28 dec. 2009

Bezoek Teylers Museum Bibliotheek

Zondag 27 december 2009 heb ik een bezoek gebracht aan de historische museumbibliotheek van Teylers museum in Haarlem.
Het werd voorgesteld op twitter en we hadden afgesproken met een aantal tweeps (m.i. geheel conform de wens van de koningin om van virtuele contacten ook persoonlijke contacten te maken.Wij waren ruim op tijd en konden een kaartje bemachtigen voor de rondleiding, de andere gingen met een ingelaste rondleiding op een later tijdstip. De rondleiding werd verzorgd door Marijn van Hoorn, bibliothecaris en conservator van de bibliotheek.

Teylers Museum is het oudste museum van Nederland en gestart als een collectie curiosa uit kunst en wetenschap in 1784 en vernoemd naar Pieter Teyler, zakenman en bankier. Het heeft een unieke collectie fossielen en mineralen opgesteld in fascinerende negentiende-eeuwse tafelvitrines. Maar ook een prachtige collectie natuurkundige instrumenten: telescopen, sextanten en elektriseermachines, en schilderijen. Een museum voor elk wat wils.
In de 18e en 19e eeuw werd er ook aandacht besteed aan het opbouwen van een natuurhistorische boekencollectie.
Het oudste boek dateert uit 1485 - Bartholomeus Anglicus, De proprietatibus rerum- en verkeert nog in goede staat (buiten dat het in een te krappe 19e-eeuwse band is gestoken). De collectie is in 1986 afgesloten. De belangrijkste boeken uit de 18e en 19e eeuw zijn samengevat in een gedrukte catalogus. Voor eigen gebruik is er ook een Adlib digitale catalogus beschikbaar.


“De in 1826 gebouwde Bibliotheek bevat een historische collectie 18de- en 19de-eeuwse natuurhistorische boeken en tijdschriften…. De uitgaven op het gebied van de systematische plant- en dierkunde, dikwijls voorzien van schitterende handgekleurde illustraties, vormen een unieke groep, die nog steeds wetenschappelijke betekenis heeft. Daarnaast bevat de Bibliotheek fraaie atlassen (Blaeu, Ottens, enz.), een belangrijke groep achttiende- en negentiende-eeuwse reisverslagen met natuurhistorische achtergrond (Cook, Von Humboldt, Von Wied, enz.) en een kleinere sectie Griekse en Latijnse auteurs, onder wie de Kerkvaders."


We mochten de oude bibliotheek zien, waar een aantal oude boeken ten toongesteld lagen. De rest van de boeken is in de bibliotheek, maar ook in de diverse opslagruimtes (bijv. in de hoeken van de Ovale Zaal) en in de nieuwbouw te vinden. De conservator vertelde aan de hand van de boeken iets over de geschiedenis van de boeken, de illustraties (van handgetekende illustraties tot en met vroege fotografie). En ook was er het verhaal over de aantasting van de boeken doordat eind 18e en 19e eeuw een slechte kwaliteit papier werd gebruikt, waardoor nu verzuring optreedt. Diverse boeken hadden ook last van zogenoemde inktvraat, waarbij de chemicaliën uit de inkt het papier aantasten. Een bekend verschijnsel waarvoor het metamorfoze programma van de KB is opgericht.
Ook Teylers museumbibliotheek is bezig met het digitaliseren van de collectie. Daar is op dit moment nog niets van te zien, maar binnenkort hopen ze, in samenwerking met enkele andere musea een website te lanceren over vogels. Een aantal oude boeken zal daarin dan in gedigitaliseerde vorm getoond worden.
Op afspraak kan iedereen de bibliotheek bezoeken en de boeken raadplegen. Er zijn behoorlijk wat unieke exemplaren in de collectie of boeken waarvan er maar enkele zijn op de gehele wereld. De boeken worden in wisselende tentoonstellingen gepresenteerd in het Boekenkabinet in het museum. Op dit moment is er een tentoonstelling Darwin vertaald! Te zien.
Het was een leuke en leerzame middag en met verbazing keken we naar de bezoekersaantallen in dit museum! Ook was het leuk om medetwitteraars te ontmoeten.



15 dec. 2009

Bijeenkomst Advanced Services for Researchers

SURFfoundation wil u graag uitnodigen om op vrijdagmiddag 11 december deel te nemen aan een interactieve sessie waar gezamenlijk wordt gewerkt aan een “artist impression” van een geavanceerde dienst met een hoog gebruikspotentiaal voor de Nederlandse onderzoeker op basis van de huidige repository infrastructuur.
De middag bestaat uit twee delen, het eerste deel zijn er sprekers die vertellen over concrete cases van de state of art op het gebied van repository Infrastructuur, information retrieval en het semantic-web, het tweede gedeelte wordt er met de opgedane inspiratie gezamenlijk gewerkt aan een “artist impression” van een dienst die van nut is voor de wetenschapper.


Dat was de uitnodiging die ik ontving om deel te nemen aan de bijeenkomst Advanced Services for Researchers (ASR). Het bleek uiteindelijk te gaan om een vervolg op het project over “Verrijkte Publicaties”, wat eerder bij Surf in het kader van Surfshare had gelopen en waarover een rapportage is verschenen.
Een “Verrijkte Publicatie”(Enhanced Publication in het Engels) is een publicatie waar andere materialen, beeld, video, ruwe data is toegevoegd.
Het bleek uiteindelijk allemaal te draaien om het idee om meer modulair de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te presenteren.
Eerder in deze weblog heb ik het voorstel van Joost Kircz voor modulair publiceren al eens aangehaald. Die werd ook genoemd in de Dies rede “Web & Wetenschap” die keynote-spreker Frank van Harmelen uitsprak over het semantisch web. Hij heeft het over RDF(Resource Description Framework): de wereld bestaat uit dingen en alles wat we doen is praten over relaties tussen dingen . Abstracte informatie (geen link) maar graph, achter den URI (het webadres) staat informatie, meervormig over dat ding. Die graph kan overal info over het ding (voorbeeld over Frank) vandaan halen en dat presenteren.
Als datasets in RDF kunnen worden getoond dan kan dat in een meervormige 'graph' worden weergegeven dus geen eenduidige webpagina. Als alle dingen als RDF wordt aangeduid krijg je dus URI van dat ding. Vandaaruit verder clouden, zo kan computer doorschakelen naar een Web of Data, een Linked Open Data Cloud. Types for subjects & objects & predicates noteren in het RDF schema,is eenvoudig. Een comlexere taal is OWL, description logic waarin je alles kunt vastleggen wat niet in RDF zelf kan.

Van Harmelen verwijst naar de open source semantic plugin voor Word waarover hij zelf eerder blogde als interface voor RDF.

Je moet ook niet proberen, zegt hij, van te voren alles op te lossen en tot een gemeenschappelijk vocabulaire te komen.


Vervolgens wordt er gesproken over het project Expert Finder. Hierbij is de identifier voor de auteur belangrijk. Er is getest met een systeem in Tilburg (Webwijs) en UvA (EARS entity and Association Retrieval System, een open source software).
Ook de Rijke zegt: “Je moet leren leven met ambiguïteit, context bepaald en niet zozeer vocabulaire”.
Victor van Tol over Teezir het Surfshare demo model van de Expert Finder. Teezir heeft ook Reviewer Finder van Elsevier gebouwd en demonstreerde irl de SURF Expert Finder.
Als een soort intermezzo vertelde de man van Gridline over hun taalserver, waarmee ze bijv. projecten als Klinkende Taal, schrijfhulp voor ambtenaren inzetten.

En als sluitstuk van de presentaties presenteert Jan Velterop, woordvoerder van Concept Web Alliance, de conceptwiki. Concepten zijn in principe taalonafhankelijk, ook RDF dus. Hij spreekt over het publiceren in triples, nanopublicaties, triples zijn geannoteerde nanopublicaties. Teksten, nanopublicaties kunnen ook verrijkt worden met commentaren en opmerkingen, links. Eerder al las ik van hem hierover in ResearchEurope, over de noodzaak om wetenschap rechtstreeks in computer-processable formats, dus niet in woorden, te presenteren
I.p.v. woorden zou wetenschap concepts moeten gebruiken en concept-edge-concept combination is a ‘triple’
Zijn oproep om de inhoud van repositories te “De-PDF-yen”, dus ontPDFen vond wel weerklank. En daarna converteer je ze dus naar nanopublicaties.

Na de pauze werden we in groepjes opgedeeld en konden we, a.d.h. van een zelfgekozen vraag die o.i. bij de onderzoekers leeft, een oplossing, een recept proberen te bedenken. Modulair koken noemen ze dat, aldus Wowter. We hebben erg geanimeerd gesproken en de oplossing richting Conceptwiki was wel duidelijk. Daar komt zeker een vervolg op.
Verschillende groepjes hadden als urgentste probleem het maken van een systeem voor publicatielijstenbeheer, citatiescores. Combinaties van DAI’s, ResearcherID’s, ScopusID’s en dat allemaal in een gebruikersvriendelijke interface, waarbij de onderzoeker zelf mag aangeven welke publicatie van hem is en welke niet. Een leuk idee vond ik ook om een Journal Advisor te maken die onderzoekers aan de hand van criteria een suggestie geeft in welk tijdschrift ze het beste kunnen publiceren. Het voorstel om een nano reviewer te maken, laat onderzoekers makkelijk zelf stemmen op artikelen, liever nog ieder nieuwe nano-publicatie, van collegae, kreeg te meeste stemmen.

De gehele bijeenkomst is op video opgenomen en er is een LinkedIn groep om verdere vragen te bediscussiëren.


11 dec. 2009

Museum Grafische Vormgeving

Tijdens een weekendje Breda heb ik een bezoek gebracht aan het Graphic Design Museum. Het museum voor grafische vormgeving is gevestigd in een historisch pand – De Beyerd aan de Boschstraat bij de oude en inmiddels verdwenen Gasthuispoort.



In 1955 is het gebouw aangekocht door de gemeente Breda en verbouwd tot cultureel centrum. Veel oudere Bredanaars kennen De Beyerd nog uit die periode. Van 1981 tot medio 2005 fungeerde De Beyerd als centrum voor beeldende kunst, met toonaangevende tentoonstellingen op het gebied van beeldende kunst, fotografie en grafische vormgeving. De gerenommeerde architect Hans van Heeswijk, sinds 1985 huisarchitect van De Beyerd, heeft de grootschalige verbouwing gerealiseerd. Sinds 1 januari 2008 is het museum verzelfstandigd. Als stichting nationaal museum voor grafische vormgeving is het statutair gevestigd in Breda.


Al een tijdje is Breda dus het centrum voor grafische vormgeving in Nederland. Dat was helemaal nieuw voor mij.
Het huidige museum is nieuw, licht en met mooie grote open zalen opgezet.

De vaste tentoonstellingsruimte biedt een overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse vormgeving onder de titel “100 Years of Dutch Graphic Design”.
Het begint met de opkomst van de grafische vormgeving in de twintiger jaren van de vorige eeuw. Kenmerkende affichetekenaars en bekende typografen ontwierpen lettertypen en affiches, boekomslagen, folders en ander gedrukt materiaal.
Dit gedeelte van de tentoonstelling deed me erg denken aan het Bauhaus Museum in Weimar. Daar waren we 2 jaar geleden en dat heeft erg goede indruk op me gemaakt.

In de tweede zaal komen al meer typisch Nederlandse ontwerpen naar voren uit de naoorlogse periode, zoals de routewijzers van de ANWB en de NS pictogrammen. Onder een aantal trefwoorden (samenwerken, structureren en coördineren, waarderen en identificeren, communiceren en prikkelen, verleiden en verkopen en informeren en amuseren) zijn de ontwerpen gegroepeerd.
Het meest indrukwekkend vond ik de derde zaal waarin een beperkt aantal moderne projecten worden uitgebeeld. Die uitbeelding vindt plaats door middel van touchscreen tafels. Daarop zijn een aantal video’s gemonteerd van de betreffende ontwerpen die vertelt over zijn inspiratie, zijn idee en het uiteindelijke resultaten. Heel verschillende projecten zoals de restylen van Het Parool en die van de Politie, het ontwerpen van een opera-affiche, het ontwerp van een computerletter Beowulf. Erg mooi en informatief gedaan.
Ook indrukwekkend vond ik de affichewand, waarbij een elke dag een wisselende collectie – door systeem op basis van typografisch filter uitgekozen – affiches, nieuwsberichten e.d. op de muur worden geprojecteerd.

De speciale tentoonstelling betreft de Dutchdesigner Database en geeft een historisch overzicht van de ontwikkeling van het vak van grafische vormgeving. Met als uiteindelijke presentatie de Designer database, die tijdens de tentoonstelling nog wordt aangevuld.
Via www.dutchdesigndatabase.com kan iedere ontwerper werk uploaden. Op deze manier wil de tentoonstelling ook bijdragen aan de discussie over de digitale conservering van het grafisch erfgoed en de conservering van digitaal grafisch werk.

En zo is de Dutch Designer Database een mooi initiatief voor het data-archivering binnen een bepaald vakgebied. Erg mooi gedaan.

Een aanbeveling dit museum!

1 dec. 2009

Heeft Peer review nog toekomst?

KNAW-themabijeenkomst “Heeft peer review nog toekomst?”
Robbert Dijkgraaf, voorzitter van de KNAW opent de druk bezochte bijeenkomst op maandagmiddag 30 november, met een volmondig JA. Immers zo’n retorische vraag wordt altijd met ja beantwoord.

In 40 tweets heb ik de bijeenkomst in real time verslagen met als hashtag #peer09.

Iedereen was het eigenlijk wel eens over het belang van peer review voor de kwaliteit van onderzoek, althans het belang van onafhankelijk toetsing. Waarom dan toch zo’n bijeenkomst? Vanwege de snelle groei van de kennisproductie, de toenemende academische competitie, en economisch en politieke druk.
Wat peer review is kunnen we nalezen in Wikipedia:

“is the process of subjecting an author's scholarly work, research, or ideas to the scrutiny of others who are experts in the same field”


Volgens Borst zijn er maar 3 vragen belangrijk voor wetenschappelijk peer review:
- is t waar,
- is t nieuw,
- stelt te wat voor
Blockmans spreekt over het vele evalueren: “The audit society” en over “The over-assessed academic". Er is veel kritiek en weerstand tegen al die metingen en evaluaties. En in de sociale wetenschappen en humaniora is er weinig vertrouwen in citatie-indexen en impactfactoren. De publicatiecultuur is volgens hem “under-valued”en hij noemt taal, interdisciplinariteit, tijd (kwaliteit heeft tijd nodig) als breekpunten.

Matthew effect: advantages of scale and reputation. Die term kende ik niet voor de evaluatie van wetenschappelijk onderzoek, maar behelst het effect dat ‘de duivel altijd op de grote hoop schijt’, ofwel ‘rijken worden rijker, armen worden armer’.

De volgende spreker, Peter Nijkamp, had in zijn hoedanigheid als voorzitter van de EuroHORCS al eens een internationaal congres in Praag georganiseerd over peer review in het kader van ESF.
Daar is ook een rapport van: European Science Foundation: Peer review – Its present and future state, Prague, 12-13 October 2006. Conference report.
ESF, Strasbourg, March 2007. Wel opmerkelijk is dat er meermalen gezegd werd dat er zo weinig onderzoek over peer review zelf gedaan werd, terwijl er toch een aanzienlijke hoeveelheid literatuur over te vinden is. Het Wikipedia artikel geeft alleen al 31 referenties, maar als je in Web of Science op “Peer review” zoekt en vervolgens verfijnd naar Library & Information Science dan krijg je nog 383 citaties. Dat werd later ook bevestigd door een medewerker van het Rathenau instituut, die zelf onderzoek doet naar evaluatiesystemen voor de wetenschap, en die zelf ook een ruime hoeveelheid literatuur had gevonden over peer review. De hele bijeenkomst ademde ook een sfeer van discussie op grond van ervaring en niet zozeer op grond van kennis.


Nijkamp beschouwt het peer review systeem als superieur, maar er zitten wel haken en ogen aan. Als valkuilen noemt hij: verscheidenheid, matige herkenning van innovatie, disciplinaire focus en het ‘individual optimum’. Hij heeft 10 stelling opgeschreven, bedoeld als aanzet voor discussie. Kort opgesomd gaat het over:
- Internationale benchmark analyse is noodzakelijk
- Beoordeling door erkende internationale experts,
- Rationele gronden
- Schaarste aan experts (en hun tijd),
- Vraagt om stroomlijning en grotere efficiency,
- Richtlijnen zijn daarbij nodig, misschien zelf een ‘startbewijs’ voordat je iets mag indienen
- Pas als iedereen in een lingua franca publiceert, kun je kwaliteit vergelijken,
-Publiceren moet daarom in peer reviewed journals,
- Met max 4 auteurs, anders wordt het moeilijk om werk toe te schrijven aan de individuele onderzoeker afzonderlijk
- Open Access is geen wetenschappelijk, maar een economisch onderwerp.
Hij bepleit de inrichting van een internationaal centrum voor scientifc review, waarbij aandacht moet worden gegeven aan richtlijnen en training.

Fiona Godlee, redacteur van BMJ, vertelt vervolgens over de praktijken bij BMJ. Peer review heeft volgens haar 3 doelen: selectie, improve, malfeasance voorkomen.
Peer Review en samenwerking van uitgevers kan fraude, plagiaat e.d. voorkomen met bijv. CrossCheck, en daar geeft ze een aantal aardig voorbeelden bij. Bijvoorbeeld hoe een door BMJ afgewezen artikel wel in een ander tijdschrift werd gepubliceerd, maar later toch moest worden teruggetrokken, maar inmiddels al wel volop werd/wordt geciteerd. Zij pleit voor real time open peer review (in combinatie open access). Verandering gaat langzaam, zegt Godlee, en de wetenschappelijke wereld is tamelijk conservatief. De shift naar online is de belangrijkste verandering geweest.

Stoof probeert de relatie te vinden tussen krappe onderzoekbudgetten en de uitstekende prestaties van het Nederlandse onderzoek. Hij heeft het over de evaluatie van de onderzoeksgroepen zoals in het SEP wordt aangegeven. Waarbij z.i. de peer review visits veel te veel werk met zich meebrengen.

Als laatste spreker een vertegenwoordiger van de jonge onderzoekers Marjolein van Asselt. Zij heeft de vraag voorgelegd aan leden van De Jonge Academie(DJA) en uit de antwoorden haar presentatie samengesteld. Zij pleit voor ‘reviewers ethics’, een soort gedragscode voor reviewers, voor het geven van credits voor goede reviews, en voor een snelle afhandeling van de review-procedure. DJA heeft ook vraag naar goede supervisie, waardoor het beter en makkelijker is om een manuscript gepubliceerd te krijgen.

Na de pauze worden er workshops georganiseerd, waarbij het de bedoeling is over een onderwerp te discussiëren.Ik volg de workshop Wetenschappelijke Publicaties olv Prof v.d. Vorst, zelf “Highly cited”, schreef een artikel over hoe je een veelgeciteerd artikel moet schrijven. Ik heb ook een vraag ingestuurd voor de workshop

:”Kunnen we een systeem organiseren waarbij een publicatie snel online gepubliceerd kan worden. Liefst zonder tussenkomst van commerciële uitgevers, waarbij de peer review online en transparant plaats vindt. In andere woorden: hoe kunnen we peer review loskoppelen van commercie?”

Die vraag kwam wel aan de orde: laat de wetenschappers het peer review in eigen hand nemen en daar desnoods de uitgevers voor inhuren. Aanwezige uitgevers (o.m. Elsevier) vonden dat niks en de aanwezige onderzoekers keken een beetje glazig. Een deelnemer stelt dat het review-systeem is gebaseerd op schaarste van publikatieplaatsen, maar dat dat nu niet meer nodig is. Hij stelt voor: eerst publiceren dan reviewen, maar krijgt daar helemaal geen bijval voor. In een andere workshop wordt wel de oprichting van publicatieplatforms besproken: korte monitoring vooraf, online publiceren en achteraf reviewen. Maar men zag toch ernstige bezwaren in de beheersbaarheid van zo’n systeem. Het levendigst is de discussie over de opheffing van de anonimiteit van de reviewer. De meningen zijn daarover verdeeld, maar de meerderheid is wel van mening dat er meer waardering/zichtbaarheid aan het werk als reviewer moet worden toegekend.
Wat betreft het reviewen van grant applications dat is van een heel andere categorie dan die voor tijdschriftartikelen. Omdat Nederland zo klein is en iedereen elkaar kent wordt er voorgesteld om uitsluitend internationale experts te laten oordelen, of ook een mooi idee: je selecteert de echte toponderzoekers en de hele slechte eruit en voor de rest hou je een loterij!

Uitkomst van de bijeenkomst in steekwoorden:
- Kwaliteit van proces en reviewers
- Transparantie, waardering van inzet
- Belang van educatie en training
- Ethische code reviewers

Er komt een rapportage van de ideeën uit de peer review bijeenkomst en naar internationaal forum gezet