7 apr 2008

Going Local

Going Local in the Library: Web 2.0, Library 2.0, Local 2.0 door Charles Lyons. Zijn presentatie is beschikbaar op slideshare.(blijkt een eerdere te zijn, niet alle getoonde slides staan erin). Gebaseerd op openbare bibliotheken als stimulans om aan te sluiten bij locale activiteiten, maar kan natuurlijk ook aansporing zijn om dichter bij je doelgroep te blijven, locaal in eigen huis.

Google’s missiestatement: "Google's Mission Is to Make the World's Information Universally Accessible" Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. maar zij gaan nu locaal.
Het einde van de afstand.

Het plaatselijke web is veel groter, het is meer een hyper web. Local Search Engines/ plaatselijke zoekmachines, plaatselijke zoeken met plattegronden, links, verkeersinformatie en zelfs buurtinformatie (Google Maps, Yahoo Local, Live Search Maps).
Plaatselijke media, plaatselijke overheid, plaatselijke sociale netwerken, plaatselijke blogs, plaatselijke mensen – you – zelf.
Het plaatselijke web geeft informatie over steden, buurten, gemeenschappen. Joining of the real world and the virtual world. Waar Internet altijd vrij was en niet gebonden aan de beperkingen van de dagelijkse wereld, knoopt het plaatselijke web nu de echter wereld aan de virtuele.

Plaatselijke web geeft een plaatselijk kleurtje aan Internet. hebben de bibliotheken daar ook een rol in? Het alledaagse leven is nog steeds plaatselijke, Internet wordt meer en meer plaatselijk. Web 2.0 heeft veel plaatselijke toepassingen en de bibliotheek (ob) is altijd al plaatselijke georiënteerd geweest.
Bibliotheken zouden supergebruikers moeten worden van plaatselijke zoekmachines, kijk bijv. naar meest gevraagde aan de plaatselijke zoekmachines. Maar ze kunnen ook een Custom Local Search Engine maken.
Placeblogger, Blogdigger, Metroblogger zijn voorbeelden van plaatselijke weblogs. Maar bibliotheken (OB’s) kunnen ook zelf een blog beginnen met plaatselijk nieuws. Volgens Wikipedia is metroblogging het bloggen van een aantal belangrijke plaatsen zodat het nieuws rechtstreeks uit die plaatsen voor iedereen beschikbaar is.
Topix.net en yourstreet mixen officiële informatie met bloginformatie tot heel specifieke plaatselijke informatie. Geef mensen zelf toegang tot discussiegroeps, zelf publiceren, eigen profiel etc. Zoiets las in Nederland het buurtonline.

Localpedia: maak een wiki met belangrijke informatie rondom je eigen plaats.Geotagging op Flickr, zodat je makkelijk locale foto’s kunt vinden.
Waarom zou je local gaan? Het is goedkoop, gepassioneerde inwoners voelen zich ermee verbonden. Het locale web is nog niet en niet geheel overgenomen door de Googles van de wereld. Ook wetenschappelijke bibliotheken zei hij, maar die ene interessante dia, liet hij slechts een halve minuut zien en staat ook niet op de presentatie. Jammer.

Keynote- Positie bibliotheken

Opening Keynote — Libraries Solve Problems!
Regency Ballroom, de grootste zaal beschikbaar in de buurt, maar het is er tamelijk vol en benauwd, dus zit ik in de overloopzaal.
Lee Rainie is directeur van de Pew Internet & American Life Project, dat rapporten genereert over Internetgebruik in relatie tot de samenleving: het gebruik van internet en de invloed van internet of gerelateerde zaken (mobiele telefoon) op de samenleving.

Lee Rainie, over de user generated age en hoe dat de wereld veranderd. Hij begint met gevoel wat je krijgt als mensen over je bloggen. Is een beetje desoriënterend. Maar ook opmerkelijk de reactie en correctie van de lezersmarkt. Ook bloggen is een manier van gemeenschapsvorming.
Hij spreekt over een onderzoek naar Internetgebruik, 75% van Amerikanen hebben toegang tot Internet en meestal ook in breedband. 78% heeft een mobiele telefoon en veel doen ook wat met mobiel internet. Opmerkelijk dat draadloze internetconnectiviteit zich ook uitstrekt tot achterstandsgroepen.
Overzicht van media ecologie: hoeveel verbindingen met en door elkaar heen en over het creëren van content.: foto’s is een manier van communiceren, ook ongevraagd (en ongewenste) afbeeldingen kunnen door iedereen online gezet worden.
Deelname van heel veel jongeren, maar ook deel van ouderen hebben een website, of pagina in een sociaal netwerksites.
Aantal bloggers is relatief laag, deels ook omdat jongeren iets invullen op hun sociaal netwerksite en dat niet als bloggen definiëren.
Een vijfde van jongeren heeft een avatar, ook onderdeel van content creation.
Nieuw onderzoek t.b.v. overheidsinstellingen met als basisvraag: “Hoe zoeken mensen informatie en hoe kan de bibliotheek daar behulpzaam bij zijn.”
Eerst onderzoek – information searches that solves problems - naar wat mensen nodig hebben, of waarmee ze geconfronteerd worden. Ook de positie van een aantal instituties waaronder bibliotheken werd onderzocht. In tegenstelling tot ouder onderzocht, waaruit kwam dat jongeren dachten dat bibliotheken zouden uitsterven, wordt nu door jong-volwassen in grote meerderheid bibliotheken bezocht. Ze hebben dus de nieuwe activiteiten van de OB’s opgemerkt. En vervolgens schetst hij een profiel van de gerelateerde activiteiten van de bibliotheekbezoeker: heeft meestal ook breedband etc..
Oplossingen worden gezocht in eerste instantie op Internet, dan pas bij Professionals, en helemaal achteraan wordt bibliotheek genoemd. Maar dan nog werd onder jongvolwassenen in 21% van de gevallen bij bibliotheken een antwoord gezocht: bij bibliotheekmedewerkers en door gebruik te maken van aangeboden technologie.
The survey results challenge the assumption that libraries are losing relevance in the internet age. Libraries drew visits by more than half of Americans (53%) in the past year for all kinds of purposes, not just the problems mentioned in this survey. And it was the young adults in tech-loving Generation Y (age 18-30) who led the pack. Compared to their elders, Gen Y members were the most likely to use libraries for problem-solving information and in general patronage for any purpose.

Furthermore, it is young adults who are the most likely to say they will use libraries in the future when they encounter problems: 40% of Gen Y said they would do that, compared with 20% of those above age 30 who say they would go to a library.

Conclusies: Marktaandeel van bibliotheken is niet slecht. Awareness is een belangrijk gegeven. Het is belangrijk dat je als bibliotheek mensen hebt die voor je spreken, dat is belangrijk in deze user-generated age. De niet-gebruikers zijn met name degene die niet in de eerste plaats aan de bibliotheek denken.. Sociale netwerken is de wereld van nu: dat is de basis van het zoeken naar oplossingen.

In een ongelofelijk tempo joeg Rainie een record aantal woorden door de zaal. Als uitsmijter verhaalde hij hoe een eerdere toehoorster tegen hem zei dat hij wellicht een goede tweede carrière zou kunnen maken als voorlezer van bijsluiters.

Na de workshop

Nagedachten bij de workshop van gisteren over Marketing.
Eerst de referenties: de ppt van Helen Blowers staat op slideshare en Nicole Engard, een van de deelnemers, heeft foto’s gemaakt met name van alle post-it blaadjes met ideeën.
Het heeft me toch wel geraakt en ik heb ook inderdaad veel geleerd.
Maar ik blijf zitten met het probleem van ‘wat daarna’ . Want OK, dan heb je een un-marketing campagne opgezet door iedereen een foto te maken hoe hij op zijn best was, die foto laat je rouleren op je website, maar dan. Wat is het vervolg: weer eenzelfde soort campagne? En hoe ver kan je daar mee doorgaan? Moet je niet een stapje verder.
Ik moest wel ook denken aan de Volkskrant Magazine, waarin de laatste tijd ook de lezers opgeroepen worden om foto's in te sturen aan de hand van een thema. En die worden dan op een pagina gepubliceerd. Gaan zij daar ook tot in het oneindige mee door, of gaan ze daar wat mee doen.
Wellicht ben ik te calvinistisch en wil ik teveel dat het ergens toe leidt. Ik ben er nog niet over uit. Grote vraag is dus: hoe geef je vorm aan de follow-up. Die zal ik eens voorleggen aan onze workshopsleiders.

6 apr 2008

Workshop Marketing

Workshop 12 – From Avatars to Advocacy: Innovation Through Un-Marketing in kamer ’Fairfax’ op de derde etage.
Twee sprekers: Helene Blowers (ze heeft donderdag nog een webconferentie gehad met mensen uit Amsterdam) en Michael Porter.
Michael Porter blogt onder de naam Libraryman over Library, Communities, Technology and PEZ. Wat is PEZ is weet ik niet, maar het heeft met speelgoed / knuffels en foto’s te maken. Libraryman lanceerde in april 2007 het idee dat iedereen 365 foto’s van en rond de bibliotheek zou uploaden als een soort reclame project voor bibliotheken. Hij heeft als duizenden foto’s in zijn groep op Flickr. En deelnemer aan WebJunction online community for library staff.
Helene Blowers ontwierp het “Learning 2.0” programma = 23 dingen, dat op zich gebaseerd is op het 43 dingen website van S. Abrahams. En de sociale netwerk site van 43 Things zelf, waar je een lijstje kunt maken van wat je wilt en hoe en wanneer je dat gaat realiseren. Een zogenoemde goalsetting community

Tijdens deze workshop zijn er twaalf deelnemers. De meeste zijn gericht op het verder uitwerken en ombuigen van hun marketing/ pr-beleid.
Marketing is eigenlijk un-marketing want de paradigma’s zijn verschoven.
Marketing strategie is niet meer alleen het neerzetten van het merk, is meer dan het logo, meer dan boeken, het gaat over gemeenschappen van gebruikers, dat maakt het uniek.
Van massa marketing naar niche marketing: maak het mogelijk voor je gebruiker om jouw diensten te gebruiken en te plooien naar hun eigen wens/nood.
Van Consumer to Multisumer. Van controle over de gebruiker naar mogelijkheden geven aan de gebruiker om het merk te beïnvloeden. Als voorbeeld laten ze het filmpje zien van Google over de Gmail envelop. Het gaat niet om Mail als merk, maar over de mensen die het fijn vinden om te tonen dat ze het gebruiken.
Geef gebruikers een rol in marketing. Aanbevolen het boek en de website: Cluetrain:The cluetrain manifesto.

Strategisch raamwerk van marketing:
Virtual user kun je erbij betrekken door ze het gevoel van community te geven. Betrek ze erbij, laat ze zelf meewerken. Engage: verbinding maken met bibliotheek, maar ook onderling. Het gaat allemaal over emoties.
En Enrich: verrijk de virtuele omgeving. Zorg dat er voldoende aanbod is aan verschillende voor de gebruiker interessante zaken.
Empower en personaliseer, zodat zich goed voelen over zichzelf, laat ze ‘celebrate themself’.
Informatie zoeken en vinden is niet meer de belangrijkste reden om internet te gebruiken, de belangrijkste is connecties en communities. Lees het boek van P. Martin over de Renaissance Generation.

Hoe stimuleer je dat? hou wedstrijden en geef ze een kadootje, het gaat om emoties. Zorg dat ze van je houden en dat ze erbij horen. Aansluiten bij belevingswereld. Bijvoorbeeld maak lijstjes van favorieten of vragen zoals ‘hoe beschrijf jij….’.
We doen een oefening in aansluiten bij bijvoorbeeld de evenementen die het jaar rond plaats vinden. Voor een Openbare bibliotheek is dat wel duidelijk: boekenweek, feestdagen, en plaatselijke evenementen. Maar voor een speciale bibliotheek zoals de onze is dat toch lastig.
De bedoeling is dus het creëren van een gemeenschapszin: bijvoorbeeld groepje voor foto’s op Flickr, boekengroep op LibraryThing, iets rond introductie, citatie-scores. Bijvoorbeeld WIKI voor buitenlandse studenten met tips over verblijf in NL, ieder kan iets toevoegen ter lering van nakomers. Eigenlijk zou je ook iets moeten doen als het laten bloggen van onderzoekers, zodat iedereen op de hoogte blijft van je vorderingen. Het verzamelen, repository van powerpoints zoals slideshare.
Showcasing de gebruiker, in OB's stimuleren door wedstrijdjes in foto's, zoals 'Painting the town READ' of de filmpjes met '3 reasons to love library'.

We eindigen met 8 stappen om 2.0 te marketen:
1) educate
2) experience
3) envision (pas t in je missie)
4) engage : create social celebrations
5) enable (mee laten nemen van onderdelen voor ieder om te gebruiken)
6) expand (multimedia)
7) explore (learn as you go)
8) experiment
Veel OB, maar toch heb ik nog wel een aantal ideeën opgestoken.

Registreren CIL 2008


Aangekomen in Crystal City Arlington VA. Crystal City is de grootste binnenstad-wijk van Arlington en heeft als motto “ a bright place to be”. Geheel in lijn met de cradle-to-cradle hype, die bij ons hoogtij viert, heeft Crystal City een programma Crystal Green: een programma dat bestaat uit drie topics:
1-Energy Efficiency
2-Environmental Quality
3-Recycling/Reuse (waste minimization)
Wat ik er tot nog toe van gezien heb ik het een wijk met grote (hoge) kantoorpanden, een centrum met een shopping mall en restaurants en heel veel parkeergarages. Het regent een beetje, maar er zijn veel bomen in bloei.

Vanochtend, na een onrustige nacht een lichte paniek omdat ik de verkeerde traveladaptor had meegenomen. Mijn stekker is geaard en de adaptor ingang niet. En dat terwijl ik thuis voor mijn Dell ook een Amerikaanse plug heb. Gelukkig hadden ze in het ‘ convenience’ winkeltje van het Hyatt hotel (het conferentiehotel een andere adaptor te koop.
Voor het echte USA-gevoel koffie met een broodje genomen bij Starbucks. En toen naar de registratiebalie. Een conferentietas met al het complete boek met presentaties! Dat is handig. Een badge en mijn voucher voor de cursus die ik vanmiddag ga doen.
Vanochtend heb ik vrij, dus kan ik me alvast wat voorbereiden op wat gaat komen.

3 apr 2008

Voortgang Metis

De implementatie van Metis binnen de KNAW schrijdt voort. Al twee instituten hebben METIS in gebruik genomen met name voor outputregistratie. De KNAW werkt met zogenoemde factsheets, waarin de kerninformatie van een instituut moet worden uitgedrukt: dus hoeveel medewerkers, projecten, publicaties, lezingen etc. Omdat de meeste universiteiten in Nederland nu Metis gebruiken voor die outputregistratie is het de bedoelingen dat wij ook de factsheets inwisselen voor METIS.
De instituten die al ‘om’ zijn hadden zelf veel belang bij een snelle overgang naar Metis, omdat zij wel voordien zien in het systeem. Met name de Personal Metis, waarmee de onderzoeker zelf al zijn activiteiten kan registreren zal uiteindelijk een voordeel beteken boven een systeem waarbij diezelfde onderzoeker een maal per jaar zijn activiteiten van het afgelopen jaar moet zien te achterhalen.
Uit de verhalen bleek dat nog niet alles even vlekkeloos is verlopen: systeem had nog erg te lijden onder bugs (tja, de norm is tegenwoordig helaas dat een oplevering hetzelfde betekent als het uitzetten van een betaversie) en dat nog niet alle output zoals gevraagd in het factsheet in Metis kan worden opgenomen.
Op sommige punten lijkt het wel een beetje een star systeem, bijv. als je als output een softwareprogramma hebt gemaakt, kun je dat niet goed kwijt, als ‘resultaattypes’ in Metis zijn alleen de ‘ouderwetse’ publicatievormen zoals monografie en artikel. En zelf aanpassen is er niet bij. Ik kreeg er een beetje een GGC-smaak van (jaren 70 systeem opgepoetst voor gebruik in het nieuwe millennium).
Maar overall zijn ze toch wel tevreden, omdat ze nu in ieder geval een registratiesysteem hebben en het gros er wel uitkomt. Ook zijn ze bezig met het maken van stylesheets, zodat een uitvoer in XML keurig op een webpagina kan worden ingelezen.
Onze eigen insteek is dat we een repository willen gekoppeld aan METIS en daarvoor zijn we nu nog aan het testen met conversiemethodieken.
Al met al is de boventoon toch positief en komen we steeds een stapje verder.

1 apr 2008

Tijdschriften Linken

Wederom druk in de weer met onze tijdschriftenlijst. Die houd ik handmatig ben, met alle links naar de online tijdschriften (we hebben nog maar 1 papieren abonnement). Wel een gedoe. Want ik moet het minstens ieder jaar wijzigen i.v.m. JSTOR moving wall. Dan zijn al mijn begin- en eindjaren weer anders. Om nog maar te zwijgen van alle overstapjes van tijdschriften naar andere uitgevers, fusies of naamswijzigingen: [Molecular Ecology Notes heeft zijn naam gewijzigd in Molecular Ecology Resources: wie verzint nou zoiets!].
En ondertussen krijg ik ook telkens opmerkingen over de FULL TEXT –KNOP, DIE NIET BIJ ALLE ARTIKELEN IN Web of Science staat, en helaas ook niet bij alle artikelen waar wij toch echt wel bij kunnen.
Er bestaat iets wat genoemd wordt: ‘Thomson Scientific Links’ waarmee je links kunt laten aanbrengen tussen records in Web of Science en jouw eigen full text abonnementen.
Daartoe maak je een excel-bestand van de tijdschriften die zij kunnen linken en stuurt dat in een e-mail naar Thomson.
Dat is buitengewoon onhandig: je kunt niet zien wat er al gelinkt staat, het verandert iedere keer, en niet alles komt goed door.

Tijd dus zou je denken voor een linksolver. Een tijdje terug las ik bij Deeboeks dat zij erg tevreden is over haar keuze voor de OVID linksolver. Naar aanleiding daarvan had ik al eens contact gezocht met OVID, maar dat is blijven steken op de belofte dat ze mij informatie zouden toesturen (Nooit meer wat gehoord).
Even terug. Wat is een linksolver?
Onder het lemma Open URL staat dat in Wikipedia beschreven:
“OpenURL was originated by Herbert van de Sompel, a librarian at the University of Ghent. His link-server software, SFX, was purchased by the library automation company Ex Libris which popularized OpenURL in the information industry. Many other companies now market link server systems, including Openly Informatics (1Cate — acquired by OCLC in 2006; rebranded as WorldCat Link Manager in 2007), Swets (SwetsWise Linker), Serials Solutions 360 Link(formerly known as Article Linker), Innovative Interfaces, Inc. (WebBridge), EBSCO (LinkSource), Ovid (LinkSolver), SirsiDynix (Resolver), Fretwell-Downing (OL2), TDNet (TOUR), Bowker (Ulrichs Resource Linker) and Infor (Vlink).”
Zo, dat zijn er nogal wat!

En daar staat ook TDNet bij. TDNet, daar heb ik net een mailtje over gekregen van Surfdiensten. Die geven in een pilot, samen met TDNet een database uit, vrij toegankelijk op het web, met daarin een link naar alle full text in alle licenties.
Ziet er wel grappig uit, maar wij zijn geen universiteit en doen niet mee aan al die big deals met de uitgevers, dus wij hebben maar een klein beetje toegang.
Na Washington ga ik me hier toch eens in verdiepen: misschien is WorldCat Link Manager iets?