15 dec. 2009

Bijeenkomst Advanced Services for Researchers

SURFfoundation wil u graag uitnodigen om op vrijdagmiddag 11 december deel te nemen aan een interactieve sessie waar gezamenlijk wordt gewerkt aan een “artist impression” van een geavanceerde dienst met een hoog gebruikspotentiaal voor de Nederlandse onderzoeker op basis van de huidige repository infrastructuur.
De middag bestaat uit twee delen, het eerste deel zijn er sprekers die vertellen over concrete cases van de state of art op het gebied van repository Infrastructuur, information retrieval en het semantic-web, het tweede gedeelte wordt er met de opgedane inspiratie gezamenlijk gewerkt aan een “artist impression” van een dienst die van nut is voor de wetenschapper.


Dat was de uitnodiging die ik ontving om deel te nemen aan de bijeenkomst Advanced Services for Researchers (ASR). Het bleek uiteindelijk te gaan om een vervolg op het project over “Verrijkte Publicaties”, wat eerder bij Surf in het kader van Surfshare had gelopen en waarover een rapportage is verschenen.
Een “Verrijkte Publicatie”(Enhanced Publication in het Engels) is een publicatie waar andere materialen, beeld, video, ruwe data is toegevoegd.
Het bleek uiteindelijk allemaal te draaien om het idee om meer modulair de resultaten van wetenschappelijk onderzoek te presenteren.
Eerder in deze weblog heb ik het voorstel van Joost Kircz voor modulair publiceren al eens aangehaald. Die werd ook genoemd in de Dies rede “Web & Wetenschap” die keynote-spreker Frank van Harmelen uitsprak over het semantisch web. Hij heeft het over RDF(Resource Description Framework): de wereld bestaat uit dingen en alles wat we doen is praten over relaties tussen dingen . Abstracte informatie (geen link) maar graph, achter den URI (het webadres) staat informatie, meervormig over dat ding. Die graph kan overal info over het ding (voorbeeld over Frank) vandaan halen en dat presenteren.
Als datasets in RDF kunnen worden getoond dan kan dat in een meervormige 'graph' worden weergegeven dus geen eenduidige webpagina. Als alle dingen als RDF wordt aangeduid krijg je dus URI van dat ding. Vandaaruit verder clouden, zo kan computer doorschakelen naar een Web of Data, een Linked Open Data Cloud. Types for subjects & objects & predicates noteren in het RDF schema,is eenvoudig. Een comlexere taal is OWL, description logic waarin je alles kunt vastleggen wat niet in RDF zelf kan.

Van Harmelen verwijst naar de open source semantic plugin voor Word waarover hij zelf eerder blogde als interface voor RDF.

Je moet ook niet proberen, zegt hij, van te voren alles op te lossen en tot een gemeenschappelijk vocabulaire te komen.


Vervolgens wordt er gesproken over het project Expert Finder. Hierbij is de identifier voor de auteur belangrijk. Er is getest met een systeem in Tilburg (Webwijs) en UvA (EARS entity and Association Retrieval System, een open source software).
Ook de Rijke zegt: “Je moet leren leven met ambigu├»teit, context bepaald en niet zozeer vocabulaire”.
Victor van Tol over Teezir het Surfshare demo model van de Expert Finder. Teezir heeft ook Reviewer Finder van Elsevier gebouwd en demonstreerde irl de SURF Expert Finder.
Als een soort intermezzo vertelde de man van Gridline over hun taalserver, waarmee ze bijv. projecten als Klinkende Taal, schrijfhulp voor ambtenaren inzetten.

En als sluitstuk van de presentaties presenteert Jan Velterop, woordvoerder van Concept Web Alliance, de conceptwiki. Concepten zijn in principe taalonafhankelijk, ook RDF dus. Hij spreekt over het publiceren in triples, nanopublicaties, triples zijn geannoteerde nanopublicaties. Teksten, nanopublicaties kunnen ook verrijkt worden met commentaren en opmerkingen, links. Eerder al las ik van hem hierover in ResearchEurope, over de noodzaak om wetenschap rechtstreeks in computer-processable formats, dus niet in woorden, te presenteren
I.p.v. woorden zou wetenschap concepts moeten gebruiken en concept-edge-concept combination is a ‘triple’
Zijn oproep om de inhoud van repositories te “De-PDF-yen”, dus ontPDFen vond wel weerklank. En daarna converteer je ze dus naar nanopublicaties.

Na de pauze werden we in groepjes opgedeeld en konden we, a.d.h. van een zelfgekozen vraag die o.i. bij de onderzoekers leeft, een oplossing, een recept proberen te bedenken. Modulair koken noemen ze dat, aldus Wowter. We hebben erg geanimeerd gesproken en de oplossing richting Conceptwiki was wel duidelijk. Daar komt zeker een vervolg op.
Verschillende groepjes hadden als urgentste probleem het maken van een systeem voor publicatielijstenbeheer, citatiescores. Combinaties van DAI’s, ResearcherID’s, ScopusID’s en dat allemaal in een gebruikersvriendelijke interface, waarbij de onderzoeker zelf mag aangeven welke publicatie van hem is en welke niet. Een leuk idee vond ik ook om een Journal Advisor te maken die onderzoekers aan de hand van criteria een suggestie geeft in welk tijdschrift ze het beste kunnen publiceren. Het voorstel om een nano reviewer te maken, laat onderzoekers makkelijk zelf stemmen op artikelen, liever nog ieder nieuwe nano-publicatie, van collegae, kreeg te meeste stemmen.

De gehele bijeenkomst is op video opgenomen en er is een LinkedIn groep om verdere vragen te bediscussi├źren.


Geen opmerkingen: