Posts tonen met het label digitale_bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label digitale_bibliotheek. Alle posts tonen

2 mrt 2012

Discovery services

Wat is een discovery service?
Een discovery service is een stap in de geschiedenis van het zoeken in bestanden.
Er is een opbouw zichtbaar in het zoeken in bibliotheekbestanden. Eerst had je alleen het zoeken in de bibliotheekcatalogus. Later kreeg je als bibliotheek ook toegang tot andere catalogi, tot de Nationale Catalogus (nu Picarta) en tot andere bestanden (bijv. Pubmed/Medline, Web of Science en journal platforms zoals Science Direct , Springer Link , Wiley Online en veel meer).
Dan rijst al snel de vraag “Kunnen we al die bestanden niet in één keer doorzoeken in plaats van een voor een.?”
Het begin van een Meta Search Engine, een zoekmachine die tegelijkertijd meerdere zoekmachines bevraagt en het antwoord dus tergugeeft uit diverse databases.
Een bekende toepassing van een meta search machine is de Metacrawler, een zoekmachine, die tot mijn verrassing nog steeds bestaat en tegelijkertijd zoekt in Google, Yahoo en Bing.
Toen de ontwikkeling wat verder gingen is de term Meta Search Engine een beetje uit de mode geraakt en is de term ‘Federated search’ geworden. In Wikipedia wordt aangegeven dat er wel een nuanceverschil is (Federated Search gebruikt beter de voor de betreffende database aangemaakte indexen dan Metasearch), maar de NISO (National Information Standards Organization – US) ziet ze als synoniem.

Het grote probleem zit hem ook altijd in de indexen. Als je optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van een bij een bepaald bestand behorende index dan zal je zoekresultaat ook beter zijn. Zo is bijv. Een ‘topic’ search in Web of Science niet te vergelijken met een Mesh-heading search in Pubmed, terwijl ze toch beide zoeken op een onderwerp. Maar waar topic in WoS allerlei, niet gestructureerde woorden uit de titel en het abstract kan bevatten, zijn de Mesh-headings scherp gedefinieerde trefwoorden die in een gestructureerd verband met elkaar nog kunnen worden ingeperkt en/of uitgebreid. Gebruik van de eigen indexen voor een bestand is dan ook aan te bevelen, dat was zeker zo in de tijd van vóór het full-text zoeken. De zoekalgoritmen zijn sterk verbeterd.

Discovery services (of Web-scale discovery) gaan een stapje verder en gaan uit van een eigen gezamenlijke index voor diverse bestanden. Je zoekt in één index en je krijgt geïntegreerd uit een aantal bestanden het antwoord terug. In de Federated Search Blog geeft auteur Sol een aardige uitleg over discovery services (uit 2009) en Jason Vaughan heeft het in American Libraries uit 2010 over Web-scale Discovery.

Er zijn een aantal commerciële aanbieders van discovery services. Dat zijn intermedairs die contacten en licenties hebben afgesloten met uitgevers om de inhoud van hun databases te gebruiken om een ‘unified index’op te bouwen. Zij bieden een centrale service aan en daar kun je dan je eigen databases aan toevoegen. De oplossing is ‘in the cloud’d.w.z. op de servers van de aanbieders.
Aanbieders zijn:
Primo (Exlibris), Ebsco iscovery Service (EDS) , Summon (Serials Solutons) en nog een lijstje (zie de site Unified Resource Discovery Comparison van Lukas Koster en Andy Ekins) soortgelijke aanbieders. Opmerkelijk is dat het meestal gaat om tijdschriftagenten, dan wel leveranciers van link solvers of soortgelijke koppeling van tijdschriftenartikelen metadata aan de full text.

Op 26 januari zijn we in vergadering bijeengeweest, met een aantal KNAW-instituten om de mogelijkheden te bekijken en te bediscussiëren van discovery services. Als gast was daarbij aanwezig Lucas Koster van de UvA. Lukas vertelde ons over het selectieproces en de implementatie van de Primo Discovery Services bij de Universiteitsbibliothehttp://www.blogger.com/img/blank.gifek Amsterdam.

Ter voorbereiding konden we het artikel over Discovery Services uit Library Technology lezen en diverse discovery services raadplegen.
Na de bijeenkomst bleven nog genoeg vragen over. Een van de leukste was die van een van de KNAW-collectie-instituten, die zelf veel databases maken, over de mogelijkheid om al de eigen databases met een unified index toegankelijk te maken.
Nu resten ons de vragen van onze licentie-manager te beantwoorden:
Hier volgen de vragen:
1. Wie heeft wat aan een DT? Waarom?
2. Wat gaat er mis voor wie zonder een DT? Waarom?
3. Voor wie is een DT niet interessant? Waarom?
Stel dat een DT nuttig is:
4. Wanneer een DT?

En die ga ik komend weekend maar eens beantwoorden.

8 aug 2007

Boek De Digitale Bibliotheek (2)

Toch wel een aardig boekje ‘ De digitale bibliotheek’ onder red. van B. van der Meij en K. Westerkamp. Over de eerste 2 hoofdstukken heb ik al geschreven. Het derde hoofdstuk – ‘ De toegankelijkheid van de digitale bibliotheek’ - gaat niet zozeer over de digitale bibliotheek als wel over zoektechnieken op internet (federated search, text mining, video en beeld zoeken) en is een tamelijk vrijblijvende opsomming van die mogelijkheden. Ook het laatste hoofdstuk –‘ Library 2.0: een netwerkbeschouwing – gat niet zozeer over de integratie van web 2.0 tools in een digitale bibliotheeksetting, maar blijft bij een opsomming van alle ontwikkelingen (weblog, tagging). Het hoofdstuk van Marco de Niet over ‘ De bouwstenen van de digitale bibliotheek’ geeft een goede beschrijving van de elementen waaruit een digitale bibliotheek bestaat. Hij beschrijft de processen van vervaardiging, verwerven en beheer van digitale eigen en externe data en het zoeken en presenteren daarvan. Dat is denk ik ook de kern van de digitale bibliotheek en ook de kern van dit boekje. Jammer dat hij in zijn conclusie weer de negatieve tour op gaat en het heeft over het veiligstellen van tradities, maar gelukkig legt hij ook de nadruk daar waar hij moet zijn: “ .. het doel: in gezamenlijkheid de dienstverlening voor toekomstige generaties informatiezoekers vormgeven”. Met het oog op dat doel zijn de door hem beschreven bouwstenen: “ ..ze dragen bij aan een betere toegankelijkheid en uitwisselbaarheid van informatie’. Overigens over het veiligstellen van tradities, maar dan op een positieve manier heeft Walt Crawford ook een boekgeschreven “ Balanced libraries: thoughts on continuity and change” . Een boek op basis van zijn en andere weblogs. Daarin probeert hij een evenwicht te formuleren tussen de bestaande bibliotheek(functies) en de nieuwe ontwikkelingen met name bibliotheek 2.0 toepassingen. Ook in het artikel van Bart van der Mei j– ‘ de waardebepaling van een digitale bibliotheek’ - komt dit evenwicht helaas niet ter sprake. Het lijkt wel of je of het een traditioneel en dus per definitie niet-digitaal of het ander – digitaal – moet kiezen voor je bibliotheek. Terwijl de meeste mensen, denk ik toch te maken hebben met een bestaande bibliotheek met een fysieke ruimte en een fysieke collectie en een groeiend aantal digitale collectie-items. Functies vind ik persoonlijk niet zo verschillen, tussen de traditionele bibliotheekfunctie (toegankelijk maken van informatie en ondersteunen bij zoeken, vinden en verwerken daarvan) en de digitale bibliotheekfuncties. Wel is het zo – uiteraard – dat je bij het digitale meer ICT competenties moet hebben, maar er van uitgaand dat je basiscompetentie sowieso is gericht op bijblijven en education permanente verkrijg je die als bibliothecaris vanzelf. In het hoofdstukje over ‘ de digitale bibliothecaris ‘ wordt nog wat van die competenties genoemd. Gelukkig zijn de schrijver (J. van Helvoort en P. Becker) ook van mening dat ze de genoemde competenties juist zo belangrijk vinden omdat ze die terugzien in succesvolle bibliothecarissen. Het artikel over de juridische aspecten heb ik met interesse gelezen. Het is inderdaad een groot verschil of je met de fysieke informatiedragers in de weer gaat of met digitale. De wettelijke regelingen darvoor zijn inderdaad heel anders. De conclusie van de schrijvers dat “..bibliotheken wel eens een overbodige instantie kunnen worden”deel ik niet, omdat ik er vanuit gaat dat een bibliotheek meer is dan alleen een uitleenfabriek. En juist daarin zit het juridische verschil. Het hoofdstuk dat is getiteld “ Gebruikers verwachten steeds meer van de speciale bibliotheek’ gaat over informatievaardigheden. Het verband met een speciale, digitale bibliotheek is met niet geheel duidelijk, hoewel informatievaardigheden uiteraard een grote rol in ons professionele leven spelen.
In hun nawoord schrijven de redacteuren “.. interactie met de klant belangrijk is”. Dat was en is het zeker. Maar alles in evenwicht. Op mijn vraag bij Bibliotheek20.Ning.com of er al iemand is die ervaring heeft met het tagging door gebruikers in de catalogus is geen positief antwoord gekomen (ja in Amerika!). Wel ben ik het met de redacteuren eens dat het goed is om te experimenten. “ Het heeft ons geleerd om te gaan met de digitale samenleving, de wijze waarop we informatie consumeren, maar ook delen met anderen.” Crawford zegt: “ You should think about change clearly, looking for ways to improve situations – not ways to implement some neat new technology” en verder besluit hij: “ the core of librarianship, whether 1.0, 2.0 or whatever you want to call it, is connecting an information seeker with the information they seek….” En zo is het maar net.

9 jul 2007

Content

Het modewoord van de laatste tijd. Althans ik kom het regelmatig tegen. Laatst nog met de term ‘contentlicenties’. De KNAW wil onze ‘contentlicenties’ inventariseren en daarbij hebben ze het over de licenties met tijdschriften, web of essence e.d. Daarover heb ik eerder geschreven. De CWIS heeft het ook over ‘content’, de volgende bijeenkomst moet als centraal onderwerp contentgericht zijn. Over de inhoud dus, en dan gaat het over ‘schrijven voor het web’.
En nu lees ik in hoofdstuk 2 van het boekje De Digitale Bibliotheek in het artikel van Jurgen Egges met als titel ‘Een contentplan als basis van een digitale bibliotheek’.
Aardig hoofdstuk, contentplan lijkt een beetje synoniem voor collectieplan, maar dan voor digitale bronnen. Het contentplan bevat het contentbeleid, marketingplan en contentbeheer. Het contentbeleid wordt beschreven in de stappen: trendanalyse, collectieanalyse, witte vlekken inventarisatie, onderzoek nieuwe bronnen, trials en evaluatie, keuze en budget, aankoop. Dat lijkt me een heel goede opzet voor wat vroeger een informatieplan werd genoemd. Eggers geeft een aardig en gemoderniseerd overzicht van zo’n plan.
Ik zelf blijf nog een beetje zitten met dat begrip content. In zijn definitie op p. 26 stelt Eggers nadrukkelijk dat een contentplan geen contentmanagementplan is, want dat slaat dan weer op CMS: softwaresystemen voor het opzetten van een intranet. Content slaat hier dus op het inhoudelijk management van de content van een CMS.:)
[Overigens wil Word het woord ‘content’ consequent vervangen door ‘tevreden’]

20 jun 2007

Boek De Digitale Bibliotheek

Tijdens het congres over de digitale bibliotheek is het boek “ De Digitale Bibliotheek” (onder red. van Bart van der Meij en Kees Westerkamp) gepresenteerd.
Ik heb het boekje in handen en juich de verschijning ervan erg toe. Zoals de redactie in de inleiding zegt is er in het Nederlands nog geen goed overzicht over de digitale bibliotheek. Leuk en interessant lijkt me en nuttig om een optimaal (en zeker niet ‘zo optimaal mogelijk’ ) informatiecentrum in te richten.
*
Het eerste hoofdstuk gelezen “ Op schoot bij de eindgebruiker” van Kees Westerkamp. Ik ben het volledig met Kees eens dat de eindgebruiker centraal moet staat (en ook altijd al centraal heeft gestaan, zeker in de speciale bibliotheken).
Empowerment van de gebruiker is een belangrijk gegeven, zie ook de boodschap die Guus van den Brekel als een tijdje doorgeeft aan de medisch bibliothecarissen op congressen (EAHIL en BMI) en laatst in een aardig interview met hem.
Waar voorheen, noodgedwongen door het ontbreken van goede gereedschappen, veel tijd moest worden gestoken in administratieve taken zoals het opbouwen en onderhouden van een catalogus en het reproduceren/uitlenen van artikelen en boeken, heeft de informatiespecialist haar handen nu vrij om zich op de kern van het beroep te storten: het ondersteunen van de eindgebruiker bij het vinden, selecteren en gebruiken van informatie.
Zelf heb ik 25 jaar (meer al) ervaring in het vak en de laatste 7 jaar heb ik me intensief bemoeid met medische bibliotheken. En daar zie je dat ze allemaal toch al ruimschoots de stap naar de digitale bibliotheek gemaakt hebben. Kees klaagt er in zijn artikel over dat er nog bibliothecarissen zijn, die vastzitten aan de traditionele manier van werken, maar ik ken die niet. In de fase van de paradigmaverschuiving (grofweg in de jaren negentig) kwam je wel eens collega’s tegen die zo vergroeid waren met de administratieve taken dat er geen zicht was op een digitaal perspectief voor die mensen, maar nu ligt dat toch wel achter ons. Wat dat betreft is het pleidooi van Kees om je toch vooral te focussen op een digitale bibliotheek al een gelopen race.
Veel speciale bibliotheken hebben moeite met het organiseren van licenties. Dit in tegenstelling tot de universiteitsbibliotheken, die gezamenlijk een machtige vuist hebben t.o.v. de grote uitgevers. Het organiseren van licenties voor toegang tot elektronische bronnen (databanken en tijdschriften) is een zeer belangrijk aspect van het werk in de huidige digitale bibliotheek. Dat zie ik niet zo terug in het artikel van Kees, maar dat komt ongetwijfeld nog aan de orde. Een andere belangrijke taak, het organiseren van trainingen en instructie bij gebruik van digitale bronnen (databanken, tijdschriften, e-tocs) blijft in dit eerste stukje ook nog onderbelicht.
Maar ik ga er eens goed voor zitten en kijken wat ik er van op kan steken.

18 jun 2007

Congres over digitale bibliotheek

Vorig week werd door IK en NVB een congres georganiseerd over de ' digitale bibliotheek'.

Ik had geen tijd c.q. gelegenheid er naar toe te gaan, maar met de hedendaagse snelle verslaglegging kun je aardig op de hoogte blijven.

Wowter heeft online geblogd en later nog een overzicht van congresblogs toegevoegd, en Dee kwam al op donderdag avond met een verslag.

Nu bekijk ik de powerpoint presentaties op de IK site.

Op zich lijkt me dat er redelijk wat overeenstemming is over de digitale bibliotheek: gebruiker centraal, gebruik van ICT aanpassen en in dialoog inzetten, sociale software,web/library 2.0, maar ook het creëren van ontmoetingsplaatsen en aanbieden informatiebronnen. Niks nieuws onder de zon dus.