Donderdagmiddag 12 mei naar Surf in Utrecht voor een middag-workshop Workshop Surfconext online samenwerken
Ikzelf had het idee dat Surfconext in de plaats zou komen voor Surfgroepen, die uitgefaseerd worden. Ook andere deelnemers bleken dat idee te hebben. Maar toch is dat niet zo.
Surfconext wordt geen volledige dienst zoals Surfgroepen, maar in plaats daarvan is het middelware, die verschillende apps via een inlog met een team verbindt.
- NB de aangekondigde COIN: Collaborative Infrastructure – gaat ook niet door en men gelieve die benaming niet meer te gebruiken:) -
Na een introductierondje, waarbij gevraagd werd om in een woord te zeggen wat je denkt bij ‘Surfconext’(Surf heeft altijd leuke didactische werkvormen) was al wel duidelijk dat het zou gaan om samenwerken, om de cloud, maar dat er nog veel vraagtekens zijn (uitdaging, kans).
Het gaat dus om ‘open social portal’, zoiets als iGoogle, een pagina die je zelf kunt personificeren met gebruikmaking van verschillende gadgets. Daarbij wordt gebruik gemaakt van:
1) Surffederatie, saml één inlog [authenticatie- en autorisatiedienst ]
2) Surfteams, die je overal mee kunt nemen
3) Open social of vlgs Google code
4) Collaboration tools [software om samen te werken zoals webconferencing – Big Blue Button, documenten delen – Liferay, taken delen – Alfresco, vragenlijsten – Foodle]
Surfconext is gebaseerd op Grouper (groups management toolkit) van Internet2, het Amerikaanse Surfnet.
Alle informatie over Surfconext staat bij elkaar op de pagina www.surfconext.nl, ook het filmpje wat we ter introductie te zien kregen.
Daarna mochten we zelf wat oefenen om een gevoel voor Surfconext te krijgen via het demoportaal. We kregen allemaal een inlognaam (Testuser65 voor mij).
In Surfconext kun je tabbladen aanmaken waarop je vervolgens gadgets plaats (beperkte keuze nog maar zo’n 15 stuks). Een beetje als een beperkte Netvibes.
De tabbladen kun je koppelen aan teams (=Surfteams) en die kun je dan met je teamleden delen d.m.v. een snapshot (dus niet gelijktijdig wijzigen en updaten).
En dan kun je dus met die gadgets documenten delen, webconferenties houden, dus chatten, agenda’s bijhouden, datums prikken e.d.
Geen erg specifieke voorzieningen zoals samenwerken met een citatie manager, of in een experiment.
Het idee is dat de aangesloten instellingen zelf een open social portal bouwen en zich dan bij Surfconext aansluiten voor online samenwerken.
Het demo surfconextportal blijft nog tot augustus, daarna wordt het ev aangeboden als voorbeeld voor de instellingen om een eigen portaal te bouwen, als een soort whitelabel portal voor instellingen. Dat komt dan in de basisvoorzieningen. Zelf een open social portal bouwen kan heel basic (helaas moeilijk met sharepoint te combineren).
Op zich vind ik zo’n open social portal wel een goed idee, en ik heb dan ook meteen onze webmensen erop geattendeerd.
Dat wil zeggen ik heb ze een link gestuurd van de Universiteit Twente, die een eigen open social portal heeft (My University) naast hun hoofdpagina. Ook een blog van het bedrijf Q42, dat UT geassisteerd heeft met het bouwen van de portal.
De toegevoegde waarde van Surfconext zit hem dan m.i. uitsluitend in het geauthenticeerd inloggen via Surffederatie.
Weblog over mijn werk als informatiespecialist bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).
17 mei 2011
Surfconext
7 apr 2008
Samenwerken met gebruikers
Collaborating With Customers door Jo Ann Remshard en Mylene Ouimette van het National Institute of Science and Technology.
Mylene Ouimette heeft in het voorjaar 2006 een artikel geschreven in Issues in Science and Technology Librarianship getiteld: 'Innovative Library Liaison Assessment Activities: Supporting the Scientist's Need to Evaluate Publishing Strategies’
Jo Ann Remshard heeft in 2004 in Digital libraries een artikel geschreven over het NIKE project binnen het National Institute of Science and technology: NIST Integrated Knowledge Editorial Net over het automatiseren van het redactieproces.
Ze hebben een Lab Liaison Programm. Hun doel is om onderzoek te ondersteunen, maar daardoor kunnen ze ook zelf nieuwe manieren en tools ontwikkelen. Ze doen aan literatuuronderzoek, analyse van publicaties en citaties.
Liaisons zijn een soort accountmanagers, zoiets als clinical librarians, een vakreferent, een bibliothecaris die heel nauw samenwerkt met de gebruikers zelf en daar nauw contact mee heeft (soms ook embedded).
De workflow van het NIST bestaat uit: research discovery – research dissemination – preservation en het eindresultaat zijn de publicaties.
De bibliotheek bestaat uit 2 onderdelen: de reference bibliotheek en elektronische informatie.
Toegang geven tot informatie-bronnen en ondersteuning, maar ook redactie-ondersteuning en publicatieanalyse. De laboratoria zijn de eigenlijke gebruikers.
Key for Liaison is Collaboration. Samenwerking is de beste manier om customer relaties te ontwikkelen. Technology gebruiken zodat dat het beste aansluit bij de behoefte.
Analyse van samenwerking, bijvoorbeeld ze hebben onderzoek gedaan naar:
- increasing visibility of the publications door het analyseren van tijdschrift- en conferentieliteratuur en impactmetingen
- investeringen in onderzoeksgebieden door publicaties te gebruiken om investeringen in een gebied te volgen
Onderzoek naar samenwerking met andere instituten. gebruik van Web of Science, Journal Citation Report, en de eigen publicatiedatabase. Maar aansluitend nog redelijk veel handwerk.
Automatisering van het redactie proces. Met een Oracle database als uitgangspunt hebben ze in stapje voor stapje het proces feautomatiseerd. Met behulp van Java en Flex gebouwd.
Bibliotheekcommissie komt eens per maand bijeen: Library Advisory Board. Daarvoor een speciale wiki gebouwd, waaruit bijv. bleek welke wegen er nog open lagen om verder uit te bouwen.
Remote Science,het opbouwen van IT infrastructure in relatie met beveiliging
Podcasts – ipods te leen, met name audiobooks en sprekers vanwege het succes uitbouwen tot podcasts
Toekomst: samenwerking op traditionele en niet traditionele middelen
Afsluitende gedachten: Kansen kunnen overal vandaan komen, externe samenwerking begint met interne, een maat is niet geschikt voor iedereen.
26 mrt 2008
Anders werken in virtuele teams
Daags voor vertrek naar Suriname kreeg ik het Library Technology report 'Changing the way we work’ binnen. Heel even overwogen om het mee te nemen op vakantie, maar ik besloot dat het voor iedereen gunstiger is als ik het eerst aan Deetje laat lezen. 
En ja, Dee heeft een mooie log erover geschreven, dus wat betreft inhoudsbeschrijving kan ik het laten bij deze verwijzing.
Nu ikzelf nog.
Het leek mij een aardig rapport i.v.m. mijn interesse voor virtuele teams en e-moderating. En daar wordt dan ook uitgebreid aandacht aan besteed. Al uit de eerste parabel blijkt dat ook virtuele teams leiding nodig hebben. Dat lijkt me een open deur, want ik geloof i.t.t. Dee niet zo in vrijwilligheid, zaker niet waar het gaat om werkgerelateerde processen.
Wel min of meer verassend is dat maar liefst 86 % van de werknemers eigen software tools installeert. Vreemd toch dat er dan nog zoveel netwerken potdicht worden afgesloten. Wij gelukkig niet, dus wat zelf installeren betreft heb ik geen klagen, maar ze worden niet als desktop standaard aangeboden. De eindconclusie is dan ook dat met de overgang van de grote mainframe computers naar de individuele PC’s in netwerken eigenlijk de tussenlaag van groepsvoorziening is blijven liggen. Nu alles collaboratories is wat de klok slaat, moeten we ons meer daar op gaan richten.
Het rapport berust sterk op het werk van Ann Majchrzak en Arvind Makhorta, die op verschillend eplekken worden aangehaald. Met name hun artikel uit 2005: 'Virtual Workspace Technologies’ In MIT Sloan Management Review. Maar omdat ik dat een beetje oud vind ga ik in Sloan wat verder zoeken en vind ik een artikeltje (gesponsord door IBM) uit 2007 van Lynda Gratton: 'Working together..when apart’ met daarin 10 regels ‘ to make it work’. “Making It Work: Successful virtual teams share common traits, such as social-networking tools and the right mix of members, some of whom are already acquainted and others not”. En dan komen de vrijwilligers toch nog als waardevol om de hoek.
30 jan 2008
E-laborate van Huygens-Instituut
E-Laborate, de samenwerkingstool van het Huygensinstituut is een redelijk geslaagd project. Het is van start gegaan vanuit het NIWI met de iTOR –CMS functionaliteit. Dat is inmiddels geheel uit de handel genomen, maar het Huygens-Instituut heeft na de opheffing van het NIWI de ontwikkeling in eigen hand genomen. E-laborate is uitgebouwd tot een platform voor het bewerken van tekstedities.
Op de website van het Huygens-Instituut is onder e-Research en e-Research ontwikkelteam het verslag te lezen van het e-Laborate project. Dit project wordt voortgezet als ‘Editiemachine” en zal worden omgezet naar een ander platform. De ontwikkeling van de Editiemachine heeft een eigen weblog. Maar zo te lezen heeft het in 2007 wel wat vertraging opgelopen. In de projectbeschrijving werd ook al gesteld dat het een behoorlijke uitdaging: ´De eisen die gesteld worden aan ‘de Editiemachine’ zijn zo uitdagend dat het project ook voor de informatietechnologie interessante researchresultaten oplevert.´Ze willen bij het bouwen werken met onder meer de scripttaal Ruby, open source software, waar zij eerder Java Eclips gebruikten. En gebruik maken van andere moderne technieken als AJA , XML.
Toch wel een aardig instituut het Huygens-Instituut als je dat zo leest. “Nationaal en internationaal ambieert het Huygens-Instituut een gidsrol in het elektronisch editeren, publiceren en analyseren van tekst” . En wat ik helemaal leuk vind is dat ze een weblog onderhouden over het elektronisch publiceren. Leuk en leerzaam!
Een van die eerdere weblogs geeft een uitgebreide bespreken van Google Books. Zo komt alles waar ik de laatste dagen mee bezig ben geweest bij elkaar.
21 jan 2008
Collaboratories
Een klein jaartje geleden meldde ik dat ik mijn woordenschat had verrijkt met woorden uit het SurfShare-programma: het ging over collaboratories, digitale werkbanken en verrijkte publicaties. En zojuist stuitte ik op een aardig onderzoek dat vorig jaar in datzelfde Surfshare kader gehouden is door K.G. van der Poel. Het heet: ‘Verkenning van de interesse van wetenschappelijke onderzoekers in WP1- Verrijkte publicaties en – WP 2 collaboraties’.
Niet verrassend was zijn constatering dat de meeste ondervraagde wetenschappers daar nog nooit van gehoord hadden.
Hij geeft interessante definities: “Onder Verrijkte Publicaties (VP) worden in deze context bedoeld: Verzamelingen (repositories) van aan elkaar gerelateerde datasets, bestaande uit klassieke wetenschappelijke publicaties en daaraan verbonden onderzoeksdata, modellen, procesbeschrijvingen, visualiseringen en ander gerelateerd digitaal materiaal.”en “Onder Collaboratories worden in deze context verstaan: De infrastructurele voorzieningen in de vorm van software, werkmethoden, standaards en communicatiemiddelen, die de samenwerking vereenvoudigen tussen wetenschappers, onafhankelijk van plaats, tijd, organisatievorm en cultuur.”
Collaboratories worden ook wel: Scholarly Workbench, Virtuele Werkplaats, Virtual Research Environment genoemd, en Verrijkte Publicaties “Scientific Publication Packages” (SSP).
Die SSP haalt hij uit een artikel in het tijdschrift The International Journal of Digital Curation van Jane Hunter (hij geeft daar in zijn literatuurlijst wel melding maar geen URL voor).
Als aardige conclusie komt hij met een uitbreiding van de vragen van wetenschappers: “Naar mijn interpretatie tekenen zich in het onderzoeksterrein niet twee, maar vier interesse gebieden af, in volgorde van ‘veelbelovendheid’:
o Databases
o Verrijkte Publicaties
o Gemeenschappelijke applicaties
o Collaboratories “
……………………………………………………
De vraag van de wetenschappers is luid en duidelijk: “help ons met de conceptualisering, de ontwikkeling en het onderhoud van onze databases.” “
Ik vind dit een aardige conclusie omdat we juist afgelopen donderdag met het VLIZ hebben afgesproken dat we een traject met database (access) instructies gaan beginnen. Voordat je nl. je datasets goed kan opslaan, moet je eerst weten hoe.
Hij onderscheidt 3 soorten verrijkte publicaties:
- publicaties met de daarbij behorende onderzoeksgegevens,
- publicaties, uitgebreid met toevoegingen,
- publicaties, verrijkt met post-publicatie data (zoals waarderingen)
De gevraagde ‘gemeenschappelijke applicaties is zoiets als e-Laborate, een samenwerkingstool van het Huygensinstituut. Dat is een onder iTOR vallende activiteit, die me niet meer actueel lijkt. Als je nu op de website kijkt is het bijgewerkt tot 2005/5. maar er is nog wel een artikel uit 2007 over e-Laborate. Ga ik nog lezen.
En tot slot de Collaboratories, een soort Sharepoint of SAKAI waar Surf zich wel voor wilde inzetten, maar wat nog niet de warme belangstelling van de wetenschappers heeft.
Grappig vind ik ook zijn opmerkingen over de ‘pocket of interest’ die hij bij de wetenschappers signaleert. Wat een uitdrukkingen allemaal!
Weer heel wat interessante literatuur voor de maandagavond, en dat terwijl ik eigenlijk Deeboeks Twitter-link volgde naar de: ´The European Repository Landscape'uitkomst-rapporten van DRIVER. Daar ben ik helemaal niet aan toe gekomen, mijn ‘pocket of interest’ ligt nu eenmaal meer bij de scholarly workbench dan bij de repository.
En dan heb ik het nog niet over de Amerikaanse site met info over collaboratories, met een prachtige collaboratory triangle:
13 dec 2007
Surfgroepen Expertise seminar
Op donderdag 6 december ben ik, en met mij 180 deelnemers, naar het Surfgroepen /Sharepoint expertise seminar over online samenwerking in Media Plaza gegaan. Op mijn Surfgroepen MY SITE ben ik een weblogje begonnen over Surfgroepen en mijn ervaringen daarmee. Staring opent met een overzicht van Surfgroepen en het waarom: samenwerken over de grenzen van instelling, het hoe: Sharepoint (MOSS: Microsoft Office SharePoint Server) en de toekomst: er komen meer templates voor snellere en gemakkelijkere start. Sharepoint is een Microsoft product en kom tuit de ASP.NET omgeving. Het .NET platform is een programmatische uitbreiding van de Windows operating software en biedt een aantal standaard oplossingen voor veelvoorkomende vragen/toepassingen. ASP.NET zelf is een opvolger van de ASP (active server pages). ASP was het Microsoft antwoord op javascript en als scripttaal bedoeld om dynamische webpagina's te maken. Dit gecombineerd levert het ASP.NET de basis voor het maken van dynamische webpagina's. De web parts, die een belangrijk onderdeel van Sharepoint vormen zijn onderdeeltjes van dit ASP.NET die ervoor zorgen dat een programmeur speciale stukjes kan maken t.b.v. de gebruiker die de gebruiker op zijn beurt weer met zijn eigen User Interface kan aanpassen. Microsoft zelf geeft een uitleg over de Sharepoint serversNu zijn er iets minder dan 20 duizend gebruikers met gem. 5 deelnemers per teamsite. Surfgroepen Labs is bedoeld voor innovatie en ontwikkeling. Van de Universiteit Utrecht komt een overzicht van de problemen die ontstaan zijn met de migratie van de Sharepoint server naar de 2007-versie. Termen, die aan bod komen: webparts, unghosted sites zonder template, wiki, workflow. Tijdens het gebruik van Surfgroepen zie je dat Surf de problemen van de migratie nog niet helemaal te boven is gekomen. Ik heb nu een ‘oude’ account en daarnaast ook een ‘nieuwe’ – op naam van de bibliotheek, gemaakt om het verschil te zien.
Een aardige presentatie van de ICT’er van het Radboud over de videoconferencing module waarbij duur , inrichting ruimte en apparatuur van belang zijn; webconferencing is eenvoudiger en goedkoper. Hij toont een pilotproject van overleg van specialisten van het ziekenhuis met artsen in de omgeving, wat naar tevredenheid is afgerond. 2 Kamertjes zijn compleet ingericht met de benodigde apparatuur. De verbinding is – met het oog op de beveiliging van gegevens via IP-VPN.
Na de pauze geeft een Microsoft man een praatje over de integratie van Sharepoint voor samenwerking en Office Communicator voor communicatie, daarmee zie je of iemand online is en kun je chatten. Hij laat zien hoe je automatisch metadata kunt toevoegen aan documenten via Word 2007 quick parts. Sharepoint designer is nieuwe naam van Frontpage. Met portaalomgeving kun je bijv. workflow sturing maken: dan kan bijv iemand in actieve taken zien wat hij aangeleverd krijgt. Het ziet er allemaal erg mooi bedacht uit, maar de praktijk is wat weerbarstiger.
Als laatste zin heb ik genoteerd: SaaS software as a service is het samenwerkingsconcept van toekomst. Gelukkig komt er in het voorjaar een workshop voor gevorderden en ook een soort klankbordgroep voor onderzoek. Ik heb ook voorgesteld om naast de gebruikersgroep voor Sharepointgebruikers een aparte gebruikersgroep aan te maken voor Surfgroepen-gebruikers.
Er zijn nog wat problemen, zoals bijvoorbeeld de alerts (werken niet) en de RSS feeds (werken alleen in Outlook 2007) en nog wat migratiefoutjes, maar er wordt hard aangewerkt.
In het algemeen vind ik het een mooie service van Surfnet en het heeft ook wel potentie, maar zoals de workshopleider al zei: “ het heeft een steile leercurve”.
7 jun 2007
Surfgroepen workshop
Naar SurfNet voor een cursus/workshop over Surfgroepen. Het was maar een klein groepje, maar dat doet niets af aan de inhoud van de workshop. Bert, de inleider heeft een mooie syllabus gemaakt.
En enkele specifieke vragen, die ik had zijn beantwoord. NL over het gelijktijdig bewerken van een document (kan niet alleen in Breeze bij het sharen van een scherm) en over de document- en workspaces. Dat zijn subwebsites, die je ook eventueel anders kunt indelen. Veel ligt wel al vast. Ik hoop dat met de update naar de versie 2 van Sharepoint die indelingen wat flexibeler zijn.
Wat heb ik nog niet gevonden:
- een agenda /kalender
- een lijstje met subgroepen om te plaatsen op je homepagina.
In de introductie van versie 2 (Surfgroepen Labs) lees ik dat er ook een koppeling met de Instant Messenger komt, zodat je kunt chatten met een adres van surfroepen. Verder zit in die update ook de mogelijkheid voor wiki. Dat lijkt me een stap naar het gelijktijdig bewerken van een document.
Experimenten heb ik inmiddels uitgebreid, maar voor een definitieve introductie van Surfgroepen op het instituut wacht ik tot de update, die is gepland voor deze zomer.
14 mei 2007
Samenwerken met Surfgroepen
Surf biedt een speciale gelegenheid om samenwerking concreet vorm te geven.
“Met SURFgroepen kun je online samenwerken aan documenten, elkaar face-to-face spreken via videoconferencing en chatten via de ingebouwde messenger.”
Je maakt een login en vervolgens krijg je de ruimte om een website (heel voorgeprogrammeerd) te maken met een discussieplatform, rijtje links, gezamenlijke documenten en de mogelijkheid om Macromedia BREEZE op te starten voor het real time chat gebeuren.
Ik heb een teamsite aangemaakt, met het idee dat we samen een artikel gaan schrijven over ‘ citatie’ . Per slot leer je het het beste als je ook daadwerkelijk doet wat je wilt testen.
Het valt nog niet mee om uit te zoeken hoe het een en ander in zijn werk gaat.
Ik ben nog niet geheel achter de manier van het samen een document bewerken. Wel kunnen we links sharen en uploaden van bestanden.
Afgelopen weekend hebben we het chat-gebeuren getest, met webcams en headsets. Pffff. Dat viel lang niet mee. Breeze starten ging nog wel en de webcammetjes over en weer bekijken ging ook wel.
Gelukkig zaten we naast elkaar in mijn werkkamer thuis om dit alles uit te proberen. Want hoe gaat het dan verder. Ik heb een Refworks databaseje gemaakt met artikelen over citatie-analyse en dat wilde ik dan online uitleggen hoe dat werkt.
Achterliggend is het idee, dat bij dit samenwerken ook hoort dat je een gezamenlijke bibliografische databank kunt opbouwen met referenties, waaruit je dan kunt citeren bij het schrijven van je artikel. We zijn nu zover dat we het scherm kunnen delen en dat al sprekend kunnen uitleggen hoe of wat. We kunnen het ook van elkaar overnemen.
Nu het document nog en dan kunnen we verder.
Woensdag 24 mei ga ik naar de workshop om me verder hierin te bekwamen.
6 mei 2007
Samen een artikel schrijven
Als je een artikel schrijft voor een wetenschappelijk tijdschrift moet daar een lijst met referenties bij. Die haal je - tijdens het schrijven - uit een Endnote database. Die Endnote database heb je gemaakt door een aantal zoekacties te doen in bijvoorbeeld Web of Science of in andere literatuur databases.
Als je dat alleen doet is er niets aan de hand. Je maakt een Endnote library, je schrijft een stukjes, vult de Endnote Library aan, corrigeert wat en schrijft nog wat etc.
Ook als je met meerdere mensen van hetzelfde bedrijf een artikel schrijft is er niets aan de hand. Je zet je Endnote library op een plek (bijv. Afdelingsschijf) waar je allemaal bij kan en in principe werkt dat hetzelfde.
Maar nu ga je samenwerken met mensen van buiten en je wilt ook echt samenwerken aan een artikel.
Mijn eerste idee was dus : Endnote Web, maar dat geeft problemen. Zelfs als je een gemeenschappelijke login neemt, was het lastig i.v.m. het corrigeren van de titels met de schuingeschreven soortnamen.
Wat dan?
In ieder geval maar een plek zoeken om de gehele Endnote library neer te zetten. Iedereen kan die vandaar downloaden gebruiken, bijwerken en vervolgens weer uploaden. Goede afspraken zijn nodig en het lijkt wat omslachtig. Gelukkig kun je met Endnote X een ‘compressed library’ maken in een enkel bestand.
10 mrt 2007
Data-opslag: project
Het Vlaams Marien Data- en Informatie Centrum (VMDC) is deze week begonnen met een onderzoek naar de mogelijkheid om de wetenschappelijke data, de waarnemingsgegevens dus van onderzoeken, experimenten, monsters etc., geïntegreerd op te slaan.
Het VMDC is een onderdeel van het VLIZ, het Vlaams instituut voor de Zee. Zij hebben zelf twee databanken die hiervoor in aanmerking komen IMIS en IMERS. IMIS is het informatiesysteem, een soort projectendatabase (dus zoiets als METIS, metadata van onderzoeken en onderzoekers met ev. een link naar de ruwe data en publicaties). IMERS is de databank waarin de ruwe data geïntegreerd opgeslagen en teruggezocht kan worden met datasets. Dus meer zo iets als DANS of voor de doe-het-zelf onderzoeker EASY DANS. Dans is het Data Archiving and Networked Services.
Deze week kreeg ik de reclamefolder voor Easy Dans en dat is wel aardig. Voorlopig alleen Alfa- en gammawetenschappen. Ik heb meteen een registratie-inlog aangevraagd en gezocht op VOC om te kijken hoe dat geregeld is.
Je kunt dus wel de ruwe data downloaden, maar die is in de bestanden opgeslagen zoals de onderzoeker die zelf aanlevert.
Bij ons is dat het probleem niet zo, we hebben een hele stapel Cd-roms en on-line bestanden met ruwe data, maar die zijn zeker niet allemaal in hetzelfde formaat, of zelfs nog maar allemaal leesbaar.
SURF (de digitale dienst van de samenwerkende universiteiten) is al een tijdje bezig met zogenoemde DARE-projecten. Dat zijn Digital Academic Repositories (DARE), het digitaal toegankelijk maken van onderzoeksresultaten. KNAW doet ook mee in DARE.
k had wel altijd het idee dat dat meer gericht is op de publicaties, en dat lijkt ook zo te zijn. Op de Surfsite wordt echter uitgelegd dat DARE wordt verbreed naar onderzoeksgegevens en dat in het Surfshare-programma, dat de opvolger is van het DARE-programma het volledige ÏCT en Onderzoek Platform’ wordt opgenomen.
Wel niet zulk uitnodigend taalgebruik, zo schrijven ze over DARE : “Aansprekende resultaten van dit programma zijn de inrichting van een nationale kennisinfrastructuur, opgebouwd uit een interoperabel stelsel van institutionele
Maar de ‘Keur der Wetenschap’ valt daar ook onder en daar zitten ook een aantal van de NIOO- onderzoekers in.
Enfin het gaat dus meer om de onderzoeker draaien, met een nadruk op de wetenschappelijke communicatiecyclus. Mooie nieuwe woorden voor mijn verzameling staan er in dat document zoals ‘collaborator’ (of virtuele onderzoeksomgeving, is een elektronisch, webgebaseerd samenwerkingsverband waarmee onderzoekers vanaf verschillende locaties kunnen samenwerken en elkaars kennis en
Als ik dit goed begrijp gaat het toch niet om opslag van ruwe data, maar opslag en retrieval van informatie en materiaal dat aanvullend is op de publicatie.