27 aug. 2012

Ticer 2012 Nabeschouwing

De Ticer Summerschool bedoeld om de nieuwste ontwikkeling te volgen op het gebied van digitale bibliotheken. Het is een vierdaagse cursus met per dag een module, die ook afzonderlijk te boeken is. Ik had en beetje het gevoel dat er hierbij op 2 gedachten wordt gehinkt. Zelf vind ik het fijn om me een hele week onder te dompelen met collega’s om van gedachte te wisselen over nieuwste ontwikkelen. In vier dagen krijg je een goed overzicht van wat er gaande is. En bij een enkeldaags programma krijg je meer het gevoel van een workshop of conferentiedag. Helaas was er ook geen afwisselin gin didactische werkvormen: er werden allen presentaties gegeven gevolgd door discussie, geen workshop of actieve bijdrage van deelnamers anders dan discussie en vragen. De programmering was ook niet dermate scherp afgebakend dat echt alleen die benoemde subonderwerpen aan bod kwamen. Of dat sommige presentaties toch op een andere dag waren gezet om die dag wat interessanter te maken. Dus hoewel de modules een mooie eigen titel hadden, heb ik niet echt het gevoel gehad dat er veel verschil zat in de dagen.
1.Library Strategy in the 21st Century: From vision to execution
2. Libraries leveraging the cloud: Technological Developments
3. Redefining Research Support
4. Connecting Students, Faculty and Resources.
Wat kwam er zoal aan de orde?
De belangrijkste vraag is nog steeds: wat is de veranderende rol van de bibliotheek en van de bibliothecaris. En zoals de allereerste spreker David Lankes al aangaf zijn dat 2 verschillende zaken. De bibliotheek, als ruimte gaat steeds meer een andere vorm krijgen, omdat er minder print en meer digitaal wordt, de eisen voor studieplekken veranderen naar groepswerk, multimedia en creatieve ruimte. De diensten die een bibliotheek aanbiedt liggen nog steeds in het vlak van informatie ontsluiting, toegankelijk maken, de bibliotheek als kennis navigator. Bouw het raamwerk waarbinnen de wetenschapper zijn weg kan vinden in de informatiewereld: aanbod aan databases, aanbod aan opslagmedia voor publicaties en allerlei ander materiaal.
De bibliothecaris die dat uit moet voeren is doordrongen van de ideeën van het ‘new librarianship’ en weet door re-skilling de traditionele waarden nieuw leven in te blazen (informatie moet vrij zijn, open en toegankelijk), de catalogus kan verrijkt worden met andere data en informatievaardigheid en onderzoeksondersteuning zijn onderdeel van de functie.
Op zich is het niet zo nieuw dat het zwaartepunt langzaam verschuift van collectiemanagement naar onderzoeksondersteuning inz. publicaties, research data en citaties. Maar wat me wel verbaasde is dat het zo langzaam gaat, dat veel UB’s nog worstelen met loodzware bibliotheekmanagement systemen, dat er nog mensen zijn die er niet aan willen dat alles digitaal wordt en die zelfs maar het idee dat universiteiten als locale instituties op kunnen houden te bestaan niet kunnen bevatten. Meerdere malen ook heb ik de klacht gehoord dat ‘de mensen’ niet meewillen: re-skillen (omscholen) is prima, maar de medewerkers willen het niet is een alom gehoorde klacht. Zit er dan nog zoveel tegenwerking, en waarom is er zoveel verzet?
Het blijft een fascinerende wereld, de wereld van de bibliotheken, maar op sommige punten toch aardig onbegrijpelijk.

Veel echt nieuwe dingen heb ik niet gehoord, wel een aantal bevestigingen van wat ik al (soms al veel) langer wist en onderschrijf bijv. over onderzoeksdata, netwerken, citatiescores, open access, linked open data. Sommige dingen waren toch redelijk nieuw voor me zoals de Open Educational Resources (en de ultieme consequenties), infrastructuur bouwen (hoe doe je dat?) en experimenteren (nieuwe gadgets en diensten uitvinden hoort bij de bibliotheek).

Al met al toch een leerzame cursus, niet in het minst door de plezierige contacten met collega bibliothecarissen.
De accommodatie was goed (elektriciteit op iedere plek, behoorlijke zaal, goede wifi, koffie en eten waren goed verzorgd). Het hotel, de Postelse Hoeve, liet wel te wensen over: bloedheet en geen spoor van bereidheid om daar iets tegen te doen (bijv. open zetten deuren van de gang ). Daar ga ik dus zeker nooit meer heen. Hierbij dus officieel mijn suggestie om voortaan een beter hotel uit te kiezen bijv. in Breda.

Ticer 2012 Gebruiker centraal

De laatste dag van Ticer 2012 stond in het teken van de gebruiker, althans over het verbinden van studenten, docenten en middelen, van open materiaal tot het omschakelen naar de toekomst.
We hoorden een aantal aardige voorbeelden.
Willem van Valkenburg begon met zijn connectie met OpenCourseWare. Hij blogt erover op zijn weblog e-learn. Bij de TU Delft houdt hij zich bezig met Open Course Ware en hij is lid van de OpenCourseWare Consortium. Hij is – zegt hij een voorstander van open studiematerialen. – Opmerkelijk detail dan is dat je zijn ppt niet kunt downloaden (Save diabled by the author). [Opm 29 aug: inmiddels wel downloadabel TNKX Willem]
Een belangrijk begrip in deze is die van OER: Open Educational Resources: vrije studiematerialen.
Op de site van het OCW consortium is een zoekmodule waarmee je naar een cursus kunt zoeken. Zo vind ik 'Optimaliseren van netwerken' OCW van TU Delft, er is lesmateriaal (ppt) en studiemateriaal en via de Open Study Widget kun je chatten met medestudenten die ook online zijn.
Er zijn cursussen die je zelf kunt doen op ieder gewenst tijdstip, maar er zijn ook cursussen die in een bepaalde periode gegeven kunnen worden en die door een leraar begeleid worden, voorbeeld de cursus learning analytics. Deze is ook met tests en certificaten.
Ik vond die zoekmodule zo slecht nog niet, maar mijn buurvrouw van de Open University in UK klaagt dat het zo moeilijk is om goede cursussen te vinden. Zij hebben trouwens een eigen Open Learn module. Waarschijnlijk bedoelt ze dat er meerdere aanbieders van OER zijn, en dat het aanbod versnipperd op internet rondzwerft.
Een iets andere invalshoek is het opnemen van colleges en die als weblectures aanbieden. (veel via iTunes U )

En het allernieuwst is de MOOC: Massive Open Online Course met vaak enorme aantallen studenten.
Bij sommige cursussen wordt het zelfs op prijs gesteld als de leraar verbeteringen aanbrengt in het studiemateriaal zie bijv. de Flatworld Knowledge: a new approach to college textbooks.
De rol van de bibliotheek bij OER kan zijn dat bibliotheken hun expertise, ervaring en relaties inzetten inz copyright, metadata etc. Hij verwijst daarbij naar een artikel “Reaching the Heart of the University: Libraries and the future of OER open educational resources “.
Willems presentatie roept een interessante discussie op, want als er zoveel materiaal en complete cursuspakketten vrij toegankelijk zijn op Internet, waarom zou je dan nog naar een Universiteit gaan. Alleen voor het diploma? Als alles flexibel en toegankelijk is hoef je je als student niet meer te beperken tot een universiteit, maar kun je de gewenste cursussen overal vandaan halen. Dit kan inderdaad leiden tot een ‘disruption’ van de universiteiten, die moeten hun plaats nog vinden in de networked society, zoals Dempsey het in zijn samenvatting noemt.
Later in de koffiekamer komen we uiteindelijk tot een schets waarbij je kunt uitgaan van de individuele professor, die materiaal en cursussen vrij toegankelijk op zijn website plaatst en die je voor begeleiding en coaching kunt inhuren. Institutionele universiteiten kunnen zo verdwijnen of alleen verworden tot ‘learning spaces’. Opvallend hoeveel medesummerschoolgenoten zich verzetten tegen die gedachte.

Met de ‘learning spaces’komen we bij de presentatie van Ellen Simons van Avans Hogescholen. Zij hebben de overgang van vele eenpersoonsbibliotheken naar een modern Learning & Innovation Center Xplora rigoureus aangepakt.
Vanuit de nieuwe visie op leren hebben ze een geheel nieuwe leeromgeving gecreëerd en de bibliotheek is opgenomen in het L&I-Center. Dat had wel wat voeten in de aarde, maar ze zijn er niet voor teruggedeinsd om de gehele staf om te scholen:re-skilling in de praktijk. Het team staat centraal : er moet een adequate menging zijn van vaardigheden en kennisdelen. Xplora vereist continue verbetering.
Ze zoeken nu ook personeel met meer ICT-achtergrond en ook in de wandelgangen hoorde ik telkenmale dat een goede bibliothecaris echt wel ICT-geschoold moet zijn. De focus van het Learning & Innovation Center gaat op zich nog wat verschuiven : van studenten naar leraren (beperkt nut van informatievaardigheidstrainingen als de docenten het zelf niet aankunnen) en naar mobiele ondersteuning.
Veel UB-leden hebben een NVB-reis gemaakt naar Warwick om te kijken naar het concept van de ‘learning grid’. Xplora heeft er wel wat van weg, al is het niet 100% flexibel. Wel hebben ze verschillen soorten studie- en werkplekken, groepsruimten, videokamer etc., meer een hybride learning grid.

Na de lunch konden we met Thomas Vibjerg Hansen meekijken naar een interactief videospel dat ontwikkeld is aan de Universiteit van Aalborg SWIM: een combinatie van informatievaardigheidstraining en problem based learning. Het concept is gebaseerd om het principe van Carol Kuhltau’s Information Search Process … of uitgebreider beschreven door bibliotheek Humboldt Universiteit. Van idee ontwikkeling naar zoekproces: initiation - selection - exploration - formulation - collection - search.
Het project bevat een quiz en een videotraining, die ook in real live uitgespeeld kan worden met een groepje studenten. De rol van de bibliothecaris daarbij is die van organisator / adviseur.
Thomas heeft een mooie tekening gemaakt van alle adviseurs die de student omringen in een Flowerpowerment.
Als enige van de presentatoren probeert Thomas nog een beetje interactie in de zaal te krijgen (behalve dan de discussie achteraf). Hij laat ons in kleine groepjes de quiz spelen en later al staande in groepjes discussiëren over de uitdagingen voor die de nieuwe manier van leren (PBL) aan de bibliotheekstaf stelt.
Uit de zaal werd gesuggereerd dat het wellicht nog meer indruk zou maken als je er een echte computergame van maakt, met verschillende scenario’s en niveaus.

Als laatste spreker neemt Sarah Houghton aka librarianinblack de hele toekomst van de bibliotheek onder de loep. Haar voornaamste boodschap is dat je de ontwikkelingen moet blijven volgen, de digitale gadgets en diensten moet blijven ontwikkelen, maar daarbij je normen en waarden als bibliothecaris niet uit het oog moet verliezen. Waarden die ze noemt zijn “complete and balanced information “ – ``education, entertainment, self-improvement”- “research assistance”- “freedom of information access” – “information privacy & security”. Een van de aardigste dingen die ze voorstelt is om als bibliotheek een soort ideeënbox te faciliteren, een ruimte en dienst om te experimenteren en dat kan inhaken op de behoefte van mensen (onze gebruikers) om creatief in de weer te zijn. En als overdenking geeft ze mee: “What do you want libraries to be?”. Dat lijkt me een goede vraag om nog eens lang over na te denken.

26 aug. 2012

Ticer 2012 Research Support

Het thema van de derde dag van de Ticer Summer School is de herdefiniëring van onderzoeksondersteuning en wat de taak van de bibliotheken hierin is. Steeds vaker hoor je dat bibliotheken worden opgedoekt en functies en taken die eerder bij de bibliotheek hoorden aan een andere afdeling worden toegevoegd. Soms ook hoor je dat een hele bibliotheek een andere naam krijgt bijvoorbeeld ‘Research Support’. Wat zijn eventuele nieuwe taken en wat is de rol, die de bibliotheken daarbij kunnen vervullen?
Vier sprekers gaan zich daarover buigen en aan de orde komen open netwerken (Cameron Neylon), bibliometrische citatierapporten (Wouter Gerritsma), semantisch publiceren (David Shotton) en noodzakelijke –nieuw- vaardigheden (Mary Auckland).

Cameron Neylon hield ongeveer hetzelfde praatje als hij deed tijdens de Surf onderzoeksdag in februari.
Een groot deel van de tekst van zijn lezing is te vinden in zijn blogpost getiteld ” Network Enabled Research: Maximise scale and connectivity, minimise friction”. Uit mijn blogpost van feb:”Want wat zijn de voorwaarden voor soepele en efficiëntie onderzoeksnetwerken:
1. Schaal en connectiviteit [internet en webservices]
2. Lage weerstand bij informatie-overdracht [geen betaalde toegang]
3. Filters aan vraagzijde [de gebruiker bepaalt, niet leverancier; de gebruiker aggregeert, index en reviewed]”.
Cameron is uitgesproken voorstander van openheid, alle controle (ook peer review) en alle toegangsbeperkingen (licenties en technische obstructies) zijn uit den boze: “do not stop researchers to put stuff in repository, optimize discovery, support social discovery, enable annotation”.
Ook een kenmerkende uitspraak van hem is: ` Central principle: think at network scale: you build for unexpected connections´ `Build a system that enable researchers to configure a personal dashboard for discovery ´. Cameron gelooft heel erg in het netwerkeffect / Wikipedia: Een netwerkeffect is het effect dat ervoor zorgt dat een product of dienst meer waarde heeft voor iemand, naargelang er meer gebruikers zijn die hetzelfde product of de dienst al gebruiken.
En een taak van de bibliotheek is dan ook om het raamwerk te bouwen dat (just in time) de onderzoekers helpt bij het bouwen van hun netwerk, bijv. profielen, google citaties, altmetrics, mendeley. Een leuke overstap naar de volgende presentatie is zijn uitspraak dat impact niet gebaseerd moet zijn op output maar op gebruik: impact = re-use.

Wouter Gerritsma vertelt over de door hem in Wageningen ontwikkelde methode om bibliometrische rapporten te maken met gebruikmaking van de gegevens van Thomson Reuters (uit Web of Science).
Met de Article Match Retrieval Api worden de benodigde gegevens uit Web of Science gehaald en gematched met de gegevens in hun publicatiedatabase.
Door de routines die Wouter gemaakt heeft kun je nu betrekkelijk snel een bijgewerkt citatierapport per afdeling/onderzoeksgroep maken.
Waarom zijn dit ook bibliotheektaken? Omdat daar ook het functionele beheerd van het CRIS en van de repository zit; er is ervaring met bibliografische metadata en er zijn contacten met leveranciers van citatiedata en ook is er in de bibliotheek ervaring met grote databases en ervaring in zoeken.

Na de lunch ging David Shotton in op een geheel andere weg nl. die van de linked data. Hij vertelt over RDF en over de open source software DataStage & DataBank voor het managen van onderzoeksdata.
Dat ziet er inderdaad interessant uit. Een collega uit Amsterdam die heeft DataStage getest en ziet veel mogelijkheden.
David wil ook graag semantisch publiceren om zo verrijkte publicaties te maken. Met opencitations.net wordt geprobeerd om zoveel mogelijk referenties aan elkaar te linken m.b.v. linked data. Nature, Science en Oxford University Press hebben al toegezegd hun referentielijsten open te maken, zodat die gebruikt kunnen worden.
Dat zijn mooie initiatieven. Helemaal prachtig wordt zijn verhaal als hij gaat praten over zijn systeem van waarderingen: de vijf sterren methode Online tijdschriftartikelen krijgen dan een of meerdere sterren aan de hand van criteria m.b.t. Peer review, Open access, Enriched content, Available datasets, Machine readable metadata.
Hij raadt alle bibliothecarissen aan om te gaan voor semantisch publiceren, open data, en vooral “thin web not print” en hij besluit met “Be part of the web, not just on it.”

Deze presentatie was heel wat verfrissender dan de uitkomsten uit het onderzoek dat Mary Auckland presenteert. Haar presentatie was OK, maar mijn hemel wat stijgt er een oubollige lucht op uit het rapport Re-skilling. De RLUK (Research Libraries UK) heeft een enquête gehouden onder huidige bibliothecarissen naar de vraag naar de noodzakelijke vaardigheden. Uiteindelijk kwamen er 32 vaardigheden uit in 11 gebieden die toch allemaal nodig zijn. Mary vertelde dat het toch wel jammer is dat er niet aan onderzoekers gevraagd is wat zij aan support nodig hebben, of denken te hebben. Ze heeft de vaardigheden wel langs de Research LifeCycle van JISC gelegd. Twee belangrijke observaties: - Onderzoekers zijn allemaal verschillend - Adequaat is goed genoeg (satisficing) En als uitsmijter: “If librarians want to be seen as experts they should be visible“

25 aug. 2012

Ticer 2012 Zegeningen van de wolk

De titel van deze module is ‘Libraries Leveraging the Cloud’ en dat kostte me nogal wat hoofdbrekens, vooral het woord ‘leveraging’(= een woord uit de financiële wereld met betekenis ‘investeren’, maar een ‘leverage’ kan ook een hefboomwerking betekenen. En gelet op een zinnetje uit een OCLC-rapport Libraries at Webscale “they can leverage the power of the Web” denk ik dat de titel verwijst naar die vermeende hefboomwerking.

Sinds ik in 1999 deel 2 van de trilogie ‘The information age: economy, society and culture’ van Manuel Castells las ‘The rise of the network society’ geloof ik dat de maatschappij verandert naar een netwerkmaatschappij. Een maatschappij waarbij het snijpunt van technologie, communicatie en informatie het gedrag van de mensen (individueel en als groep) bepaalt. De moderne Castells (hoewel minder sociologisch) heet James Glieck en zijn boek ‘Informatie: van tamtam tot internet’. Een van de conclusie van een project dat ik in de jaren negentig gedaan heb, was dat de technologie helaas nog niet zoveel mogelijkheden tot echt virtuele samenwerking te bieden had. Dus een ‘de-centered networked library’ als waar Frick het gisteren over had zat er toen nog niet in.

Inmiddels heeft onze netwerkmaatschappij met diensten als Email, Facebook en Dropbox al veel meer gestalte gekregen en daar komt dan nog de ‘cloud’ bij: softwarediensten waarbij je niet alleen de inhoud op het netwerk plaats maar waar ook de software zelf op het netwerk blijft en waar je met samenwerking en interactie je gegevens nog kunt verrijken. Of zoals Lorcan Dempsey (voorzitter van deze Ticer) het zei: hoe kun je de ‘cloud’ gebruiken om te balanceren tussen je locale resources en wereldwijde samenwerking.
De eerste spreker Jola Prinsen van de Universiteit van Tilburg(UvT) brengt het onderwerp meteen op ‘discovery services’ en zelfs beyond. Ik begin te begrijpen dat ‘discovery services‘ slechts een begin van de ‘discovery’ zijn en dat er nog een hele range aan webdiensten (webscale management) achter kan liggen. Voor mijn begrip van discovery-services zie een eerdere weblog
De UvT is met OCLC een project gestart voor de implementering van de discovery service Worldcat Local en daarbovenop de WorldShare Management Services (WMS)-diensten. Binnen de bibliotheek van de UvT was nogal waren nogal wat eigen binnenshuis gemaakte IT-systemen in gebruik. Door over te stappen op standaard software pakketten hoopt men de noodzakelijk specifieke IT programmeercapaciteit te kunnen reduceren en vrnl. uit te besteden. Omdat de huidige systemen al redelijk verouderd zijn, is het moment gekomen om een grote stap te maken in de richting van een andere efficiënter en makkelijker te onderhouden systeem. Uiteraard moest het passen in het kader van de personele reorganisatie en bezuinigingen. Er zou een integratie moeten zijn met discovery-, uitleen-, personeel- en financiële systemen, en management- informatie. De eerste fase, de implementatie van WorldcatLocal is gerealiseerd, maar wat betreft de overige Worldshare WMS systemen daar liggen nog een aantal problemen om op te lossen. Jola verklaarde nadrukkelijk dat zij als een soort Nederlands ‘proefkonijn’ fungeerde en nog steeds is. Tilburg wil ook zeker dat andere Nederlandse bibliotheken het uiteindelijk systeem zullen kunnen gaan gebruiken. Dat werd ook wel gewaardeerd bleek uit de discussie achteraf, waarbij nogal andere UB’s te kennen gaven ook al stappen te hebben gezet in die richting. Gereed is het niet, maar wanneer is een systeem ooit gereed?

Van Tilburg naar de Universiteitsbibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven. Jo Rademakers vertelde over zijn project van wat hij noemt ‘Unifying Resource Management’ Hij beschrijft een soortgelijk project als Jola, maar dan met Ex Libris als partner. Doel is een integratie van back-offices processen, bezuinigen, samenwerking, en service-oriented architecture. Zo ontstaat uiteindelijk ALMA: the next-generation library services framework.
Rademakers wil ook niet-bibliotheek bronnen niet uitsluiten als onderdeel van zijn ALMA-systeem en dan begint het al weer aardig op het new librarianship te lijken. Maar ook in Leuven zijn ze nog niet gereed en volop in beweging.

Na de lunch in deze ‘technologiesessie’ nog 2 sprekers de eerste (Voss) over data en de tweede (vdSompel) over synchroniseren van data.
Jakob Voss komt in zijn presentatie over Libraries in a data-centered world meteen al met een aantal radicale stellingen:
“The cloud = bullshit,……… software on the web remains just software and any software is inherently complex and becomes obsolete”
“All content will be digital”
Vooral met die laatste stelling hadden, ook later in pauzes, sommige deelnemers het echt wel moeilijk. Maar ik onderschrijf het wel: uiteindelijk zal alles digitaal worden.
Data verhoudt zich tot applicaties als wijn tot vis: bij rijpheid wordt de eerste (data) steeds beter en de tweede (vis) verrot en verdwijnt.
Voss heeft een aardige presentatie en hij brengt het ook erg leuk (beetje onderkoeld). Hij geeft nog 2 belangrijke adviezen:
“Don’t mess with data as facts or as observations, but treat them as documents, like other (digital) publications”
Als bibliotheken beperken we ons allang niet meer tot boeken, maar we moeten nog veel verder kijken, niet alleen naar andere media, maar ook naar data en andere data (een zebra in een dierentuin is ook een document). Ook hier komt Lankes ‘new librarianship’om de hoek kijken: link diverse gegevens in een verrijkte context.
En ook een notie van openheid, die zelfs zo ver gaat dat hij data als waardeloos beschouwd als je het niet kunt annoteren: “eResource fallacy: data that cannot be copied or modified is lost”.
De taken van de bibliotheek zijn : collect, arrange, make available en dat in de breedste zin van het woord. De taak komt aan bibliotheken omdat zij de perceptie hebben van vertrouwen, neutraliteit en volharding. Begin gewoon zegt hij, begin met te collectioneren (blogs, website, data repositories, preservation, exchange) zorg voor open toegankelijke data die geannoteerd kan worden.

Een tot slot van deze dag geeft Herbert van de Sompel een tamelijk technische uitleg over een manier om een geautomatiseerde back-up te maken van bestanden. Bijvoorbeeld de mirrorsite van Wikipedia, die moeten om de zoveel tijd gesynchroniseerd worden. Tot nu toe zijn daarvoor handmatige oplossingen bedacht, maar dat moet beter kunnen, dachten van de Sompel en zijn maatjes. En zij ontwierpen een systeem, gebaseerd op URIs (uniform resource identifier) met de veelgebruikte software sitemaps.org en met een xml-codering die je flexibel in kunt stellen en die na de basis synchronisatie, incrementele synchronisaties verzorgt op basis van een verstreken periode met een controle mechanisme. Ze maken ook gebruik van XMM PubSUB-server (nooit van gehoord, maar is wel interessant ook: http://xmpp.org/about-xmpp/technology-overview/pubsub/) Zij gebruiken mementoweb.org, dat het web archiveert, voor het herstellen van eventueel mislukte synchronisaties. Het werkdocument is gepubliceerd in openarchives.
En volgens hem is harvesten via OA-PMH achterhaald. In de begintijd zei hij, was er niets anders, maar nu zouden we het oplossen door te taggen.

23 aug. 2012

Ticer 2012 Onderzoeksdata en samenwerking

Marc van de Berg, directeur van de afdeling Bibliotheek en IT diensten van de Universiteit van Tilburg en in die hoedanigheid dus ook directeur van Ticer, geeft een overzicht van de waterval aan rapporten over onderzoeksdata. Een literatuurlijst is te vinden op de Ticer site en op zijn presentatie op Slideshare.

Als lid van het Onderzoeksdataforum van Surf ben ik bij de presentatie van meeste rapporten van Surf geweest en heb de anderen ook opgemerkt en vaak zelfs gelezen. Marc heeft in zijn presentatie een mooi plaatje van al die rapporten, dat alles zegt. Het zegt ook hoe zeer de interesse voor onderzoeksdata leeft en hoe overal mensen proberen om orde in die chaos (= hoeveelheid, = verscheidenheid, = meningen) te brengen. Bij de meeste wordt wel gesproken over een rol voor de bibliotheek, behalve bij de laatste: het rapport van de Royal Society “Science as an open Enterprise”
Dat geeft een aantal aanbevelingen zoals (die ook heel veel in de andere rapporten worden genoemd): • Data moet niet beschouwd worden als een private aangelegenheid • Een onderzoeker moet credits krijgen voor data • Er moeten standaarden worden gedefinieerd; • Het bewaren van data moet geen verordonering van bovenaf zijn • Er moeten data scientist worden opgeleid • Er moeten software tools voorhanden komen Marc is lid van de LIBER werkgroep Research data management. Deze werkgroep heeft om de stand van zaken en de problemen te inventariseren een aantal workshops gehouden, op de laatste hebben zij de te nemen stappen geprioriteerd. In een tamelijk flauwe acties moesten (op papier!!!) als exercitie de stappen prioriteren. Enfin er kwam verder niets uit, en het staat ook niet op de website. Dus we wachten wel af. (de aanbevelingen staan wel in de ppt van Marc).
Voor een link- en literatuuroverzicht naar research data managementrapporten aanbevolen.

Tijdens de thee hoorde ik van een Engelse dat de beroemde DCC Lifecycle Model niet zo stimuleren is als menigeen denkt, het schrikt onderzoekers zelfs af.

Als laatste spreker kwam Rachel Frick aan het woord met haar presentatie over Boundless opportunities: the impact van cloud-based services. De mogelijkheden die ze wil bespreken zijn die van de ‘distributed services’ (gedecentraliseerd samenwerken, de collecties (ook onderzoeksdata behoort daar om bij) en expertise (bezinning op rol van bibliothecaris). Ze spreekt over ‘ macrosolutions’ , oplossingen die je door samenwerking en netwerken en door schaalvergroting makkelijker kunt oplossen. Zo kan er een collaboration continuum ontstaan.
Ze noemt als voorbeeld de Hathi Trust, een samenwerking van bibliotheken die collecties gingen digitaliseren via Google, waarvan 30 % vrij van copyright is. Maar ook over bijv. de Hertitage Library (biodiversiteitsboeken) Haar organisatie (CLIR, Council for Library and Information Resources) heeft een boek uitgegeven over Research Data en de problemen daaromheen The Problem of Data. Op veel universiteiten in USA ontstaan data curation centers+ research centers die onderzoekers ondersteunen. De bibliotheken moeten daar met het oog op data/collectievorming ook deel in nemen als potential distributed data stores. Want de manier van wetenschappelijk publiceren gaat veranderen zegt ze :” datapapers will eclips the journal article” . Uiteindelijk zullen datapublicaties het gaan winnen.
En waar leidt dit alles toe: tot de “de-centered networked library”. Voorheen noemden we dat een ‘virtuele bibliotheek’, maar het klinkt mooi en het bijbehorende plaatje is geweldig. Nu zijn ook de technische mogelijkheden zover dat het zou kunnen slagen, dat was zo’n 10-15 jaar geleden niet zo. De mogelijkheden zijn inderdaad (bijna) onbegrensd: in de cloud is sociale innovatie volgens het constellation model mogelijk. Of om met Simon Mainwairing te spreken:’In future brands are no longer places you visit, but people you meet down the road”. Meer over het constellation model of collaborative social change in artikel van Tonya Surman.

22 aug. 2012

Ticer 2012 Strategie

Maandag 20 augustus 2012 start de 15e Ticer Summer School. Ticer staat voor Tilburg Innovation center for Electronic Resources. Voor mij is het de tweede keer dat ik een Ticer meemaakt: van 26 – 31 augustus 2007 heb ik ook een summerschool meegemaakt, lees het verslag.
Deze keer zit ik in Hotel de Postelse Hoeve, in plaats van tegenover het Warande-bos tegenover het Tweestedenziekenhuis. Het is erg warm, er is geen airconditioning alleen een grote plafondventilator: Apocalypse Now:)
De Summerschool wordt geopend door Thomas Place, die slecht verstaanbaar spreekt, ik let ook niet erg op want het eerste uur ben ik bezig om de wifi aan de praat te krijgen. Het systeem is zodanig beveiligd dat het niet duidelijk is hoe je kunt inloggen: we hebben weliswaar een administratienummer en dus gebruikersnaam en wachtwoord gekregen, maar dat vergt evenzogoed nog een heel strak geregistreerde serie van toetsaanslagen voor het lukt. Daardoor heb ik waarschijnlijk ook het bericht gemist dat het diner in plaats van om 18:00 uur pas om 19:30 uur zou plaats vinden en kom ik dus anderhalf uur te vroeg in het restaurant. De zaal is vol, ik schat zo’n zestig a zeventig mensen.
De eerste dag staat ‘strategie en management’ centraal en gaat het eerst over de toekomst van de bibliotheek. Tot zover nog niet zo veel verschil met 2007. Maar de eerste presentator, David Lankes, is een inspirerend spreker, hij spreekt over over ‘ Libraries as a platform: unlocking the potential of our communities’ zie ok zijn blog

Is de missie/visie van een bibliotheek hetzelfde als die van een bibliothecaris? NEEN, zegt hij, daar zit hem al het verschil. Als bibliothecaris heb je een missie – je wilt kennis overdragen, die toegankelijk maken op een open en natuurlijke manier en daarvoor alle mogelijke middelen inzetten. Voor een instituten gelden andere waarden. Lankes voorziet in een 'new librarianship' (heeft daarover ook een Atlas gepubliceerd met een toekomst voor de catalogus. De catalogus kan in een gekoppeld systeem allerlei zaken bevatten zoals evenementen, profielen, content, bibliografische data, en links. Dan kun je een holistisch systeem aanbieden. Lankes noemt dat : "Facilitated knowledge creation in community around the library". En ja, zegt hij het zijn juist de bibliothecarissen die dat moeten doen want zij hebben de juiste mix van missie( kennis delen), waarden (open) en dienstverlening(infra) en dat is wat definieert een bibliothecaris. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, zeker wanneer hij nodig afsluit met een poster met ‘Be radical’. [In wezen is librarianship een radicaal beroep, omdat je altijd aan het veranderen bent].

Lankes nieuwe ideeën en frisse brille steken wat af tegen het volgende verhaal. Norbert Lossau geeft overzicht van 10 jaar Open Access van de Berlin Declaration tot PEER Project en Duitse OA-site . Dan zie je wat 10 jaar strijd doet met een onderwerp: als discussiepunt en in het bewustzijn van bijna alle stakeholders leeft het begrip Open Access wel, maar tegelijkertijd is het van een radicale beweging omgevormd en geïncorporeerd door de bureaucratie. Lossau laat dan ook een waterval horen van afkortingen: EU-projecten, PEER en COAR en OpenAire. Van overheden, universiteiten, uitgevers en financiers, alle hebben een zegje over Open Access. Recentelijk weer is in het eindrapport van PEER komen vast te staan dat green OA (zelf-archivering van manuscript) geen negatieve betekenis heeft voor verkoop en ook recentelijk is weer berekend dat als iedereen mee zou doen en we voor gemiddeld 1000-1500 Euro zouden betalen per publicatie, we nog goedkoper uit zouden zijn dan met het huidige licentie-systeem.
Naast me zit Herbert van de Sompel en moppert: OA is mislukt, we wilden dit helemaal niet zo, in commissies en met reeds gepubliceerde artikelen, we wilden ruwe data publiceren en dat dan in concurrentie aanbieden aan uitgevers. Lossau zelf, heeft ook een eigen wikipediapagina .
Open Access is geen doel op zich en moet gezien worden in het groter geheel van de eScience ResearchInfrastructures. Hij heeft in Liber Quarterley een overzichtsartikel geschreven over onderzoeksinfrastructuren. Daarin beschrijft hij ook de zogenoemde 'scientific data factories' die moeten zorgen voor federatief (geïntegreerd zoeken voor alle materialen) OA voor online resources. Al vanaf de Berlin Declaratie was onderzoeksdata en aanvullende materialen onderdeel van OA, niet alleen publicaties. Lossau’s boodschap is dat we in gesprek moeten blijven met uitgevers, financiers en auteurs.