22 nov 2010

5e OnderzoeksdataForum

Jl Donderdag 81 november was al weer de 5e bijeenkomst (+1 voorbereidende) van het OnderzoeksdataForum. Over de vorige heb ik in deze weblog bericht. Maar als officieel Surf Project staat er ook informatie over op de Surffoundation site onder het kopje 'Toegang tot Onderzoeksdata'.
Recentelijk is er ook een LinkedIn Groep opgericht.

Deze keer worden een aantal onderzoeken gepresenteerd over het collectioneren van data.
Paul Rutten presenteert het onderzoek gehouden 'Data Curation in Arts and Media Research'
Rutten heeft het over het wetenschappelijk publiceren, de publicatiecultuur in de Geesteswetenschappen, die zoals hij zegt gebaseerd is op een individualistisch proces, de data wordt als particulier beschouwd.
Er wordt nog weinig tot niets gedaan aan duurzame toegankelijkheid en archivering van wetenschappelijke data, deels ook omdat de definitie, wat is nu precies die data waar het over gaat, niet helder is. Je hebt de originele onderzoeksobjecten (vaak cultureel erfgoed) en daaroverheen komt een datalaag met een eigen betekenistoevoeging.
Data-publicatie wordt niet als relevant gezien, omdat er geen aparte wetenschappelijke erkenning aan vast zit, alleen het publiceren wordt als een wetenschappelijk prestatie gezien.

Vervolgens komen Rombouts van 3TU en Tjalsma van Dans aan het woord over hun studie over 'Selecteren van data" . Het concept heb ik in de zomer becommentarieerd.
De Management-Samenvatting 'Selectie van onderzoeksdata'is door Surf omgevormd tot flyer als checklist.
Ze benadrukken nog eens dat er veel vrnl disciplinaire verschillen bestaan en dat hun onderzoek zeker geen handboek selectie is.
De redenen die zij noemen: hergebruik, verplichting ivm verificatie en/of ivm Code Wetenschapsbeoefening, historisch belang en belang van onderzoek an sich. Maar dat belang is natuurlijk lastig vooraf aan te geven, behalve als het om historische waarnemeningen gaat en dan nog weet je niet of dat van belang is/zal zijn in de toekomst. Ook noemen zij een aantal preconditions; technische voorwaarden, formaten, metadata, rechten, kosten. Uiteraard moet aan een aantal technische voorwaarden voldaan worden, maar dat is m.i. geen selectiectriterium.
Conclusies: er is geen inhoudelijke selectiebeleid voor digitale data, is het niet urgenter te zorgen voor permanente onderzoeksdata? En selectie mee tenemen in datamanagementplannen? De Forumleden hadden niet veel interesse in een vervolg hierop.

Interessante vraag is ook of er wel daadwerkelijk data hergebruikt wordt.Het Parse Insight rapport concludeert dat 70% van de onderzoekers data hergebruikt. Grote databanken worden meer gebruikt dan kleinere databases.


Vervolgens presenteert Maurits de Graaf het onderzoek 'Oganisatorische aspecten opslag en beschikbaarstelling'. Het rapport zelf is nog niet geheel gereed, maar zal binnenkort op de Surffoundaton site gepubliceerd worden.
Wat kan een onderzoeksinstelling doen?:
Beleidsdocumenten, data audits, trainingen, faciliteiten, registratie, repository.
De populariteit daarvan heeft hij onderzocht.
Is institutioneel datarepository nodig?:
Ja voor datareplicatieverplichtingen vlgs Code en tijdschriften en waar geen disciplinegerichte oplossing zijn.
Voor een data repository is minimaal 2,5 FTE nosdig!
Een data repository is nodig voor de korte termijnopslag, voor de langere termijn is een data-archief nodig.
Aanbevelingen op nationaal niveau:
- Ondersteun ontwikkeling incentives – citeermogelijkheid, datapublicatie
- Aanscherpen gedragscode
- Stimuleren oa – nwo en financiers, ws ts
- Voorkom versnippering: regierol DANS, aanpak disciplinair, internationale afstemming(e-IRG)
Aanbeveing instituuts niveau:
- Maak beleid: leg verantoordelijkheden vast
- Ondersteun: training, faciliteiten
- Breng ik kaart: audit, registratie
- Datarepository: taskforce bibl, it en onderzoeksinformatie

In zijn presentatie hoor ik dezelfde verwondering, aanzet tot begrip die ikzelf had toen ik de eerste gesprekken voerde over onderzoeksdata met onze onderzoekers in 2007. Enfin het is voor ons allemaal nog een leerproces, zoveel is wel duidelijk.
In januari volgt de presentatie van het onderzoek naar kwaliteitsbeoordeling en nog 2 andere onderzoeksdata projecten, die gneoemd zijn op de Surf site.


14 nov 2010

Bijeenkomst NVB


Vorig jaar had ik me op het NVB-congres voorbereid door me op drie onderwerpen te concentreren:
- ordening versus serendipity
- sociale media en verwording maatschappij
- imago informatieprofessional

Ook dit jaar zijn die drie onderwerpen nadrukkelijk aanwezig, hoewel het congres als ondertitel meedraagt: 'Innovatie: Hoe technologie de bibliotheek bepaalt.'

serendipity
In zijn Keynote noemt Maarten van Rossem -historicus, bekende Nederlander en boekenkoper, geen bibliotheekfan - serendipity als zijn belangrijkste bibliotheekervaring. Serendipity, het rondstruinen en dan op iets moois stuiten.

- Een collega mopperde gisteren over de onvindbaarheid van boeken in de nieuwe OB Almere, Ze noemde het 'meanderen' negatief voor serendipity -

Vanuit zijn eigen ervaring had hij slechte herinneringen aan de UB Leiden, maar in de OB kwam hij wel met als belangrijkste reden: `de min of meer chaotische uitstalling en als ontmoetingsplaats, de sociale functie `
De bezuinigingen op bibliotheken leiden onvermijdelijk tot verschraling van de collectie, vreest hij, zodat die makkelijker te digitaliseren is en in een klap online te zetten. Hij moppert wat over sociale media en over zijn ongeloof in de informatiemaatschappij. Maar mopperen is zijn handelsmerk.
Maarten plaatst elementen die hij bij bibliotheek en informatie denkt bij elkaar: boeken, meeting, serendipity, zoekfunctie, cultuur. En hij besluit met de oproep "doe maar een paar jsf-raketten minder en hou daarmee de culturele infrastructuur in stand".
En daar kan ik helemaal achterstaan.

sociale media
Er was een track 'Marketing en sociale media' maar die heb ik niet gevolgd. Wel ben ik bij gebleven via de social media en dan met name via de verschillende tweets. Er was een Twub en via de hashtag #nvb10 waren de bijeenkomsten en discussie aardig te volgen.

professie [imago informatieprofessional]
Track 2, centreerde zicht rondom de 'professie' .
In zijn openingstoespraak noemde de nieuwe voorzitter van de NVB, Michael Wessling, het vak veranderd. Ons vak is een ander vak geworden vlgs Wesseling. Daar ben ik het niet mee eens. De vorm en media zijn anders geworden, de omgeving is sterk verandert door de toepassingen van de moderne technologie en de veranderende maatschappij, maar de essentie is hetzelfde gebleven = toegang geven/faciliteren tot informatie.
Natuurlijk moet je als informatieprofessional, maar in welk vak niet, meegaan met je tijd en gebruik maken van nieuwe mogelijkheden, zo ook van de mogelijkheden die de sociale media bieden.

De innovatie ligt wat professie betreft meer in veranderende taakgebieden zoals de omgang met wetenschappelijk data. Is daarin een rol voor de informatieprofessional? Rob Grim, data librarian van de Universiteit Tilburg sprak daarover. En ook in de werkgroep Deskundigheidsbevordering van het Onderzoeksdataforum, waarvan wij beiden deel uitmaken is dat een belangrijke vraag.
Hoewel wij binnen het NIOO proberen het data management structureel een plaats te geven is echte ondersteuning bij data management toch meer een taak voor domeinspecialisten.
Tijdens het congres sprak ik onder meer met Suzanne Bakker (voorheen van de commissie bij- en nascholing van de BMI) en die concludeerde dat het vak van informatiespecialist weer terug gaat naar domeinspecialisten: vak overheerst vaardigheid.

Informatievaardigheden is ook een steeds terugkerende issue. De bibliotheek heeft, ook vlgs van Rossem trouwens, een lerende functie om mensen beter te laten zoeken. Reuser haalt daarbij een artikel aan van Van Deursen & Van Dijk waaruit blijkt dat de meeste mensen, zelfs hooggeschoolden niet verder kijken dan de 1e pagina met zoekresultaten.
Internet skills moeten ook getraind worden!
Gert Goris geeft een verslag van de UKB werkgroep Learning Spaces, waarbij de Universiteitsbibliotheek actief optreedt in het onderwijstraject, op het gebied van informatievaardigheden, leermiddelen en de digitale leeromgeving.

Bij de Erasmusuniversiteit hebben ze een ' Scriptie atelier' met modules als ' leren publiceren, maar ook met een begeleidende rol vanuit de UB. In Tilburg en Nijmegen heet het ' Scriptorium' . Het scriptie atelier van Erasmus U gaat uit van bachelor en master scriptierepository en begeleid individueel en in groepen

Het 'leren publiceren' komt terug bij het verhaal van Ben Gussinklo van de Hogeschool Utrecht over de mediatheek als uitgever / specialist open access en auteursrecht.
Mediatheek als uitgever gaat me iets te ver. "Leren publiceren" komt wellicht dichter bij mijn publicatiestrategie. Helaas is de webbased training 'leren publiceren' niet open access. 9 kerncompetenties, voorafgegaan door selfassessment
Digipub
is een kennisplatform, waarbij in overleg met onderwijs en kenniscentra onder meer wordt geexperimenteerd met het open access uitgeven vna een tijdschrift ' journal of social intervention'.

Het mooiste wordt de ' innovatie van de professie' nog wel verwoord door Arno Reuser wanneer hij zegt 'bibliotheek vergeet t, maar bibliotheekfunctie kan groeien'. Reuser roept om om het concept 'informatie' terug te eisen van het (mis)bruik door m.n. ICT. Informatie moet terug, back to basics = metadata .

Een leerzame dag, en ook erg gezellig: veel collega's gezien en gesproken (heel veel helaas niet). Draadloos internet ok, de beursvloer vond ik wat matig en helaas nog steeds niet veel stopcontacten en ook nog geen draadloze elektriciteit.



3 nov 2010

Publicatiestrategie


Op woensdag 3 november ben ik naar conferentiecentrum Woudschoten gegaan. Wat een prachtige locatie met al die herfstkleuren! Daar vond plaats de 14e bijeenkomst van de institutionele researchers in higher education DAIR.
Onder het moto "Succes verzekered!" werden leziongen, debatten en kennissessies gehouden. Een van die kennissessies mocht ik - mede - begeleiden: de kennissessie over "Nieuwe trends in wetenschappelijk publiceren: Open Access en publicatiestrategien".
Samen met mijn collega Saskia Woutersen, verantwoordelijk voor de onderdelen 'Open Access' en 'Nieuwe Publicatievormen' heb ik hierin een tweetal onderdelen gepresenteerd en wel: 'Impact Factors & Citatiescores' en 'Data Publicatie'
Als eerste een presentatie, voorafgegaan door een korte discussie aan de hand van een drietal stellingen over "publicatiestrategie, Impact Factor en Citatiescores'.



Na de pauze presenteerde ik mijn ideeen rondom datapublicatie:

19 okt 2010

Download Helper WoS

In Mozilla Firefox kan een probleempje ontstaan als de juiste download helper niet geactiveerd is.
Als je vanuit Web of Science records wilt downloaden naar Endnote wordt mestal automatisch het programma 'ResearchSoft Direct Export Helper' opgestart.
Dit programma wordt tijdens de Endnote installatie ook geinstalleerd, maar lukt dat niet dan kun je het nog afzonderlijk activeren door vanuit de map C:\Program Files\ Endnote X4 het programma Risxtd.exe op te starten.
Dan moet je nog controleren in Firefox of je de juiste toepassing gekoppeld hebt.
Kijk daarvoor onder Extra - Opties - Toepassingen en zoek naar de koppeling met het ciw = ISI Common Export Format.

Voor IE is het voldoende als je in Explorer (Verkenner) onder Extra - Mapopties - de Bestandstypen aanpast.



10 okt 2010

Presentatie Social Media In Libraries


Vrijdag 8 oktober heb ik een presentatie gehouden onder de titel "Social Media in Libraries" tijdens de 22ste ELISAD meeting.



Belangrijkste vragen die opkwamen:
- kost het niet erg veel tijd?
Ja, maar je krijgt er ook veel voor terug en wint daardoor mer.
- is het geen voorbijgaande hype?
De genoemde social media zijn zeker van voorbijgaande van ook als die verdwijnen zal de wereld nooit meer zijn zoals hij daarvoor was. En vergeet niet dat mensen meer en meer gewend raken aan het in elkaar knopen van systemen en brokken informatie, aan snelle antwoorden en aan onmiddellijk online toegankelijk.

22 sep 2010

Unique Tag zoeken in WoS

Als je een record download uit Web of Science zie je in het veld Accession Number een code staat:
ISI:000264184800005
Kijk je in het volledige record van Web of Science dan is die code nergens terug te vinden. Er is dus geen - publiek - veld met die code.

Dat is vreemd, want het lijkt een unieke toegangscode en je zou er bijv. makkelijk op moeten kunnen zoeken.
Zoeken, ook via de Advanced optie levert niets op.

In Endnote zie ik dat in het veld URL wel een link naar het full record wordt gelegd op basis van diezelfde code die in het Accession Number staat:


In de Preferences voor het URL veld lees ik wel dat de URL code voor het ISI base URL is:
http://gateway.isiknowledge.com/gateway/Gateway.cgi
Maar hoe dat eraan vast te knopen zie ik niet.

Via Endnote kan ik wel een workaround creƫereen:
- Maak een test-record dat uit WoS is gedownload.
- Tik in het veld URL
- Vul het Accession number (zonder ISI : )in achter de twee schuine strepen //
- Sluit record en open opnieuw. Nu is het een link geworden die je kunt activeren en dan kom je bij het record in WoS.

En jawel hoor je komt bij het betreffende record.

Toch maar eens aan Thomson Reuters Support vragen hoe zij dat nu gedacht hebben. Het antwoord :

The number you have been sent is actually a UT tag (Unique Tag), used as an identifier for records indexed on the Web of Science.
You can display the record for any UT, by adding it to the URL below;
http://gateway.isiknowledge.com/gateway/Gateway.cgi?&GWVersion=2&SrcAuth=CustomerName&SrcApp=CustomerName&DestLinkType=FullRecord&KeyUT=ADDUTHERE&DestApp=WOS

Dus als je die URL in de browserbalk plakt en op de plek van ADDUTHERE het nummer intikt, dan kom je bij het record.

Nu nog een makkelijke manier zien te vinden om dit te onthouden.

*
Update donderdag 23 sept 2010.
Naar aanleiding van een Tweet van Wow!ter nogmaals geprobeerd UT te zoeken in Advanced Search. En jawel hoor, het werkt nu wel.
Dus voortaan gewoon in Advanced Search :
UT=000264184800005




18 sep 2010

Lezing Frans Vera


Op dinsdagavond 7 september jl. organiseerde Elsevier de 2e H.J. Schoo lezing in de Rode Hoed in Amsterdam. Na een welkomswoord door Arendo Joustra, hoofdredacteur van het blad Elsevier en een inleiding door Simon Rozendaal, presenteerde Frans Vera zijn lezing onder de titel “Is de natuur een constructie?”.
In zijn inleiding verwees Simon Rozendaal naar de door Vera en Schoo gedeelde invloed van Jac.P.Thijsse, natuurbeschermer en –behouder van het eerste uur. Schoo, oud-hoofdredacteur van Elsevier, waarna deze lezingencyclus is genoemd, was ook een natuurbeschermer, zijns inziens was Nederland een cultuurlandschap; Schoo was tegen Ersatznatuur van de tekentafel, zoals hij dat noemde. Vera echter gelooft wel in de maakbaarheid van een stukje oorspronkelijke natuur. In Vera's proefschrift ‘Metaforen voor een wildernis: eik, hazelaar, rund en paard' in 1997 verdedigde hij het idee dat Europa van nature een parklandschap is met grote grazers

Frans Vera begint zijn presentatie met een verwijzing naar het beroemde boek over eilandevolutie van David Quammen ‘Het lied van de dodo’: de natuur als een Perzisch kleedje in stukken gesneden. Zo kun je de natuur in Europa ook zien. Ecosysteem als samenhang in Europa is verdwenen = in stukken gesneden
Het verdwijnen van de natuur begon met manipulatie van het landschap door de mens van af de steentijd. Vraag door de gehele tijdslijn aan oermensen ' wat is natuur' dan geven ze een referentiekader met de wildernis, de huidige mens is dat ijkpunt kwijt.

Soorten worden de verbeelding van de natuur, het raamwerk is niet meer natuurlijk, alles is ontgonnen. Het ijkpunt van de natuurbeschermers is dat van voor de invoering van de kunstmest, de boer is bepalend.
De natuurbeschermer van nu, en i.h.a. de mens van nu lijdt onder het syndroom van de verschuivende ijkpunten. Omdat niemand meer weet wat natuur is.
Andere visie op natuur is die van de successietheorie, ‘als je niets doet en ook vee eruit haalt, wordt alles vanzelf natuur’, zo wordt het gesloten bos het ijkpunt. Iedereen wordt verdraagzaam voor het kruipende verlies aan natuur en emotioneel omdat het een waarde vertegenwoordigd. Het bos wordt daardoor een enorm emotioneel obstakel.

Maar zie de oude meesters schilderden geen gesloten bos, maar veel.
Alle dieren, planteneters, eten wat anders, daardoor zijn er meer kansen voor vernieuwing en ontstaat een enorm soortenrijk, afwisselend parklandschap
In de Oostvaardersplassen lieten de grauwe ganzen zien dat zij de begroeiing konden sturen en daarmee ook de wisselende waterstand. Ganzen eten riet in het moeras tijdens de rui, maar daarna voornamelijk gras. Zo ontstond het idee om grote grazers in te zetten ter vervanging van oerrunderen en tarpans. Verschillende en jaarrond begrazing levert gevarieerde mogelijkheden.
De draagkracht van een natuurgebied bepaalt het aantal dieren dat na de winter overleefd.
Er is een relatie tussen vet en vruchtbaarheid. De natuur = voedsel reguleert aantallen. En die kunnen sterk variƫren.

Bosweidetheorie: Wilde grote planteneters zorgen voor het voortbestaan van de natuur, niet alles wordt kaal gevreten want doornstruiken beschermen de bomen.
Met referentie aan de psycholoog Daniel Kahneman, loss aversion theory, vertelt Vera over de reactie op het Plan Ooievaar, het doorsteken van de zomerdijken zodat de uiterwaarden van de Rijn weer kunnen overstromen bij hoog water. Vooraf werd voornamelijk ontkennend, want verliesmijdend gedrag vertoond. Dat is alleen te overkomen als er ergens een positief voorbeeld is. Nu de natuur in de uiterwaarden van het Gelders rivierengebied zich zo fascinerend ontwikkeld tot een afwisselend bloemrijk landschap is iedereen wel positief.
Frans Vera antwoord op de vraag ‘Is natuur een constructie’ met “Ja, de natuur is een constructie omdat we geen ijkpunt hebben”.
Aansluitend was er een discussie, waarbij vnl. werd gevraagd naar het dierenwelzijn in de Oostvaardersplassen. Dierenwelzijn, aldus Vera wordt m.n. gerefereerd aan huisdieren en niet aan bio-industrie. Het hek rondom de Oostvaardersplassen maakt niks uit, als je het vergelijkt met bijv. Serengeti waar ook 70 % overleefd.

De EHS, Ecologische Hoofdstructuur is conform grote infrastructuurplannen, waarbij natuurgebieden met elkaar verbonden worden. De schaal van natuurgebieden moet groter en dan kan er ook meer wb toeristen. Waarom is uitwerking van deze natuurontwikkelingsvisie juist in Nederland plaatsvindt, os vanwege 'necessity is the mother of invention' de noodzaak is hier aanwezig doordat het land klein en het aantal mensen groot is.
Het gaat niet zozeer over de biodiversiteit van soorten, maar die van ecosystemen.

Al met al een leerzame presentatie, die na te lezen is in een boekwerkje dat bij Elsevier besteld kan worden.