31 dec. 2007

Cybook evaluatie

Na een weekje testen met de Cybook kom ik tot de conclusie dat het goed werkt om een boek met platte tekst te lezen op de Cybook. Hij heeft een rustig beeld, je kunt lezen onderweg, in bed en overal. Het kan makkelijk in mijn handtas en is licht en na doorlezen van de handleiding goed te bedienen.

Voor het lezen van wetenschappelijke teksten met tabellen en grafieken is het niet geschikt. Ik heb geprobeerd het OCLC rapport te lezen, maar de tabellen werden verhaspeld en de tekst oogde zonder de vaste lay out vreemd. Een wetenschappelijk artikel, zoals die op ons instituut in veelvoud worden gelezen, is niet goed leesbaar. Je kunt het in landscape zetten, dan blijft de tekst wel enigszins te lezen, maar het is wel erg klein.

Andere opmerkingen:
- lezen en luisteren kan tegelijk
- woorden kun je in het opgenomen woordenboek lezen
- geen noemenswaardig energieverbruik
- up- en downloaden gaat makkelijk
- uitbreidbaar met SD kaart, waardoor je een grote hoeveelheid informatie kunt meenemen
- niet geschikt voor foto’s vanwege zwart-witscherm
- niet doorzoekbaar, zoals online boeken
- je kunt geen aantekeningen maken of tekst markeren
- bedieningsknoppen zijn stroef en rsi-prone
- slaat makkelijk vast, waardoor de reset-knop wel echt nodig is

Soorten Pdf's

Behalve over e-books deze kerstvakantie ook veel geleerd over pdf’s.

De PDF is een document formaat standaard ontwikkeld door Adobe, zoals ze zelf zeggen: “U kunt er robuuste informatie mee vastleggen en bekijken — vanuit elke toepassing en op elk computersysteem — en die informatie wereldwijd delen met iedereen.” Het grote voordeel is dan vaak dat de tekst er inderdaad net zo uit ziet als hij wordt uitgegeven. Het is wel nodig dat je een pdf maakt met een ‘embedded’ font, want anders kan het op een andere computer er toch weer anders uitzien (en bijv. als e-book niet goed te lezen).

Er bestaan verschillende soorten PDF-bestanden:

“..Om de draagwijdte ervan ten volle te kunnen inschatten, moeten we u eerst vertellen dat er twee soorten pdf-documenten bestaan: pdf-documenten met alleen een beeld als informatie, en pdf-documenten met beeld en een extra tekstlaag.” (uit de webpagina van converter software Techworld (ik wist trouwens ook niet dat je PDF weer terug kon vertalen naar Word)
Dat heeft consequenties voor bijvoorbeeld de doorzoekbaarheid en de mogelijkheid om in-en uit te zoomen.

In de discussies lees je ook dat pdf’s gemaakt met een andere dan Adobe Pdf Creator niet altijd goed te lezen zijn. Acrobat Reader 5 heeft wat dat betreft meerdere mogelijkheden om verschillende soorten pdf’s te lezen.
Voor de Cybook was met name het zoom-probleem van belang.

Behalve Digital Editions met rigide beveiliging kun je ook diverse andere beveiligingen meegeven aan je pdf. Kijk daarom op de documenteigenschappen van de pdf om te zien wat er is afgeschermd.
In de help van mijn Adobe Reader (versie 7 hier thuis, op werk heb ik 8) staat overigens dat je DRM Pdf’s wel naar een mobiel apparaat (PDA) kunt sturen, wanneer het op dezelfde naam geactiveerd is als het originele apparaat. In de ‘boekenkast’ bij ‘Mijn Digitale Edities’ moet een knop staan ‘Verzenden naar Mobiel Apparaat’. Kan ik donderdag nog eens proberen met mijn verprutste Springer bestand.

30 dec. 2007

DRM

DRM, digital rights management, ofwel het afsluiten van vrije kopieermogelijkheden van e-bookformaten heeft een officieele tegencampagne. Deze campagne onder het motto: "Don't let DRM get between you and a good book" spoort aan actie te voeren tegen DRM. Een belangrijke speerpunt van de campagne is de e-booklezer van Aamazon, de Kindle. Blijkbaar kan die ook alleen boeken aan die bij Amazon gekocht zijn en alleen voor dat ene apparaat. Ik vind het plaatje van het boek op slot wel mooi (is van Henk De Boer- released under the Creative Commons Attribution Sharealike 1.0 license).


Op een andere site wordt DRM geschreven als Digital Restrictions Management, een heuze tegenbeweging!.

29 dec. 2007

Formaten e-book

Zover als ik het nu kan overzien zijn er drie formaten e-books:
- Mobipocket
- Adobe Digital Editions
- Microsoft Reader

Een mooi overzicht staat op de Ebooks.com site onder de help in de zogenoemde Reader Comparison Table. Zelf zeggen ze dat je kunt kiezen welk formaat, maar het wordt ook door de uitgever bepaald.
Zo had ik als test bij onze gewone boekhandel een Springer-titel als e-book besteld. Ik wist nog niet hoe dat zou gaan en verkeerde in de – foutieve- veronderstelling dat het ‘gewoon’ als pdf geleverd zou worden. Nou mooi niet. Het wordt geleverd als link vanaf de ebooks.com website. Daar kun je inloggen op je account (in mijn geval dat van de boekhandel) en dan kun je het downloaden. Zag er uit als een pdf, maar kan alleen gelezen worden als een Adobe Digital Editions en niet met de gewone Adobe Reader. Kan ook niet gekopieerd worden en ergens anders opgelezen worden, een andere PC of een e-booklezer. Buitengewoon onhandig. Er zit een beveiliging op (DRM) wat zoveel betekent dat je het maar 2 keer mag downloaden en alleen op dezelfde machine. Enfin, dat had ik meteen al verpruts, dus dat boek moetik helaas als verloren beschouwen.
Voorlopig dus het formaat Adobe Digital Editions vermijden, want het is onhanteerbaar. Het is buitengewoon onhandig om per se op die ene machine te moeten zijn als je je e-book wilt lezen. En dat betekent bovendien dat je ook het e-book na drie jaar moet afschrijven. Laat staan dat je thuis of onderweg kunt lezen, of je opvolger of collega een stukje mee laat lezen. Voor een bibliotheek is het natuurlijk helemaal niet te doen om een e-book op een vaste machine aan te bieden. Je kunt er bijvoorbeeld in de bibliotheek wel een aparte PC voor inrichten, maar dan kan er maar een persoon tegelijk een e-book lezen. Het heeft allemaal te maken met het Digital Rights Management. Zie de uitleg in Wikipedia. Een blogster over het Cybook noemde DRM: “… but DRM is an ever-changing, non-compatible, here-today-gone-tomorrow handmaid of Satan”.

Dan is Mobipocket iets coulanter. Daar mag je een gekocht e-book op vier verschillende devices installeren. En wil je het installeren op een ander dan de-activeer je er een. De woordenboeken die ik gekocht heb zijn volgens dit principe geleverd. In ieder geval kunnen ze op de e-booklezers, zodat je mobiel een e-book kunt lezen. Hoewel ik nu bij Ebooks.com lees dat je het maar op 2 verschillende machines mag downloaden. Zou dat ook nog per leverancier verschillen?

Duidelijk is in ieder geval wel dat je niet zomaar moet beginnen met downloaden, maar goed moet weten op welk apparaat je het wilt hebben

Die Microsoft Reader ken ik niet. Is begonnen met die Pocket PC. Maar op mijn Palm Tungsten PDA (een Palm) kan ik ook Mobipocket lezen. Microsoft heeft voor zijn eigen PDA’s dus een eigen lezer.

Nu ik zo wat heen en weer aan het surfen ben zie ik dat ook de OBA e-books aanbiedt volgens het Netlibrary principe. Ga ik ook eens uitproberen.

28 dec. 2007

Lezen en luisteren

Eerste Kerstdag doorgebracht met het installeren van hulpprogramma’s, aanmaken van een account bij Mobipocket en het doornemen en uitproberen van de handleiding van het Cybook.
Het is niet allemaal intuïtief, dus soms kost het me wat meer moeite erachter te komen hoe ik het moet doen.
Het is duidelijk geen computer, maar een boek, waarmee je dus kunt lezen.
En luisteren, toen ik eenmaal een dun verloopstekkertjes voor mijn koptelefoontje had. Toen kon in dus liggend op de bank en luisterend naar de Brandenburgische concerten van Bach lezen in het boek Noodlot van Louis Couperus. Altijd al een Couperus fan geweest, maar ik heb hem nog nooit eerder elektronisch gehad.
Leuk, erg leuk.
Voor het serieuze werk heb ik bij Mobipocket een Engels woordenboek aangeschaft en dat op de Cybook gezet. Toen aan het OCLC rapport begonnen. Het aardige is dat als je een woord niet kent, je via het contextmenu de lookup mode kunt aanzetten en dan zoekt Cybook in het woordenboek naar de betekenis.

26 dec. 2007

Cybook


Daags voor kerstmis werden ze bezorgd: 2 e-booklezers: een Cybook en een iLiad.
Met dank aan Edupaper voor de speciale levering aan huis.
Met Kerst ben ik begonnen met Cybook.
Ziet er geweldig leuk uit.
Zwart wit, rustig scherm en goed leesbaar. Ik blader wat door de demoboeken en plaatjes. Muziek kan er wel op, maar kun je alleen horen met koptelefoons en mijn koptelefoon heeft een ongeschikte connectie (en die van mijn telefoon helemaal).
Maar het gaat om de boeken en om het lezen van tekst. Het bladeren werkt met de grote navigatieknop rechtsonder. Met de middenknop kun je een contextmenu oproepen om bijvoorbeeld een pagina te bookmaker of vooruit of achteruit te springen.
Op mijn PC download ik de Mobipocket Desktop Reader om zo het boekenbestand op de PC en de Cybook te kunnen sturen.
Met Mobipocket Desktop kan ik ook nieuwe e-books importeren. Zo kies ik voor een gratis e-book “Noodlot” van Louis Couperus. Maar ik kan er ook eigen bestanden opzetten. En uiteraard via Mobipocket ook e-books kopen.
Plaatjes erop zetten gaat gemakkelijk. Kan ik ook ‘gewoon’ via Verkenner als ik de Cybook verbindt met een USB poort van de computer.
Andere pdf's kan ik ook via de verkenner erop zetten, maar dat geeft wat lezen betreft een niet zo best resultaat.
Ik test met het rapport van OCLC over sociale netwerken en met een artikel uit een wetenschappelijk tijdschrift. Dat valt niet mee.
De pdf van het OCLC rapport is te groot en daarom wil hij niet lezen. Het artikel wil Cybook wel openen, maar dat is in hele kleine letters, omdat het is een vast formaat is gemaakt. Dan krijg je een A4 op het scherm van de Cybook (A5). Omdat Cybook zoomt met font size lukt dat niet met deze pdf. Wel kan ik hem op Landscape zetten en dan met het aanpassen van de hoogte de helft van een pagina dus dwars op het scherm zetten. Zo is het wel leesbaar en blijft het in ieder geval in dezelfde opmaak.
Er is ook een andere route, nl het importeren van een pdf via de Mobipocket Desktop reader. Die maakt er dan een Mobipocket formaat van. Zo krijg ik het rapport van OCLC wel te lezen en ik kan het zelfs groter en kleiner maken. Maar alle tabellen zijn onleesbaar en de originele opmaak is verdwenen. Dus je lees af en toe midden tussen de tekst en voetregel met paginanummer, of een soort kadertekstje. Alleen de tekst lezen gaat goed, maar de tabellen en grafieken lukt niet.
Wat wel weer aardig is, is dat hij meteen naar de plek gaat waar je gebleven bent. En ik zet bookmarks op de hoofdstukken zodat ik er via het contextmenu en de bookmarks per hoofdstuk doorheen kan wandelen.
Er is een uitgebreide handleiding bij (als e-book) en op de Bookeen site staan aanwijzingen in de FAQ en de Blog.
Er valt nog wel wat te bestuderen.

25 dec. 2007

Digitale duurzaamheid

Binnen de KNAW is er een seminar gehouden over digitale duurzaamheid.
Digitale Duurzaamheid gaat over de houdbaarheid van digitaal opgeslagen gegevens. Volgens Wikipedia gaat het over de duurzaamheid/houdbaarheid van de gegevensdragers, van de opslagapparatuur en van de gebruikte software.
Het digitaal archiveren van onderzoeksgegevens is slechts een eerste stap. Daarna moeten die ook nog digitaal toegankelijk blijven.
Het Nationaal Archief heeft de digitaleduuzaamheid.nl site. Maar daarbij gaat het over het duurzaam bewaren van digitale overheidspublicaties en andere digitale overheidsdocumenten.
Ook de KB heeft een afdeling digitale duurzaamheid, ook logisch want zij moeten de e-depots bewaren. De speerpunten voor de KB zijn : “permanent access; technology watch en standaardisering; preservation metadata en nieuwe diensten voor het e-Depot.”.
Maar het was naar aanleiding van de oprichting van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid. De missie van de NCDD is: ´ De NCDD heeft als missie duurzame toegankelijkheid van digitale data in Nederland te waarborgen. De activiteiten van de NCDD dienen te bewerkstelligen dat Nederland over vijf jaar beschikt over een stabiele organisatorische en technische infrastructuur die de duurzame toegankelijkheid garandeert van digitale gegevens die van cruciaal belang zijn voor wetenschap, bedrijfsleven, cultuur en samenleving.”
Een nobel streven. Ook wij, als NIOO, maar zeker ook als KNAW, die immers ook al DANS in beheer hebben, zoeken naar digitale duurzaamheid.
Een eerste verkenning zal worden gestart: een vragenlijst met wat er zoal aan materiaal aanwezig is.
Over de bijeenkomst heb ik getwittered. Ik wil e.e.a. nog verder uitwerken want soms vind ik het moeilijk om alles uit elkaar te houden: repositories, open access, digitaal archiveren, geïntegreerde opslag van wetenschappelijke data, metadata, identifiers en zo verder nog een hele lijst met vaktermen.
Het was een nuttige bijeenkomst: langzaam begin ik de lagen te zien: publicaties gearchiveerd en toegankelijk via repositories bij voorkeur in open access. Maar ook de onderliggende onderzoeksdata moet comprehensible worden gearchiveerd en toegankelijk gemaakt, al dan niet geïntegreerd of alleen van metadata voorzien.

Andromeda website



Voor mijn adviesbureau Andromeda heb ik al jaren een website lopen. Een eerste storing van die website - Planet Internet had destijds een kleine-bedrijven concept genoemd ´plaza´, was in 1998. Maar dat bleek toch niet zo´n goed concept en toen hebben ze dat pats-boem opgeheven.
Enfin, niet getreurd, ik ben overgestapt naar Demon Internet en daar heeft de website (www.bureau-andromeda.nl) jarenlang zonder noemenswaardige problemen gedraaid. Had er ook e-mailadressen bij.
Maar toen nam XS4ALL dit voorjaar Demon over.
Het kostte me een halve dag om mijn e-mailadressen op orde te krijgen.
Toen kwam de factuur en bleek dat ik voor www.bureau-andromeda.com extra moest betalen omdat .nl en .com als twee domeinen werden gezien. Daar had ik natuurlijk geen zin in, dus heb ik – na veel tijd – de helpdesk gebeld.
Wat bleek: ze hadden het .com domein als standaard genomen. Om dus mijn – normaal werkende en als enige in gebruik zijnde .nl domein als standaard te nemen moest ik .com opzeggen en .nl opnieuw aanvragen.
De jongen aan de helpdesk heeft me door die warboel met aanvragen heen geholpen, maar het voelde niet goed aan. Als je van zo iets simpels als het behoud van een enkele domeinnaam en website, een zo gecompliceerd traject maakt is het haast onvermijdelijk dat het in zijn eigen bureaucratie verstrikt raakt. En zo gebeurde.
Plotseling begin december was ik van de website afgehaald. Een paar dagen later werkte mijn e-mail niet meer, en op mijn vragen kreeg en krijg ik geen antwoord. Nieuwe helpdeskvraag via de website – geen antwoord. Herhaalde vraag via mijn privé
e-mail – geen antwoord en de telefoon geeft alleen in gesprek. Er zijn dus meer mensen met problemen.
Enfin, we zullen zien hoe dit afloopt.
Inmiddels heb ik bij Hosting2GO een nieuw domein aangevraagd (www.bureau-andromeda.net) en de website erop gezet (was al in een dag gepiept).
Dus www.bureau-andromeda.nl is www.bureau-andromeda.net geworden.

19 dec. 2007

Cradle-to-Cradle

Op 4 december hebben wij onze NIOO-brede surfgroep de lucht in gestuurd. De teamsite heet ‘cradle-to-cradle’ en is bedoeld als discussieplatform met achtergrondinformatie.
Cradle-to-cradle is de tegenwoordige kreet voor duurzame ontwikkeling. En wij, als ecologisch instituut, moeten en willen zelf ook een ecologische houding hebben en uitstralen. Cradle-to-cradle gaat over het duurzaam verwerken van materialen.
Het gaat erom dat je een product zo ontwerpt dat je als het opgebruikt is er van die afval een gelijkwaardig product kan maken. Afval = voedsel. Je moet ook niet de afval recyclen, want dat is meestal ‘downcyclen’ dus er wordt een minderwaardig product gemaakt. De term ‘cradle-to-cradle’ is populair geworden door het boek van die naam geschreven door W. McDonough en M.Braungart.
Het aardiger van het boek is dat het zelf ook als C2C product is gemaakt, dus niet van gewoon papier, maar van een soort plastic (watervast) dat na gebruik weer tot een nieuw boek gemaakt kan worden.


Inmiddels is het boek ook in het Nederlands vertaald (georganiseerd door Annemarie Rakhorst) onder de noemer Afval=Voedsel. Er is een hele beweging gaande en in november is er een congres geweest in Maastricht onder de noemer ‘Let’s cradle’ . Daar is een aardig filmpje van op Youtube.
De VPRO heeft in Tegenlicht twee keer aandacht geschonken aan dit fenomeen en in die documentaires is ook onze directeur te zien.


De Nederlandse Wikipedia pagina is gestart begin maart van dit jaar en is tamelijk uitgebreid, zeker als je het vergelijkt met de Engelse.Ook op de officiële C2C discussiesite van de Cradle to Cradle Community is al opgemerkt dat de meeste vragen bij google.com naar cradle-to-cradle uit het Nederlandse taalgebied komen.

13 dec. 2007

Surfgroepen Expertise seminar

Op donderdag 6 december ben ik, en met mij 180 deelnemers, naar het Surfgroepen /Sharepoint expertise seminar over online samenwerking in Media Plaza gegaan. Op mijn Surfgroepen MY SITE ben ik een weblogje begonnen over Surfgroepen en mijn ervaringen daarmee. Staring opent met een overzicht van Surfgroepen en het waarom: samenwerken over de grenzen van instelling, het hoe: Sharepoint (MOSS: Microsoft Office SharePoint Server) en de toekomst: er komen meer templates voor snellere en gemakkelijkere start. Sharepoint is een Microsoft product en kom tuit de ASP.NET omgeving. Het .NET platform is een programmatische uitbreiding van de Windows operating software en biedt een aantal standaard oplossingen voor veelvoorkomende vragen/toepassingen. ASP.NET zelf is een opvolger van de ASP (active server pages). ASP was het Microsoft antwoord op javascript en als scripttaal bedoeld om dynamische webpagina's te maken. Dit gecombineerd levert het ASP.NET de basis voor het maken van dynamische webpagina's. De web parts, die een belangrijk onderdeel van Sharepoint vormen zijn onderdeeltjes van dit ASP.NET die ervoor zorgen dat een programmeur speciale stukjes kan maken t.b.v. de gebruiker die de gebruiker op zijn beurt weer met zijn eigen User Interface kan aanpassen. Microsoft zelf geeft een uitleg over de Sharepoint serversNu zijn er iets minder dan 20 duizend gebruikers met gem. 5 deelnemers per teamsite. Surfgroepen Labs is bedoeld voor innovatie en ontwikkeling. Van de Universiteit Utrecht komt een overzicht van de problemen die ontstaan zijn met de migratie van de Sharepoint server naar de 2007-versie. Termen, die aan bod komen: webparts, unghosted sites zonder template, wiki, workflow. Tijdens het gebruik van Surfgroepen zie je dat Surf de problemen van de migratie nog niet helemaal te boven is gekomen. Ik heb nu een ‘oude’ account en daarnaast ook een ‘nieuwe’ – op naam van de bibliotheek, gemaakt om het verschil te zien.
Een aardige presentatie van de ICT’er van het Radboud over de videoconferencing module waarbij duur , inrichting ruimte en apparatuur van belang zijn; webconferencing is eenvoudiger en goedkoper. Hij toont een pilotproject van overleg van specialisten van het ziekenhuis met artsen in de omgeving, wat naar tevredenheid is afgerond. 2 Kamertjes zijn compleet ingericht met de benodigde apparatuur. De verbinding is – met het oog op de beveiliging van gegevens via IP-VPN.
Na de pauze geeft een Microsoft man een praatje over de integratie van Sharepoint voor samenwerking en Office Communicator voor communicatie, daarmee zie je of iemand online is en kun je chatten. Hij laat zien hoe je automatisch metadata kunt toevoegen aan documenten via Word 2007 quick parts. Sharepoint designer is nieuwe naam van Frontpage. Met portaalomgeving kun je bijv. workflow sturing maken: dan kan bijv iemand in actieve taken zien wat hij aangeleverd krijgt. Het ziet er allemaal erg mooi bedacht uit, maar de praktijk is wat weerbarstiger.
Als laatste zin heb ik genoteerd: SaaS software as a service is het samenwerkingsconcept van toekomst. Gelukkig komt er in het voorjaar een workshop voor gevorderden en ook een soort klankbordgroep voor onderzoek. Ik heb ook voorgesteld om naast de gebruikersgroep voor Sharepointgebruikers een aparte gebruikersgroep aan te maken voor Surfgroepen-gebruikers.
Er zijn nog wat problemen, zoals bijvoorbeeld de alerts (werken niet) en de RSS feeds (werken alleen in Outlook 2007) en nog wat migratiefoutjes, maar er wordt hard aangewerkt.
In het algemeen vind ik het een mooie service van Surfnet en het heeft ook wel potentie, maar zoals de workshopleider al zei: “ het heeft een steile leercurve”.

12 dec. 2007

Het vak: OB

De tweede lezing in het ‘track’ het Vak was van Kees Hamann: “ Een schaap met zeven poten: bibliotheek domein van multidisciplinair team.” Hij stelt kort maar krachtig: “ weg met de ob-bibliothecaris!” . Het service-niveau is te laag, terwijl vraag naar hulp wel aanwezig is, de drempel is te hoog. “ Kom achter de balie vandaan, loop desnoods met een stapeltje boeken onder je arm door de bieb, zodat mensen je makkelijk kunnen aanspreken”. Ga naar klanten toe, ook buiten het bibliotheekgebouw. Ga kijken in je omgeving bij wetenschappelijke en culturele instellingen of je daar iets kunt betekenen: de OB als back-office voor kennisintensieve bedrijven. Maak vanen in de OB ontwikkelplekken voor ICT en multimedia. En doe niet alles zelf: vorm multidisciplinaire teams, waarbij je specialisten in dienst neemt voor bedrijfsvoering. Een verfrissende lezing, die duidelijk aangeeft dat de Openbare Bibliotheek nieuwe stijl ambities en ideeën heeft om de zaken nieuw aan te pakken. Was ik ook al tegen gekomen in de publicaties van de werkgroep De bibliotheek anders bekeken. Klinkt goed, hoewel als ik naar het filiaal kijk waar ik zelf altijd boeken leen, dan is er nog wel wat werk te verrichten

Het VAK

Over het VAK wilde ik nog schrijven. Dat is de ’track’ die ik gevolgd heb op het NVB-congres van 15 november jl. In 2000 heb ik zelf een artikel en een presentatie geschreven over de veranderende rol van de informatieprofessional voor het vak Informatielogistiek. De conclusie luidde dat er sprake is van een verandering in werkomgeving en van taakuitvoering, de kern van het vak is en blijft ontsluiting en ondersteuning. Ik had een onderzoekje gedaan naar aanleiding van een literatuuronderzoek en een benaming naar de functies in de personeelsadvertenties van de IP. Kees Westerkamp die de ‘track’ aftrapte vertelde dat hij hetzelfde had gedaan (maar dan gekeken naar de functiebenaming in de NEDBIB-lijst). Daaruit kwam naar voren dat de arbeidsmarkt gunstig is voor de ip-er: er zijn veel vacatures. Maar er zijn ook veel functiebenamingen en het is een divers werkveld. Westerkamp heeft met de SIG AIOK een rapport uitgebracht ‘ De informatiespecialist in beeld’ . (Helaas niet op de website van de NVBONLINE te verkrijgen. De aanbevelingen komen er op neer dat er een Werkgroep Imago en Kwaliteitsaspecten (binnen de NVB) moet worden opgericht die vooral functieprofielen e.d gaat verzamelen en te proberen door te lobbyen het imago te verbeteren. Het staat er allemaal in erg bedekte termen met veel onderzoek, inventarisatie en overleg en weinig concrete acties. Daarom vond ik in ieder geval het artikel in de IP van november over de vraag of er een certificering moet komen voor de informatieprofessional wel interessant. Het artikel zelf staat niet op Internet wel de discussie op het platform van de InformatieProfessional. Certificering hoeft voor mij niet zo nodig, maar ik zou wel willen pleiten voor een actieve rol van de NVB in imagobuilding en beroepsondersteuning, iets meer in de trant van NVJ en NIBI. Bij het zoeken naar dat artikel vond ik overigens wel een Europees project in CERTIDOC, over certificering van informatieprofessionals.
Voor het overige ging het vooral over de opleidingen, de IDM’s, waarvan er sommige al geen IDM meer heten. Het aantal aanmelding is dramatisch teruggelopen , terwijl “…IDMs zich goed ontwikkeld hebben en up-to-date zijn” . Maar in de discussie (ging uitsluitend over de opleiding en niet over het vak) werd toch wel duidelijk dat niemand zozeer op IDM’ers zit te wachten. Wel is er vraag naar ‘informatieprofessionals’, maar die kunnen uit verscheidene bronnen komen. Wat mij stoorde was het een-op-een vertalen van ‘IDM-er’ naar ‘informatieprofessional’. Sinds de IDM zich een tiental jaren geleden volledig heeft losgezongen van het vak is daar geen sprake meer van. In het voorjaar schreef ik al eens over de lijst met 33 (sic!) competenties waar de IDM voor opleidt. Geen wonder dat een aankomende student door de bomen het bos niet meer kan vinden.
Een positief geluid kwam van de Fobid, die komen met het voorstel voor oprichting van portal voor opleiding en nascholing; een plan voor wiki met functieprofielen. Dat lijkt me zinvol. De verwarring over de benaming van functies en vacatures slaat erg terug naar de opleiding. Ook wordt er geklaagd over de beperkte nascholingsmogelijkheden. Ben ik mee eens, voor bij- en nascholing ga ik naar internationale congressen met speciale ‘training courses’ of ‘ continuing education cources’ vooraf. (in april naar CIL?)

24 nov. 2007

Internet overleven: generatieverschillen

De keynote spreker van het NVB congres, Cor Molenaar hield een presentatie getiteld: “Internet overleven: van Flower power tot second life”. Zo heet ook zijn boek.

Molenaar stelt dat de basis van ons gedrag wordt bepaald door routine, die structuur geeft, houvast en zekerheid. Hij laat zien dat de basisbehoeften van de mens hetzelfde zijn of je nu in het Nederland van de jaren zestig en zeventig (flowerpowertijd) of NL van nu. Iedereen wil contact en meedoen.
De grootste verandering trad op in jaren 90 met nieuwe communicatievormen en internet.
Molenaar psychologiseert verder over wat hij noemt vier niveaus van bewustzijn: Realiteitsniveau, Verbeeldingsniveau, Mystieke niveau, Bindingsniveau.
Mooi is wat hij noemde:”Deconstructie van het moeten”. De huidige overvloed aan keuzen, en de verbeelding vs. werkelijkheid
Structuur wordt gevormd voor je 30 bent, daarom zijn de kinderen die nu opgroeien anders.
Kijk naar kinderen en je ziet waar het naar toe gaat, houdt hij ons voor.

Ok dat neem ik graag aan. Later op de dag hoor ik een andere spreken praten over ‘digital natives’ (= dat zijn de kinderen die in een gedigitaliseerde wereld zijn geboren en opgegroeid) en de ‘digital immigrants’(= dat zijn de mensen die zelf de digitale wereld hebben vorm gegeven, maar nog wel een wereld hebben gekend zonder elektronica). Als ik naar mezelf kijk dan zie ik inderdaad wel enige moeite die ik heb met een aantal vanzelfsprekendheden. Zo print ik een lange tekst liever uit dan dat ik het op het scherm lees, maar printen komt in het hoofd van mijn 13-jarig nichtje niet op, zelfs niet als mogelijkheid. Ook heb ik zelf wat moeite met icoontjes, en begrijp ik niet altijd wat zo’n afbeelding aanduidt. Lastig met MSN’en en het gebruik van emoticons!

De jongere generatie (ook wel aangeduid als ‘millenials’, generatie Einstein) groeit op met computers en met internet en met een mobiele telefoon. Zij vinden al die dingen vanzelfsprekend. In het SCP rapport: ‘Nieuwe links in het gezin: de digitale leefwereld van tieners en de rol van hun ouders’ wordt aangegeven dat bijna alle jongeren MSN’en. Het gebruik van die chatmethode is het grote verschil tussen jongeren en ouderen.
Het aardige van dit rapport is voorts dat het uitwijst dat chatrooms helemaal niet zo vaak door tieners gebruikt worden: de meeste MSN’en met bekenden van hun contactenlijst. Voorts is het niet zo dat kinderen de ouders leren om met internet om te gaan. Kinderen leren wel degelijk van de ouders.

[Aardig is ook het SCP rapport ‘Verbinding maken. Senioren en internet’. Uit het persbericht lees ik dat de meerderheid van de senioren de achterstand op de jongeren hebben ingehaald en nu ook op internet aanwezig en minder bang is om fouten te maken].

Meteen ook maar het rapport gelezen van Forrester Consulting ‘Is Europe ready for the millenials’. In dit rapport is een onderzoek gedaan naar de bedrijven om te kijken in hoeverre bedrijven zijn aangepast aan de leef- en werkwijze van de jongere generatie.
“Millenials like to run processes in parallel, multitask, prefer working in peer groups and are more ‘learner-centered”. Hun manier van werken en werk beleven is anders. “technology and social factors converge to create social computing”. Verder zijn ze niet zo merkentrouw en ze houden niet van advertenties. Je ziet inderdaad dat er toch een andere manier van werken aankomt, waarin flexibele werktijden en werkplekken en een omvangrijk gebruik van netwerken meer centraal staat.
Al met al een boeiende toekomst: een met wel verschillen per generatie, maar niet echt een kloof.

19 nov. 2007

NVB-congres: one giant step

Donderdag, 15 november 2007, was ik in De Reehorst in Ede bij het NVB congres .
Niet live geblogd, maar wel getwittered.
“ Twitter : is dat geen informatie-overload?” vraagt mijn buurvrouw bij de opening. Waarschijnlijk wel, maar daar heeft niemand het meer over. Ik denk zelf dat informatie-overload een beetje ‘uit’ is.
Toch niet blijkt uit een snel google-tochtje: in juli nog heeft David Shenk, die 10 jaar geleden een boek daarover schreef [“Data smog”] in Slate een artikel gepubliceerd: “The E DecadeWas I right about the dangers of the Internet in 1997?”
In 1997 schreef hij nog: “"Just as fat has replaced starvation as this nation's number one dietary concern, information overload has replaced information scarcity as an important new emotional, social, and political problem" (p. 29).” (citaat uit Technology and Communication in the Environmental Movement door Kim Leeder. Kim vervolgt: “ The availability of information has more than surpassed the ability of human beings to process it, and those who attempt to keep up suffer from anxiety, stress, and mental health problems such as attention-deficit disorder. “ ]
Het zijn juist de communicatiemiddelen als e-mail, sms etc die voor “ information overload”, de “infomania” ofwel de” informatiestress” zorgen. Lees ook het artikel van Marie-Jose van Klaver in NRC van september n.a.v. het bericht van Shenk onder de titel “Orgie van mails zorgt voor stress “ van 12 september jl.
Niet verdwenen dus, maar een andere benaming gekregen.
Ik heb uiteindelijk 29 twittertjes verstuurd. Helaas was er niet een groot scherm waarop al die twittertjes, van verschillende mensen onder elkaar, gepresenteerd konden worden. Was wel leuk geweest om die directe verslagen te zien. Uiteindelijk is besloten om de NVB-twitter aan te houden als Bibliotwitter.
Het congres was erg leuk. Ik had gehoopt om veel mensen te zien en te spreken en dat is ook gebeurd. Voor mij was het in de eerste plaats een sociaal gebeuren. Daarnaast wilde ik wat rondkijken of er nieuwe dingen waren (de e-booklezers, maar ook CSA Illustrata) en of ik nog wat op kon vangen van de ideeën (NVB als belangenbehartiger en imagoverbetering) en nieuwtjes (OCLCPICA heet geen PICA meer, maar alleen OCLC) die tijdens dit congres worden geuit.
De opening vond ik verfrissend. De onderdelen in het huishoudelijke gedeelte werden aan elkaar gepraat door twee cabaretiers, die bibliotheek typetjes uitbeelden. Compleet met bibliotheeklied en met een zwerver op zoek naar een – beter - second life!
Wouter Gerritsma, collega blogger van de WUR is informatieprofessional van het jaar geworden, ook ik heb op hem gestemd. Esther Hoorn heeft met haar essay over Creative Commons, de Victorine van Schaikprjs gewonnen. Voorts is er nu een “Statuut voor professionals in openbare bibliotheken” en gaat (de Fobid?)een portal oprichten voor opleiding en nascholing inclusief een wiki met functieprofielen. Aan professionalisering wordt dus gewerkt!
Cor Molenaar, die de keynote – we hebben nu “Euroglot” en die geeft aan als vertaling voor keynote: leidende gedachte, of nog mooier leidmotief - uitsprak is een goede en vlotte spreker. Hij had het over de nieuwe generatie, die van de digital natives, om met een andere inleider te spreken. Ben nog wat aan het lezen over jongeren vs. ouderen en internetgebruik en daar kom ik nog op terug. Maar ik geloof niet dat het zo zwart-wit is als Molenaar ons wil doen geloven.
Ik heb nog op de NVB site gekeken, maar ik zie daar geen verslag van het congres. Dan zijn we dus aangewezen op de bloggers. DeeBoeks is een actieve, die heeft ook online geblogd en linkt ook door naar de anderen.

12 nov. 2007

Elektronisch papier


De grote doorbraak voor de elektronische boeken komt, volgens deskundigen van de uitvinding van de elektronische inkt: e-ink. Dat is een dunne maar stevige folie waarin de bolletjes inkt vast zitten die door stroom wel of niet naar het scherm gaan en zodoende een wit of zwart puntje geven.
Het is heel dun en heeft een contrastwerking te vergelijken met ‘gewoon’ papier. Daarom ook kun je er goed mee lezen (er zit ook geen backlight in).
Voor de technologie kun je te rade gaan bij de E-ink Corporation. Deze vorm van elektronisch papier is uitgevonden rond 1990 door Joseph Jacobson in samenwerking met Philips. Pas vanaf 2005 wordt het commercieel geëxploiteerd

1 nov. 2007

CWIS-NL Donicie

In de middag een workshop o.l.v. Etienne Donicie van het Taal-Centrum VU. Hij begint met de drie regels voor goede webteksten van Jacob Nielsen: de 50% regel, het scanbaar zijn, en objectief.
Hij spreekt over "Mysterymeat navigation [je weet niet waar naar toe: "informatie" of "algemeen"],en uiteraard een absoluut verbod op " klik hier". Zeer verhelderend was een filmpje over de resultaten van een " Eye track onderzoek" , daarbij wordt gekeken naar welke oogbewegingen gemaakt worden om informatie op een website te vinden. Zo begin je linksboven, scant koppen,kijkt niet naar rechts, en vertoont een soort ongevoeligheid voor drukke, advertentie-achtige stukjes "bannerblindness".
Belangrijk voordat je begint met schrijven is een doelgroep analyse: wat zijn de persoonskenmerken van je doelgroep en wat is het doel van je tekst. Let ook op de vormgeving, de kleuren en de lay out , zie de site van drempel vrij voor voorbeelden. De volgorde van je tekst alinea 's is van belang; het begrip 'oprolbaarheid' komt al uit een oude journalistieke traditie. Het betekent dat je het belangrijkste als eerste vermeldt, de alinea 's kun je dan van onderen af desgewenst afknippen.
We kregen wat aardige oefeningen waarin duidelijk werd wat een verschil het oplevert als je een aaneengesloten stukje tekst maakt of diezelfde informatie in geredigeerde stukjes presenteert.
Het stramien van feitelijk bericht ziet er als volgt uit:
de 5 w's en h (wie, wat, waar, waarom,wanneer en hoe), kopjes, intro, witregels, tussenkopjes, topisch zin (begin je tekst met een zin waarin de inhoud al wordt samengevat), links, geen cursief en niets onderstreept.
Het stramien van een motiverend bericht berust op hetzelfde, en bovendien gebruik je daarbij de gebiedende wijs, je spreekt de lezer aan en noemt niet steeds jezelf. Gebruik ook geen naamwoord staal en passieve zinnen en maak duidelijk wat de deelnemer eraan heeft.
Als uitsmijter geeft hij ons nog de Aida-regel mee:attention, interest, desire, action.

Tips over de formulering uit de ' de kleine schrijfgids ' van M. Hermans. Vermijd Bulletitis (lange lijsten met opsommingen) en vooral varieer!

CWIS-NL van Soest

De Volkskrant journalist Thijs van Soest presenteerde de dubbele cultuur bij de krant: enerzijds het gedrukte medium, anderzijds de krant via Internet. Er is een haat-liefdeverhouding tussen die twee. Enerzijds willen de schrijvende journalisten het liefste de primeurs voor zichzelf houden, anderzijds willen ze het nieuws zo snel mogelijk openbaar maken. En juist die snelheid vind je in de Internet krant. Met de reorganisatie van de Volkskrant redactie is gekozen voor een centrale opstelling van de Internet redactie: de newsroom. De newsroom is centraal gelegen in de redactie ruimte, waardoor alle redacteuren snel en efficiënt hun informatie kunnen doorspelen naar de Internet ploeg.
Er zijn twee Volkskranten op Internet: de gedigitaliseerde gedrukte krant en het doorlopende nieuws van de Internet krant. 's Nachts wordt er een dump gemaakt van de gehele papieren krant. Alles wordt eerst als kaal bestand op Internet geplaatst en in de ochtend worden de teksten geredigeerd, links erbij gezocht en plaatjes en eventueel aanvullende teksten gemaakt.
De webkrant kan worden aangevuld met video's en plaatjes, je kunt er een peiling opzetten en om een reactie vragen.
Belangrijke tips van Thijs: "ga in de begrijpelijke modus", gebruik vragende zinnen, schrijft kort en bondig, plaats veel tussenkopjes, en vermijdt grijs.
Ook uit het verhaal van van Soest is duidelijk dat we nog steeds in een overgangssituatie verkeren. Het sterkst blijkt dat uit het feit dat ze bij de Volkskrant het nodig vinden om de gehele papieren krant in digitale vorm weer te geven. Dat lijkt me eigenlijk overbodig. Een papieren krant kan heel goed bestaan naast een Internet krant, maar benadruk daarbij wel de eigenheid van het medium.

31 okt. 2007

CWIS Hendrikx ' Schrijven voor het web'

2000 jaar schrijven voor het web door Willem Hendrikx (bureau Hendrikx Van der Spek) auteur van: Schrijven voor het beeldscherm (1999-2007, 4e druk), Sdu Handboek intranet (2004), Sdu.
Hendrikx stelt een aantal vragen: Is schrijven voor het web nu wel zo anders dan schrijven voor een ander medium? Is het web wel een medium? Is het zinvol om contentleveranciers te trainen in de kunst van het webschrijven? Is goedgeschreven content nu echt bepalend voor het succes van een site of intranet? Eigenlijk concludeert hij is het verschil met schrijven op het papier en schrijven voor het beeldscherm niet zo groot. Zeker niet wat betreft woord- en zinslengte en lengte van de tekst, dan is doel en doelgroep meer bepalend. De structuur is wel duidelijk anders, op het scherm moet het belangrijkste eerst. Ook zegt hij bestaat er niet zoiets als interactieve tekst, de omgeving en de hyperlinks kunnen wel maken dat het geheel interactiever is. Op papier kun je aantekeningen maken. Voor het web moet je wel gebruik maken van bondige tekst met veel tussenkopjes. Maar zou dat ook niet handig zijn voor teksten op papier? Niet iedereen is het met hem eens en hoewel er wel een trend lijkt te zijn naar het gelijktrekken van web- en papieren teksten, zijn nog veel deelnemers er van overtuigd dat je toch een ander soort tekst op het beeldscherm moet presenteren. Ook bij de andere presentaties en de oefeningen blijkt toch weer dat er andere eisen worden gesteld aan beeldschermteksten.
Maaar ik ben het wel met Hendrikx eens dat er een verschuiving aan de gang is.
Als je bijvoorbeeld nu een oude krant uit de 19e eeuw wilt lezen dan valt je op hoeveel tekst en dan nog echt grote lappen tekst er zelfs op de voorpagina staan. Langzaam zie je dat over de tijd veranderen zodat nu het gewoon krant lezen ook meer een zappend lezen is dan een lineair lezen.
Hetzelfde geldt voor folders, berichten en aankondigingen. Een boek is een ander verhaal, dat lees je wel van voor tot achter door. Ik denk dat we nu nog in een soort overgangssituatie zitten waarbij je nog wel die aanpassingen moet maken.
Overigens besluit Hendrikx met de opmerking dat je beeldschermteksten naar papier niet hoeft te vertalen, maar andersom (papieren teksten naar beeldscherm) wel.
Dat lijkt me juist.
Intrigerend is de opmerking hoe je dat doet met grotere lappen tekst op het scherm, lees je die vanaf het scherm. Ik niet ik print ze en lees dan en de meerderheid van de aanwezigen beaamde dat. Maar jongeren (niet aanwezig) printen nooit meer zegt H. Is dat zo???
*
Internet is een drager een platform met daarop een mix van media. Op Internet presenteren instellingen al veel meer informatie dan in gedrukte vorm aanwezig is. Uit de reacties te horen was daar niet iedereen mee eens, maar ook hierbij is de tendens duidelijk dat veel handleidingen, instructies, voorlichtingsmaterialen alleen nog digitaal aanwezig zijn. Er blijft nog een verschil met publiceren op Internet vs publiceren op papier: op Internet kan iedereen zelf en snel publiceren, terwijl op papier het door een professional wordt vormgegeven en uitgevoerd. De meeste problemen bij websites en intranetten worden veroorzaakt door een onderbroken stroom van de contentleveranciers, dat weer komt door een gebrekkige motivatie en een klantonvriendelijk CMS (aldus Hendrikx). Je kunt medewerkers (=contentleveranciers) motiveren door ze meer structuur te geven, een duidelijke productielijn. En “ zorg voor passie en committent, werk met early adaptors en beloon ze” . Tsja dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan.

CWIS bijeenkomst oktober 2007

CWIS-NL bijeenkomst “ Schrijven voor het Web”
Nu ik in de programmacommissie zit en heb meegeholpen aan de organisatie van deze dag beleef ik het toch anders dan voorheen. Het organiseren van sprekers (2 door mij) viel niet mee, maar ik ben wel blij met het uiteindelijke resultaat. Ook de uitvoering stelde tevreden: het was een leuke dag, veel discussies en veel tips.
De agenda (en ook de presentaties) staan nog niet op de website van CWIS maar dat gaat wel gebeuren.
De agenda:
• 2000 jaar schrijven voor het web door Willem Hendrikx (bureau Hendrikx Van der Spek)
Is schrijven voor het web nu wel zo anders als schrijven voor een ander medium? Is het web wel een medium? Is het zinvol om contentleveranciers te trainen in de kunst van het webschrijven? Is goedgeschreven content nu echt bepalend voor het succes van een site of intranet?
• Journalistiek op het web, strijd tussen twee culturen door Thijs van Soest (de Volkskrant)Ik ga tijdens mijn presentatie een inkijkje geven in het dagelijkse werk van een journalist 'tussen twee media'. Oude en nieuwe media, wel te verstaan. Journalisten hebben een haat/liefde-verhouding met het Internet. Want wat te doen met een primeur als de uitzending pas om half acht 's avonds is? En wat de doen met live persconferenties of terrreuraanslagen als de krant pas morgenochtend verschijnt? Juist, daar is de website! Kort en bondig, het laatste nieuws het eerst. Maar veel journalisten van de tv of krant houden de primeurs liever voor het oude medium.
• Interactieve presentatie: Schrijven voor het Web door Etienne Donicie (Taalcentrum-VU)
Het doel van deze interactieve presentatie is in de eerste plaats de webschrijfvaardigheid van de deelnemers aan te scherpen. Centraal staat de vraag aan welke criteria een kwalitatief goede webtekst moet voldoen, en hoe de webmasters webteksten kunnen beoordelen op deze criteria.

Het geheel werd nog aangevuld met 2 korte presentatie (van UB Utrecht en van Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) over de organisatie van hun webredactie.
Ik heb geprobeerd om in korte verslagjes - sms’jes naar Twitter – de dag bij te houden. In totaal heb ik 27 sms’jes verstuurd en zijn er maar 21 aangekomen. De rest zie ik niet meer terug(de 5 laatste twitterberichtjes staan hier in de rechter zij marge.) Als je er zelf niet bij bent zijn die twitterberichtjes niet zo sprekend, maar als aantekeningen voor mijzelf en voor het schrijven van een verslag werkt het wel.
Inhoudelijk verslag volgt nog.

23 okt. 2007

Onderzoekers en de bibliotheek

Het rapport ‘Researchers’ Use of Academic Libraries and their Services’ van het RIN (Research Information Network) en de CURL (Consortium of Research Libraries) geeft een verslag van de uitkomsten uit een onderzoek onder 2250 onderzoekers en 300 bibliothecarissen over de huidige en toekomstige noden en rollen. “Currently, the majority of researchers think that their institutions’ libraries are doing an effective job in providing the information they need to do their work, but it is time to consider the future roles and responsibilities of all those involved in the research cycle – researchers, research institutions and national bodies, as well as libraries – in meeting the challenges that are coming. “

Wat is de belangrijkste conclusie van dit rapport:
- onderzoekers willen alles digitaal en dat wat zij digitaal kunnen vinden is ‘goed genoeg’,
- bibliotheek wordt erg gewaardeerd, maar de rol van bibliotheek bij digitale aanbod is onzichtbaar
“The successful research library of the future needs to forge a stronger brand identity within the institution”. En uiteraard communicatie is belangrijk.
Vooral de technologische ontwikkelingen hebben een verandering teweeg gebracht: onderzoek is e-research geworden in Virtual Research Environments, veel meer multidisciplinair en in samenwerkingsverbanden. De belangrijkste bron is het – toegankelijke – elektronische tijdschriftartikel, terwijl de printresources op hun retour zijn (en dus ook de bibliotheek als verzamelplaats voor gedrukte informatie).
Er werd de onderzoekers gevraagd naar de toekomstige rollen van de bibliothecaris en daarbij werd genoemd: bewaarders van gedrukte archieven en collecties, manager van repositories, inkopers van digitale diensten, informatie-experts (embedded in onderzoeksgroepen), docent/trainer van informatievaardigheden, dataset manager, technologisch specialist “digital library integrator”, en ook adviseur inz. copyright, ondersteuning ELO’s, manager metadata en ontologieën.
Als ik het goed begrepen heb zijn het wel voorgelegde rollen geweest waaruit de ondervraagden mochten kiezen. Het is dus geen vrije keuze geweest.
Al met al blijft het lastig om de rol van de bibliotheek/bibliothecaris duidelijk te maken, waarbij ook de naamgeving, die sterk verwijst naar de ruimte waarin gedrukte boeken staan, het niet makkelijker maakt om taken los daarvan te zien. Toch ademt het rapport een positieve geest, de bibliotheek en de bibliothecaris wordt door de onderzoekers goed gewaardeerd en in een begeleidende workshop stelde een onderzoeker zelfs dat de bibliotheek meer budget zou moeten krijgen gezien de trend van meer institutionele abonnementen ten koste van persoonlijke.

17 okt. 2007

METIS


Metis is het onderzoeksregistratiesysteem van de universiteiten. Het is ontwikkeld door het Universitair Centrum voor Informatievoorziening van de Radboud Universiteit in Nijmegen en wordt door alle universiteiten gebruikt. Metis is een Oracle databasesysteem dat functioneert samen met Macromedia Coldfusion. En is via Internet te gebruiken. Zie ook de Metis guide (handleiding) en een algemene presentatie.
Er is nu ook een Personal Metis ontwikkeld, om de onderzoeker zelf in staat te stellen zijn onderzoeken in te voeren. Die is een stuk gebruikersvriendelijker dan de ‘normale’ data entry module. De bedoeling is dat alle onderzoeksprojecten van de betreffende universiteit/instituut worden ingevoerd (metadata) indien mogelijk met een link naar een repository of een link naar de full text bij een uitgever.
Vooralsnog gaat het uit van registreren. Je kunt er publicatielijsten uit krijgen en het management kan ook cijfers eruit krijgen met betrekking tot aantallen fte’s, publicaties etc.
In een presentatie over METIS wordt nadrukkelijk gezegd dat het geen ranking weergeeft van universiteiten. Maar de managementgegevens (aantal promoties, aantal publicaties, aantal publicaties in tijdschriften met hoge impactfactor) geven uiteraard wel een indicatie.
Zover ik het nu kan overzien heeft iedereen zijn eigen systeem en is het (nog)niet met een interface doorzoekbaar. De KNAW heeft de METIS toegangen op een rijtje gezet.
Ook de KNAW zelf gaat er gebruik van maken, en wij als KNAW-instituut dus ook. Gisteren was er een bijeenkomst van de contactpersonen van Metis van de KNAW-instituten. Bij ons op NIOO in Nieuwersluis. Het lastigst met het organiseren van zo’n bijeenkomst is dat je moet afspreken wie hoe laat op het station (Breukelen) is en opgehaald moet worden. Maar daar is gelukkig altijd wel een mouw aan te passen.
Het was een wat mij betreft verhelderende bijeenkomst.
Metis wordt gebruikt voor management van onderzoeken per universiteit ev. met link naar repository. In de repository van een universiteit wordt de full text van een publicatie opgeslagen. DARE zorgt voor een schil waarmee het mogelijk is om alle repositories in een keer te doorzoeken.

15 okt. 2007

Citatierapporten


Ik ben de laatste tijd druk in de weer geweest met het maken van citatierapporten voor onze senior onderzoekers.
De citatierapporten kunnen in Web of Science gemaakt worden door simpelweg op de knop CITATION REPORT te klikken als je een zoekresultaat hebt.
In het citatierapport worden de records uit het zoekresultaat gesorteerd op volgorde van het aantal keren dat het artikel geciteerd is.
Er worden twee grafieken gepresenteerd. Een met een overzicht van het aantal publicaties over het verloop van de jaren en eentje met het verloop van het aantal citaties. Daarnaast worden samenvattende getallen gepresenteerd, zoals het totaal aantal publicaties, het gemiddeld aantal citaties per item en de h-index.


De h-index is een maat voor de prestatie van een wetenschapper. Zelf zegt J. Hirsch daarover (J. E. Hirsch, An index to quantify an individual's scientific research output, arXiv:physics/0508025), gepubliceerd in PNAS November 15, 2005:
“I propose the index h, defined as the number of papers with citation number higher or equal to h, as a useful index to characterize the scientific output of a researcher.”

In een recent artikel van Philip Ball in Nature 16 August 2007 (P. Ball. Achievement index climbs the ranks) concludeert hij dat, hoewel er veel reserves zijn omtrent de waarde van de h-index, het toch wel een aardige indicatie geeft over prestaties van de onderzoeker.

Maar onmiddellijk volgt de discussie hoe je die getallen moet interpreteren. Is een h-index van 5 ‘goed’ of moet je dan boven de 10, of zelfs boven de 15 of 20 zitten?

Hirsch zegt over de interpretatie:
“ Based on typical h and m values found, I suggest that (with large error bars) for faculty at major research universities h ∼ 10 to 12 might be a typical value for advancement to tenure associate professor), and h ∼18 for advancement to full professor. Fellowship in the American Physical Society might occur typically for h ∼15 to 20. Membership in the US National Academy of Sciences may typically be associated with h ∼ 45 and higher except in exceptional circumstances.”

Voor een overzicht van de voor- de nadelen verwijs ik naar “Wolfgang Glänzel .On the opportunities and limitations of the H-index

Overigens maak ik ze nu alleen in Web of Science en dat betekent dus met alle beperkingen die die database in zich heeft: dus geen boeken, hoofdstukken en niet in WoS opgenomen artikelen. Wat het erg lastig maakt is de beperkte zoekfunctie in WoS. (ik ben Pubmed gewend en dan is dit toch wel zoeken met gebonden handen). En omdat de zoekfunctie zo slecht is lukt het niet even gemakkelijk om een goed zoekresultaat te verkrijgen wat de basis is voor het citatierapport.
H-indexen kun je ook zelf berekenen, maar dat is erg veel werk. Via het Publish or Perish programma kun je ze ook uit Google Scholar halen (zoeken naar auteur is, zo mogelijk, nog moeilijker daar) en in Scopus.
De index wordt berekend op basis van op dat moment bekende citaties van de gevonden records. Bij miscitaties of tikfouten kan er zo ook nog wat mis gaan, bovendien moeten de citaties ook in WoS terug te vinden zijn.
Er zit een verschil in citeergedrag bij subdisciplines en soort onderzoek, waardoor onderlinge vergelijkingen niet geheel zuiver zijn. Bovendien houdt de h-index geen rekening met co-auteurschap en leeftijd
De h-index blijft onder discussie en de meest getrokken conclusie is dat het een handig instrument is maar dat het niet (incidentele) diepgaandere evaluatie kan vervangen.

Twitteren

Zojuist een Twitter account aangemaakt. De laatste vijf twitter berichtjes (zoiets als het wie,wat,waar in hyves) komen(als RSS) in de kolom hiernaast te staan.
Aanleiding was het idee van Deeboeks om gezamenlijk te gaan twitteren tijdens het NVB-congres.

1 okt. 2007

De toekomst van het wetenschappelijke artikel


Van JSTOR, de organisatie die oudere jaargangen van tijdschriften toegankelijk maakt, ontvingen we een soort feestschrift ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan. Het is getiteld ‘ JSTOR: past, present & future” en is geschreven door Michael P. Spinella. In het laatste hoofdstukje wijdt hij aandacht aan de toekomst onder de titel “Toward an online scholarly communication system”. Hij gaat hierbij vooral in op het succes van de digitalisering van de bestaande tijdschriften en de toenemende activiteit op het digitaliseren van bestaande content. Toegang is het magische woord hierbij. De vraag is of het ‘veilig/vestandig’ voor bibliotheken om hun papieren collectie de deur uit te doen. Of zoals hij zegt van ‘ownership’ naar electronically renting’ . En dan komen we bij het rechtenaspect en hoe dat soms ook voor een archiverende partij als JSTOR hinderlijk kan zijn. Maar concludeert hij, JSTOR blijft werken aan het ondersteunen van een gemeenschappelijke infrastructuur zodat de transitie van print naar elektronisch uitgeven voortgang kan boeken.

Het aardige hiervan is dat het ook helemaal uitgaat van het digitaliseren van bestaande informatie, in een vorm die gelijk is aan die gedrukte info. Specifieke, extra mogelijkheden die elektronisch publiceren biedt komen niet aan bod.
Ongeveer hetzelfde schreef John Mackenzie Owen in november 2005 in zijn proefschrift: “The scientific article in the age of digitization“.
Hij schrijft: “De kernvraag van dit proefschrift is in welke mate de opkomst van het elektronische tijdschrift heeft geleid tot het gebruik van de specifieke kenmerken van het digitale medium door de auteurs van wetenschappelijke artikelen”
Nou, niet dus. Het elektronische tijdschrift, zelfs de e-only uitgaven is qua vorm en inhoud een voortzetting van het gedrukte tijdschrift. En het zal nog wel een tijd duren voordat dat, langzame langs wegen van geleidelijkheid zal veranderen.
Mackenzie Owen: “ Samenvattend luidt de conclusie van dit onderzoek dat digitalisering van de formele wetenschappelijke communicatie tot uiting komt in aanzienlijke verbeteringen van het communicatiesysteem, maar niet in de vorm en inhoud van de wetenschappelijke informatie zelf. De belangrijkste innovaties ontstaan dan ook niet binnen de wetenschappelijke wereld, maar zijn gebaseerd op de activiteiten van wetenschappelijke bibliotheken en – vooral – commerciële uitgevers.”

Een samenvattend artikel schreef hij in de Informatieprofessional van januari 2006 onder de titel ‘De revolutie die uitbleef: elektronisch publiceren in de wetenschap'.

25 sep. 2007

Nieuwe versie Web of Science

Sinds 19 augustus 2007 is de nieuwe versie van Web of Science beschikbaar. We hadden al een voorproefje gekregen in maart met de Surfdag. Voorlopig blijft de oude interface nog een half jaar in gebruik.
Onder de slagzin “ A new face for research” wordt vooral hoog opgegeven van de mogelijkheid om nu alle databases in Web of Knowledge geïntegreerd, dus niet als federated search/ metasearch maar alsof het ware één database, te doorzoeken. Nu hebben wij maar één database, alleen Web of Science (WoS) dus erg indrukwekkend is dat niet voor ons. Er is een helptekst over ‘What is new in Web of Science’, maar daar lees ik verder niet zo veel nieuws: iets over EndnoteWeb en over uitvoer naar Endnote en over het opvragen van andere bronnen via de tab Additional resources. Dat laatste is wel mooi helder, dan zie je meteen dat je vandaar bijvoorbeeld ook de Journal Citation Reports (voor de impactfactor) kunt opvragen.
Wat wel meteen opvalt, is het nieuwe zoekscherm, min of meer vergelijkbaar met het vroegere General Search scherm, maar nu ook met expliciet de mogelijkheid om NOT te gebruiken. Verwarrend is wel dat ze het veld voor de bronaanduiding, wat vroeger SOURCE heette nu in het zoekscherm PUBLICATION NAME noemen en in het resultaatscherm weer gewoon ‘Source’. In eerste instantie leek het index-zoeken verdwenen, maar dat is wel mogelijk als je op het icoontje achter de veldnaam klikt (Access the search aid). Het icoontje is denk ik een vergrootglas, maar gezien mijn icoon-ongevoeligheid heb ik daar niet veel aan.
Zoekscherm is mooi en gaat goed. Daarna in het resultaatscherm krijg je nu een zijbalk aan de linkerkant van het scherm voor de REFINE-opties. Veel duidelijker dan voorheen toen het erboven stond met een enkele link. Maar wel jammer is dat de EXCLUDE functie uit de refine-optie niet meer bestaat. Je moet nu dus altijd een positieve keuze maken. De MARKED LIST is helemaal verdwenen, dus je kunt nu ook geen records meer markeren en in een apart lijstje plaatsen.
Hierop ben ik weer afgehaakt en heb een e-mail naar Thomson Scientific gestuurd en nu gebruik ik weer de oude versie.

20 sep. 2007

E-books gebruik

Na Science Direct krijgen we nu een aanbod van SpringerLink om ebooks aan te schaffen. Volgens Springer zijn e-books ‘digital editions of favorite print titles’.
En juist daarmee komen we op het grootste probleem: wat onderscheidt e-books van print-books?
Doorzoekbaarheid, snelle en deelsgewijze update en linken naar verwijzingen. Ik zou dus zeggen dat een e-book meerwaarde heeft /krijgt als het niet zomaar een digitale versie is van een gedrukt boek, maar een uitgave met toegevoegde waarde.

Probleemgebieden zijn het lezen en de aanschaf:
Lezen:
- niemand wil een dik boek lezen vanaf het scherm
- hoofdstukken als PDF’s kunnen makkelijk geprint worden en worden gebruikt als tijdschriftartikelen
- artikelen in naslagwerken kunnen makkelijk online worden geraadpleegd
- een print-book kan slechts door 1 persoon gelijktijdig worden geraadpleegd, e-books door meer
- een print-book kan slechts in beperkte tijd (overdag) uit de bibliotheek geleend worden, e-books 24-uur per dag
- boeklezers zijn nog maar net op de markt en beperkt, hoewel elektronisch papier en die iLiad en het vouwbaar me wel wat lijken.
Aanschaf:
- uitgevers bieden abonnement aan (jaarlijks bedrag)
- bibliotheken willen graag aanschaffen zoals een print-book, dus voor eenmalig bedrag en altijd beschikbaar
- garantie dat een eenmaal gekocht boek toegankelijk blijft (komt nu wel van Springer)
- uitgevers bieden pakketten en slechts mondjesmaat afzonderlijke boeken
- print-on-demand opties zijn nog in ontwikkeling, kunnen worden ingezet i.p.v. afz. printen (dus splitsing van toegang en print)
- mogelijkheid tot lease i.p.v. kopen

17 sep. 2007

Gemeente-archief Amsterdam

Nog meer nieuwbouw is gereed en wel die van het gemeentearchief. Het stadsarchief in Amsterdam zat altijd al op een leuke locatie aan de Amstel, maar is nu verhuisd naar een groter pand aan de Vijzelstraat. – De Bazel. Dat was eerst een tamelijk monolithisch bankgebouw, maar is nu verbouwd tot de een licht en uitnodigend archief. De beoogd architecten van onze nieuwbouw – Claus en Kaan - hebben daar aan meegewerkt. De art-deco-vloeren in de voormalige kluis en de plafonds en pilaren zijn intact gebleven, maar verder is alles strak en rationeel – de stijl van C&K – ingericht.
Wij hebben rondgekeken in de centrale hal en in de kluis. Ziet er prachtig uit!
Via de website van het stadsarchief kun je een kijkje nemen.

11 sep. 2007

Weekje wandelen op Ameland


Net terug van een klein weekje kamperen en wandelen/fietsen op Ameland. (Trek)vogels kijken op het wad: rosse grutto’s, bonte en kleine strandlopers, steenlopers, wulpen, scholeksters, goud- en zilverplevieren en natuurlijk bontbekjes. Maar ook fietsen naar het Oerd en wandelen over de zoute weide. Op de foto zie je me in de verte door een veld met geurende zee-alsem wandelen. In het weiland ook veel zoutgras, schorrekruid, engels gras, zulte en allerlei andere zoutminnende planten.
Prachtig ook was onze wandeling door de westerkwelder waar je mooi het maken van het nieuwe land kon zien, beginnend met zeekraal en later plukjes zeeraket, engels slijkgras, melkkruid en voorbij de vuurtoren op het groene strand: duizendguldenkruid, rode ogentroost, zeerus en moerasweegbree.
Terug op het werk is mijn bureau verplaatst en moet ik me eerst heroriënteren.

31 aug. 2007

Ticer Sociale Netwerken

Vervolg in module 4b om toch nog een beetje L2 te horen deze week. Onze spreekster is nochtans van mening dat L2 overhypte is: contact leggen met onze gebruikers doen we immers altijd al.
Hinchliffe van de
Undergraduate bibliotheek van de Universiteit van Illinois
geeft een interactieve presentatie van de verschillende sociale applicaties die zij voor hun bibliotheek hebben ontwikkeld. Ze zijn ook op Second Life, maar niet om echt daar hun werk te verrichten maar om te experimenteren en klaar te zijn om in een 3D wereld te opereren als daar vraag naar is.
Op de homepagina staat in een zijbalk een aantal Twitter logjes, die zijn klein en kun je makkelijk op je pagina plakken in een RSS waardoor het ook in de feeds komt die weer elders bijv. in Facebook of op de MySpace pagina getoond wordt. Daarnaast zijn ze ook actief met filmpjes op Youtube en flickr voor foto’s.
Met hun Ask a Librarian kun je via verschillende IM kanalen, zoals MSN, live chat aanbieden, waar gebruikers vragen kunnen stellen. Een cursusgenoot noemde ook Netvibes als sociaal netwerk. Als ik er vluchtig naar kijkt lijkt het een beetje op iGoogle en je kunt ook je bookmarks bewaren zoals op delicious . Ik heb zelf een delicious account maar ik vind het buitengewoon onhandig. Dus wellicht is Netvibes iets voor mij. Je kunt natuurlijk ook zelf een netwerkje opzetten, of ten behoeve van een groep gebruikers opzetten. Kan bijvoorbeeld in NING .
We vervolgen de middag met het opzetten van een Facebookaccount (sta ik dus nu ook in) en met het aanvullen van een lijst sociale software op een wiki.
Een leuke en leerzame middag!

30 aug. 2007

Ticer ELO

Severance, ex-directeur van de not-for-profit organisatie SAKAI vertelt over dit product voor een samenwerkende leeromgeving. Technisch gesproken komt het voor uit Lotus Notus.
Vertel meer over Sakai . Er loopt een pilot in Twente bij de TU. Uit het eindrapport waarin de TU Twente een beeld van de toekomst van de Elektronische LeerOmgeving: “een geïntegreerde leer- en werkomgeving uiteindelijk zal bestaan uit verschillende application services, geleverd door verschillende onderliggende (en voor de eindgebruiker onzichtbare) application components.”
Er komt nog veel OpenCourseWare onder meer Moodle, langs, de relatie met Sakai ontgaat me, zowel door mijn mindere interesse als door de sneltreinvaart waarin Severance het record aantal woorden per minuut wil breken.
Allerlei groupware toepassingen, zoals wiki’s, agenda’s, discussielijsten. Dan denk ik toch meteen aan Surfgroepen die Sharepoint gebruikt als samenwerkingssoftware. In april heeft Surf een samen-dag georganiseerd waarbij Sakai en Sharepoint samen gepresenteerd werden onder de ondertitel: Twee wegen naar Rome? . Tijdens de lunch hoorde ik ook nog van een andere- freeware software Viadesk .
Terug naar de presentatie: Severance geeft als voorbeeld de website NCIBI The National Center for Integrative Biomedical Informatics. Sakai wordt gebruikt als CMS.
Uitspraak: de onderzoeker moet voorop staan en de techniek moet ondersteunend zijn (sic!)
Met Sakai kun je ook repositories maken met samenwerkende met bibliotheken. Sakaibrary, een project “to develop open source software tools to integrate access to library licensed digital content within the Sakai collaboration and learning environment”. Er is ook een Citation Helper, een soort bibliografische software zoals Refworks. (een link die ik gevonden heb naar een ppt daarover, wil niet lukken).
Hij eindigt met nog wel een zinnige uitspraak dat het noodzaak is om dashboard application te ontwikkelen, die bestaan uit building blocks, die je al dan niet met andere systemen kunt integreren.
[Omdat ik besloten heb om van module 4a (Open Access)over te stappen naar 4b(Sociale netwerken) heb ik met de lunch al mijn certificaat gekregen, voor drie dagen, want vanwege die overstap krijg ik die niet voor vandaag]. Overigens hoorde ik dat de ochtend in 4b ook wel leuk was, het ging over vodcasting, maar ook screencasting (=filmpje van ppt of demo).

Ticer E-science

Onze inleider opent met de uitspraak dat het van belang is om te weten hoe wetenschappers werken en hun vertrouwen te krijgen.
Simpson opent haar presentatie met een inleiding in e-science of e-research. “It is all about collaborations” ondersteunt door het internationale GRID.
E-science verandert het onderzoek, maar er zijn sociale, psychologische en technische barrières. Ze noemt de competitie onder onderzoekers als belemmering. Datamining van verscheidende databanken zal een belangrijk onderzoeksactiviteit worden.
Maar nog steeds gaat veel onderzoek/opgeslagen gegevens verloren. Wie archiveert al de gegevens die verspreid /decentraal zijn opgeslagen. Preservation (duurzame opslag) is een belangrijk onderdeel van de data-cycle, waarbij gegevens gebruikt en hergebruikt worden.
Het gaat over wetenschappelijke data-opslag en de rol van bibliotheken daarbij.
wat zijn de onderwerpen die bij e-science een rol spelen :
- rechten (auteursrecht, license)
- awareness: veel onderzoekers zijn zich nog onvoldoende bewust van de problematiek
- culturele en psychologische weerstand
- fondsen en politiek
- standaarden en uitwisselbaarheid en vocabulaires
Veel activiteiten in nationale en internationale projecten, ze gaat verder in op CURL/SCONUL Task Force
De rol van bibliotheken bij digitale opslag is ondersteunend en niet leidend van wege ontbrekende fondsen en omdat de kennis over de data bij de onderzoeker zelf ligt. Wel kan de bibliotheek controleren op juistheid en volledigheid van metadata en de citeerbaarheid. Uiteindelijk noemt ze als rol voor digitale bibliotheken: e-infrastructure, data curation, training, advocacy. Aardig is de SWOT analyse van Liz Lyon in haar presentatie Digital Libraries and e-Research op de Bielefeld Conferentie in februari 2006. Simpson heeft dia 30 (de SWOT) daarvan overgenomen. Mijn buurvrouw wil graag gezegd hebben dat dit een zeer goede presentatie was die een duidelijk overzicht geeft.

In de pauze hoorde ik over 2 leuke projecten die in Tilburg lopen: SDMX, het internationaal vergelijkbaar maken van statistische gegevens, nu ook op het gebied van ecologie. En een EU project over het opslaan van wetenschappelijke data van economen, samen met repositories, het project heet Nereus.

Ticer woensdagavond

Na de cursus en het diner heb ik met wat cursusgenoten in de bar van het hotel wat nagepraat. Grappig dat in Europees gezelschap het al gauw op het songfestival komt en nu kwam het zelfs tot een voorstel voor een koortje” the singing librarians”. Het was gezellig dus.
Vanochtend weer een cirkel gewandeld om het geleerde beter op een rij te zetten. Nieuws heb ik gisteren niet gehoord, maar ik heb wel leermomenten gekend:
- hoe ver kun je komen als Amerikaan met een vlotte babbel en een oude workshop
- als het dan toch over catalogus gaat dan moet je die ook zo breed mogelijk opwaarderen met L2 toepassingen (navigatie, tags,librarything for libraries)
- bibliotheekruimte is ook een vorm van zichtbaarheid van je informatiediensten
- games kun je gebruiken als leermateriaal gelinkt aan bibliotheekfunctie met verrijkte catalogus bijvoorbeeld gemaakt door Biblionet over Wadden en Water
Aardig ook om de blogs van cursusgenoten te lezen Wow!ter en Ane.

29 aug. 2007

Ticer XML

Op 11 september 2006 schreef ik in mijn X-ref weblog:
Ik begin met het boek XML voor dummies’ en later dit najaar wil ik nog een speciale cursus doen voor presentaties in XML.
Om te beginnen bij het begin: wat zijn nu de voordelen van XML:
- structureren van je gegevens
- uitwisselen van gegevens naar andere bestandsformaten
- aanvulling van html
- beschrijft zichzelf
- effectiever, gerichte zoekacties mogelijk
- afzonderlijke elementen kunnen afzonderlijk worden geüpdatet
- gebruiker bepaalt zelf welke gegevens hij bekijkt
Dit als schot voor de boeg.
Vervolgens leer ik een paar belangrijke begrippen ‘elementen’ , ‘attributen’ en ‘ postprocessing’
In XML kun je je eigen elementen (de tags) en attributen (de waarden die bij de tags horen) definiëren. Postprocessing is het verwerken van informatie uit een document in een ander programma of proces. Of eigenlijk, je hebt informatie en m.b.v. XML kun je die informatie op verschillende manieren presenteren.
Het boek heb ik inmiddels uit, maar van die cursus is het niet gekomen i.v.m. mijn vertrek. In mijn weblog verwijs ik ook naar XML in 10 punten .
Maar op deze mooie dag in augustus dus een XML-cursusmiddag.
Als een XML document voldoet aan de syntax regels, dan is het een well-formed document. Meestal zonder DTD, met d.w.z. met een lijst betekenisvolle termen, als dat ook klopt is het ‘valid’. Bijvoorbeeld de KB heeft DTD ontwikkeld voor haar metadata.
De eisen voor een well-formed document zijn:
1)Een XML-document moet altijd een uniek rootelement hebben
2) Elk element heeft een openingstag en een sluittag
3) Elementen mogen elkaar niet overlappen
4) De tags zijn hoofdlettergevoelig
5) Attribuutwaarden moeten tussen aanhalingstekens staan
6) Voor bepaalde tekens is een aparte schrijfmethode
7) In sommige gevallen moeten namespaces gebruikt worden.
Ik gebruik hier de regels van < a href=http://www.ti-aalst.be/files/ti3_databanken/Xml.pdf >
VandeVelde’s cursus Databanken en Datamanagement: XML en vergeleken met het lijstje van Morgan. Voor een cursus kun je ook de online XML tutorial volgen.
Je kunt Marc-records transformeren naar XML, MODS heten ze dan: Metadata Object Description Schema. Daarvoor wordt XSLT (transformation) gebruikt.
Het is allemaal wel erg elementair. Ik lees hier dat CWIS in 2002 een bijeenkomst heeft gehouden over XML. En voor diepergaande informatie zal ik in de komende tijd de website van O’Reilly XML.COM nader bestuderen. We eindigen met wat oefeningetjes met SRU, want dan hebben we een OPACje gemaakt. Met een URL kun je een zoekvraag stellen aan de database. Ook in X-ref maakten we er gebruik van en noemen het ‘vastleggen van zoekacties’. Op Internet is een website te vinden Edurep van Kennisnet die doen aan het bijeenzoeken van metadata van lesmateriaal. Eigenlijk een moderne versie van wat we vandaag in Unix gedaan hebben, lijkt t.

Ticer Open Source

Vandaag openen we met Open_source open source software. , een ontwikkeling die begint met de Open Source Summit in 1998. Basis is dat het ‘vrije’ software is, je mag het zelf bewerken. Morgan noemt in zijn workshop verslag het boek van Eric Raymond ‘The cathedral and the bazaar: Musings on Linux and Open Source by an Accidental Revolutionary’ uit 2001. Kijk in Google Zoeken naar boeken en je ziet ook de recensies en verwijzingen naar werken die dit boek citeren. Ik kende Google Books nog niet en het ziet er leuk uit. Heb een kleine zoekactie gedaan op mijn favoriete passage uit een Reve-boek ['God, ' zo dacht Wessel, 'streefde wellicht naar gerechtigheid, maar in Zijn schepping was die niet of nauwelijks te vinden.Uit: Het hijgend hert p.100], maar t helaas niet gevonden. Kom nog wel!
Deze ochtend hebben we een hands-on training met betrekking tot Open Source Software. We beginnen met het handmatig schrijven in Unix van MARC records (voel me weer helemaal in de jaren 70, toen ik mijn computeropleiding deed). Voor sommige medeleerlingen is het onthullend dat je zomaar (met z39.50 protocol en de yaz-toolkit) records kunt downloaden uit de Library of Congress Catalogus. Tegenwoordig hebben we naast MARC meestal Dublin Core formaat of XL. En een beetje rondbrowsend kom ik op een converter-programmaatje dat het Amazon format omzet naar MARC.
Morgan heeft een relationele (open source) database gemaakt in MYSQL genaamd MyLibrary. Deze kan met OAI-protocol werken en gegevens overhalen uit bijvoorbeeld de DOAJ. Lijst open source software o.m. op Sourceforge.net . En een catalogus van resources verkrijgbaar met het OAI-protocol (eigenlijk OAI-PMH, protocol for metadata harvesting) is bijv. OAISTER en Scientific Commons.
Door een database te maken, een index en een webtoepassing dan kun je redelijk eenvoudig, aldus Morgan een applicatie bouwen met behulp van Open Source Software.


Ticer dinsdagavond

Een avond in het swingende centrum van Tilburg. Veel terrassen, weinig mensen. Wel lekker eten in de Oranjerie en aangenaam gezelschap.


Woensdagochtend al wandelend rond de cirkel haal ik de leermomenten van gisteren terug.
Als technologische ontwikkelingen werd vooral genoemd:
- Grid services als gedistribueerde netwerken
- maak een bibliotheekstrategie zoals je een zoekstrategie maak: neem zoveel mogelijk van de nieuwe ontwikkelingen op, verwerkt dat tot een voor je gebruikers herkenbare ingang en ga naar de gebruikers toe.
- de catalogus stond nog erg in het centrum van de ontwikkelingen, maar als je de bibliotheek niet meer definieert aan de hand van de collectie dan is de catalogus misschien niet het juiste uitgangspunt.
- opnemen van allerlei andere bestanden, bijv. na aanvraag artikel e.d., en uitbreiding van de mogelijkheden om van t een naar t ander te springen.
- chatbot in plaats van FAQ lijst, leek erg op een quiz software die ik ooit eens geprobeerd heb
Geef toch wel aanleiding tot overdenkingen.
[Vanochtend in een met koffiedoordrenkte stoel gaan zitten…balen]

28 aug. 2007

Ticer FIM en foto

Laatste lezing van vandaag gaat over Federated Identity Management en begint met een filmpje van JISC over Federated Access Management. Maar de termen zijn inwisselbaar: het betekent overal kunnen inloggen met dezelfde naam en wachtwoord.
Federations zijn samenwerkende instellingen, die gezamenlijk standaarden afgesproken hebben om de deelnemers te herkennen. Er zijn een paar lopende projecten bijv. Shibboleth (US en internet2), maar ook in Nederland zoek&boek van Bibliotheek.nl
De defacto standaard is nu SAML (Security Assertion Markup Language). Nieuwe ontwikkelingen zijn OpenID (user-centered) en
InfoCards/Cardspace .
Er zijn verschillende softwares voor authenticatie, onder meer
A-select. Daar is ook onze DigiD mee gemaakt.
Het is zo saai als het klinkt, gelukkig heeft Ton Verschuren wel een paar leuke filmpjes opgenomen, zodat niet iedereen in slaap is gevallen. Ik heb geprobeerd zijn rapport op de Surfsite te lezen, maar dat laat ik aan anderen over







Ticer chat

Vanmiddag gaat het over chatterbox ;in het Nederlands gewoon chatbox, maar in Wikipedia geef die niet zo’n mooie definitie als in de Engelstalige. (In ’t Nederlands is er nog sprake van IRC – bestaat dat nog?). De chatboxen hebben een knowledge base waaruit de virtuele persoon (per se geen bibliothecaris, maar meer een patroonheilige) antwoorden op vragen geeft. Anne Christensen praat over 4 chatbotten bij Duitse organisaties, met als voorbeeld Stella, de chatbot van de universitieitsbibliotheek Hamburg. Je kunt een vraag stellen aan Stella, waarop zei dan antwoord geeft. De knowledge base van Stella is met speciale software (Novomind IQ) geschreven in AIML (afgeleide van XML) en daar zijn ‘regels’ in geschreven. In Dordmund is de chatbot alleen ‘open’ als live chat niet beschikbaar is.In Hamburg wordt Stella nu meer dan 250 keer per dag geraadpleegd (naast de gewone FAQ). Evaluatie in de vorm van transcriptanalyse is nuttig, want dan kun je zien waar het in de conversaties mis gaat. Het bijwerken van de knowledge base kost al gauw een dag per maand minimaal.
Een frivolere variant is Miss Dewey, die voornamelijk antoord geeft uit Wikipedia, maar ook reageert als je niets vraagt. Lilian een virtuele bibliotheekassistent uit Engeland, is nog op proef. Leuk als variant op FAQ’s.

Ticer zoek

Bibliotheekcatalogi ook al zijn ze webtoegankelijk worden niet gebruikt. Mensen gebruiker liever Amazon om een boek te zoeken dan een catalogus. Een aardige uitspraak, die wordt toegeschreven aan A.Pace tijdens een bijeenkomst van de Library and Information Technology Association (LIA) van ALA: Making minor changes to a library catalog system is like putting lipstick on a pig’ . Niet na te trekken, maar ik heb nog wel een artikeltje gevonden van Roy Tennant daarover. Onze presentator noemt het in zijn historisch overzicht het begin van de kritiek (2005) die helemaal leidde tot Library Thing, een niet-bibliotheek initiatief.
Waar gaat het in de toekomst over OPACS naar toe: clustering (XISBN), visualisation (aquabrowser), ranking (relevance ranking is lastig), exploiting (metadata die rechtstreeks doorverwijst en bijv ook samenwerkt met bibliografische databases. Hij heeft het over COins (open url) en over Firefox plug ins
‘Zotero’
(the next generation search tool) en opensource software (bijv. VUfind). Die ga ik ook eens proberen. Verder contributing: gebruikers die tags toevoegen en de BiblioCommons approach (social knowledge discovery). En de toevoeging van omgeving als Facebook, mashups en dat soort sociale software. En dan hoe pak je het aan om je catalogus gereed te maken voor nieuwe toepassingen? Voorbeeld is de NCSU-bibliotheek, die met gebruikmaking van Endeca software in de catalogus een soort navigatiesysteem heeft geïntegreerd. Of op een hoger niveau via Grid services bij OCLC of Talis. “Traditional core values … will see us through”. Binkley vindt het opbouwen van expertise belangrijk en meldt ook een voorstel om niet uit te gaan maar om ieder artikel dat via open url wordt opgevraagd toe te voegen aan je systeem.

Ticer technologieochtend

Een tweede studiedag, vandaag gewijd aan de technologische ontwikkelingen wordt ingeleid door Lossau met een verwijzing naar Grids en de opkomst daarvan.
Uit de Wikipedia uitleg neem ik een definitie over: “the technology that enables resource virtualization, on-demand provisioning, and service (resource) sharing between organizations” .
Onze eerste spreker R. Murray van OCLC heeft het ook over grids en dat hij juist die grid-diensten (netwerkdiensten) sterker wil benadrukken in het hele productenportfolio van OCLC.
Van aanschaf, catalogiseren en uitleen van de fysieke collectie naar web based services.
Hij vertelt dat hij gevraagd werd om in 15 minuten uit te leggen wat de toekomst van de bibliotheeksystemen is. Het resultaat van die opdracht is een artikel, gepubliceerd in Ariadne met als titel: ‘Library systems: synthesise, specialise, mobilise’.
Voor een efficiënte bibliotheekorganisatie moet je blijven zoeken naar de toegevoegde waarde, in de drie kernwoorden geeft hij aan waar die te vinden zijn:
- maximaliseer de reikwijdte en breedte van de diensten, die je kunt samenvoegen (synthesise)
- minimaliseer en vereenvoudig de interface tot de kern van de dienst (specialisme)
- maximaliseer het effect door naar de gebruiker toe te gaan (mobilise)
Op de dia’s een prachtige foto van een drukke, volle stad, waarbij Google in het centrum en de bibliotheek in een achterafstraatje staat. (de presentaties komen op de Ticerwebsite). Hoe komen we weer in het centrum? Onderdeel van stappen daartoe is de World Cat Grid, het wereldwijde niveau van bibliotheeksamenwerking en optimale samenvoeging van diensten (nu is Worldcat al wel op weg, maar nog lang niet waar het wezen moet: ‘compelling’ zijn). Waarbij er van wordt uitgevoerd dat bibliotheken op alle niveaus meewerken in dit wereldwijde netwerk. De onderliggende niveaus kunnen dan optimaal hun toegevoerde waarde daaraan ontlenen en vv: groepsniveau van de nationale bibliotheken, en de lokale bibliotheken, die ook allemaal naar ‘web scale’ gaan.
Wel veel OCLC, want die staan natuurlijk in het centrum van de Grid, maar interessante presentatie: hij spreekt leuk en geeft een goed overzicht wat de opdracht van de moderne bibliotheek is. Leuke uitspraak: ik hou niet van web 2.0 omdat ze dat als hype een revolutie noemen, dat eenvoudigweg het gevolg is van een evolutie.
De discussie is levendig: moeten we wel ons richten op het webscalen van zoeken en discoverable worden, is dat niet de taak van de Googles in de wereld en moeten we ons niet concentreren op processen ter ondersteuning van de gebruikers een ‘veldbibliothecaris’. Komen samen tot nut van wereldwijd samenwerken.

Ticer avond

De hele Waranderoute (5,3 km) gelopen na een intensieve dag met lezingen en discussies. Het is de volledige wandeling in dit barokke bos, maar vanwege het late uur was ik nog maar net op tijd binnen voor het echt donker werd. Wat heb ik allemaal opgestoken?
Veel van de inhoud van de presentaties was niet echt nieuw voor me maar ik heb toch een aantal overdenkingen meegekregen:
- bibliotheekcatalogus uitbeiden met eigen databasejes
- als je de bibliotheek definieert vanuit collectie, is dat ook qua performance de insteek, maar je kunt je beter richten op services en nog beter de impact. Maar hoe meet je dat?
- gebruikersonderzoek kan in grote zware Libqualsystemen, maar ik heb meer behoefte aan een soort continue feedback, die op natuurlijke wijze gegeven wordt
- conclusie bibliotheken zijn meer en meer onzichtbaar, maar moeten niet alleen reageren op demands, maar moeten ook nieuwe ideeën inbrengen
- om in business te blijven is nodig intimicacy met de user en engageness (een soort mindfullness maar dan naar de gebruiker toe)
- het is een competitieve environment en je compete met faculties (geldschieters) ranking is belangrijk.
- huidige e-books (en e-journals) zijn gedigitaliseerde papieren uitgaven, geen meerwaarde en geen tekst bruikbaarheid
Met name over de directeur Norbert Lossau ben ik erg te spreken. Hij geeft leuke inleidingen en weet na een presentatie de discussie goed te trekken en leiden.