoorden geen haalbare kaart is. Het rapport staat boordevol statistische gegevens, maar de “ overview and executive summary” is wel leuk om te lezen. Qua innovatie hoort Nederland bij de groep “ followers”, de groep die komt na de ‘ leaders’ (Zweden, Zwitserland, Finland, Denemarken en Duitsland, en Japan). Enfin, dan heb je ook nog de ‘ catching up countries’ en de ‘trailing country’, terwijl Cyprus en Roemenie zo ver achterlopen dat ze nog niet konden worden ingedeeld. Nederland zit in dezelfde groep als de USA en de UK dus het valt nog mee.
Wel verontrustend is dat de Europese onderzoekers aan het vergrijzen zijn, 30 tot 50% van de onderzoekers is boven de 45 jaar.
Een RSS heb ik genomen op de ‘science’ poot van de nieuwsberichten van de site EurActiv. Een onafhankelijke site, die veel euro-nieuws geeft.
Wil ik net dit bericht afsluiten krijg ik een berichtje binnen van een rapport van de European Research Area over de Europese onderzoeksinfrastructuur. Maar daar is wat op bedacht en wel de oprichting van een forum (European Strategic Forum on Research Infrastructure) met een speciale werkgroep e-Infrastructure Reflections Group. Maar dat is niet genoeg: "The main challenge today is to set up a process that turns ideas into practice, to complement the 'what' with the 'how'." De nadruk moet liggen, aldus het rapport op een coordinatie mechanisme tussen onderzoeksinstellingen, ESFRI, lidstaten, industrie en 'stakeholders'. Dus toch weer een leider.

Aanloop tot CIL2008

Reis is geregeld: we vliegen met KLM naar Washington op zaterdag 5 april zo rond het middaguur. We verblijven niet in het conferentiehotel (Hyatt) maar in het naburige Mariott Courtyard hotel. In het Mariott zijn we verzekerd van een Wifi-internet-connectie.

Via de officiële CIL-blog heb ik me aangemeld als blogger, dan krijg je toegang tot Wifi in de congresruimte en een Bloggerbadge!


Het Mariott Courtyard Hotel heeft een zwembad en een fitnessruimte, dus sport- en zwempak gaan mee. Altijd plezierig om voorafgaand aan de congresdag een paar baantjes te trekken of een kleine workout te doen. Ik heb mijn Facebook-account opgepoetst, zodat ik dat kan gebruiken om Amerikaanse vrienden te maken. Op de conferentiewiki heb ik behalve mijn blog, en facebook ook mijn twitteraccount gegeven. Maar ik ga niet in het Engels twitteren of bloggen (denk ik).
Van de Nederlandse delegatie hoor ik dat er een bezoek gepland is aan de Library of Congress. Lijkt me leuk. Ik was er al eens in 1980 (dan zie je dat bibliotheken toch wel een lange adem hebben). Na het congres blijven we nog twee dagen sightseeing in Washington voordat we op 12 april weer naar huis vliegen.
Er worden ook dine-arounds georganiseerd, waarbij je met mede-cil-participanten kunt dineren en discussiëren over een bepaald onderwerp. Ook heb ik al een uitnodiging gekregen voor een lunch bijeenkomst en op zondag en dinsdagavond zijn er speciale games en youtube-sessies.
Nu nog inhoudelijk voorbereiden door me in te lezen op de onderwerpen.

Anders werken in virtuele teams

Daags voor vertrek naar Suriname kreeg ik het Library Technology report 'Changing the way we work’ binnen. Heel even overwogen om het mee te nemen op vakantie, maar ik besloot dat het voor iedereen gunstiger is als ik het eerst aan Deetje laat lezen.
En ja, Dee heeft een mooie log erover geschreven, dus wat betreft inhoudsbeschrijving kan ik het laten bij deze verwijzing.
Nu ikzelf nog.
Het leek mij een aardig rapport i.v.m. mijn interesse voor virtuele teams en e-moderating. En daar wordt dan ook uitgebreid aandacht aan besteed. Al uit de eerste parabel blijkt dat ook virtuele teams leiding nodig hebben. Dat lijkt me een open deur, want ik geloof i.t.t. Dee niet zo in vrijwilligheid, zaker niet waar het gaat om werkgerelateerde processen.
Wel min of meer verassend is dat maar liefst 86 % van de werknemers eigen software tools installeert. Vreemd toch dat er dan nog zoveel netwerken potdicht worden afgesloten. Wij gelukkig niet, dus wat zelf installeren betreft heb ik geen klagen, maar ze worden niet als desktop standaard aangeboden. De eindconclusie is dan ook dat met de overgang van de grote mainframe computers naar de individuele PC’s in netwerken eigenlijk de tussenlaag van groepsvoorziening is blijven liggen. Nu alles collaboratories is wat de klok slaat, moeten we ons meer daar op gaan richten.
Het rapport berust sterk op het werk van Ann Majchrzak en Arvind Makhorta, die op verschillend eplekken worden aangehaald. Met name hun artikel uit 2005: 'Virtual Workspace Technologies’ In MIT Sloan Management Review. Maar omdat ik dat een beetje oud vind ga ik in Sloan wat verder zoeken en vind ik een artikeltje (gesponsord door IBM) uit 2007 van Lynda Gratton: 'Working together..when apart’ met daarin 10 regels ‘ to make it work’. “Making It Work: Successful virtual teams share common traits, such as social-networking tools and the right mix of members, some of whom are already acquainted and others not”. En dan komen de vrijwilligers toch nog als waardevol om de hoek.

20 mrt. 2008

E-moderating


Salmon, G. (2004). E-moderating: the key to teaching and learning online. London: RoutledgeFalmer.
De titel van het boek was voor mij iets misleidend. Ik zocht wat praktische tips voor het leiden van een online discussie. Naar mijn gevoeld is dat online modereren. Maar Gilly Salmon bedoeld met ‘e-moderating’ de docenteninbreng van ‘e-learning’. At is niet zozeer ‘teaching’ maar meer faciliterend, vandaar dat ‘moderating’.

Ze beschrijft een vijfstappen model, waarbij het leerproces wordt aangegeven aan de hand van de mate van interactiviteit en de aard van de activiteiten. Uiteraard een uitgebeid overzicht van alle competenties waaraan een ‘e-moderator’ moet voldoen. Het is dus duidelijk geen leraar, maar een facilitator. Dus toch meer het moderne nieuwe leren.

Ze geeft 4 scenario’s voor de mogelijke toekomst van het e-leren: Planet Contenteous (content is king), Planet Instantia (Just in time, Just for me), Planet Nomadic (Mobile), Planet Cafelattia (All things together). Nog meer nog dan in het boek is dat aardig vormgegeven in de ppt op haar site. Maar eigenlijk is dat niet zo essentieel, want ze eindigt met de opmerking dat je altijd op elk van de planeten e-moderators nodig hebt.
Buitengewoon handzaam zijn de ‘Resources” die de helft van het boek beslaan. Dat zijn lijstjes (checklists) die opsommen wat voor de afzonderlijke onderwerpen van toepassing is. Bijvoorbeeld een lijstje met skills, met componenten van online socialiseren, hoe informatie te ‘weven’ en nog veel meer.
Handig en informatief, maar heb ik er ook wat aan?
Jazeker. En dan met name het ‘informatieweven’.
Een belangrijk element in het opgang houden van de discussie (of het leerproces, of alleen maar de aandacht) is het op gezette tijden weven van de informatie. Net zoals je in een gesproken discussie af en toe ter verheldering de stand van zaken samenvat, zo doe je dat ook online. Maar er is een belangrijk verschil tussen een samenvatting en een ‘weave’. “Summarizing is rather like reproducing the materials in shortened form… Weaving is a more creative task that selects themes and rearranges them into a new statement….” En zo kun je dus een ‘vlag’ weven of een mini een ‘lint’ .
Dit is wel nieuw voor mij. En dit wil ik eens gaan uitproberen.

17 mrt. 2008

Vakantie in Suriname

Drie weken rondlopen in tropisch Suriname, in de hitte en in de regen, maar ons koesterend in de warmte en vriendelijkheid van de mensen, de schoonheid van de natuur en de relaxte atmosfeer.
Wandelen in de historische binnenstad van Paramaribo (werelderfgoed), winkelen in de Domineestraat en in de Maagdenstraat, naar de warenhuizen van Kersten en Kirpalani, maar ook naar de kleine Chinese supermarktjes, waar je behalve etenswaren ook kleren en huishoudelijke zaken en drogisterij-artikelen en wat niet meer kunt krijgen. Sfeer opdoen op de grote centrale markt en langs de Waterkant flaneren met een flesje gemberbier en later op het grote terras van café het Vat met een djogo voor je zie je tout Paramaribo aan je voorbijtrekken.
Genieten van de monumentale panden aan het onafhankelijkheidsplein, het gouvernementshuis met de palmentuin en de standbeelden van Pengel en Lachmon. De mooi gerestaureerde Louisianastyle houtenhuizen met veranda in de watermolenstraat, en de officierswoningen bij Fort Zeelandia. In Fort Zeelandia word je je nog sterker bewust van de geschiedenis van slavernij en immigratie: er is nu een tentoonstelling over de Brits-Indische immigratie uit de 19e eeuw. En overal de grietjebees, de koereigers en de ani’s (kawfoetoebois). Tegenover het terras aan de Van Sommelsdijckstraat kon ik drie verschillende soorten kolibries zien foerageren.
Nog meer historie op een toer rond de plantages (dorpjes die daar nog van overgebleven zijn) en naar Nickerie, waar de meeste Aziaten zijn neergestreken. Zoutwatermoerassen met rode ibissen, ooievaars en visarenden. Gieren, caraca’s en slakkenwouwen langs de kant van de weg en de rijstvelden. Zwemmen in de Surinamerivier en in de Commewijne.


Op de foto sta ik onder de waterval Mooi-Mooi in de Kabalebo-rivier in de jungle van West Suriname. Ook zwemmen bij een stroomversnelling, op een strandje waar een kaaimannetje ligt te zonnen en onze marron bootsmannen piranha’s vangen.
Het oerwoud nog bijna helemaal ongerept, met zijn honderden palmensoorten, woudreuzen, lianen, prachtige bloemen, met anaconda’s en gifslangen, met traag zich voortbewegende luiaards en watervlugge aapjes. En veel, heel veel tropische vogels van toekans en ijsvogels, tot guans en currasows, van zwalustaartwouw tot zwarte arend en van witbuikzwaluw tot palmtanager.
Geweldig vakantieland, Suriname! [ met dank aan Access Travel]