Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

24 apr 2012

Over het gezag van de wetenchap

Dijstelbloem, H., & Hagendijk, R. (2011). Onzekerheid troef: Het betwiste gezag van de wetenschap. Amsterdam: Van Gennep. In deze bundel worden aan de hand van verschillende cases gekeken naar het gezag van de wetenschap. Aan bod komen onder meer de maatschappelijke discussie over Genetische Manipulatie, Baarmoederhalsvaccinatie, de ‘onverwachte’ bankencrisis’, de schuivende voedselvoorlichting,de falende forensische uitspraken, de kafkaiaanse systeemfouten in overheidsbestuur en de citizen science in leefexperimenten. Dat maakt de bundel heel divers, maar uiteindelijk komen Dijstelbloem en Hagendijk toch wel tot een eenduidige conclusie: het gaat niet zozeer om wetenschap an sich, maar om de maatschappelijke toepassingen ervan en arrogantie en ivoren toren-gedrag van wetenschappers werkt contraproductief.
Een aantal interessante punten worden aangereikt:
• rol van het publiek: De ‘deficit hypothesis’, de idee dat het publiek domweg te weinig kennis en begrip heeft van wetenschap om zinvol deel te nemen aan publieke discussies en democratische besluitvorming leeft nog steeds onder de gevestigde wetenschappers. Inmiddels is toch wel duidelijk dat er beter naar het publiek moet worden geluisterd en met het publiek moet worden gecommuniceerd. Maar door ‘zelfoverschatting en chronisch gebrek aan institutionele zelfreflectie’ neemt de vervreemding tussen publiek en wetenschap alleen maar toe.
• rol van de media : De scheiding tussen nieuwsvorming en beleidsvorming raakt vervaagd en dat leidt tot een ‘gemediatiseerde tijd”(-politiek – bestuur). De politiek van veelvoudigheden stelt dat gezaghebbend bestuur georganiseerd moet worden in een wereld van hyperrealiteiten, waarin politici meer dan eens zullen moeten reageren op incidenten en beelden en op betekenissen die anderen (..) toeschrijven.
• houding van de ‘wetenschap’: In het debat over de HPV-vaccinatie voor meisjes speelt de Gezondheidsraad een rol in het communicatieproces die onzekerheid oproept. Ze presenteren zich als stem van de wetenschap, maar ze overstijgen de wetenschap in een poging tot oplossing voor een maatschappelijk vraagstuk te komen. Roger Pielke heeft de verschillende rollen van de wetenschapper beschreven in een vierveldentabel, waarbij de ‘pure scientist’ maar zelden voorkomt. De werkwijze van de Gezondheidsraad, de combinatie van wetenschappelijke gegevens en morele en politieke overtuigingen leiden tot een houding die Pielke noemt ‘stealth issue advocacy’. Door deze houding had het publiek het gvoel niet goed voorgelicht te zijn en ontstond er grote twijfel en onrust. Beter ware het geweest om de houding aan te nemen van ‘honest broker of policy alternatives’.m Dit had kunnen leiden tot meer openheid en overleg in samenstelling van het advies, waardoor er ook niet een gelijkluidend advies uit was gekomen, maar een aantal scenario’s.
• rol van systemen: Twee hoofdstukken worden besteedt aan de waarde van de economische wetenschap, waarbij het voorspellen een belangrijke functie heeft. Aan de hand van geschetste modellen kunnen voorspellingen worden gedaan. Zaak is wel om dan alle factoren die van invloed zijn erbij te betrekken. Met als conclusie dat het vertrouwen in de economische wetenschap afhangt van de geldigheid van de gebruikte modellen. Noodzakelijk is een open leerproces en streven naar continue verbetering van systemen.
• rol van voorlichting: In het hoofdstuk over voedselvoorlichting komt aan de orde dat het vertalen van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar verantwoord individueel dan wel collectief handelen nog niet zo eenvoudig is. De wetenschap die nodig is in de publieke ruimte betreft niet zozeer verschuivende zekerheden, maar zoekt nar goede manieren om onzekerheden te hanteren. En ‘In plaats van het lab te laten regeren over complexe praktijken, start zulke wetenschap vanuit die praktijken”.

Conclusie: ‘omgaan met onzekerheid in wetenschap, politiek en samenleving’.
De beschreven controverses zijn niet zozeer wetenschappelijke als wel maatschappelijke controverses. ‘wetenschap staat bij de burgers in hoog aanzien, de verwachtingen zijn hoog gespannen en de ermee geassocieerde potentiële persoonlijke, commerciële en collectieve belangen groot. Maar daarom wordt ook de schijn van partijdigheid en vooringenomenheid gemakkelijk gewekt en geëxploiteerd door burgers die afwijzend of argwanend staan ten opzichte van plannen, voorstellen en projecten. Er zijn allerlei aanwijzingen dat burgers wetenschap erg belangrijk vinden en veel vertrouwen hebben in wetenschappelijke instellingen. Maar tegelijkertijd zijn veel burgers uiterst wantrouwig als wetenschappelijke expertise lijkt te worden vermengd met commercie of politiek. “
En nog een laatste aardige zin:, “Dat het primair maatschappelijke kwesties zijn waarin wetenschap en technologie een belangrijke maar niet allesbepalende rol spelen, is een inzicht dat vooral wetenschappers nog wel eens over het hoofd lijken te zien. “

Ik lees zojuist dat de Jonge Akademie een advies m.b.t. wetenschapscommunciatie heeft uitgebracht. Tussen onderzoek en samenleving: Aanbevelingen voor optimale wetenschapscommunicatie. De Jonge Akademie. 2012 | 28 pagina's | ISBN 978-90-6984-643-9 | Gratis te downloaden.

2 dec 2008

Evaluïtis

In de weekendbijlage van de NRC stonden twee artikelen over het evalueren van wetenschappers, en meer in het bijzonder over het gebruik van citatiemetingen. Het eerste artikel getiteld: “Gaat de wetenschap ten onder aan de beoordeelziekte evaluïtis? Selecteer alleen de beste wetenschappers , en geef hun alle vertrouwen” is een bijdrage van Bruno S. Frey en Margit Osterloh. Vlgs NRC een bewerking van hun hoofdstuk uit het boek: ‘If youre so smart, why arent you rich? Universiteit, markt & management’ dat binnenkort bij Boom verschijnt.
Eigenlijk zegt de titel al alles: de wetenschappers staan onder druk, en onder druk kom je niet tot creatieve ontdekkingen. Daarom is het beter die druk, die evaluatie-druk, weg te nemen. Je evalueert dan bij aanstelling van bijv. een hoogleraar en laat hem zelf verder met rust, zodat hij(of zij natuurlijk) in alle rust zijn briljante ideeënkan uitwerken.
In een reactie daarop schrijf Ton van Raan van CWTS: ‘Klinkt aardig, maar zonder evaluaties is zo'n selectie onmogelijk: Met dank aan evaluaties is aan de universiteiten veel dor hout weggekapt. Maar het evalueren gaat door, wegens het gebrek aan geld ...”.
En zegt hij de enkele geniale wetenschapper wordt met of zonder evaluaties wellicht toch niet her- en erkend, dan pas veel later. Hij noemt daar het voorbeeld van Semmelweis, voor wie erkenning erg lang op zich liet wachten.
Het is wel weer een aardige discussie, want citatierapporten en evaluaties roepen inderdaad altijd veel emoties op. Buiten dat men zo hoog mogelijk wil scoren, is er ook veel kritiek op het systeem van citatiescores, zowel van de citatiescore voor de tijdschriften (impactfactoren) als de citatiescore voor wetenschappers (h-index).
Persoonlijk vind ik het een moeilijke kwestie, vooral als je ziet en hoort dat de competitie bij bijvoorbeeld het binnenhalen van beurzen en subsidies zo groot is. Eigenlijk vereist dat toch een speciale fondsenwervers-competentie. En dat hoeft niet noodzakelijkerwijs samen te gaan met een goed onderzoeker. Maar een beetje meer vertrouwen mag van mij best.

Aanvulling dec 4: wederom in de NRC las ik gisteren, onafhankelijk van bovenstaand verhaal, het bericht dat de competitie onder wetenschappers harder gaat worden. Er wordt minder 'algemene'subsidie verstrekt aan universiteiten voor onderzoek wat de zittende onderzoekers voor hun rekening kunnen nemen, maar er wordt meer geld beschikbaar gesteld voor onderzoek dat verdeeld gaat worden via NWO. Onderzoekers kunnen strijden om (een deel van) dat geld. Ongetwijfeld zal toekenning daarvan voor een deel gebaseerd zijn op citatiescores. Frey & Osterloh blijven roepende in een score-woestijn.

26 mrt 2008

Europees onderzoek

Vandaag tegen een aantal sites aangelopen met informatie over EU beleid t.a.v. onderzoek en innovatie.
Eerst heb je daar het Neth-ER. Netherlands House for Education and Research. Ze geven een (elektronische) nieuwsbrief uit met daarin allerlei informatie over beurzen en beleidsbeslissingen in Europa en vooral van de EU. Het is oorspronkelijk opgericht door een achttal organisaties met als doel de Nederlandse bijdrage aan de Europese programma’s te vergroten.
De nieuwsbrief bevat soms wel aardige onderwerpen en links.
Op de site staan ook dossiers, maar daar kan ik (nog?) niet bij. Ik heb me wel ingeschreven voor het Nether-portaal, maar de bevestiging laat nog op zich wachten.
En dan is er nog het nieuw op te richten EIT: European Institute of Innovation and Technology. Het EIT is het eerste instituut dat zich richt op: integrate fully the three sides of the "Knowledge Triangle" (Higher Education, Research, Business-Innovation). En daartoe baseert zij zich op samenwerkingsverbanden die bekend staan (nou ja, nog niet bij mij) als KICs: Knowledge and Innovation Communities.
KICs zijn “excellence-driven partnerships between universities, research organisations, companies and other innovation stakeholders.”
De KICs worden overigens wel door de overheid aangewezen. De rest van de site bevat een prachtig voorbeeld van Europese bureaucratie: alle officiële documenten zijn er beschikbaar in alle talen van de EU. Vanaf 2010 zal EIT actief zijn.
Eurostat heeft een rapport uitgebreid getiteld ‘Science, technology and innovation in Europe’ en daaruit blijkt zonneklaar dat 3% investeringen voor R&D, zoals afgesproken in de Lissabon akkoorden geen haalbare kaart is. Het rapport staat boordevol statistische gegevens, maar de “ overview and executive summary” is wel leuk om te lezen. Qua innovatie hoort Nederland bij de groep “ followers”, de groep die komt na de ‘ leaders’ (Zweden, Zwitserland, Finland, Denemarken en Duitsland, en Japan). Enfin, dan heb je ook nog de ‘ catching up countries’ en de ‘trailing country’, terwijl Cyprus en Roemenie zo ver achterlopen dat ze nog niet konden worden ingedeeld. Nederland zit in dezelfde groep als de USA en de UK dus het valt nog mee.
Wel verontrustend is dat de Europese onderzoekers aan het vergrijzen zijn, 30 tot 50% van de onderzoekers is boven de 45 jaar.
Een RSS heb ik genomen op de ‘science’ poot van de nieuwsberichten van de site EurActiv. Een onafhankelijke site, die veel euro-nieuws geeft.
Wil ik net dit bericht afsluiten krijg ik een berichtje binnen van een rapport van de European Research Area over de Europese onderzoeksinfrastructuur. Maar daar is wat op bedacht en wel de oprichting van een forum (European Strategic Forum on Research Infrastructure) met een speciale werkgroep e-Infrastructure Reflections Group. Maar dat is niet genoeg: "The main challenge today is to set up a process that turns ideas into practice, to complement the 'what' with the 'how'." De nadruk moet liggen, aldus het rapport op een coordinatie mechanisme tussen onderzoeksinstellingen, ESFRI, lidstaten, industrie en 'stakeholders'. Dus toch weer een leider.

19 feb 2008

Over wetenschappelijk onderzoek

En dan gaat het ineens over de wetenschappelijkheid van onderzoek. Zijn er procedures/ protocollen. Het blijkt dat er wel een klachtencommissie is, die klachten over wetenschappelijk wangedrag onderzoekt: het LOWI: Landelijk orgaan Wetenschappelijke Integriteit. Het is een adviesorgaan bij de KNAW, maar neemt klachten in behandeling van alle Nederlandse onderzoeken. Er is ook een brochure (80 p.) geschreven: “Wetenschappelijk onderzoek: dilemma’s en verleidingen”die het normbesef bij jonge onderzoekers moet helpen ontwikkelingen. Het is wel een informatief rapport dat in 7 hoofdstukken (plus een remedie en slothoofdstuk) een beschrijving geeft van de valkuilen die voor een onderzoeker tot wetenschappelijk wangedrag kunnen leiden. Over het algemeen wordt publicatiedruk en gedreven wel als oorzaak genoemd, naast uiteraard de oprechte bedoeling om te frauderen. Maar toch komt het erg weinig voor: in de inleiding haalt de auteur gegevens aan van het Amerikaanse Office of Research Integrity: in de jaren negentig zou het gaan om ongeveer 20 gevallen in de gehele VS in alle wetenschapsgebieden.
Dit Nederlandstalig rapport is gebaseerd op de Amerikaanse: “On being a scientist: responsible conduct in research" uit 1995.
‘Voorop staan de professionele kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke integriteit van onderzoekers “.
De zeven hoofdstukken bevatten de algemene thema’s”
- vertrouwen, bedrog en zelfbedrog
- zorgvuldigheid en nalatigheid
- volledigheid en selectiviteit
- concurrentie en collegialiteit
- publiceren, auteurschap en geheimhouding
- onderzoek in opdracht
- publiciteit en media
Er staan interessante observaties in: een van de basisfouten blijft toch voornamelijk slordigheid. Het is aardig geïllustreerd met cartoons van Sydney Harris, en grappig genoeg als ik in zijn Cartoon Gallery wil kijken op internet is het eerste plaatje –‘Then a miracle occurs’- meteen een van de plaatjes die ik het leukst vind.
Het gaat over interpreteren, over verzwijgen van onwelkome gegevens, over slordigheidjes, over aftroeven, maar ook over echte fraude en bijv. de relatie met de industrie.
In de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VNSU worden vier waarden onderscheiden:
- zorgvuldigheid
- betrouwbaarheid
- controleerbaarheid
- onpartijdigheid
- onafhankelijkheid
Het blijft interessante materie, en toch niet allemaal zo eenduidig als het lijkt.

21 jan 2008

Wetenschappelijke weblogs

In NRC wetenschap stond dit weekend een artikel over wetenschappelijke weblogs. Naar aanleiding van de komende conferentie in de VS: de North Carolina Science Blogging Conference.
De beste wetenschappelijke (Amerikaanse) blogs uit 2006 zijn gepubliceerd in een boek: “ The open laboratory “A collection of 50 selected blog posts showcasing the quality and diversity of writing on science blogs till 2006” Onder redactie van Boris Zivkovic, de man die beheerder is van de ‘online community’ van het wetenschappelijk tijdschrift PLoS One. Het is zijn taak om mensen te motiveren om artikelen van PLoS One te beoordelen. Carola Houtekamer, schrijfster van het NRC artikel zegt dat er veel van de charme van de weblog verloren gaat als het op papier staat, maar in het onderwijs kan het nog aardig dienst doen. En natuurlijk als voorzichtige introductie voor die wetenschappers die nog niet over de streep zijn, denk ik dan.




Er zijn aldus NRC diverse soorten wetenschappelijke weblogs, bijv. Scienceblogs is een verzameling van wetenschappers die blogt met het doel om de wetenschap naar het grote publiek over te brengen. Dus niet zozeer bedoeld voor vakgenoten. Dat is ander soort weblog weg Brains: over wetenschapsfilosofie. Maar natuurlijk zijn er ook diverse blogs van wetenschappers met een persoonlijk tintje. En een Italiaanse professor uit Missouri zegt in NRC: “ Je ziet de invloed van weblogs niet direct terug in de publicaties, maar het verandert wel je manier van onderzoek doen” . En ook Zivkovic streeft naar meer open peer review.

In Nederland is Wil Roebroeks, hoogleraar archeologie van de Universiteit van Leiden een groot fan van weblogs en gebruikt dat ook om zijn colleges. Maar Gerard ’t Hooft, hoogleraar theoretische natuurkunde in Utrecht daarentegen vindt het maar onzin: Het is een ongecontroleerd medium waar vaak rare ideeën op te vinden zijn” Voor wetenschappelijke discussies verwijst hij naar: arXiv, een online archief waar iedereen met een wetenschappelijke achtergrond of aanstelling artikelen in kan plaatsen en commentaren kan leveren. Onze eigen KNAW-president Frits van Oostrom heeft nog geen weblog, maar gaat er wel een beginnen in het kader van KNAW 200: de magie van de wetenschap, maar zegt hij in NRC: “ dat wordt meer dagboekachtig”.

22 jun 2007

Waterbiologieweek

De waterbiologieweek van 18 juni tot en met 23 juni is een door het NIOO samengesteld week in de wetenschappelijke scheurkalender. Iedere dag van de week staat er een uitspraak of vraag op het voorblad met het dagcijfer en op de achterkant staat de uitleg. Zo staat er bij 21 juni: J-vorm. Waarom doet een wadpier aan headbangen? En op 19 juni: Spion. Waarvan krijgt een watervlo een punthoofd?.
Daarnaast staat trouwens ook nog aangegeven wat er in het verleden op die dag is gebeurd. Zo werd op 19 juni 1623 Blaise Pascal geboren.
De waterbiologieweek zit ingeklemd tussen de listeriaweek en de elektronisch-papierweek. Ook interessant. Bij ons hangt de kalender op het toilet en zo leer je ieder dag wat bij.

18 mrt 2007

Ecologie introductie 1e les

Ecologie is een interdisciplinaire wetenschappen dat op het snijvlak ligt van verscheidene andere disciplines en raakvlakken heeft met nog veel meer.
Belangrijke dwarsverbindingen zijn er met: chemie, geologie, fysica, wiskunde, moleculaire biologie en genomics.
Genomics is nieuw. Wat is genomics?
"
Genomics is de nieuwe term voor grootschalig onderzoek naar erfelijkheid en de genen. Het woord genomics is afgeleid van genoom (het totaal van genen in een organisme)." Aldus de website ' wat is genomics' .

In deze 1e lezing heb ik nu 32 termen verzameld, die allemaal een onderdeel van het vakgebied aangeven.
Belangrijke termen zijn: interacties, organismen, biodiversiteit, populatie en abundantie.
Natuurlijk kwamen ook aan bod de klimaatverandering, ecosystemen en duurzame ontwikkeling.

3 mrt 2007

Beroep in de wetenschap

Is het beroep en het beroepsperspectief van de bibliothecaris/informatiespecialist ondoorzichtig de jonge onderzoeker heeft er ook moeite mee.

Op het instituut lopen veel (ook buitenlandse) promovendi en postdocs, maar allen op een tijdelijke aanstelling. Zoals ik het nu begrijp studeer je af aan de universiteit en vervolgens kun je een aanstelling krijgen als promovendus voor 4 jaar. Daarna is er kans op een postdoc-aanstelling, maar het beste is of te promoveren in het buitenland of voor je postdoc naar het buitenland te gaan. Daarna is het sprokkelen voor subsidie (NWO heeft, verkondigt ze zelf op de website wel 170 verschillende subsidies) om gericht aan een onderzoek te kunnen werken dan wel via de stimuleringssubsidie (bijv. veni-, vidi-, en vici-beurzen en de korte voorloper de Rubicon) geld te krijgen voor vervolgonderzoek. Een vaste aanstelling zit er nauwelijks in.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt daarover in het vorig jaar gepubliceerde rapport Investeren in vermogen. Sociaal en Cultureel Rapport 2006.Investeren in getalenteerde jeugd. hoofdstuk: 3.3.3 Voorzieningen in het beroeps- en hoger onderwijs:
" De slechte loopbaanperspectieven van promovendi en postdocs (gepromoveerde onderzoekers) zijn al meerdere malen in kaart gebracht (Hoffius en Surachno 2006).
Binnen de wetenschap is er nauwelijks sprake van loopbaanbeleid, waardoor gepromoveerden genoodzaakt zijn de ene tijdelijke aanstelling op de andere te stapelen. Buiten de wetenschap is er weinig vraag naar gepromoveerden, niet alleen vanwege de achterblijvende investeringen in research en development, maar ook omdat er maatschappelijk weinig waarde aan de promotie wordt gehecht. Er zijn al diverse malen voorstellen gedaan om verandering te brengen in de positie van promovendi en postdocs (ocw 2005c), maar de problematiek is hardnekkig en de universiteiten hebben tot dusver weinig verbeteringen weten te realiseren.
Het is op zijn minst merkwaardig dat er met het oog op de wenselijke versterking van onze kenniseconomie, buitengewoon veel belang wordt gehecht aan R&D, maar dat er in de praktijk weinig van is terug te vinden in de vorm van goede loopbaanperspectieven en beloningen voor onderzoekers."

Hoffius, Rob en Sara Surachno. Tussen wens en werkelijkheid: carrièreperspectieven van jonge onderzoekers. Eindrapport. Een onderzoek in opdracht van Promovendi Netwerk Nederland en Landelijk Postdoc Platform. Leiden, 20 januari 2006.