Posts tonen met het label bijeenkomsten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bijeenkomsten. Alle posts tonen

29 nov 2016

KNVI-congres 10-11-2016

Verslag KNVI-congres 10-11-2016 met als thema “Do it Yourself”

DoehetZelf
Het thema kwam terug in de diverse presentaties, waarbij de sprekers de aanwezigen in de zaal vragen stelden, die onderling bediscussieerd konden worden.
Dat leverde wel leuke reacties. Tom van Oeffelt, onderwijskundige van StoAS (Aeres) begon met het onderwerp ‘professionele identiteit’. De discussievragen aan de zaal waren onder meer:
“Wat je de essentie van uw beroep?”
“Waar blinkt u in uit?”
Altijd aardig om bij stil te staan.
En wat is identiteit: wordt vooral bepaald door stabiliteit en verhouding tot buitenwereld.  [ Lastig dus voor de gemiddelde bibliothecaris, want niet stabiel en onzekere relatie met buitenwereld ].
‘De hedendaagse prof zit niet in één frame’. Daarbij hoeft alleen maar verwezen te worden naar de fusie tussen KNVI (bibliothecarissen) met NGI-NGN (IT-ers) en SOD (archivarissen).
Ook Bianca Kramer en Jeroen Bosman kwamen aan het eind van de dag met hun Open Science presentaties tot een aantal vragen:
“Hoe belangrijk is/wordt Open Science ? Op wat voor termijn ?
Welke rol moeten bibliotheken hebben ? (volgend  of leidend?)
Hoe ver is mijn eigen organisatie ?
Wat doen andere organisaties / bibliotheken al ?
Welke aspecten van Open Science raken aan mijn rol ?”

Visualisatie
Gelukkig waren er niet alleen open vragen met discussie, maar ook reguliere presentaties en workshops, waaronder het thema ‘visualisatie’.
Michael Westenberg (Tu/e) presenteert het project CATViS: visualiseren van bibliotheekdata, een project samen met UvA en OCLC. Een van de eerste producten uit het project is een interactieve geo-visualisatie van een verzameling boektitels in een GLAMMap. 
voorbeeld van een geografische afbeelding van de locatie van 18e eeuwse filosofische boeken

Westenberg besprak in zijn presentatie ook de wat meer technische kant van de visualisaties zoals de visuele codering en clustering. Aardig is zijn verwijzing naar http://viz.wtf: visualizations that make no sense en – wel bruikbaar D3-Data-driven-documents.
Klaas Jan Mollema (Haagse Hogeschool) gaf een klassieke presentatie over wat visualisatie en infographics zijn. Bij zijn overzicht baseert hij zich op David McCandless’Information is beautiful.  Visualisaties, zegt Mollema dienen om complexe zaken inzichtelijk te maken.

Hij spoorde de aanwezigen wel aan om zelf actief te worden bijv. m.b.v. Powerbi, een gratis visualisatie-tool van Microsoft. ([Maak een infographic die laat zien hoeveel kliko’s er nodig zijn voor het afval van AH].
Daar was tijdens die dag geen tijd meer voor, maar wel hebben we nog hands-on met Rob Coers (Go-opleidingen) geoefend met Piktochart. 
De dag werd afgesloten met een keynote van Dimitri Tokmetzis (De Correspondent) over hun boek “Je hebt wel iets te verbergen’ over privacy en privacy-schendingen op internet. (zie ook een wat oudere ppt, maar nog wel actueel).


Presentaties ook op de KNVI-site.


Een leuke dag, met nieuwe gezichten, maar ook veel oude bekenden.
Helaas geen koffie buiten de officiële pauzes en ook gen bitterballen toe.

15 sep 2016

tpdl2016 - Reproducible Open Science

Na het TPDL2016 congres was er nog een eendagse workshop 'Reproducible Open Science' RepScience 2016. De presentaties zijn op de website te lezen.

De introductie was meteen al geweldig: "What is Reproducibility? The R* brouhaha (and how Research Objects can help", want Carol Globe legde helder uiteen wat Reproducibility is en wat voor problemen eraan vast zitten. Het begint al bij het woordbegrip, en daarna volgen er nog stappen in elke fase van het onderzoeksproces om tot meer reproducibility te komen 



Daarna werden er voorbeelden gegeven van diverse pogingen om de voorwaarden om onderzoeksdata herhaalbaar, beter herhaalbaar te maken, te verbeteren. 
Van het opzetten van strikte standaarden tot een poging tot het maken van een automatische rerun applicatie.
Erg boeiend onderzoek en zeker ook het lezen waard.

De tweede keynote-spreker, en tevens de enige die sprak over daadwerkelijke pogingen, was Sunje Dallmeier van CERN. In eerdere stappen was er al sprake van het linken van data aan de publicatie. 
[ Dat was overigens ook het onderwerp van een tutorial bij TPDL2013 - From preserving data to preserving research - waar ik voor het eerst over researchobjects hoorde, dit gaat daar aardig op verder]. 
Dus je archiveert niet alleen de data, maar ook de workflow en eigenlijk alle bronnen die van belang zijn bij het onderzoeksproces. 
Sunje Dallmeier beschreef hoe ze werkte om van de huidige versnipperde manier met open data, publicatie - en data repository tot één geheel te komen. 


Ze geeft ook aan dat e.e.a. niet erg gemakkelijk nog is voor de hardwerkende CERN-onderzoekers, die zich door nog meer - bureaucratische - regels moeten worstelen alvorens hun onderzoek te kunnen afronden.
Hopelijk gaan de overige onderzoekers van de workshop verder met hun onderzoek naar het makkelijker maken en betere voorwaarden scheppen voor reproductie van wetenschappelijk onderzoek. Van voorwaarden vooraf tot beloning voor replicatie-onderzoek.

Een aantal projecten gaat al iets verder met het integreren van de verschillende gegevens: onder meer het project THOR: technical and human infrastructure for open research, dat probeert Persistent Identifiers te integreren en werkt bijv. met Data Cite en ORCID.




Een ander project is het Scholix project dat probeert een platform te zijn voor link exchange, en dan met nae voor wat betreft de links tussen literatuur en data.

TPDL 2016-1 computational blending design

“Overcoming the Limits of Digital Archives" het thema van de 2016 editie van TPDL, theory and Practice of digital Libraries, deed me denken aan het thema van een workshop die ik in 2014 gevolgd heb ter gelegenheid van het verblijf van 2 fellows (Treloar en Van Sompel) bij Dans “ het wetenschappelijke archief van de toekomst".
We zijn nu 2 jaar later, maar zijn we ook al opgeschoten? De centrale vraag van die workshop was een roep om sturing en coördinatie in RDM. en inmiddels hebben we het Landelijk Coördinatiepunt RDM, dat is alvast iets en iedereen spreekt over big data en open toegang tot data ivm bijv. Textmining.
Dat was 3 jaar geleden op TPDL 2013 niet anders, maar deze tpdl’ers zijn geen gebruikers, maar onderzoekers,  dus benieuwd naar hun relaas nu hier in Hannover.

Het is de 20ste TPDL;  20 jaar geleden was ‘ digital libraries’ hot, in USA en in 1994 initieerde NSF een 'Digital Libraries'initiative  dat leidde tot Google initiatief.
In Europa begon de computervereniging Ercim  met de European Conference on Digital Libraries (Ecdl). Sinds 2011 heet het  TPDL en in 2017 wordt de bijeenkomst gehouden in Thessalonica.

"Overcoming the limits of digital archives" kun je ook begrijpen als een samengaan van de verschillende typen archiven met andere typen van bewerking. Of om een veelgebruikte benaming te gebruiken, er is sprake van 'blended computational design'
Dus verzamelingen (digital libraries) van verschillende soorten (tekst, beeld, video, muziek, data) samenbrengen en gelijkwaardig kunnen bewerken, archiveren en terugvinden.

Samengevat in een woordenwolk:

De keynote van David Bainbridge over zijn 'Greenstone Digital Library'-project, waarbij hij probeert om muziek en tekst te 'blenden' en ze een eigen verhaal te laten vertellen. Hij wist dit heel aardig te verwoorden in een verhaal dat ging over Mozart in de tegenwoordige tijd.
Waarbij, met gebruikmaking van de software Expeditee van Rob Akscyn, hij al een aardig eind op streek raakte met het samenvoegen en snel bewerken en toevoegen van muziek en tekst.
″If Aphrodite is the Goddess of Love, then let Expeditee be the Goddess of Getting Things Done!″—Rob Akscyn: Inventor of Expeditee, maar in Greenstone gaat Bainbridge verder nog met talk back opties, oversturen van bestanden, integreren van video e.d.

Tony Veale liet in zijn presentatie over Computation Creativity zien wat er allemaal niet mogelijk als je op basis van karakter analyses gegevensverzamelingen en gebruikmaking van kunstmatige intelligentie.Om een goed verhaal te kunnen vertellen heb je ook goede ingrediënten nodig en de manier om de digital libraries die je hebt op een betekenisvolle manier aan elkaar te knopen. Zijn groep gebruikt daar Twitterbots voor, die zelfs pogen humor, ironie te produceren. Lees zijn Best of Bot Worlds. 


Klaar is het wetenschappelijk archief van de toekomst nog lang niet, maar er zijn wel stappen voorwaarts en in de breedte gemaakt.

De proceedings van tpdl2016 zijn nog tot 26 gratis te downloaden: http://www.tpdl2016.org/proceedings. Daarna als Springer ebook.

10 sep 2016

TPDL 2016 - Gastheer TIB, Hannover





Hannover is een aardige stad. Het station, waar ik aankwam is overweldigend: groot, druk, heel veel winkels op twee lagen. Verder is de stad erg groen, met stadsparken, een stadsbos en zelfs een compleet meer in de stad (op de foto overigens de vijver bij het conferentiecentrum) . Mijn hotelkamer is op de 11e verdieping en dat geeft een aardig overzicht over de stad. 





Hannover is de stad van Leibniz: Gottfied Wilhelm Leibniz, filosoof en allround geleerde, die 400 jaar geleden stierf. – Bekend van de uitvinding van de eerste rekenmachine en de differentiaalberekeningen. Zijn beeltenis en naam zijn alom tegenwoordig. Interessant ook zijn beeltenis en uitspraak (zeker met het oog op de huidige politiek immigrantengerelateerde verkiezingen) : Éinheid in der Vielheit: unitas in multitudine”


Ook het openbaar vervoer is goed geregeld met bussen en trams. Het enige probleem dat ik had is met station Kröpcke, dat is zo groot met drie verdiepingen en een kruising van alle metrolijnen dat ik telkens verkeerd liep.

De conferentie begon al goed met een rondleiding in de TIB de Duitse nationale bibliotheek voor wetenschap en techniek, althans ze zijn de nationale bibliotheek op een aantal vakgebieden zoals architectuur, wiskunde en engineering. en nationaal wil dan zeggen Duits, federaal nationaal en niet alleen van de landsregering Niedersachsen - dat is de bibliotheek rond G.W.Leibnitz wel, die is meer regionaal.
De TIB is dus een nationale bibliotheek en streeft naar een volledige dekking van hun vakgebied, daarnaast doen ze ook dienst als een 'gewone'universiteitsbibliotheek voor de Leibniz-universiteit Hannover .  

TIB is ook de gastheer van deze conferentie. Naast een omvangrijke en technische nationale collectie hebben ze ook een groot AV-portal, waarin ze o.m. ook video’s hosten van Copernicus tijdschriften o.m. van het tijdschrift Soil.

TIB heeft een afdeling Research and Development. Een indrukwekkende bibliotheek.



Dit begon al goed met een portie Duits-politieke verwarring, maar werd later nog eens bevstigd in een panel waarbij gesproken werd over het beleid van de DFG (Deutsche Forschungs Gemeinschaft) om de subsidies voor de zwaartepuntbibliotheken te vervangen door een flexibele subsidie naar Fach Informations Diensten, innovatieve diensten op een bepaald vakgebied. De discussie ging om het financieren van langetermijn content vs innovatieve tools, over onderwerpsgericht bibliotheekbeleid vs vragen van onderzoekers en om samenwerking tussen die twee.
TIB zit daar ook tussen, wordt deels gefinancierd door centrale overheid en deels door de diverse deelstaten.  Is collectie-financiering wel een taak van een onderzoeksfinancier? Moet die niet veel eer het belang van de huidige onderzoeker dienen door moderne onderzoeksmethoden, in samenwerking met bibliotheken te realiseren. Probleem in Duitsland is dat er dan geen overkoepelend instituut is dat collecties, cultureel erfgoed beheerd, kan financieren.

Panel 2 ging over de vraag wat het maatschappelijk belang van bibliotheken is.
Overal worden op grote schaal bibliotheken gesloten, juist weer omdat die fianciering niet helder is. Het publiek en de politici hebben vaak een romantisch idee van bibliotheken, maar nauwelijks de harde centen over voor de instandhouding van cultureel erfenis en kennis, maar ook de selectie digitale objecten, de wegwijsfunctie in de vergaarde kennis en de open ruimte en mogelijkheden die kennis tot je te nemen. Dat mag, aldus een van de deelnemers, je niet overlaten aan de commercie.



.


29 feb 2016

Seminar Maatschappelijke impact van onderzoek inzichtelijk maken

 Seminar Maatschappelijke impact van onderzoek inzichtelijk maken

De aftrap werd gegeven door Lieke van Fastenhout met een historisch overzicht over het ontstaan van het SEP. SEP stamt uit 1993 en is nu in de 4e editie. Er zat altijd al een component ‘valorisatie’in, maar gaandeweg is dat ‘societal relevance’geworden.
Via diverse overlegorganen is ‘societal relevance’ nader onderzocht, zoals ERiC (EvaluatingResearch in Context) en SIAMPI (Social Impact Assessment Methods for research and funding instruments through the study of Productive Interactions between science and society.)
Er zijn adviesrapporten verschenen van KNAW en Rathenau, en ook OCW heeft zich in het ‘hoofdlijnenakkoord’ hierover uitgesproken. (zie ook wetenschapsvisie).
Daar is een raamwerk uitgekomen, waarbij de outputindicatoren door de universiteiten en onderzoeksinstellingen zelf gekozen kunnen worden. In dit raamwerk staat de ‘narrative’ centraal, maar die wordt ondersteund door ‘evidence’.
# In UK is overzicht van ‘effective narratives’ #

Fabian Pruisen van Zonmw sprak zeer kort en bondig over de criteria waarop subsidie wordt toegekend. Dat is n.a.v. relevantie van project dat wordt aangevraagd en niet zozeer vanwege de geconstateerde ‘societal relevance’ van het instituut. Antwoord op de vraag wat het nu eigenlijk betekent als je goed scoort op ‘societal relevance’. Niets dus!

Enige praktijkvoorbeelden volgen.
Theo Jetten van de WUR over, wat hij noemt ‘Knowledge Transfer’. Het doel is vooruitkijken op basis van verleden. Op een drietal onderwerpen moeten worden gerapporteerd:
Producten. Gebruik. Erkenning en dat zowel wetenschappelijk en maatschappelijk.
In 2015 zijn een aantal groepen op deze manier geëvalueerd en zowel de uitkomsten als de ervaringen waren zeer divers. Over het algemeen bleek het een worsteling met de vraag hoe ermee om te gaan,  zowel wat betreft omvang als wat betreft relevantie.

Ook Gepke Uiterdijk van het AMC verhaalt van de worsteling met indicatoren voor societal relevance. Uiteindelijk hebben ze het sterk vereenvoudigd, zodat er uiteindelijk nog 7 indicatoren overbleven (Clinical guidelines, policy reports, books, internet patient community, societal grants/rewards, patents, use in diagnostics). Er was overigens een goede deelname, waarvoor ze wel erg hun best gedaan hebben o.m. door uitreiking van de  “AMC societal impact award”.
# over de wetenschapsagenda: Veel vragen over reeds bekende onderwerpen, dus er schort nog wat aan informatie aan bredere publiek.#

Ingeborg Meijer (nu CWTS) vertelde over een onderzoek in Lumc in 2008. Hieruit bleek een soort controversie tussen relevantie versus kwaliteit. Uiteindelijk was de conclusie: Kwaliteit =relevantie +interactie. En er werd geconcludeerd dat er géén relatie is tussen wetenschappelijke kwaliteit en maatschappelijke kwaliteit.

Ad Prins ziet ‘societal relevance’ als productieve interactie, te meten via contextuele response analyse .
De gebruikelijke systemen (zoals Pure) zijn niet geschikt, want zij zijn nog een afgeleide van wetenschappelijk onderzoek. Het bestaat uit een woekering van categorieën die precisie suggereren die niet bestaat.
Zijn betoog:
1. Relevantie kun je zichtbaar maken
2. Maatschappelijke relevantie van onderzoek ligt soms al besloten in wetenschappelijke output
3. Andere categorisering output nodig: – Sociale & Geesteswetenschappen (SSH) – “Toegepaste” wetenschappen
4. Dilemma: meer categoriën = meer last
5. Denkrichting voor aanpak: tools & simplicity

Armand Guicherit (als vertegenwoordiger van de NL Pure User Group)  over de Impact Module in Pure. Die is 9nog) niet in gebruik.  Het uitgangspunt daarbij zijn de ‘narratives’, die hoeven / moeten niet te gedetailleerd te zijn. Armand heeft als test REFnarratives uit UK geprobeerd opnieuw in te voeren in de Pure impact module.
Conclusie: Registratie in Pure kan maar:
– Lijkt in hoofdzaak afgestemd op UK REF model
– Impact kan gerelateerd worden aan andere Pure entiteiten; maar duiding is wellicht problematisch
– Niet gekeken naar requirements HORIZON 2020
– Rapportage/export mogelijkheden lijken onderontwikkeld

Bianca Kramer over hun onderzoek naar  innovatie in wetenschappelijke communicatie   en over altmetrics .  In april volgen de resultaten van de enquête naar welke tools er nu ook echt gebruikt worden. Eén van haar stellingen:  Assessment niet alleen na publicatie, maar ook tijdens.

Het Panel van sprekers zal met de zaal discussiëren over stellingen:
1) Stelling:  Maatschappelijke impact van onderzoek inzichtelijk maken is de verantwoordelijkheid onderzoekers.
- Het hoort in de opleiding, ook instelling heeft een taak hier in. Niet alleen zenden niet alle onderzoek kan meteen maatschappelijk relevant zichtbaar worden gemaakt. Ook financier vraagt erom al meteen bij aanvraag . Coördinatiepunt inrichten:) . Is Pure de best oplossing?
2) Stelling: In hoeverre is een vrije narrative de best oplossing, format per discipline?
- Er moet vrijheid van invulling blijven, maar met richtlijnen. Afhankelijk van de doelstelling van de evaluatie moet er bewijs aan ten grondslag liggen. (stelling 3 is niet behandeld wegens tijdgebrek)
4) Wie bepaalt welke indicatoren gebruikt worden.
- In principe wordt dat door de Universiteit (=sbestur-)en bepaald, maar ook beleidsmakers hebben daarin een woordje te zeggen.

Er lijkt een duidelijke behoefte te bestaan aan bruggen tussen onderzoeker en beleid.  De worsteling met indicatoren lijkt alom tegenwoordig en er klinkt een roep om vereenvoudiging. Wordt vervolgd!

1 okt 2015

Landelijk Research Data Management

NWO organiseerde op 10 september 2014 een 'landelijke bijeenkomst Datamanagement'



Waarom deze bijeenkomst: uit de uitnodiging
“ Vragen van NWO bij de voorgenomen introductie van een dataparagraaf en een datamanagementplan in subsidieaanvragen zijn onder andere:
-          * waarmee confronteert NWO onderzoekers eigenlijk als datamanagement wordt ingevoerd;
-          kunnen aanvragers voldoen aan dergelijke eisen;
-          * zijn de universiteiten, hun bibliotheken en overige data-archieven zo ver dat zij datamanagement al faciliteren?"
  Opmerkelijk is het woordgebruik: datamangement vs datastewardship en eigenaarschap van data blijkt grote vraag. Ook data in de vorm van research objecten, niet alleen digitale data, van very big data vs long tail data en de FAIR eisen aan data (Findable, Accessible Interoperable and Re-usable).
En over het Frontoffice-Backoffice model van RDNL en het model van FNU. Het is een verschil in perspectief. Mar wat in beide ontbreekt is een visie op saneren en goed governance.
NWO wil aansluiten bij de praktijk, aanmoedigen maar niet sturen. Er moet een open cultuur komen en meer samenwerking en expertisebundeling in coöperatief model.  Het is NWO, die kaders schept en RDM subsidiabel maakt. Het landschap is nog te verbrokkeld: er zijn allerlei losstaande initiatieven maar er is coördinatie nodig, een Dutch Data Governance Plan nodig.

Het verslag en de presentaties staan op de Research Data Wiki:
“ De landelijke bijeenkomst Datamanagement werd afgesloten met een plenaire sessie waarin werd nagedacht over de vervolgstappen die nodig zijn. Hieruit kwamen de volgende punten:
·         Behoefte aan meer dan samenwerking alleen, nodig is het beleggen van een regiefunctie
·         Behoefte aan een duurzaam financieringsmodel voor datamanagement
·         Behoefte aan een expertisepunt voor b.v. juridische kennis / taakverdeling obv specifieke expertises
·         Verder ontwikkelen van de geïdentificeerde competenties van onderzoekers (rol voor regieorgaan?)
·         Afstemmen van de diverse DM-talen
·         Opstellen van een gezamenlijke catalogus van nationale en internationale, publieke en private DM diensten/voorzieningen “
En dat vervolg is gekomen mede naar aanleiding van een brief die de stuurgroep SOV (Onderzoek en Valorisatie) naar SURF stuurde met het verzoek om een landelijke coördinatiepunt research data op te zetten om het research data management beleidsmatig tussen en binnen de universiteiten beter te managen. Daartoe heeft Surfsara een eerste inventarisatie (quickscan) en stappenplan (roadmap) opgesteld om te komen tot een Landelijke Coördinatiepunt Research Data Management. Niet alleen met de universiteiten ook met onderzoeksinstellingen, KNAW, NWO, TNO, RIVM e.d.
Er zijn interviews gehouden en er is een werksessie geweest, waarbij stakeholders de eerste resultaten bespraken op 21 september jl. Een gezamenlijk platform is in oprichting bij Edugroepen.